Zwaar curriculum voor pabostudenten
Wordt het curriculum van pabostudenten niet te zwaar? Met ingang van het nieuwe schooljaar krijgen zij een lesrooster met veel meer taal en veel meer rekenen-wiskunde dan nu: vijf uur per week taal en vijf uur rekenen.
Zij moeten als aankomende onderwijzers „zelfverzekerder” worden en „in” de stof komen te staan, zoals staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) het vandaag formuleerde bij de presentatie in Den Haag van de Kennisbasis door de HBO-raad.
In de kennisbasis is vastgelegd wat docenten moeten kennen en kunnen. Voor opleidingen van tweedegraadsleraren is dat voor achttien vakken vastgelegd, van Spaans tot wiskunde.
Maar het meest verandert voor de aanstaande leraren van de basisschool. En dat gaat over taal en rekenen „de zuurstof van het onderwijs”, zoals staatssecretraris Van Bijsterveldt het noemt.
Meer uren taal en rekenen, daar kan nauwelijks iemand tegen zijn. Al is het de vraag waar die extra uren dan koste van moeten gaan. De HBO-raad vindt dat jonge pabostudenten zich tijdens hun studie „vergaand” moeten kunnen specialiseren in het lesgeven aan het jonge of juist het oudere kind. Lees: de kleuters plus de groepen drie en vier, versus de groepen vijf tot en met acht.
Het is nog een punt van discussie of deze specialisatie van kiet af aan zou moeten plaatsvinden, of pas na het eerste de jaar, de propedeuse. Voorzitter Doekle Terpstra van de HBO-raad heeft de staatssecretaris beloofd om in het voorjaar daarover een advies te geven.




Abonneer je 
maandag 7 december 2009, 17:30 uur
De basis van een maatschappij ligt in de wetenschappen en de kunsten. Dit zijn rekenen en taal. Deze twee liggen aan de basis van het goed kunnen geven van onderwijs. Ze zijn dus cruciaal. Wanneer een of beide onderdelen niet goed worden beheerst door de onderwijzer, is het eigenlijk niet zinnig om verder in te gaan op de materie, gezien de basis ontbreekt.
Uiteraard kunnen specialisaties worden gemaakt, voor bijvoorbeeld verschillende ambachten, maar ook verschillende theoretische verdiepingen. De basis echter van alle ambachten en theoretische verdiepingen liggen bij rekenen en taal.
Uiteraard zijn andere zaken waaronder geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, scheikunde, etc. zeer belangrijk. Maar ook zij kennen hun basis in rekenen en taal. Zie het volgende:
Bij geschiedenis moet men jaartallen beredeneren, logische opeenvolgende gebeurtenissen kunnen rangschikken (rekenen). Dit alles dient omschreven te worden in goed te begrijpen taal.
Bij aardrijkskunde moet men een in staat zijn om logische gevolgtrekking te kunnen beredeneren (rekenen) en opnieuw dient alles omschreven te zijn in goed te begrijpen taal.
Bij natuurkunde en scheikunde is rekenen evident. Maar om kunnen gaan met grammaticale regels, stellingen en wetenschappelijke werken hebben hun basis bij taal.
Kortom, rekenen en taal zijn de fundamentele bouwstenen van onze maatschappij. Vandaar dat mensen die goed zijn in taal “Alfa” worden genoemd, en mensen die goed zijn in rekenen “Beta”.
Opnieuw, zonder goede kennis hiervan binnen de maatschappij, is het fundament van een beschaving aan het wankelen. Deze kennis is essentieel.
maandag 7 december 2009, 17:48 uur
Op basis van voorgaande reactie zinkt me de moed over het onderwijsniveau betreffende taalvaardigheid pas echt in de schoenen.
maandag 7 december 2009, 17:53 uur
Je moet de vraag eerder omdraaien: Wat is er gebeurd waardoor dit ten koste is gegaan van goed reken- en taalonderwijs?
Eigenlijk is het heel erg dat die uurtjes rekenen en taal een inhaalslag zijn van de veel te beperkte kennis van de student: je kunt pas iets onderwijzen als je datgene wat je geacht wordt te onderwijzen ook meester bent. Zo niet verwordt je tot surveillant die er op toeziet dat de juiste vakjes van de multiple choice goed zijn ingevuld: het adagium wat hier en daar uitgedragen wordt dat je je leerlingen één bladzij voor moet zijn is ronduit misdadig.
Het lijkt me eerder een kwestie om terug te keren naar een goede basis en als meer uren in bepaalde vakken daarvoor nodig zijn: doen!
Dat en didactiek: dat vak mag ook wel naar een hoger niveau getild worden.
Zelf ooit weleens de gedachte gehad dat een psychologische intake niet overbodig zou zijn, gezien een aantal machtswellustelingetjes die ik voor de klas aantrof. Ze bleken geen enkel inzicht in de motieven van hun handelen te hebben, laat staan in dat van de kinderen: toch wel eng als je je kind aan dit soort mensen bloot moet stellen.
Nu ja, dan maar geen volksdansen en tapijtknopen meer, wat is daar op tegen?
maandag 7 december 2009, 18:28 uur
Als het voorheen 1 uur per week per kerngebied was, wat deden ze de rest van de week dan? Breien?
Het is voor mij onvoorstelbaar dat deze scholieren niet minimaal 10 uur per week per kernvak krijgen.
Evenals dat je blijkbaar je diploma kunt halen zonder te kunnen spellen of rekenen. Dit laatste wordt mij elke keer weer pijnlijk duidelijk wanneer ik met docenten spreek of hun lesvoorbereidingen voor mij krijg.
maandag 7 december 2009, 20:31 uur
Volgens staatssecretaris Van Bijsterveldt moeten onderwijzers ‘in’ de stof staan. Wat is er gebeurt met ‘boven’ de stof staan?
In het ’4 vragen’ artikel in de NRC wordt de vraag gesteld ten koste van wat de extra tijd voor taal en rekenen moet gaan; daar word retorisch geschreven ‘Minder geschiedenis, minder biologie?’. Maar geschiedenis en biologie wordt nu ook amper gegeven op de PABO. Op de PABO wordt vooral veel onderwijskunde gegeven en worden veel projecten met een onduidelijk doel gedaan. Dat kan allemaal geschrapt worden. Dan is er zelfs tijd voor MEER geschiedenis en MEER biologie naast meer taal en meer rekenen.
maandag 7 december 2009, 20:34 uur
Ooit in een ver verleden, voordat de vernieuwing toesloeg hadden gingen studenten Kweekschool en later PA en de leerlingen van de KLOS ruim 30 uur per week naar school. Er werd een dag per week (6 of 7 uur) stage gelopen. Nederlands, rekenen, muziek, geschiedenis, aardrijkskunde, didactiek, psychologie en pedagogiek, gymnastiek, tekenen, handvaardigheid, biologie, spreken, gezondsheidskunde waren de vakken die in alle leerjaren het hele jaar gegeven werden.
Daarna kwam de verbetering (dwz bezuiniging) en het aantal lesuren liep terug van deze ruim 30 naar uiteindelijk 16 contacturen toen ik de PABO in 1996 verliet. Dat was natuurlijk een hele verbetering in de ogen van de beleidsmakers, stukken goedkoper. Studenten werken nu met computers, kunnen naast rekenen en taal ook niet meer zingen, hebben geen idee wat er in een tekenles gedaan kan worden en houden zich op de vlakte met bewegingsonderwijs.
Het gaat er nu dus om dat als de nieuwe plannen werkelijkheid worden dit een uitbreiding van het aantal lesuren zal moeten inhouden en niet ten koste van andere lesuren. Studenten zullen nu hun aandacht aan hun studie moeten geven ipv het baantje dat er naast veel tijd in beslag neemt.
De studiedruk op een PABO is niet hoog, er is alleen sprake van veel tijd die besteed wordt aan werkstukken, lesverslagen ed. Van echte studie is amper sprake. Natuurlijk voelt een student dat niet zo, maar het is de werkelijkheid.
maandag 7 december 2009, 21:49 uur
Meer lesuren taal en rekenen, dat zal zeker helpen, maar helpt het genoeg? Op welk niveau is die ‘eindtoets’ die een student moet halen om voor de klas te mogen? Hoe hoog ligt de lat? Moet er niet eerst iets gedaan worden aan de PABO-instroom? Waarom geen VWO-vooropleiding geeist? Vragen, vragen. Maar de eerste stap is gezet en daar ben ik oprecht blij om.
maandag 7 december 2009, 21:49 uur
Als je 5 uur per week nodig hebt om basaal te kunnen rekenen dan vraag ik me ernstig af of we hier wel met een HBO opleiding te maken hebben.
maandag 7 december 2009, 23:11 uur
Je weet werkelijk niet wat je leest. Een opleiding tot basisschoolleerkracht die onze kinderen de basis van de basis bij moet brengen opdat ze überhaupt iets kunnen gaan betekenen in onze maatschappij. Minder dan 1 uur per week wordt er aan rekenen respectievelijk aan taal besteed!
Die zgn. kweekschool uit de jaren zestig van de vorige eeuw was helemaal zo gek nog niet. Geen eindeloos geleuter over methodes, nog geen over het paard getilde onderwijskundigen die voortdurend in de rondte draaien want wat de ene methode als voordeel heeft, heeft de andere weer als nadeel.
Waarom heeft niemand ook van de duurbetaalde leidinggevenden aan de bel getrokken? Dat het simpelweg tot slechte resultaten moest leiden met een toch bekend al zwak instroomniveau.
Vergaderen, overleggen, afstemmen , coördineren, controleren wat niet ter zake doet en op de eigen hoop rekenen kunnen die leidinggevenden als de beste. Maar waar het echt om ging lieten ze bijna volledig uit het zicht verdwijnen. De wal moest het schip gaan keren. Maar niemand uit die loodzware organisaties wordt ter verantwoording geroepen of gewoon ontslagen. Met in hoofdzaak degenen die je echt nodig hebt, die met een dagtaak in lesgeven, had het op de PABO’s onmogelijk zo uit de hand kunnen lopen. Vergeten wordt dat onderwijs van zichzelf oerconservatief is. Immers iedereen die een vak doceert en zelfs een nieuw vak gaat juist op zoek naar systematiek en logische opbouw. Als die eenmaal gevonden is kun je alleen nog maar kringetjes draaien. Innovatie in het onderwijs? Laat me niet lachen. Van voorop willen lopen komt alleen maar onrust en betutteling. Dus laat de vraag maar eerst manifest worden. En dan vooral niet teveel willen regelen en organiseren. Moet je eens kijken wat er dan een energie uit die toch al drukke mensen op de vloer kan komen.
dinsdag 8 december 2009, 9:24 uur
De diverse discussies in het onderwijsblog over de PABO en leraren basisonderwijs zijn en blijven boeiend. Dat er van alles mis is daar is vriend en vijand het over eens, maar hoe alles weer op de rails te krijgen valt niet mee. Ondertussen roeien leerkrachten in het basisonderwijs met de riemen die die ze hebben (meegekregen) en proberen zichzelf te uit het moeras te trekken, want daar ben ik wel van overtuigd, zij zijn de werkpaarden en hebben een cruciale taak in de opvoeding van kinderen.
Klagen over de kwaliteit van het onderwijs is zeer terecht, maar is het duidelijk wat wij als maatschappij met dat onderwijs willen bereiken? Lezen, schrijven en rekenen zijn basisvaardigheden en nemen daarom een centrale plaats in. Inmiddels is het aantal uren op de PABO voor deze vakken zodanig geslonken dat er van onderwijs geen sprake meer kan zijn. Dat er dus meer uren beschikbaar komen is geen vraag maar noodzaak.
Hoe deze uren uit de hoge hoed te toveren? allereerst door het aantal contacturen weer naar een normaal niveau te brengen. Daarna het ‘vak’ onderwijskunde bij pedagogiek onderbrengen en ook het aantal uren verminderen.
Belangrijk is om de vakdidactische kennis weer te verbinden aan de vakgebieden om een logisch verband tussen inhoud en bekwaamheid te leggen.
De basisschool is van belang voor het doorgeven van (onze) cultuur, en een leerkracht die een beperkte bagage heeft kan onmogelijk als cultuurdrager voor de klas staan. Een brede opleiding is dus noodzakelijk. Leraar basisonderwijs is een van de meest verantwoordelijke beroepen die er zijn.
De meeste vakken op een PABO hebben een grote vormende waarde en daarvoor dient tijd te zijn. Iets dat in de afgelopen decennia stelselmatig is ontkend.
Het zou van moed getuigen als beleidsmakers eens drastisch gaan kappen in de wildgroei van managers, schaalvergroting en opeenstapeling van niet terzake doende taken die het onderwijs hebben leeggehaald en ondergesneeuwd.
Tijden veranderen en er is geen plaats meer voor de oude Kweekschool of KLOS, maar dat er dringend behoefte is aan een bezinning en heroverweging blijkt uit alle reacties.
Bedenk dat kwaliteit niet uit een potje komt en ook niet op recept verkrijgbaar is, maar dat dat moet worden verworven.
dinsdag 8 december 2009, 11:44 uur
Heeft iemand er ooit eens aan gedacht de boel eens om te draaien? De maatschappij is veranderlijk, net als taal. Taal wordt veel te veel als een onveranderlijk gegeven gezien.
Wanneer het probleem zo groot is dat geen enkel onderwijssysteem verbetering brengt is het echt tijd om taal en spelregels logischer te maken. Taal is een middel om je uit te kunnen drukken, en geen meetinstrument van vermogen.
dinsdag 8 december 2009, 12:43 uur
@Martin Jager:
De Nederlandse taal is vrij logisch en eenvoudig. Helaas kent vrijwel niemand meer de basale regels van de grammatica waardoor het onlogisch lijkt. Vooral bij docenten Nederlands is het gebrek aan kennis van de taal schrijnend. Daarnaast hameren diezelfde docenten Nederlands wel op totaal onleesbare literatuur waardoor de leerlingen ook geen kans meer hebben om op die manier zelfstandig nog enige kennis op te doen.
dinsdag 8 december 2009, 12:59 uur
[...] zich vroeg in de opleiding verregaand moeten specialiseren in een bepaalde leeftijdsgroep als de plannen van staatssecretaris Van Bijsterveldt doorgaan. Als ze maar geen burn-out krijgen… var [...]
dinsdag 8 december 2009, 13:56 uur
Uit de “NRC Netiquette”: Niet afdwalen. Het discussielog begint met een duidelijke vraag. Vraag uzelf af of uwe reactie daarop een antwoord is.
De vraag: Wordt het curriculum van pabostudenten niet te zwaar?
Behalve Marja de Jong gaat bijna niemand in op de vraag.
dinsdag 8 december 2009, 15:07 uur
@Marja de Jong: Hear, hear… ik ben het volledig met je eens. Ben zelf nog iemand van de oude stempel, net afgezwaaid na > 40 jaren (voortgezet) onderwijs, maar ooit begonnen in het Gewoon Lager Onderwijs (!). Ik heb het afglijden meegemaakt, de kaasschaafmethode.
Je pleidooi, inclusief je argumenten, steun ik van ganser harte. Fijn dat er nog jonge mensen in het onderwijs zijn die de problemen zien, durven benoemen en oplossingen kunnen aandragen.
Hulde en succes!
dinsdag 8 december 2009, 19:20 uur
Wie bedenkt wat onderwijzers vroeger op een kweekschool leerden, zoals Marja de Jong terecht aanstipt, zou de moed inderdaad in de schoenen zakken, zoals terecht bij Van Rossum al gebeurt vanwege het taalniveau van de eerste reactie.
Wie leest hoe de NRC-redactrice schrijft ‘waar die extra uren dan koste van moeten gaan’ (geen klein vergissinkje, zeker niet als je in de intro leest: ‘waarvan gaat dat ten koste?’), beseft dat ook zij (MvT) al een goede onderwijzer heeft moeten ontberen. In de tijd dat mijn vader les gaf op een kweekschool, werd Rijpma-Schuringa gebruikt voor zinsontleding. Een dik en diepgravend boek, waar de studenten van nu een shock van zouden krijgen.
Wie de eerste schoolboekjes, uit het midden van de 19e eeuw bestudeert, ziet een afgrondelijk verschil in wat men toen van leerlingen verwachtte, en wat men nu meent te kunnen eisen.
Het herwinnen van enig niveau van het basisonderwijs is even moeilijk als het bestrijden van corruptie in een maatschappij die erdoor verziekt is. Waar in vredesnaam te beginnen? Toch zal het moeten gebeuren, en inderdaad heb je daarvoor goed opgeleide onderwijzers nodig. (Ik gebruik dat ouderwetse woord maar, omdat “leraren” meer gedevalueerd is).
Het enige goeds dat enige generaties onderwijsvernieuwing gebracht hebben, is de verlaging van de leerplichtige leeftijd. Als we weer uitleg en instructie zouden mogen geven, zou dat met behulp van veel techniek kunnen. Maar wel met interactie, dus toch leraren die meer kunnen dan een knopje indrukken.
Zoals Polgar zijn dochters op de huid zat, dus van onderaf beginnend, zou men bij het begin kunnen beginnen, en zien waar men uitkomt. Nee, niet “waar het schip strandt”, want het resultaat kan alleen maar heel erg positief bij het nul-niveau van nu afsteken.
dinsdag 8 december 2009, 19:47 uur
@ 14 Marc Geerts,
Je hebt helemaal gelijk. Mijn “bijdrage” was geen rechtstreeks antwoord op de vraag.
Ter verontschuldiging kan ik slechts aanvoeren dat ik het helemaal gehad heb met alle goede voornemens in het onderwijs.
Die zullen niet volstaan.
De vraag of het programma niet te zwaar wordt is eigenlijk pas dan relevant wanneer eerst de oorzaken van het afglijden van de PABO’s zijn weggenomen.
Wanneer die niet worden weggenomen hebben we over twee jaar weer nieuwe voornemens.
Marja de Jong pakt het heel positief op; daarvoor niets dan lof. Hoewel ook zij heeft het over gaan kappen in de wildgroei aan managers etc.
Laat het aan de moderator over of mijn reactie te ver is komen af te staan van de vraag.
woensdag 9 december 2009, 7:18 uur
Nee. De term “basisstof” zou voor zich moeten spreken. Als een student bij aanvang van de PABO niet “in de stof” staat, is het moeilijk te geloven dat hij ooit komt waar hij zijn moet: “boven de stof”.
woensdag 9 december 2009, 7:28 uur
De vraag of het curriculum ‘te zwaar’ wordt met de nieuwe eisen is onbeantwoordbaar. De beantwoording hangt namelijk in hoofdzaak af van de juistheid van de gestelde eisen, en pas daarna van de studieduur en het niveau van de studenten.
Als de gestelde eisen deugen, en de huidige studenten blijken ze niet in vier jaar te kunnen behalen, dan moeten niet de eisen op de helling maar de opleiding. Inclusief de selectie aan de poort.
Nederland heeft met enige afstand de laagst opgeleide onderwijzers van Europa, met als instromers mbo-opgeleiden die einde mbo geen examen hebben hoeven doen. Geen wonder dat een groot deel van hen struikelt bij de nu al verplichte taal- en rekentoetsen. De havo-instroom presteert beter, maar ook hier moet bedacht worden dat het voor een deel gaat om leerlingen die vroeger (voor de groei van havo en vwo) op de mavo gezeten zouden hebben. Het is maar goed dat pabo’s vele herkansingen aanbieden, anders zou een aanzienlijk deel van de huidige studenten het veld moeten ruimen.
Je kunt raden wat er met deze studenten gebeurt als de eisen voor taal en rekenen aanzienlijk hoger worden.
Dan moet er dus een keuze gemaakt worden: is het belangrijker dat we de eisen handhaven, of dat we de zwakke instromers ‘behouden voor het leraarschap’?
Mij lijkt die keuze duidelijk. Niet iedereen hoeft onderwijzer te kunnen worden. Net als bij andere beroepen.
‘Vroeger’ was een vierjarige kweekschool voldoende om onderwijzers van een goed niveau af te leveren. Maar ja, dat was in een tijd dat er goede instromers van de hbs en mms kwamen. Of de huidige zwakke instromers vanuit mbo en havo in vier jaar klaar kunnen zijn, is zeer de vraag. Dan moet er dus wederom gekozen worden: vinden we de eisen belangrijker, of willen we per se dat studenten na vier jaar klaar zijn?
Hoort u het gezucht en gesteun al? Één enkele studentendemonstratie en de eisen zijn al weer half van tafel.
Henk de Ridder hierboven wijst op een andere belangrijke vraag. Naast alle retoriek over de kennisbasis en het ‘grote belang’ van taal en rekenen als ‘zuurstof van het onderwijs’ is het helemaal niet helder hoe hoog de nieuwe norm nu eigenlijk wordt. Hoe moeilijk wordt die toets? Hoe moeilijk worden de reken- en taalopgaven? Hoeveel fouten mogen studenten maken? Hoeveel herkansingen krijgen zij? Hoeveel onvoldoendes op deelgebieden mogen worden gecompenseerd? (‘je kunt geen staartdeling maken, maar wel héél goed optellen’; ‘je kunt niet schrijven, maar wel héél leuke spreekbeurten houden’; ‘je kunt niet rekenen, maar weet wel alles van leuke werkvormen voor rekendidactiek’)
woensdag 9 december 2009, 9:11 uur
Het leraren probleem is maar op 1 manier op te lossen en dat is door er een dik en dan bedoel ik ook dik betaalde baan van te maken. ( begin salaris vanaf 60.000 euro , eindsalaris 120.000 euro ).
Daarna kun je hoge eisen stellen aan de in grote getale toegestroomde studenten. je selectie zal dan bestaan uit zeer getalenteerde en gemotiveerde studenten.
Waarna een zeer hoog nivo van onderwijs zal worden bereikt.
Alle andere oplossingen zijn gedoemd te falen , zoals al de afgelopen 20 jaar blijkt.
Waarom spreekt men in de politiek nu nooit over vraag en aanbod in het onderwijs en de prijs die daar voor moet worden betaald?
woensdag 9 december 2009, 12:24 uur
Ik lees weer veel voors en tegens. Ik begrijp in elk geval wel waarom ik mijn kinderen zelf de tafels heb moeten bijbrengen.Dankbaar ben ik voor de vele hulp van mijn ouders,die zijn begonnen als onderwijzer van de kweekschool en mijn kinderen veel hebben geleerd:rekenen,fietsen,liefde voor boeken en genieten van een goed concert.
Zonder hen was het mij alleen niet gelukt.
woensdag 9 december 2009, 15:19 uur
Het is allemaal begonnen met de invoering van de Mammoetwet in de jaren 60 van de vorige eeuw. Leerlingen mochten een vakkenpakket kiezen. Aardrijkskunde, geschiedenis en biologie liet men vaak vallen. Op de PABO worden deze vakken ook nauwelijks meer gegeven. Gevolg: Geen kennis van het vak, maar het wel moeten geven in het basisonderwijs. De discussie moet verbreed worden. Reken- en taalkennis is een probleem, maar bovenstaande ook. Het instapniveau op de PABO is veel te laag. Veel MBO-ers stromen door naar de PABO. Daar moet een halt aan toegeroepen worden.
woensdag 9 december 2009, 18:08 uur
Ik betuig graag mijn bijval aan het bericht van John, al komen de bedragen die hij noemt wat uit de lucht vallen.
Een hooggekwalificeerde, universitair en zelfs postacademisch opgeleide eerstegraads docent verdient bij aanvang momenteel *2380* euro bruto per maand. Dat is zo’n 30.000 euro per jaar bruto. De meeste eerstegraders zitten na 18 jaar nog steeds in dezelfde loonschaal (LB), hetgeen Plasterk cosmetisch wil opleuken zonder het schoolbestuur enige verplichting desaangaande op te leggen. Na 18 jaar bedraagt hun eindloon ca. 3600 euro bruto per maand, ofwel 46.000 bruto per jaar.
De loonverhoging die John voorstelt is dus meer dan een verdubbeling. Heel vriendelijk van hem, maar zoveel salarisverhoging is niet nodig om het beroep weer financieel aantrekkelijk te maken. Het begin- en eindsalaris marktconform maken, of gezien de zwaart van het beroep iets daarboven, zou al een stuk scholen. Dan hebben we het over een beginsalaris van 3000 euro bruto per maand en een eindsalaris na 10 jaar van 4500 bruto per maand.
Niet dat de minister dat gaat doen natuurlijk. Veel liever verlaagt hij de beroepseisen. Zodat inmiddels maar liefst 40% van alle lessen in ons voortgezet onderwijs wordt gegeven door niet- of ondergekwalificeerde mensen. Leraren ‘wiskunde’ die geen dag van hun leven wiskunde, en leraren ‘Nederlands’ die geen dag van hun leven Nederlands studeerden.
En Nederland? Nederland vindt het wel best. Wat kan hun het onderwijs aan hun eigen kinderen schelen? Als het maar niks kost.
woensdag 9 december 2009, 18:11 uur
P.S. U had zelf natuurlijk al bedacht dat die beginnende docenten van hun startsalaris ook een rentedragende studieschuld af te belalen hebben van een opleiding die minstens 5 of 6 jaar duurde.
donderdag 10 december 2009, 7:52 uur
De vraag of de studiedruk te groot wordt kan met een resoluut NEE worden beantwoord.
(Er wordt trouwens in het voorstel niet gezegd of de 2x 5 uur per leerjaar of over de hele opleiding is, dat maakt ook nog een verschil)
Het al of niet vergroten van de werkdruk is dan ook niet de vraag als het gaat over kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Er moet gewoon wat gebeuren en daarbij behoort een grotere studielast voor een zo verantwoordelijke taak als onderwijs aan de deelnemers van onze toekomstige maatschappij.
Investeren in onderwijs is van het grootste belang. Daarbij hoort een hoge opleiding (in Finland studeert een leraar basisonderwijs aan de universiteit en niet op het HBO), waardering en respect voor het vak van leraar, en een salaris dat past bij de verantwoordelijke taak die deze groep uitoefent. John#20 heeft volkomen gelijk, maar gelijk hebben is wat anders dan gelijk krijgen.
Dat managers hoge salarissen moeten hebben is nergens voor nodig, we hoeven echt geen angst te hebben dat zij anders naar het buitenland zouden uitwijken.
Laat de overheid eens uitrekenen hoeveel hierop bezuinigd kan worden voordat weer het valse liedje over productiviteit, efficiëntie en innovatie wordt gezongen.
Want dat de regering ook niet serieus genomen kan worden blijkt wel uit onderstaand bericht:
“Kamerlid Paul Tang (PvdA) verdedigde het onderzoek* om ruim 4 miljard minder geld in het onderwijs te steken door „de productiviteit te verbeteren”.
Hij sprak van een beter gebruik van software en andere innovatie in het onderwijs.
Dit is het herhalen van van een liedje dat leuk klinkt, maar zo vals is dat je oren pijn doen.
Een ding is zeker, studenten op de PABO hoeven zich absoluut geen zorgen te maken over een verhoging van hun studielast, want met een beter gebruik van software en andere innovatie zullen zij immers nog minder les krijgen en nog minder bekwaam worden.
Salarisverbetering zit er in ieder geval ook niet in, waardoor de instroom dus ook verder naar beneden zal gaan zowel in aantal als in vooropleiding.
De verwachting ooit bij de top 5 van de wereld te behoren kan maar beter niet meer ter sprake komen.
Een beroepsopleiding die zo weinig niveau heeft en zo weinig van de student vraagt heeft niet het recht te pretenderen een beroepsopleiding te zijn.
Het spreekwoord voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, is ook hier op van toepassing.
woensdag 30 december 2009, 19:13 uur
Misschien een wat late reactie, maar toch…
Mijn dochter die op de PABO alle opdrachten en verslagen netjes binnen de gestelde tijd afsloot, had in de zomer dertien weken vakantie! Geen extra opdrachten of aanvullende leerstof. Toen zij half september weer begon, bestonden de eerste weken uit wat roostergebeuren, kennismaken en allerlei gefrutsel waar zij, naar eigen zeggen, niets aan had. Ook het aantal kontakturen per week was naar haar smaak veel te weinig. Graag had zij zich meer verdiept in een aantal vakken waar op school niet of nauwelijks aandacht aan werd besteed. Als zij weer eens een verslag van een (sub)groepsgenoot per e-mail kreeg toegestuurd, riep zij mij wel eens om er een taalkundige blik op te werpen. De haren rezen mij te berge als ik zag welk een belabberd nivo deze verslagen hadden en die vervolgens door docenten werden goedgekeurd. Hopelijk komt daar door de nieuwe regels verandering in. En een te zwaar curriculum? Een goede organisatie van de lesuren tot het einde van het schooljaar en er kan twee keer zo veel les gegeven worden dan nu het geval is.
donderdag 31 december 2009, 12:08 uur
@26 Peter de Vries
Inderdaad en tijdens de schaarse contacturen zijn er nog veel ‘studenten’ die de lessen niet regelmatig bijwonen omdat zij te druk bezig zijn met hun baantje.
Er is dus iets grondig mis met deze zo belangrijke opleiding en om het ‘vernieuwingsproces’ (= bezuinigingsmaatregelingen) te veranderen zal heel wat uit de kast gehaald moeten worden. Docenten met een uitgebreide vakkennis plus kennis van onderwijsoverdracht zijn bijna uitgestorven. De laatsten gaan met een aantal jaren met pensioen.
Misschien is het oprichten van een eigen opleidingsinstituut nog het beste, maar dat zal weer stuk lopen op wetgeving.
Resultaat alles blijft bij het oude en er worden wat stoplappen aangebracht, kreten de lucht ingeslingerd en daar blijft het bij.
Jammer, want er zijn zoveel jongeren die werkelijk iets in het onderwijs zouden kunnen en willen betekenen.
Ik blijf hopen op betere tijden.