Onderwijskwaliteit volgens Van Bijsterveldt
Veel beleid van het ministerie van Onderwijs beoogt de onderwijskwaliteit te verbeteren. Maar wat is dat precies, kwaliteit? En hoe die kwaliteit te verbeteren?
In antwoord op Kamervragen van Jack Biskop (CDA) gaf staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) gisteren een verhelderend inkijkje in haar gedachten over onderwijskwaliteit.
Een van de maatregelen die de bewindslieden op Onderwijs de afgelopen tijd hebben genomen, is het aankondigen van de ‘referentieniveaus’ voor taal en rekenen. Met deze niveaus wordt gedetailleerd vastgesteld wat leerlingen van elke leeftijd en van elk niveau op de basis- en middelbare school moeten kennen en kunnen.
De referentieniveaus, erkent de staatssecretaris, leiden op zichzelf ,,niet automatisch tot beter onderwijs”. Dat is logisch – de referentieniveaus zijn doelen om naar te streven, geen beschrijving van de bereikte kwaliteit. Maar volgens Van Bijsterveldt leiden de referentieniveaus in combinatie met ander beleid wél tot beter onderwijs.
Ze somt op: basisscholen moeten bij de overdracht van leerlingen aan middelbare scholen duidelijk maken wat hun niveau is; in het voortgezet onderwijs worden de referentieniveaus geijkt aan de examens; alle middelbare scholieren moeten in de toekomst een rekentoets maken bij de centrale examens; het middelbaar beroepsonderwijs krijgt centrale examens taal en rekenen; en de pabo’s en lerarenopleidingen krijgen ‘kennisbases’ die ,,een stevige impuls gegeven aan de vakkennis van onze toekomstige docenten”. Bovendien krijgen scholen extra geld om de streefdoelen ook daadwerkelijk te bereiken.
Dan komt het. ,,Centrale examinering en de vakkennis van docenten worden in de wetenschappelijke literatuur als belangrijke ankerpunten voor onderwijskwaliteit gezien. Mijn beleid is dus evidence based.”
Wat vindt u? Zit Van Bijsterveldt op de goede weg om de onderwijskwaliteit te verbeteren?




Abonneer je 
dinsdag 16 februari 2010, 13:56 uur
Wat is het ‘referentieniveau’ van een staatssecretaris van onderwijs?
dinsdag 16 februari 2010, 15:41 uur
De Staatssecretaris lijkt nog steeds bezig met het management van het onderwijs ipv. de beleisinsrumenten af te stellen op de inspiratie van de onderwijzers en docenten om de vakkennis over te dragen op de leerlingen. De terminologie van de problematiek is al niet de juiste en sluit niet aan bij praktijk van het lesgeven. Scholen zijn al jaren bezig met laveren tussen voortdurend veranderende ‘beleidsdoelen’ en nieuw te volgen regels en referentiekaders.Dat resulteert in slecht onderwijs,omdat het niet motiveert.
Het is nodig om veel meer te enthousiasmeren en de leerlingen te ‘bezielen’ in plaats van de huidige ‘opgeruimd staat netjes’ mentaliteit en het economies nuttige model voorop te stellen.
dinsdag 16 februari 2010, 16:47 uur
Met de retoriek van de staatssecretaris ben ik het helemaal eens. Ze zit dus op het goede spoor. Maar graag zag ik dit keer dat van retoriek ook echt daden komen.
Zolang in die referentiekaders als zogenaamd toetsbaar criterium staat vermeld ‘vertoont over het algemeen een goede grammaticale beheersing’, terwijl daar honderd-en-een invullingen aan te geven zijn, zit het met die kwaliteit nog niet snor.
De staatssecretaris maakt pas echt werk van de onderwijskwaliteit als zij garandeert dat de leerresultaten geregeld en valide worden bepaald en extern worden genormeerd.
Dat is een hele mond vol, maar ik bedoel dat we af moeten van de figuur dat in ons onderwijs alle slagers hun eigen vlees keuren, en alle scholen hun eigen diplomanormen stellen (ja, ook bij het eindexamen vmbo-havo-vwo).
OCW moet een duidelijker scheiding bewerkstelligen tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’. Ze moet zich minder bemoeien met de onderwijsorganisatie, op één punt na: garanderen dat onze kinderen les hebben van bevoegde en bekwame leraren. Tegelijk moet OCW zich meer bemoeien met een valide outputbepaling: dat we staat kunnen maken op de kennis en vaardigheden die leerlingen verwerven, en als blijk waarvan ze een diploma krijgen.
Met alleen retoriek zijn we er nog niet. En vooralsnog is deze staatssecretaris een groot voorstander van schoolgebonden examens met schoolgebonden normeringen en leraren die het werk van hun eigen examenleerlingen nakijken. Er is ook door deze staatssecretaris dus nog een wereld te winnen. Niet alleen woorden, ook de daden.
Haar twee faux pas zijn de invoering van de Eerste Staatsdidactiek Ooit, te weten competentiegericht leren in het mbo; en de invoering van de maatschappelijke stage, een goedbedoelde vrijwilligersactiviteit die teveel tijd opslorpt van leerlingen en begeleidende docenten, zonder dat de feitelijke leerresultaten worden bepaald. Weg geld, weg tijd.
Overigens denk ik dat deze staatssecretaris de ambitie heeft om minister te worden in een volgend CDA-kabinet.
dinsdag 16 februari 2010, 19:39 uur
Zoals gebruikelijk gaat het de invulling van de retoriek.
Die referentieniveaus zijn leuk, maar de toets die ervoor ontwikkelt is, die is rampzalig slecht. Zie de discussie op
http://beteronderwijsnederland.net/node/6528
Met zo een toets zorgen die referentieniveaus er alleen maar voor dat het onderwijs slechter wordt.
De centrale examens in het MBO zijn leuk, maar als die gebruikt worden om Competentie Gericht Onderwijs niet alleen wettelijk maar ook feitelijk aan alles en iedereen in het MBO op te dringen, dan wordt het onderwijs er alleen maar slechter van.
Retoriek over vakkenis van docenten is leuk, maar deze staatssecretaris laat halfbakken academici (de ‘educatieve minors’) toe als leraren en doet net alsof dit echte academici zijn. Verder heeft haar voorgangster al de bevoegdheidseisen feitelijk afgeschaft (de wet BIO): er hoeft slecht ergens op de school een bevoegde leraar voor een vak rond te lopen; dat de leerlingen les krijgen van iemand die van het vak geen kaas heeft gegeten mag dan. Dus van deze acties van het ministerie ten opzichte van de vakkennis van leraren wordt het onderwijs alleen maar slechter.
dinsdag 16 februari 2010, 22:56 uur
Er zou al een wereld zijn gewonnen indien het eindniveau hard zou worden gehandhaafd. De eigen docent kan de relatieve kwaliteit van zijn leerlingen goed meten, beter dan in een momentopname als een centraal examen mogelijk is. Maar geen docent kan cijfers geven die landelijk genormeerd zijn. Veelal zal zijn directie daar ook een broertje dood aan hebben. En dan krijg je dat de schoolcijfers gemiddeld veel hoger kunnen uitvallen dan de centraal genormeerde cijfers. Daar is een goede remedie tegen: hernormeren van de schoolcijfers zo dat ze kloppen met het centraal examen. Een gemiddelde of mediaanwaarde van het docentencijfer voor een grote groep moet gelijk worden gemaakt aan die van het centraal examen. Technisch is het een fluitje van een cent. Komt het iedere school wel gelegen? Laat daar een politica eens haar kracht tonen.
Een tweede kwestie ligt politiek nog veel gevoeliger: het gedrag. Welke leerlingen zijn kansarm? Zijn dat kinderen met een allochtone achtergrond of uit lager betaalde kring? Het valt te betwijfelen of deze factoren de belangrijkste zijn. Een kind wordt zo goed als kansloos indien het terechtkomt in een schreeuwende bende. Concentratie op taal, rekenen of op vakken van de middelbare school kun je op je buik schrijven als je de pech hebt van een school die tolerant is. Een qua gedrag tolerante school houdt zo veel mogelijk kinderen binnenboord, maar maakt de hele populatie kansarm. Dat ligt politiek nog veel gevoeliger. Mogen we het misschien nog meemaken dat een politicus dit eens hardop durft uit te spreken? Tolerantie voor lomp gedrag en acceptatie van al degenen wier ouders te soft of te onverschillig zijn geweest voor een deugdelijke opvoeding, ziedaar de primaire oorzaak van het kansarm zijn van de Nederlandse jeugd. Tolerantie en goed onderwijs verdragen elkaar niet. In een rauwe bende leert niemand wat.
woensdag 17 februari 2010, 0:04 uur
Ik geef Bob Bauer op alle punten gelijk. De voorbeeldtoets voor referentieniveau 2F (2 Fundamentee, het algemeen-maatschappelijk gewenste niveau) is inderdaad allerberoerdst, en dat belooft veel narigheid voor de toekomst. Het zal niet de eerste keer zijn dat een beroerde uitwerking het einde inluidt van een op zichzelf lovenswaardige maatregel.
Het competentiegericht onderwijs en dito toetsing betekent dat de belastingbetaler maar povere waar krijgt voor zijn geld: op de feitelijke kennis van portfolioknutselaars valt geen staat te maken.
Juist omdat goede docenten het hart uitmaken van goed onderwijs, is het OCW-beleid m.b.t. leraren werkelijk desastreus. Uit angst om het (zelfgecreëerde) lerarentekort ogenschaijnlijk zo klein mogelijk te houden, doet OCW er alles aan om jan en alleman te werven voor het leraarsberoep. Zij-instromers, on- en ondergekwalificeerden, studenten, noem maar op en OCW gaat er akkoord mee. Ze willen het niet eens weten (de meldingsplicht verviel).
En dat terwijl we allang weten uit buitenlandse voorbeelden dat de crux van goed onderwijs goede leraren zijn. Van een matige vmbo-er maak je niet snel een competentie tweedegraads docent; een povere tweedegrader wordt ook na enkele jaren avondcursus niet zomaar een eerstegrader. Voor het onderwijs aan onze kinderen moeten we de talenten werven voor de klas, niet de spijtoptanten.
woensdag 17 februari 2010, 9:07 uur
Ik geloof dat iedereen zich wel kan vinden in het streven naar te behalen minimum-leerresultaten. D.w.z. dat als iemand zijn vmbo-, havo- of vwo-examen haalt, ook daadwerkelijk vast staat dat zijn/haar kennis van basisvakken op peil is. De kwestie is echter steeds; hoe realiseren we dat? Ik heb het antwoord niet klaar, maar kan wel op voorhand zeggen dat het zonder korting op overhead en meer geld voor (competente!, zie reactie #4) leraren niet gaat lukken.
woensdag 17 februari 2010, 16:11 uur
Als je wilt dat een automobilist zowel goed kan autorijden als op de hoogte is van de relevante wetten en regels, dan moet je hem voor beide examens (praktijk en theorie) laten slagen. Niet een slecht praktijkexamen laten ‘compenseren’ door een goed theorie-examen.
Als je wilt dat een chirurg zowel goed kan snijden als zich goed met patiënten kan verstaan en uitleg geven over wat er aan de hand is, dan moet je hem voor beide vakken (snijden en omgang met de patiënt) laten slagen. Geen horkerigheid en sociaal autisme laten ‘compenseren’ door snijkunst met de scalpel.
Zo simpel is het.
Doorgetrokken naar onderwijs: als je wilt dat een diploma een garantie biedt op een zekere minimumbeheersing in een aantal vakken, dan moet je verplicht stellen dat leerlingen voor die vakken een voldoende halen.
Helaas is deze eis ook staatssecretaris Van Bijsterveldt te erg. Ik was er bij, bij dat gesprek. Zo’n ‘strenge’ eis was weer zielig voor leerlingen die niet goed met cijfertjes, of niet goed met lettertjes konden omgaan, of die meer van muziek en sport houden, maar toch ook vwo willen doen.
Dus besloot ze weer tot compensereren, pappen en nathouden.
Toegegeven: Van Bijsterveldt heeft de goede weg ingeslagen en de normen *iets* verhoogd. Maar nog steeds mag je een vijf halen voor Nederlands, Wiskunde of Engels. En die vijf mag nog steeds een afgeronde 4,5 zijn. En die 4,5 mag dan het gemiddelde zijn van het Centraal Examen en een Schoolexamen van onbestemde kwaliteit. Voor het CE haal je een 3, voor het SE een 6, en dan ben je binnen. Haal je dan voor de andere twee vakken een 5 op het CE en een 6 op het SE, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Met wat zevens voor Muziek en Geschiedenis ben je dan toch geslaagd. Of je doet een her voor Biologie om van een 6 een 7 te maken.
Dan heb je dus voor je Centrale Examens Nederlands, Wiskunde en Engels een drie en twee vijven behaald, en dan ben je toch geslaagd.
Lijkt me niet het type diplomagarantie waar u om vraagt.
donderdag 18 februari 2010, 10:57 uur
Een schoolloopbaan met succes afronden betekent dat je de kennis tussen de oren hebt die de school wordt geacht bij te brengen. Rekenen: Je kunt sommen maken van een bepaald gehalte. Taal: Je schrijft, leest en spreekt je taal goed. daar zijn simpele toetsen voor te maken. Dat kan iedere competente leraar vertellen en doen. Daarom meer geld voor goed personeel en handen af van het werk in de klas. Die leraar weet wat hij doet. Overheid, AF!
vrijdag 19 februari 2010, 15:55 uur
De reactie van P. van der Veld is begrijpelijk, maar slaat de plank toch mis. Ja, de overheid moet zich met een aantal zaken niet bemoeien, die de school evident beter kan. Maar nee, de overheid moet niet ‘af!’. De overheid moet doen wat haar taak is: kwaliteit bewaken. Dat betekent:
1. bepalen wat leerlingen minimaal moeten weten en kunnen (dus geen vage competenties of kerndoelen waar je alle kanten mee op kunt)
2. geregeld toetsen of het onderwijs oplevert wat het móet opleveren; beter examineren dus, óók einde basisonderwijs (dat hoeft trouwens niet in de vorm van een selectieve toets met consequenties voor de leerling; algemene niveautoetsen op groepsniveau zijn probleemloos haalbaar).
3. zorgen dat de belangrijkste voorwaarde voor goed onderwijs vervuld is: voor alle leerlingen en voor elk vak bevoegde en bekwame docenten voor de klas (dus werven van hoogopgeleide leraren en *onmiddellijk* bijscholen van onbevoegden).
Er bestaan allang ‘simpele toetsen’ voor taal en rekenen. Punt is: ze worden ofwel niet gebruikt, ofwel slap genormeerd door de eigen docent. Die trouwens in 1 van elke 3 gevallen geen echte docent is, zo groot is het aandeel onbevoegden in het vo inmiddels.
Wie vertelt scholen dat ze hun kwaliteit *moeten* verbeteren, als niet de overheid?
Daarom moet de overheid haar taak kennen en haar werk doen. Dat zou al een stuk schelen.
vrijdag 19 februari 2010, 17:28 uur
Ik moet hierbij wel zeggen dat ik het compleet oneens ben met Else Verwoerd, zelf ben ik bezig met 2 gymnasium maar de werkdruk word zo hoog dat wij nu per week al drie lesuren meer krijgen die bestemd waren voor het derde jaar omdat de werkdruk anders te hoog word.
En zelfs als de lat in het eindexamen wat verlaagt is, is dit geen ramp want ik mocht om vorig jaar over te gaan GEEN onvoldoendes hebben (5 of lager dus) en aan het eind van dit jaar ook niet. Het percentage kinderen die het laatste jaar nu halen bij mij op school zonder naar het atheneum te gaan is zodanig laag dat ik niet verwacht dat we tegen die tijd nog 2 gymnasium klassen hebben.
Dit komt omdat in tegenstelling tot veel mensen hier, wij vakken als wiskunde etc. niet mogen laten vallen.
Dus als je een leerling bent met een grote talenknobbel die met een beetje hard werken alle 6 talen die we krijgen volledig meester word, vind ik het niet eerlijk als je zakt op een vak als wiskunde.
Het is begrijpelijk dat wiskunde verplicht is geworden en dat je voldoende moet staan om naar bijvoorbeeld het derde te gaan maar waarom moet je naar het atheneum als je 5 staat voor een beta-vak terwijl de meerwaarde van het gymnasium in de talen ligt?!
vrijdag 19 februari 2010, 18:41 uur
De reactie nummer tien is gemaakt door mijn oudste zoon(bijna 14) die zich gediscrimineerd voelt door Else Verwoerd,reactie nummer 8,alsof hij niet zou moeten presteren op het gymnasium.Met 35 lesuren per week en zeker vijftien uren thuisstudie is het gymnasium zeker geen opleidng voor de minder gemotiveerde leering.In de eerste klassen mag je als overgangsnorm geen enkele onvoldoende hebben.Dit is al een flinke selectie en velen gaan verder op het atheneum.De denigrerende toon van Else komt dan op zijn minst onplezierig over.Mijn zoon heeft ook gelijk dat je zou moeten kunnen kiezen om examen in wiskunde te doen, in plaats te worden gedwongen.Welke malloot heeft trouwens ooit verzonnen dat je altijd wiskunde in je pakket moet hebben? Wiskunde is een nutteloos vak voor mensen geen verlangen hebben om bruggen te bouwen,huizen te ontwerpen of het nieuwste space station te realiseren.Dat soort zaken moet je overlaten aan mensen die iets begrijpen van wiskunde,en dat leuk vinden.En trouwens Else, geef mij maar de horkerige chirurg die zijn of haar scalpel hanteert als een kunstenaar.Wat heb ik aan een sociaal vaardige chirurg die niet kan snijden en hechten?Ik heb liever dat ik goed wordt gerepareerd.
maandag 22 februari 2010, 1:59 uur
Hartstikke leuk dat uw oudste zoon reageert. Wel jammer dat hij vergeet te schrijven met welk ingenomen standpunt van mij het oneens is; waardoor hij zich ‘gediscrimineerd voelt’; en waar ik volgens u ‘denigrerend’ zou zijn. Het zou de relevantie van zijn en uw argumenten een stuk duidelijker maken.
Over verplichte wiskunde heb ik het helemaal niet gehad. En u heeft mijn standpunt ten aanzien van de chirurg bepaald slecht begrepen.
maandag 22 februari 2010, 10:14 uur
Beste Else, mijn zoon vond het stukje bij uw reactie nr 8 wat volgt na het woord Toegegeven discriminerend naar zowel de school die erg zijn best doet om een hoog niveau te handhaven als naar hemzelf,die speciaal voor het gynmasium heeft gekozen om een brede opleiding te krijgen die intellectueel ergens voor staat.Het school examen is moeilijker dan het Centraal Schriftelijk en zeker niet van onbestemde kwaliteit.Wat denkt ze wel niet wat wij leren, riep mijn zoon beledigd.De toon over Muziek en Geschiedens vonden wij allebei denigrerend.Muziek en theater is het fundament van een beschaafde opvoeding.Naar het theater en concerten gan zouden ze verplicht moeten maken op school vindt mijn zoon, net als in de tijd dat oma jong was en op de ms zat in Amsterdam.Nu gaat hij om met medeleerlingen die nog nooit een theater van binen hebben gezien en dat is wel triest.
Geschiedenis is ook geen flutvak,want wie de toekomst wil kennen moet het verleden bestuderen.
Ten aanzien van uw standpunt over de chirurg heb ik uw idee dacht ik niet slecht begrepen u had het over horkerigheid en sociaal autisme,en dat is wel een erg heftige uitspraak.
Overgigens geeft het wel moed dat er mensen zijn die vechten voor een kwalitatief goede scholing voor alle kinderen.
maandag 22 februari 2010, 15:27 uur
Het lijkt me dat u uw zoon moet geruststellen. Ik schreef immers niet over de kwaliteit van zijn school of over de waarde van zijn inspanningen. Uw zoon trok een schoen aan die hem niet paste.
Ik schreef (en ik dacht toch vrij duidelijk) over de *minimum*score voor examens waarmee een leerling nog probleemloos zijn diploma behaalt. De waarde van een diploma is gelegen in de prestaties die leerlingen leveren c.q. de moeite die leerlingen zich getroosten om het te behalen. Als het diploma ook met relatief weinig inspanningen *kan* worden behaald, doet dat afbreuk aan de waarde van het diploma waar uw zoon zo hard voor werkt.
Dan de vakken. Waarom valt u wel over Geschiedenis en Muziek, maar niet over – het eveneens door mij genoemde – vak Biologie? Daar is toch van selectiviteit uwerzijds sprake. U schuift mij in de schoenen dat ik dit ‘flutvakken’ zou vinden; ik schuif dat er weer uit want dat vind ik helemaal niet (ben zelf dol op muziek en geschiedenis). Maar het is onzin dat je een diepe onvoldoende voor Nederlands kunt compenseren met een mooi cijfer voor Muziek – want van Muziek leer je geen Nederlands.
Hetzelfde geldt voor het chirurgenvoorbeeld. U kunt toch moeilijk gelezen hebben dat ik slecht snijdende lieverds verkies boven prima snijdende horken – want dat staat er helemaal niet. Ik schreef dat als je twee (of meer) belangrijke eisen stelt aan een student, dat hij/zij zich dan voor beide eisen moet kwalificeren. Niet een onvoldoende voor de een compenseren met de ander.
Zoals ook het praktijk- en theorieexamen voor autorijden beide voldoende moeten wezen.
Hopelijk wordt e.e.a. u en uw zoon duidelijk.
Nog ter toevoeging over de gymnasia: wist u dat het schoolvak Latijn momenteel het *slechtst* gemaakte schoolvak is bij het Centraal Eindexamen? Er vallen dan 40% onvoldoendes. Dat is op het moment de vrucht van zes jaar gymnasiale arbeid door leerlingen die naar het hoogste streven, althans als het gaat om de Klassieke Talen, raison d’être van het gymnasium.
woensdag 24 februari 2010, 19:24 uur
Jammer dat de discussie hier een beetje doodbloedt.
Want wat is kwalitatief goed onderwijs?
Ik zit zelf niet in het onderwijs,maar ben getuige geweest van de schoolcarrières van mijn 2 kinderen,waarvan één succesvol maar ongelukkig op het VWO en de andere uitsluitend doodongelukkig op het MBO.
Al op de lagere school werden mijn kinderen vanaf groep 1 geconfronteerd met deeltijdjuffen,overspannen docenten en docentenuitval,een individuele aanpak van de lesstof,waarbij ik weemoedig terugdacht aan het tafels ‘zingen’ (het inslijpen) met de klas.
Lessheets met slechte tekeningen ter lering of losbladerige kopiën van oefenbladen ipv. een boek. Hulpmoeders om te leren lezen,knutselen,rekenen, zingen en zelfs schoonmaken.
‘Trajecten’ die voor de kinderen bedacht werden en docenten die uit allerlei (en steeds wisselende) eisen er maar het beste van probeerden te maken.
Cito toetsen: wie goed oefent vantevoren snapt het soort vragen na verloop van tijd en een voorgedrukt antwoord aankruisen is niet zo moeilijk.
Op het vervolgonderwijs: slechte roostering met loze tussenuren,weer docentenuitval,veel computerzoekerij en de verwachting van ‘zelfstandig werken’,voor veel interpretaties vatbaar,werkstukken in elkaar moeten knutselen en grote verveling ipv. aangewakkerde interesse.
Het moeten kiezen van één richting op 14 jarige leeftijd, waarop het rondgieren van de hormonen een veel belangrijkere rol speelt dan het concept ‘toekomst’. Geen docent die jouw kind nog vakmatig kan sturen, maar wel naar een beurs met verkooppraat en bijbehorende folders voor de volgende onderwijsfabriek en de ‘mogelijkheden’.
Dan willen ze plotseling iets wat op dat moment het beste ‘in de markt ligt’,maar waarvoor het gekozen pakket niet toereikend is,buitenschoolse bijscholing inhuren,zodat het toch nog goed kan komen.
En dan het MBO met een groot aantal zwakkere leerlingen,geen ruimtelijk inzicht of abstraherend vermogen.
Wat moeten ze met het eisenpakket? Wat hebben ze geleerd na afloop van deze periode? Vooral dat ze tamelijk kansarm zijn zonder het diploma?
Waar is de praktijkschool?
Is het diploma het doel van het onderwijs?
Gelukkig is het voor mijn gezin nu voorbij,maar als ouder weet ik dat mijn kinderen niet veel gehad hebben aan hun periode op school.
Het onderwijs heeft hun creativiteit en zelfreflecterend- en denkvermogen niet gestimuleerd, omdat ze niet in staat werden gesteld zelf iets te formuleren of te vragen of om ergens op te ‘broeden’. Mijn kinderen weten waar ze informatie vandaan moeten halen,ze kunnen iedere vraag beantwoorden,ze kunnen alle dealines halen.
Maar ze hebben slecht onderwijs hebben genoten.
donderdag 11 maart 2010, 9:31 uur
Nederland stevent af op maatschappelijke ramp!
In de afgelopen decennia hebben verschillende grootschalige vernieuwingen het onderwijs in Nederland ontwricht. Hierbij kan men denken aan de invoering van realistisch rekenen, de basisvorming, de Tweede Fase, het Studiehuis, schaalvergrotingen, de vorming van ROC’s en Mega Hogescholen, de vorming van het VMBO, het nieuwe leren en het competentiegericht onderwijs. Keer op keer weer probeert “de politiek” manieren te vinden om met steeds minder geld de massa op te leiden. Al dan niet onbedoeld lijkt het erop dat niet onderwijs, maar mooie gebouwen (beton), luxe kantines (frites & cola) en computerlokalen (playstations) belangrijker zijn dan het onderwijs zelf.
Al deze hervormingen leveren weer afgestudeerde docenten op, die over weinig inhoud en deskundigheid beschikken. De optische truc van de politiek om het Mbo op 4 niveaus aan te bieden, levert weinig op. De spiraal naar beneden is niet meer te keren. Onderwijl negeren het ministerie, de schoolbesturen en andere instanties die van het gesubsidieerde onderwijs leven, de ernst van de situatie. Nederland stevent af op een sociaaleconomische ramp. Een onder onderklasse van sociaaleconomisch gedepriveerden is zich aan het vormen. Je moet er niet aan denken welke effecten dit op termijn gaat hebben op het politieke landschap. Maar dit terzijde.
Bestuursvoorzitters van overheidsscholen praten en denken in termen van kengetallen, niet in termen van opleiden en onderwijs. Hoe groter, hoe beter lijkt het adagium geworden. Binnen de Nomenclatura van schoolbesturen en schooladviesraden is een soort hijgerig najagen van meer, meer en meer bon ton geworden. De door de overheid gefinancierde Keuzegids Hogeronderwijs is één van de aanjagers van dit platte denken. Zij beoordeelt de opleidingen die over de mooiste gebouwen en faciliteiten beschikken als de beste, ergo stimuleert haar argeloze jonge lezers om voor die scholen te kiezen. Er wordt nauwelijks gekeken naar de onderwijskwaliteit. Intussen adviseren zij, alsmede de schooldecanen, jonge mensen om naar deze onverschillige, logge instanties te gaan, waar niet meer wordt opgeleid. De verspilling van onmetelijk veel talent is hiervan het gevolg.
zondag 7 november 2010, 18:54 uur
in het vwo ligt het grootste bij het feit dat er te veel vakken verplicht worden en of te zwaar mee tellen. wiskunde afschaffen is voor alpha-mensen is echter niet de oplossing, het minder zwaar mee laten tellen misschien wel. een verplichte tweede vreemde taal die voor een N&t’er even zwaar meeweegt als natuurkunde is een achterlijk idee.
verder vind ik het raar dat de hoogst mogelijk vorm van middelbaar onderwijs zo ver richting de alpha kant ligt en dat er geen beta versie van het gymnasium is.
ik wil trouwens ook melden dat er waarschijnlijk geen playstations worden gebruikt in computerlokalen en dat ik zelf in 6v zit en dus zelf dit systeem meemaak, waardoor mijn standpunten grotendeels op ervaring zijn gebaseerd en niet op geruchten.
donderdag 10 februari 2011, 20:01 uur
[...] leeropbrengst en ontwikkeling van talent. Tegelijkertijd is het doel dat de onderwijsinstelling haar doelen en eindtermen haalt. De leerroutes waarmee de doelen worden bereikt, zijn zeer divers. De inzet van ICT mag in deze [...]