Lerarenbeurs geeft nog weinig éxtra effect
De lerarenbeurs heeft slechts een beperkt effect op de scholingsdeelname van leraren. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen rapport Het effect van de lerarenbeurs op scholingsdeelname docenten. Van elke tien beurzen die worden verstrekt, wordt er gemiddeld één beurs gebruikt voor scholing die zonder beurs niet zou hebben plaatsgevonden. De lerarenbeurs is in 2008 geïntroduceerd. Het oorspronkelijke idee kwam van de commissie-Rinnooy Kan, die met voorstellen kwam om het lerarentekort op te lossen. Toenmalig minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) vond het een goed idee.
Het CPB suggereert dat de effectiviteit van de lerarenbeurs kan worden vergroot door de beurs alleen ter beschikking te stellen voor opleidingen die langer dan een jaar duren. Het CPB-onderzoek is uitgevoerd binnen het nieuwe TOP Institute for Evidence Based Education Research (TIER).
Alle leraren, van de basisschool tot en met het hoger onderwijs, mogen één keer in hun carrière voor maximaal 3.500 euro studeren. Daarmee zouden ze een hogere of bredere kwalificatie krijgen. De belangstelling onder leraren voor de lerarenbeurs was meteen na de introductie ervan veel groter dan verwacht. In de eerste drie aanvraagronden, uit 2008 en 2009, hebben in totaal 14.000 leraren een beurs gekregen. Het totale budget voor deze drie ronden bedroeg 54 miljoen euro. Dat kan oplopen tot 80 miljoen euro in 2012.
Het aantal aanvragen was groter dan de hoeveelheid beschikbare beurzen. De onderzoekers hebben de ‘afgewezen leraren’ als controlegroep gebruikt. Uit dit onderzoek blijkt dat van elke tien beurzen die worden toegekend, één beurs wordt gebruikt voor een opleiding die anders niet gevolgd zou zijn. Vier op de vijf beurzen worden gebruikt voor opleidingen die anders óók gevolgd zouden zijn. En één op de tien beurzen wordt helemaal niet gebruikt – en dus ook niet uitgekeerd. Zonder de lerarenbeurs zouden de leraren ook wel de middelen hebben gevonden om de gewenste opleiding te financieren, blijkt uit het onderzoek.
Er wordt nog onderzoek gedaan naar mogelijke andere effecten van de beurs – bijvoorbeeld betere doorstroming naar hogere functies en vermindering van uitstroom van leraren. Conclusies daarover kunnen pas op langere termijn getrokken worden, onder meer doordat de opleidingen van de deelnemende leraren nog niet zijn afgerond.




Abonneer je 
dinsdag 20 april 2010, 22:59 uur
Als we nu gewoon weer eens zorgen voor degelijke lerarenopleidingen, dan is “nascholing” toch eigenlijk helemaal niet nodig. Want laten we wel wezen, als je een goede opleiding genoten hebt en deze succesvol als bevoegd docent verlaat, dan zou het niet nodig moeten zijn om continu “na” te scholen.
Met al dat achteraf bij-, om- en nascholen geven we ons zelf een brevet van onvermogen.
Dus ik pleit voor betere lerarenopleidingen!
Begrijp me goed, ik heb niets tegen “een leven lang leren”, ook zo’n positieve kreet van, ik meen, Mevr. Van Bijsterveldt. Natuurlijk juich ik dat toe. Maar niet op de manier v.d. huidige “lerarenbeurs”. Iedere docent, op welk niveau dan ook, die zijn vak serieus neemt, hoeft NIET gestimuleerd te worden om zijn eigen vak(literatuur) bij te houden. Dat doet hij al uit zichzelf.
Ik vermoed dan ook dat de beschikbaar gestelde middelen grotendeels door scholen gebruikt worden om docenten eindelijk hun bevoegdheid te laten halen en/of om hun bevoegdheid te laten vergroten/verhogen.
Jammer overigens voor al die ervaren en bevoegde docenten die al jaren in het bezit zijn van een “echt diploma”, (dat ze vaak zelf gefinancierd hebben) maar daar tot nog toe financieel weinig van gemerkt hebben. Docenten worden nl. veelal over één en dezelfde kam geschoren. Want ook als bijv. academisch opgeleide, 1e graads docent wordt je net als iedere andere bevoegde of onbevoegde docent gehonoreerd. Er zijn vaak geen verschillen.
Ik pleit wel voor die verschillen. M.a.w. je zou de hoogte van de opleiding moeten koppelen aan het salaris. Hoe hoger de opleiding, hoe hoger het salaris. (en het aanzien!) Dan zullen weer meer studenten voor een lerarenopleiding kiezen, ook voor 1e graadsopleidingen. Meer studenten betekent grotere onderlinge concurrentie; scholen en opleidingen hebben dan (weer) wat te kiezen; dus blijven uiteindelijk alleen de beste docenten over. (En die zorgen er zelf wel voor dat ze hun vak bijhouden, ook als dit op eigen kosten moet gebeuren)
Bovendien zullen aankomend docenten meer gemotiveerd zijn om langer door te leren (om een 1e gr. bevoegdheid te halen) want, zoals al eerder gesteld, hoe hoger de opleiding, hoe hoger het salaris.
Zie hier: het lerarentekort lost zich vanzelf op.
Tot slot: als ik lees dat extra opleidingen leiden tot “betere doorstroming naar hogere functies” dan krommen mijn tenen.
Punt 1: het aantal hogere functies binnen scholen is meestal zeer beperkt (of zou dat in ieder geval moeten zijn!). Doorstromen is dus moeilijk.
Punt 2: doorstromen naar hogere functies heeft vaak helemaal niets met opleiding en capaciteiten te maken. (vaak vriendjespolitiek)
Punt 3: extra investering in opleidingen zou alleen het primaire proces ten goede moeten komen, en niet tot “meer macht” van mensen moeten leiden die niets met leerlingen hebben.
Kortom: meer middelen naar betere/hogere leraren-opleidingen en koppeling van opleiding aan salaris. Dit zal leiden tot meer en betere docenten, die zelf hun vak(literatuur) bijhouden. Dit spaart een hele hoop bureaucratie en heeft als prettige bijkomstigheid: het lerarentekort wordt snel, effectief en tegen lagere kosten opgelost.
woensdag 21 april 2010, 9:30 uur
Ik vind de lerarenbeurs een erg goed initiatief en dit onderzoek erg negatief. Er wordt gesteld: ‘Zonder de lerarenbeurs zouden de leraren ook wel de middelen hebben gevonden om de gewenste opleiding te financieren’ – misschien zou dat wel zo zijn, maar het blijft een feit dat er nu veel en veel meer collega’s studeren. De vraag ‘zou u dit ook hebben gedaan als de lerarenbeurs er niet was’ is een hypothetische: misschien hadden ze het dan wel ooit gedaan maar niet zo snel, later in hun carrière etc. etc. Ik denk dat er zeker wel een stimulans van is uitgegaan.
De belangrijkste vraag over de effecten op langere termijn (want de meeste collega’s studeren nog) moet nog worden onderzocht: ik denk dat je daarom niet nu al conclusies had moeten trekken en het zoveelste negatieve bericht over leraren naar buiten had moeten brengen. Het demotiveert als je enthousiast aan je studie bent begonnen!!!
Ik geloof namelijk dat het wel gaat werken – zie ook http://wp.digischool.nl/docentvo/2009/03/21/geen-zij-instroom-maar-%C2%B4opstroom%C2%B4/
woensdag 21 april 2010, 11:07 uur
Lieve mensen,
Ik snap best dat er onderscheid in startsalaris moet zijn tussen 1e, 2e graders en onbevoegden. Maar het is te kortzichtig om alleen de hoogte van een eventuele opleiding bepalend te laten zijn voor het salaris. Iemand met zogenaamd meer vakkkennis is niet meteen een goede docent. Ik heb genoeg eerstegraders mee mogen maken………maar qua afgeleverd eindexamenresultaat kwam menig tweedegrader er beter van af met zijn HAVO-5/VWO-6 klas.
En wat te denken van het niveau van de lerarenopleidingen. Is een HBO-Master nu “hoger” opgeleid dan een “normale” tweedegrader uit 1988? Ik durf zelfs te beweren dat een MBO’er uit 1990 een betere ondergrond heeft dan menig huidig HBO-opgeleid docent (al dan niet Master).
Verder moet ik er helaas aan toevoegen dat het hebben van de juiste “connecties” bepalend is voor promoties…….
woensdag 21 april 2010, 18:07 uur
Salaris naar opleidingniveau is de enige manier om het onderwijs uit de neerwaartse spiraal te krijgen.
Dat ik bepaalde tweedegraders ken die beter functioneren dan bepaalde eerstegraders, of dat iemand een specifieke onbevoegde kent die beter lesgeeft dan een specifieke andere bevoegde, doet aan dat algemene feit niets af.
Uit alle onderzoeken blijkt nu eenmaal dat de belangrijkste factor voor het leersucces van leerlingen het opleidingsniveau van de leraar is. Tevens is het evident dat de teloorgang van het onderwijs sterk samenhangt met de gelijktrekking van de salarissen in 1985. Vanaf dat moment zijn er weinig nieuwe academici in het onderwijs gaan werken. Nu de generatie leraren van voor 1985 met pensioen gaat zien we daar de gevolgen van.
Lapmiddelen als de lerarenbeurs zijn goede initiatieven, maar het blijven lapmiddelen. Zolang een hogere opleiding geen recht geeft op een hoger salaris zal het onderwijs te weinig aantrekkelijk zijn voor hogeropgeleiden. Zo eenvoudig blijkt het al sinds 1985 te zijn, zo eenvoudig zal het blijven.
woensdag 21 april 2010, 19:49 uur
Beste meneer Veldman,
u heeft volkomen gelijk wanneer u schrijft dat een hogere opleiding niet garant staat voor een betere docent. Dat heb ik niet willen suggereren. Maar het succesvol afsluiten van een hogere opleiding is het enige dat meetbaar is. Uw negatieven ervaringen op dat gebied deel ik.
Echter je moet iets “meetbaars” hebben om aan te kunnen tonen dat iemand een bepaald niveau heeft bereikt en aankan.
Verder wilde ik aangeven dat er meer studenten voor een lerarenberoep zullen kiezen als de salarissen hoger zijn en gekoppeld worden aan de hoogte v.d opleiding. Dit om vooral deze aankomende docenten te stimuleren om hun lat zo hoog mogelijk te leggen en te laten zien dat dit financieel gezien ook voordelen oplevert.
Op dit moment heb ik een aantal jonge 2e graads collegae (of zelfs nog niet afgestudeerde collegae) die aangeven niet door te willen gaan voor een 1e graadsbevoegdheid. Het is nog maar de vraag of ze dat niveau überhaupt zouden kunnen halen, maar één van de redenen die ze zelf noemen om het vooral niet te doen is de volgende:
les geven in de onderbouw Havo-Vwo vind ik leuk. Na een jaar of één, twee heb ik dat wel onder de knie. Het niveau kan ik goed aan (denken ze!) en waarom zal ik mijn tijd en energie in iets stoppen dat een boel geld en tijd kost, terwijl het me financieel gezien niet vooruit zal helpen. Bovendien kost het werken in de bovenbouw veel meer tijd en energie.
Eigenlijk kun je ze deze houding niet eens kwalijk nemen.
Zelf denk ik dat wanneer je opleiding aan salaris koppelt er zoveel meer studenten voor een docentenopleiding zullen kiezen, dat er voor zowel scholen als opleidingsinstituten weer iets te kiezen valt. Dan blijven vanzelf de beste aankomende docenten over en kun je gemakkelijk het kaf van het koren scheiden.
Maar dan moet je er wel voor zorgen dat wanneer een docent niet naar behoren functioneert, gepaste maatregelen getroffen kunnen worden. In het verleden was dat gezien de wetgeving erg moeilijk. En tegenwoordig durft men niet tot ontslag over te gaan, omdat men toch al een tekort aan docenten heeft.
woensdag 21 april 2010, 22:17 uur
@ dhr De Ridder:
Uw reactie had ik nog niet gelezen voordat ik in #5 mijn opmerkingen maakte.
Maar u heeft het voortreffelijk verwoord. De oplossing voor zowel het lagere huidige niveau van docenten en de oplossing voor lerarentekorten kunnen dus op betrekkelijk eenvoudige wijze, en naar alle waarschijnlijk ook op een betrekkelijk goedkope wijze, opgelost worden.
Vreemd dat uw oplossing voor de “neerwaartse spiraal” in het onderwijs in Den Haag maar niet schijnt aan te komen.
donderdag 22 april 2010, 9:05 uur
@Marlie Rikken (reactie 5)
Uw 2e graads collegae kunnen zonder problemen ook in de bovenbouw HAVO-VWO les gaan geven. Sinds de wet BIO is een 1e graads bevoegdheid (of wat voor bevoegdheid dan ook) daarvoor niet meer nodig. De wet BIO is daarmee de 21e eeuwse variant van de HOS nota.
dinsdag 4 mei 2010, 14:14 uur
@4: Henk de Ridder
Uit alle onderzoeken blijkt nu eenmaal dat de belangrijkste factor voor het leersucces van leerlingen het opleidingsniveau van de leraar is.
toch niet hoor! dat is het opleidingsniveau van de OUDERS en hun relatieve welvaart.
Na 2 of 3 jaar is een leraar zijn lage(re) opleidingsniveau heus wel te boven. Maar een slechte eco-educatieve achtergrond van de leerling, dat gaat niet zomaar weg.
dinsdag 4 mei 2010, 15:38 uur
Ik wil best geloven dat het opleidingsniveau van de ouders een belangrijke rol speelt. Dat neemt niet weg dat het opleidingsniveau van de leraar net zo goed een belangrijke rol speelt.
Daarnaast zou ik, als voorstander van academisch opgeleide leerkrachten in het basisonderwijs, nooit of te nimmer durven beweren dat een goedbedoelend, maar niet al te slim meiske dat zich met veel moeite door de PABO worstelt haar lage(re) opleidingsniveau na 2 of 3 jaar wel te boven is.
dinsdag 4 mei 2010, 21:59 uur
Voor wat betreft het opleiden, scholen en ontwikkelen van studenten en leerlingen buiten de thuissituatie om -en daar hebben we het toch over in een onderwijssituatie- toont de kwaliteit van de leraar een evident positief verband met de leerresultaten.
En dat een docent kwalitatieve achterstand eenvoudig kan inhalen door de tijd zijn werk te laten doen is noch onderzocht, noch bewezen.
donderdag 6 mei 2010, 6:07 uur
@Brian Pinas: Uw reactie snijdt op twee manieren geen hout. Ten eerste gaat het hier niet om het effect van achtergrondvariabelen maar om dat van onafhankelijke variabelen. Met andere woorden: niet om leerlingkenmerken waar de overheid betrekkelijk weinig aan kan doen (aan schoolpopulaties kan de overheid betrekkelijk weinig veranderen, de scholen doen zich voor zoals ze zijn) maar om beleidskeuzes die de overheid wel degelijk heeft, en zelfs vandaag nog zou kunnen maken.
Dus ook al is het effect van de achtergrondvariabele SES onmiskenbaar (niemand bestrijdt dat), een oplossing om SES te manipuleren is niet realistisch. Daarentegen is het heel realistisch om de opleidingsgraad van onze Nederlandse leraren te willen bevorderen; sterker nog, er is onderzoek te over waaruit blijkt dat die opleidingsgraad sterk samenhangt met prestaties van het onderwijssysteem.
OCW spant het paard achter de wagen door het opleidingsniveau van leraren de facto te verlagen – zoals nu gebeurt – en prioriteit te geven aan achtergrondvariabelen van leerlingen; zo zij daar al toe in staat zou zijn.
Het tweede punt waarop u de mist in gaat, is uw aanname dat ‘een leraar na twee of drie jaar zijn lagere opleidingsniveau wel te boven is’. Ik heb geen idee op grond waarvan u dit beweert. Wilt u werkelijk beweren dat hbo-tweedegraders na enkele jaren lesgeven even effectief zijn in de bovenbouw als universitair opgeleide eerstegraders? Dat pabo-instromers in het onderbouw na enkele jaren even goed lesgeven in de schoolvakken waarvoor ze worden ingezet als de hbo-opgeleide tweedegraders? Dat mbo-opgeleide klassenassistenten na enkele jaren gedoogd zelfstandig lesgeven in het PO even bekwaam zijn als hbo-opgeleide onderwijzers?
Ik zie geen goede gronden voor die aanname; noch uit onderzoek, noch in de schoolpraktijk. Heeft u die gronden wel, dan verneem ik die graag.
vrijdag 7 mei 2010, 14:52 uur
@Else Verwoerd
“Ten eerste gaat het hier niet om het effect van achtergrondvariabelen maar om dat van onafhankelijke variabelen.”
Duh. Niks hoor, het gaat om de besteding van geld, en daar is de SES gewoon een factor.
Maw. moeten we meer geld steken in het verbeteren van de leraar, of in het verbeteren van de SES vd schoolpopulatie?
Ik kies voor het laatste, omdat maatregelen op het gebied van methoden en leraren niet blijken te werken al 30 jaar lang.
Voor het SES-upgraden zijn er theoretische gronden en 2 praktische voorbeelden in de VS, waarvan 1 in North Carolina.
U accepteert zomaar dat we de SES van de schoolpopulaties niet kunnen veranderen! Wat een fatalistisme, onterecht daar een CDA-regeringsdeelname onwaarschijnlijker wordt.
Het is een kwestie van klein beetje politieke moed, die vaak ontbreekt, daar ben ik het direct met u eens.
Dat we het MOETEN veranderen staat ook als een paal boven water.
De 70-30 oplossing die ik u op andere threads heb genoemd kan inderdaad alleen bij de gratie van het bestaan van die 70 procent kansrijke leerlingen. Maar het wil er bij mij niet in dat die in stedelijke gebieden (als we ten minste aannemen dat alle allochtonen kansarm zijn) of achtergebleven rurale gebieden als Pekela in de directe omgeving niet te vinden zijn.
Het alternatief is een hele sterke, ongewenste tweedeling.
Sommigen kijken neer op de Amerikanen vanwege hun achterlijke gezondheidsstelsel (of beklagen ze hierom), waarbij vergroten van de kloof tussen arm en rijk integraal is ingebouwd. Ik zeg NIET dat u dit ook doet. Maar als we de Amerikanen achterlijk en dom vinden hierom, moeten we niet zelfde doen in ons schoolsysteem.
vrijdag 7 mei 2010, 20:07 uur
@Brian Pinas: Inderdaad ben ik aanmerkelijk sceptischer over de kans dat we in Nederland de vrije schoolkeuze van ouders gaan beperken en via externe sturing bepaalde schoolpopulaties bewerkstelligen. Niet alleen het CDA wil dat niet, ook de VVD niet, D66 niet, en zelfs ook de PvdA niet. Ook heeft geen van de kleine partijen zich in die richting uitgelaten. Ik zie het dus niet gebeuren, ook in de wetenschap dat een politieke partij die dit voorstelt er ongenadig van langs zal krijgen van de kiezer.
Over de VS hoor ik uiteenlopende verhalen. Ja, gedwongen spreiding is daar decennialang geprobeerd (het schoolbus-systeem, waarbij kinderen thuis werden opgehaald). Tegelijk zouden de verhoopte successen van die aanpak achterwege zijn gebleven (ik ken geen studies daarnaar, heb het van horen zeggen). En daar komt bij dat het Amerikaanse onderwijs (en de samenleving) heel anders georganiseerd is dan de Nederlandse: andere financiering, ander onderscheit publiek-privaat etc.).
Dat de segregatie zeer ongewenst is, zeg ik je direct na. Al vijf jaar lang spreek ik mij publiekelijk uit tegen die segregatie, ken dus de oppositie tegen die klacht van nabij, en ben me er ook bewust van dat een verhouding 70% kansrijk – 30% kansarm voor de stad Amsterdam een illusie is. In het ‘beste’ geval kun je een aantal fifty-fifty-scholen samenstellen, maar zelfs dat is voor veel witte ouders al een veel te zwarte school.
Bovendien gaat dan je aanname ‘het doet de hoge-SES-leerlingen geen kwaad’ niet meer op.
Ik zou die segregatie graag ombuigen, maar heb daartoe geen middelen en zie het, in de huidige situatie, ook niet gebeuren. Dat gezegd hebbende, is en blijft het van het hoogste belang dat we over eersteklas leraren en onderwijzers kunnen beschikken. Juist ook op de zwarte scholen, omdat er voor deze kinderen veel meer van het onderwijs afhangt dan voor kinderen die al veel van huis uit meekrijgen.
Ik heb drie witte kinderen op een zwarte school. En geloof me: het verschil tussen de klassen wordt gemaakt door de juf of meester die ervoor staat. Zorgen dat er in *elke* klas een heel goede juf of meester staat, is voor mij nu prioriteit één.
zaterdag 8 mei 2010, 14:27 uur
@Brian Pinas
U beweert dat maatregelen op het gebied van het verbeteren van de kwaliteit van de leraren niet blijken te werken. Voor Nederland geldt dat er in de afgelopen 30 jaar vooral maatregelen zijn gevormd waarbij de kwaliteitseisen van leraren verlaagd werden. De recente rapporten die Rinnooy Kan en Dijsselbloem moeten deze tendens keren, maar hebben mog niet tot voldoende kerend beleid geleid.
Kijkend naar het buitenland blijkt dat kwalitateitsverhoging van docenten tot opzienbarende resultaten leidt.
De casus Finland verdient ons aller aandacht voor de “best practices”:
http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article597449.ece/In_Finland_zijn_de_leraren_nog_trots_op_hun_vak
Finse onderwijzers, leraren en docenten hebben vrijwel allemaal een universitaire graad.
Verder valt de integrale aanpak vanaf de jaren 80 op, waarbij de Fnse politici zich gecommiteerd hebben aan goed onderwijs als basis voor verbeteringen in de samenleving:
http://finlandsite.nl/finse_model.htm
maandag 10 mei 2010, 10:32 uur
@Patrick: Ik heb een teleurstellend bericht. Terecht verwijs je naar het uitstekende rapport van de commissie-Rinnooy Kan “LeerKracht!”, met de aanbeveling om in te zetten op hoogopgeleide leraren. Een terechte aanbeveling, omdat uit internationale vergelijkingen zonneklaar blijkt dat de onderwijskwaliteit sterk samenhangt met de opleidingsgraad van de leraren.
Deze zelfde Rinnooy Kan, die er op wees dat Nederland niet alleen een kwantitatief maar ook een kwalitatief lerarentekort heeft, heeft zich nu opgeworpen als voorzitter van het ‘Netwerk Onderwijsinnovatie’ en komt tot de aanbeveling dat we maar niet langer moeten zeuren over de vak diploma’s die leraren halen:
“Het is aan de school om keuzes te maken over waar en hoe de mensen het beste kunnen worden ingezet. Dit betekent dat er een einde komt aan de huidige discussie over bevoegd personeel voor de klas. Het Netwerk heeft het vertrouwen dat schoolbesturen weloverwogen beslissingen zullen nemen als het gaat om welke docent op welk moment voor welke klas komt te staan.”
Waar deze 180 graden draai vandaan komt, is duidelijk als we kijken naar wie er in dat Netwerk Onderwijsinnovatie vertegenwoordigd zijn: nul leraren, wel schoolbesturen, economen en wetenschappers.
Alsof een ‘Platform Gezondheidszorginnovatie’, bestaande uit ziekenhuisbestuurders, economen en wetenschappers – maar zonder artsen – adviseert dat artsen niet langer gekwalificeerd hoeven te zijn voor hun werk.
In tijden van een artsentekort of wachtlijsten in de zorg is er niemand zo gek om beunhazen tot het beroep toe te laten. Maar zodra er een lerarentekort is, buitelen de niet-leraren over elkaar heen om het lerarendiploma te verkwanselen.
Nu ook Rinnooy Kan dus. Een eind aan de discussie over de vraag of leraren wel bevoegd moeten zijn. De schoolbesturen lossen het zelf wel op. Het rapport spreekt steeds minder van leraren, en steeds meer verhullend over ‘onderwijsmensen’ en ‘mensen voor de klas’. De ambitie om echte, bevoegde leraren te werven wordt blijkbaar verlaten.
Maar mondje dicht tegen de ouders: die mogen niet weten welke leraar wel en niet bevoegd is. Dat dekken schoolbesturen af met een beroep op de ‘privacy’.
Ja, het Netwerk en OCW hebben de mond vol over ‘blijvende scholing’ en ‘opscholing’ van de beunhaas. Maar van een mbo-instromer maar je niet zomaar een goede hbo-docent. Van een havist met een propedeuse maak je niet zomaar een academicus. En niet elke tweedegrader heeft het in zich om eerstegrader te worden. Sorry, aanhangers van het maaiveld, maar zo is het.
Het verschil met Finland is dat men daar werft onder de écht getalenteerden en gemotiveerden. In Nederland werven we onder de mensen die het op de arbeidsmarkt slecht doen, en in het onderwijs hun kans zien.
Dat wordt dus nooit wat.