‘Internet verbetert de schrijfvaardigheid’
Slechte spelling, gebrekkige zinnen, consequent d’s en t’s verkeerd, afschuwelijke grammaticafouten en rammelende argumentaties. Een blik op een willekeurig forum of blog toont aan dat internet de schrijfvaardigheid sloopt.
De Amerikaanse hoogleraar Engels en retorica aan Stanford University, Andrea Lunsford, is het daar niet mee eens. Schrijven op internet verbetert juist de schrijfvaardigheid, beweert ze vanochtend in nrc.next. Lunsford is coördinator van de Stanford Study of Writing (die al eerder in de belangstelling kwam na een stuk in het blad Wired). Tussen 2001 en 2006 verzamelde Lunsford bijna vijftienduizend schrijfsels van 189 studenten. Lunsford geeft de next-lezers drie redenen waarom bloggen, twitteren, sms’en en chatten goed is voor de schrijfvaardigheid.
Mensen schrijven voor de lol.
Maar liefst 38 procent van het verzamelde werk in de studie was “self-sponsored writing”, niet in opdracht geschreven. Vroeger schreven mensen bijna alleen maar als het moest van hun baas of docent. De sporadische brief weegt niet op tegen al dat geblog en getwitter. Hans Bennis van het Meertens Instituut voegt daaraan toe dat veel meer mensen zijn gaan schrijven. Bovendien mag iedereen blijven meedoen, omdat je op fora en blogs niet wordt afgerekend op taalfouten.
Schrijven op het web vereist retorische vaardigheiden. Je schrijfsels moeten een publiek prikkelen, in tegenstelling tot een essay voor één docent, en dat publiek wisselt bovendien. Een mail aan je moeder stel je anders op dan een reactie op een forum of een uitnodiging op je blog.
Schrijven op het web nodigt uit tot creativiteit. Vroeger kwam schrijftaal niet los van de formele taal, zegt Bennis van het Meertens Instituut. Dat is nu wel anders. Kijk maar naar twitterhaiku’s, gedichten in 160 tekens, korteverhalenwedstrijden en heel veel schrijfblogs.
Ja maar ja maar, al dat emotionele, directe, gepassioneerde, narcistische gebabbel. Dat is toch heel wat anders dan een beknopt, helder, logisch betoog? Jawel, zegt Lunsford, maar het ene hoeft het andere niet in de weg te zitten. De academische teksten van haar studenten gingen niet achteruit van schrijven op het web.
En spelling dan? Lunsford herhaalde laatst een onderzoek naar taalfouten onder studenten en vond niet meer fouten dan twintig jaar geleden. Fervent sms-gebruik hangt bovendien niet samen met slechter spellen op school, schreven Canadese onderzoekers in een recente studie. Bennis kan spelling al helemaal niks schelen. ,,Op internet wordt het medium van schrift eindelijk uit de klauwen van de schoolmeesters bevrijd. De samenleving laat spelling daar spontaan los. Ik vind dat heerlijk.”
Gaat u beter schrijven van internet? Toon het hieronder!




Abonneer je 
dinsdag 29 september 2009, 6:19 uur
Dus volgens Lunsford verbeterd schrijven op internet de schrijfvaardigheid, terwijl er niet meer fouten dan twintig jaar geleden gemaakt worden.
Ik ga ervan uit dat ‘niet meer fouten’ hier ook ‘niet minder fouten’ betekent, want wie graag zijn bewering wil ondersteunen, zal bij minder gevonden fouten dat toch ook (graag) zo melden.
Dus waarin zit dan de verbetering?
dinsdag 29 september 2009, 6:49 uur
Nou ja, bij mij verbeterT schrijven op internet de schrijfvaardigheid kennelijk niet…
dinsdag 29 september 2009, 8:48 uur
Er bestaan ‘onzinfilters’ voor de reacties bij bijvoorbeeld Youtube. Deze verwijderen onzinnige reacties die niets toevoegen zoals ‘loooooool’ ‘this the most funny vid i ever seen’ ‘stupid morons’ en zo voorts. Deze filteren niet op inhoud, maar puur op het aantal spelfouten en het gebruik van leestekens en hoofdletters. Het is gruwelijk om te zien hoe accuraat deze filters zijn. Mensen die bereid/vaardig zijn iets zinnigs te zeggen, zijn kennelijk bereid/vaardig dat in correcte taal te doen. Dat Bennis geniet van al die spellingsfoutvolle = nietszeggende reacties is zijn zaak, ikzelf zit niet zo te wachten op alle volstrekt nietszeggende rotzooi die over ons uitgebraakt wordt. Dan liever schoolmeesters.
dinsdag 29 september 2009, 9:50 uur
Als moeder van een dyslectische tweeling heb ik gemerkt dat ze gemakkelijker schrijven tijdens bijvoorbeeld msn. Het voordeel is dat de letters van je toetsenbord op dezelfde plaats blijven staan. Kinderen met dyslectie hebben vaak een fenomenaal visueel geheugen. Ze hoeven maar een keer iets te zien of te horen en weten hoe het zit. Dus een keer het toetsenbord zien en je weet waar de b, de d, de p, de q zitten en die ook nog eens in hoofdletter op het toetsenbord staan, waardoor het verschil beter te zien is dan in schrijfletter. Een drempel weggenomen. Het typen en daarna het lezen van de reacties helpen bij het steeds weer zien van dezelfde woorden.Op een zeker moment blijven die woorden hangen. Ook de tekstverwerkingsprogrammas met spellingscontrole helpen hierbij. Onze kinderen zullen altijd hulp bij taal nodig blijven hebben maar hun taal niveau is zeker sterk verbeterd door het schrijven op internet. Onze zoon studeert nu zelfs voor journalist! We zijn ongelofelijk trots op hem. Maar zeker ook op onze dochter, die via VMBO niveau 2, met veel wilstkracht werkt aan haar VMBO niveau vier opleiding tot werkplaatsmanager! Resumerend denk ik dat internet het taalgevoel van kinderen duidelijk kan helpen verbeteren. Wat niet weg neemt dat je als ouders je kinderen fatsoenlijk zult moeten leren praten, en er voor het onderwijs een schone taak ligt op het gebied van taaleducatie.
Want is taal naast een direct nodig medium ook niet het leukste en kleurrijste waarover we beschikken?
Groeten
Mw Wüts
dinsdag 29 september 2009, 9:52 uur
Het is mij een buitengewoon genoegen om als juridisch zeur te melden dat de eerste twee tot drie boeken van willem frederik hermans en kees van kooten niet heel geweldig waren en dat zij later beter zijn gaan schrijven. Buitengewoon ! Buitengewoon ! Buitengewoon ! En de beste van Maarten ‘t Hart vind ik de recente, lotte weeda, verlovingstijd en zijn dagboek. Dus wie weet is er hoop, dit in scherp contrast met de populistische platte pulp tv. Uitvaartpolis ?
dinsdag 29 september 2009, 9:57 uur
Zeg, luidt jouw naam klots of knots ?
dinsdag 29 september 2009, 16:45 uur
De schrijfvaardigheid verbetert zeker niet door veel te schrijven op Internet; het probleem zit hem in het feit dat er geen spellings-, stijl- of grammaticacorrectie meer plaatsvindt door een derde partij.
Op school kreeg je feedback (mooie Nederlandse term, bijdeweg) als je het wel of niet goed deed. Dat ontbreekt ten enen male in het huidige veelschrijfklimaat. Als je eenmaal op het ‘verkeerde pad’ bent, dan heb je zelf niet meer door of je het al dan niet goed of fout doet.
Internetlezers worden tegelijkertijd ook niet meer gewezen op het feit dat een stuk tekst fouten bevat; daardoor krijgt de lezer verkeerde spelling voor zijn neus alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is waardoor hij daar een bepaalde gewenning voor ontwikkelt. Het helpt ook niet dat in artikelen van zelfs de NRC spel- en taalfouten doorsijpelen, wat doet vermoeden dat juist de (blijkbaar zorgvuldige want zeer effectieve) controle die vroeger een eindredacteur deed, er bij een internetpublicatie nogal eens bij in blijkt te schieten.
Simpel voorbeeld: ‘t kofschip is nog altijd voor de meest voorkomende taalfouten een uitstekende richtlijn; het nieuwe groene boekje helpt daarentegen niet bij het leren en toepassen van spellingsregels doordat bij de nieuwe spelling een aantal basisregels zijn geschonden (met name dat de Nederlandse spelling in de basis een fonetische is) waardoor het gevoel voor spelling zoals dat in de jaren ’80 bij scholieren nog wel kon ontstaan, thans merendeels is verdwenen.
Kortom, terugkoppeling (nog mooier Nederlands, maar ja, soundbites uit het Engels zijn nu eenmaal korter) zou een essentieel onderdeel moeten zijn van álle publicaties; met de huidige eenvoudige en goedkope (want zo goed als gratis) publicatiemogelijkheden zou de vraag naar terugkoppeling eigenlijk standaard moeten worden gedaan door de schrijver zelf. Het is echter te makkelijk geworden om gewoon maar wat te schrijven, of het nu een mening of een belevenis is, zonder dat je ooit nog (opbouwend) commentaar krijgt (behoudens af en toe wat zeldzame zelfcorrectie zoals puntje 2 hierboven) op je bijdrage aan de verzameling van zelfexpressies in deze wereld. Op die manier is er in plaats van convergentie door middel van feedback, sprake van divergentie in het taalgebruik. Ik vermoed sterk dat dit dan ook niet bevorderlijk is voor het behoud van een krachtig communicatiemiddel zoals geschreven taal is.
De geschreven variant van de taal is namelijk de bindende factor tussen verschillende delen van een taalgebied; mensen die elkaar normaliter in de praktijk nauwelijks verstaan, horen in voldoende mate schriftelijk te kunnen communiceren door hun gezamenlijke achtergrond van een voldoende basale taalopleiding.
Als de hierboven aangehaalde professor Lunsford dit ontkent door te stellen dat je er maar op los moet schrijven, dan moet zij zich ernstig realiseren dat er talen zijn die een veel betere fonetische samenhang kennen dan het Engels (ik verwijs hier maar even naar het gedicht ‘The Chaos’) die veel meer te lijden hebben van divergentie dan het Engels zelf.
Bovendien stelt zij dat het werk van haar studenten niet lijdt onder twitteren en bloggen; dat is nogal wiedes, zou mijn oude docent algebra gezegd hebben; haar studenten zijn van een veel hoger snap- en onthoudniveau dan de gemiddelde internetgebruiker. Haar studenten kunnen onderscheid maken tussen SMS-, twitter- en essaystijl, tussen SMS-, twitter- en essayspelling.
De gemiddelde internetter kan dat echter niet. Voor hem is dat hetzelfde.
woensdag 30 september 2009, 10:35 uur
koeoeoeoeoeoeoeoeol
woensdag 30 september 2009, 12:28 uur
Zolang we het onderscheid blijven maken wat deze hoogleraar kennelijk maakt, tussen schrijfvaardigheid (retorica, zinsbouw, inhoud) en de vaardigheid om te spellen, klinkt het zeer aannemelijk. Zo ben ik door het internet bondiger gaan schrijven en duidelijker gaan formuleren.
Daarnaast leert men veel van het doen.
En feedback krijg je vaak vanzelf: onduidelijke formuleringen leiden bijvoorbeeld tot reacties die je niet verwacht.
Ik zie alleen steeds vaker dat mensen niet goed lezen en uitsluitend op een kop of eerste alinea van een artikel of post reageren. Dit onzorgvuldige leesgedrag komt de kwaliteit van hun reacties niet ten goede.
zondag 4 oktober 2009, 20:26 uur
Ik geloof dat jullie je teveel richten op het gedeelte van het onderzoek dat over spelling gaat. Het ‘beter schrijven’ gaat vooral om het punt dat jongeren door het schrijven op blogs en sites als Twitter leren voor een publiek te schrijven, in plaats van dat zij enkel en alleen een opdracht voor hun docent schrijven. Ik heb over het onderzoek een tijdje terug ook een bericht geschreven op een blog over Nieuwe Media. Lees dit vooral!
http://metareporter.nl/2009/09/14/twitter-revolutie-of-devolutie/