De ideale leraar lacht al vóór Kerst
Een weinig bemoedigende boodschap voor beginnende leraren, vandaag in NRC Handelsblad. Wie in een nieuwe klas een slechte start maakt, kan dat nauwelijks rechttrekken. De relatie tussen leerlingen en docent wordt in de eerste lessen bepaald, ontdekte de Utrechtse promovendus Tim Mainhard.
Daarna blijft de band – goed of slecht – stabiel. Dat is meteen ook positief nieuws. Want wie vanaf het begin goed met zijn klas kan omgaan, hoeft zich om de relatie met de groep geen zorgen meer te maken. Een keer uit je slof schieten is dan niet zo erg.
De conclusies van Tim Mainhard gaan in tegen de geldende maatstaven in onderwijsland. Veel mensen gaan er volgens de onderwijskundige van uit dat na een maand of drie pas duidelijk wordt hoe de verhouding tussen de leraar en zijn leerlingen is. Lerarenopleidingen stellen doelen voor studenten als: ‘over zes weken moet het beter gaan in je stageklas’. ,,Daar moet je voorzichtig mee zijn,” vindt Mainhard.
Het adagium don’t smile before Christmas – wees streng tot eind december en laat de teugels daarna pas vieren – geldt ook niet meer. Een goede relatie met je klas opbouwen doe je volgens de onderzoeker vanaf het begin. Leraren moeten zorgen dat ze dicht bij hun leerlingen staan en tegelijkertijd controle over hen houden. Dan presteren scholieren het best.
De ideale juf of meester houdt daarom rekening met wat er in het kroost voor zijn of haar neus omgaat, doceert de Utrechtse promovendus. En: ,,Laat zien dat je doorhebt wat er gebeurt.” Opzichtig straffen raadt Mainhard juist af. „Loop naar de leerling toe. Dan laat je merken dat je hem in de gaten hebt, maar je houdt het subtiel. Als je streng of ontevreden gaat doen, kan dat tot een agressieve sfeer leiden.”




Abonneer je 
vrijdag 25 september 2009, 16:12 uur
Is het werkelijk waar dat er iemand kan promoveren op deze platitude? Elke leraar weet dat je de eerste lessen even flink moet uitpakken. De knuppel erover. Dan heb je later geen grote gezagsproblemen. Dat een academicus dat anno 2009 nog eens kan uitvinden, toont alleen aan dat de academische wereld compleet is losgezongen van de onderwijspraktijk.
Het probleem met de orde is niet de noodzakelijke assertiviteit in het begin. Die valt te leren. Het echte probleem is de opvoeding vanaf de kleutertijd, gecombineerd met een alles tolererend beleid van toelating en daarnaast een wettelijk verbod om leerlingen uit de school te zetten. Iedereen kan zijn gang maar gaan zoals dat in zijn wilde kop op komt. Of dacht Tim Mainhard dat iemand 25 lessen per week groepen van 30 kinderen die opvoeding kan geven die de ouders aan hun laars hebben gelapt?
vrijdag 25 september 2009, 17:05 uur
@meneer Vogels:
Nou nou, wat een taal: “Elke leraar weet dat je de eerste lessen even flink moet uitpakken. De knuppel erover. Dan heb je later geen grote gezagsproblemen.” Ik ben blij dat ik niet in uw klas heb gezeten!
Het blijkt dus uit onderzoek van meneer Mainhard dat bovenstaande niet zo duidelijk is al u het stelt. En dat er wel eens andere factoren in het spel kunnen zijn bij het goed functioneren van een leraar ten opzichte van de groep leerlingen. Meer onbewuste processen die hij naar boven probeert te halen.
Wat is dat toch met de docenten van tegenwoordig dat zodra het om onderzoek gaat, ze gelijk in een weerstandsgroef schieten! Doe er je voordeel mee zou ik zeggen…
vrijdag 25 september 2009, 23:02 uur
#2 Rob
Ik probeer slechts in mijn taalgebruik uit te drukken met welke instelling je de eerste paar lessen moet ingaan. Of het politiek correct klinkt of niet, als je te zachtaardig bent in de eerste dagen, kun je later in het jaar een hoop problemen krijgen. Een klas die jou later nog eens gaat uitproberen, kost je zeer veel energie. Elke docent weet dat en onderzoek op dit punt is nogal onnozel.
Menig docent raakt geirriteerd door de aanbevelingen uit de politiek correcte en academisch verantwoorde hoek. Er bestaat veel wereldvreemd gebazel. Durft op een universiteit iemand de harde boodschap uit te spreken dat een goed niveau van onderwijs niet mogelijk is zonder selectie op gedrag. Een docent kan niet alles. De ouders hebben ook hun taak. En wanneer de opvoeding in het gezin erbij in is geschoten, zou de school daar de consequentie van wegsturen aan moeten verbinden. Het alternatief is een gesaboteerde en onmogelijke lespraktijk.
Durft de universiteit deze kwestie niet aan, laat ze dan ophouden met politiek correcte doch didactisch irrelevante adviezen. Belastinggeld kan beter worden besteed.
zaterdag 26 september 2009, 13:48 uur
Hm – lijkt me niet zo gek..Het wordt behoorlijk irritant, al dat lachwekkende onderzoek naar zaken die nauwelijks onderzocht kunnen worden, vooral als ervaren leraren met de uitslag worden lastig gevallen door starters die niet onder ogen willen zien dat er echt wel wat mis is met de opvoeding van onze kinderen. Er is geen land waar de mensen – en dus ook de kinderen – zo’n grote waffel hebben als hier, en waar degeen die voor de klas staat de boodschap krijgt dat het zijn schuld is als hij het gespuis niet binnen de deuren van de klas weet te houden.
zaterdag 26 september 2009, 14:59 uur
Het is fijn wanneer wetenschap persoonlijke ervaring bevestigt. Ik heb 32 jaren ervaring als lesgever, sinds enige jaren coach ik daarnaast beginnende leraren.
Leerlingen hebben een leraar nodig die zichzelf kan blijven in zijn leidersrol. In staat zijn tot humor in een lastige situqtie is daarvan een signaal dat zeer gewaardeerd wordt. Vakmanschap is een volgende eis: de les moet duidelijk gestructureerd zijn met heldere opdrachten op het niveau van de leerling, want de leerling wil weten wat hij moet doen om aan de verwachtingen te voldoen. Die verwachtingen moeten dan ook precies en duidelijk worden uitgesproken. Bovenal wil de leerling zich welkom weten in het lokaal.
Wie aan die drie eisen kan voldoen, voorkomt ordeproblemen.
Het is uitermate moeilijk voor een beginnende leraar om daarin te slagen. Lesgeven betekent gelijktijdig waarnemen van gedrag, lesstof ordenen, praten en denken, media hanteren, reageren op de leerlingen, emoties reguleren. Het werkgeheugen wordt uiterst snel overbelast wanneer energie niet wordt gedoseerd. Weten waaraan je aandacht moet schenken en wat je moet negeren is heel moeilijk bij gebrek aan ervaring. Wanneer als gevolg daarvan ordeproblemen moeten worden opgelost, ontstaat een negatieve spiraal. De leerling die herrie schopt kun je moeilijk vreugdevol welkom heten in je lokaal. De gespannenheid die het gevolg is van ordeproblemen leidt tot krampachtigheid in gedrag dat door leerlingen feilloos wordt herkend. Enzovoort.
Het is uiterst moeilijk om die negatieve spiraal te doorbreken.
zaterdag 26 september 2009, 16:16 uur
#5 Joep de Graaff
Dit is klassiek! Subtiel wordt het zo gespeeld dat de docent een vakman moet zijn. Problemen in de klas vloeien altijd voort uit een tekort aan vakmanschap van de docent. Waar hebben we die redenering meer gezien?
Ouders, levert U maar een schreeuwend kind af dat bovendien een grote klep heeft als het zijn zin niet meteen kan krijgen. Directies, streeft U maar naar maximale aantallen. Niet te kritisch zijn op gedrag, want dat kost marktaandeel!
En de docenten? Die praten we wel aan dat ze professioneler moeten worden. Zolang je tenminste de onnozele halzen kunt vangen die daar nog in trappen.
Ach. Als zulke sukkels niet meer te vinden zullen zijn, houdt dit spelletje vanzelf wel op.
zaterdag 26 september 2009, 18:05 uur
Jaren geleden hielp ik een promovenda met haar proefschrift. Het was niet de bedoeling dat ik mij inhoudelijk met het geschrift bemoeide, alleen het screnen van het Nederlands was voldoende. De verhandeling ging over het bevorderen van transfer op een afdeling van een bekende bank in Nederland.
Op basis van “citaten” en fraai statistisch werk werden haar conclusies getrokken. Met haar resultaten kon zij de opleidingsvoorwaarden en wensen/eisen in het volwassenenonderwijs in kaart brengen.
Chapeau! Had mijn vriendin ooit voor een “echte” klas gestaan? Ooit geworsteld met het bijna “onmogelijke”: in 21 weken de leerlingen brengen op een hoger plan van competentie(s)? Met piekbelasting die ervoor zorgt dat een parttimer volgepropt wordt met klassen die vaak veel te groot zijn (30 man voor tweede moderne taal)? Met een administratieve berg van een waterdichte absentieregistratie, het bijhouden van individuele dossiers, gesprekken met ouders tot het verzorgen van de PvB’s, die natuurlijk via een log instituut als het examenbureau moeten verlopen? Met de stress die het uitvallen van smartboards of het hele computersysteem veroorzaakt? Met een onderwijsfilosofie die om de twee jaar verandert en waarop wij ons adequaat moeten
voorbereiden? Heeft zij ooit gewerkt met jongeren die een “bewuste” keuze gemaakt hebben voor de opleiding? Jongeren waarvan de ouders soms geen boodschap meer hebben aan kinderen en v.v.?
Al het bovengenoemde neem ik “graag” voor lief. Tim Mainhardt zou het in deze wereld moeilijk krijgen; de beuk erin werkt niet maar zoete broodjes bakken ook niet. Hij zou zich dan kunnen vastklampen aan zijn onderzoek…
Zonder onderzoek gedaan te hebben, blijkt uit mijn ervaring dat veel leerlingen “voorgeleefd” moeten worden. Wanneer je eisen stelt, dan moet de docent zichzelf ook langs de meetlat leggen. Veel collegae spreken een taal die “zij” niet verstaan. Het “simpel & stom” te houden is geen oplossing maar vraagt eerder om een goed oor, een goede (les)voorbereiding.
Het werk in het onderwijs vergelijk ik wel eens met een Olympische prestatie, want je moet altijd in bloedvorm zijn en op het juiste moment scoren. De promovendus focust zich op “straf” in plaats van het zich kritisch onder de loep te nemen: ben ik in vorm, is mijn voorbereiding goed, heb ik mij voorbereid voor het geval dat alle “hulpmiddelen” uitvallen, ben ik eerlijk?
In een blokuur van 90 minuten heb ik ongeveer ietsje meer dan 1 minuut voor individuele aandacht voor een groep. Jammer, want voor mijn leerlingen kom ik mijn bed uit!!
zaterdag 26 september 2009, 18:50 uur
De bekende vraag : ben je tevreden met de school van je kinderen?
Antwoord: Dit jaar gelukkig wel, vorig jaar was de onderwijzer een ramp
zaterdag 26 september 2009, 19:44 uur
De opvatting van de heer Vogels, dat de knuppel erover moet in de eerste lessen , is veelzeggend en onthutsend. Ik hoop voor de leerlingen niet dat hij voor de klas staat. Zo ja, hij zal wel orde hebben maar dan dat van een kerkhof.
zaterdag 26 september 2009, 21:19 uur
Onder andere 14 jaar ervaring op vmbo
Per jaar verloedering in zowat alle opzichten en onderwerpen geconstateerd en het houd niet op.
De sterke neergang van het onderwijs van met name de lagere niveau’s heeft alles te maken met het gegeven dat de leraren amper meer aan lesgeven toekomen,omdat ze in eerste instantie agentje spelen over de huidige discussie zieke leerling met een mond en toon waar je van achterover stuiterd….schijnt allemaal te moeten kunnen.
Ouders staan vaak ook in de blind achter het kind en vaak ook een laag IQ.
Wie kinderen eruit stuurt krijgt de leiding op zijn nek, deze zijn vaak niet solidair met de leraren.
(veel leiding bestaat trouwens uit ex docenten die zo mooi konden ontsnappen)
Sterker nog dan wordt men getrakteerd op een functioneringsgesprek.
Ik weet van ervaren docenten die een paar maand ziek zijn en dan terugkomen en helemaal de orde kwijt zijn.
Hoe kan een nieuweling snel zijn draai vinden, vaak alleen en heel moeilijk en een begeleider is vaak ook geen oplossing…komt vaak niet verder dan tips.
Veel beginners stoppen binnen een paar jaar.
Er moeten weer straffen worden ingevoerd en dan bedoel ik echte en de mogelijkheid om leerlingen echt te verwijderen hetgeen vandaag de dag nagenoeg onmogelijk is al is het dossier nog zo dik en dit weten de leerlingen.
Zet een kind wat echt niet wil gewoon aan het werk
De “minste” baantjes moeten tenslotte ook vervuld worden in de samenleving.
Waarom moet ieder maar verder leren als er weinig of niets mee wordt gedaan men leert het hoofdzakelijk nog steeds in de praktijk.
Misschien moest ik mij maar aansluiten bij opmerkingen van docenten die gingen van …ach waar maak je je druk om als ze wat leren is dit meegenomen.
zaterdag 26 september 2009, 21:30 uur
De beste raad die ik als beginnend leraar aardrijkskunde kreeg, was die van juffrouw Prins, mijn lerares Frans op de Gemeentelijke HBS in Delft rond 1965. ‘men moet de jeugd lachend onderwijzen’ , een uitspraak van Molière
zondag 27 september 2009, 10:11 uur
Ik ben blij dat de ongenuanceerde reacties van Vogels een beetje worden bijgesteld door bovenstaande reactie van Joep.
De strekking blijft echter wel gelijk: niemand kan deze stof onderzoeken, en daaraan werkelijke belangwekkende academische conclusies aan verbinden.
Een goede leraar wordt een mens sowieso niet zonder ervaring en goede coaching.
zondag 27 september 2009, 11:31 uur
Onderwijskunde
Promoveren kan een uitdaging zijn. Met waardering zie ik jongeren op de weg die ik zelf ooit bewandelde (Eindhoven, 1984). Eén fout moet je daarbij echter niet maken: aan een onderzoek te beginnen zonder eerst een echt vak te hebben gekozen. Het werk zal immers inhoud moeten hebben en voor derden interessant moeten zijn. Anders kun je het beter laten. Onderwijskunde heeft geen professionele status.
De onderwijskunde heeft de wereld veroverd. Met compassie heb ik ze naar hun avondcolleges zien gaan, de volwassen mannen, met veelal een drukke baan, die vrouw en kinderen achter lieten om in een ver oord te worden onderricht in de theorieën van Maslov of een taxonomie van doelstellingen van Bloom. Wat draagt die praktijk bij aan een beter onderwijs? Gelooft er iemand dat het onderwijskundig gezeik betere docenten oplevert? Oké, een paar dingen moet een docent gewoon weten, maar die zou je op enkele velletjes A4 kwijt kunnen.
Waarom dan toch deze scholing? Als in de particuliere sector iemand een product te verkopen heeft waar geen belangstelling voor bestaat of dat geen aanwijsbaar nut heeft, is het saneren geblazen. Wat gebeurt er indien de universiteit een nutteloos product in de aanbieding heeft? Dan wordt er in den Haag geld gezocht voor personeelsplaatsen en weet men een verplichting te regelen om in het vak tentamen te doen. De hoogleraar zal slimmer zijn dan zijn kruidenier, reken maar. Verplichte winkelnering, daar hadden die zakenlui nog niet aan gedacht! Wel, wel, in mijn studententijd werd er al gelachen om onderwijskunde als vak. Dat deed je in twee dagen en het meeste kon je het beste meteen vergeten. Wat nuttig was, kon uiterst beknopt worden samengevat. Die hele onderwijskunde is een megagebouw op een fundament van leem. Een bescheiden regenbuitje kan al te veel zijn. Dan stort het in.
Ik heb de mensen die hun best deden voor een bevoegdheid met compassie bekeken. Toch boezemt het vak ook ontzag in. Zo kun je het volgende leren: “Het formuleren van open doelstellingen past volledig in het kader van een vernieuwde visie op het onderwijs, die erin bestaat mogelijkheid open te laten voor gedifferentieerde doelstellingen, die vooral betrekking hebben op het leren en inoefenen van allerlei denkprocessen, ingesteldheden en affectieve processen.” Gelukkig wordt er in docentenkamers veel gelachen.
Wat moeten we er nu van vinden? Is het droevig? Of prikkelt het de lachspieren? De grens tussen het tragische en het komische is vaak flinterdun. Als de situatie maar treurig genoeg wordt, schiet men plotseling in de lach. Een eigentijdse Molière zou er een prachtige komedie over kunnen schrijven: DE ONDERWIJSKUNDIGE. Wie neemt die uitdaging aan? Het kan stof zijn voor een wereldhit.
Wat krijg je als onderwijskundigen zich met de school gaan bemoeien? De trotse blik van de adelaar zal ontroerd neerzien op zijn telg, een mug. De leeuw, met zijn machtige klauw, zal het leven schenken aan een lieveheersbeestje.
zondag 27 september 2009, 15:32 uur
Meneer Vogels,ik heb meelij met u en vooral met uw
uw leerlingen. U treedt uw leerlingen tegemoet als u
uw natuurlijke vijanden, tegenstanders die u vanaf de eerste dag wilt laten weten, dat u DE BAAS bent. Ja, in de eerste lessen de knuppel er over, zegt u.
Zou een functie bij de krijgsmacht u niet beter liggen?
En dan het probleem van die ouders die zo weinig opvoeden. Zeker, maar dat is voor iedere leerkracht een gegeven, waarmee hij/zij dan zal moeten Misschien wel “aan” werken. Met die knuppel?
In mijn 30 jaar leraarschap is mij gebleken dat leerlingen vrijwel in de eerste les feilloos door hebben, wie/hoe de leraar is. Die indruk wordt bepalend voor hun gedrag. Meneer Vogels, verwissel in die eerste les uw houding met die knuppel eens met leerlingen zich thuis te laten voelen in uw lokaal. Leerlingen zijn meer gesteld op gemoedelijkheid, geborgenheid in een gezellige sfeer waarin ze zich thuis voelen dan op een verplicht lesuur samenzijn met een verkrampte bullebak.
De zin in het commentaar van Joep de Graaff dat de leerling zich welkom wil voelen in je lokaal is de spijker op de kop.
Tenslotte: zou voor Paardestaart (ook werkzaam in het onderwijs? nee toch!!) die leerlingen kwalificeert als “gespuis” een werkkring in het gevangeniswezen “niet zo gek zijn”??
zondag 27 september 2009, 23:49 uur
Afschaffen leerplicht.
De maatschappij is niet geinteresseerd in goed onderwijs. Docenten zijn al sinds jaar en dag de lulhannessen van de samenleving. Wil je levenslang in een tweedehands auto rijden? Word je gelukkig in een mindere buurt? Word leraar!!!
Daar waar ouders hun opvoed taken laten liggen mag de docent het afmaken. Leerlingen hebben een grote mond, doen geen moer, maken hun huiswerk slecht, en kunnen geen orde houden. In het begin van mijn loopbaan kwam een klas door de deur naar binnen en verliet het lokaal via het raam. Niet een leerling. Allemaal. Daar deed ik helemaal niks tegen. Ik kon geen orde houden. Ik zie nu 20 jaar later dezelfde ellende gebeuren bij beginnende docenten. De boel wordt afgebroken, de docent kan door het lawaai in de klas geen les geven, stuurt er vele kinderen uit en er wordt geen moer geleerd. Op ouder avonden klagen ouders over de docenten die geen orde kunnen houden “wat de school daar aan gaat doen?”. Hoe halen ze het in hun botte hoofden. De vraag moet zijn: wat gaan de ouders er aan doen, wat gaan de leerlingen er aan doen? Draai de boel eens om. Een ieder van ons kent beelden uit schooltjes in Afrika. 50, 60, 70 kinders opeen gestapeld in kleine klas lokaaltjes. Stil en luisterend naar wat de leraar te vertellen heeft. Ze willen onderwijs, ze krijgen onderwijs. Kinderen zijn soms uren onderweg om op scholen te komen, vaak te voet. Ze willen, vaak tegen beter weten in misschien, verder komen in de maatschappij. Ze zijn zich ter dege bewust dat daar een inspanning voor geleverd dient te worden en dat het niet meer dan handig en effectief is daar bij volledige stilte in de les te betrachten. Volgens mij gaat het in China en India op dezelfde wijze.
Ik kan zeer goed orde houden en heb een dijk van een stem. Als ik mijn stem verhef zijn er bruggertjes die hun vingers in de oren stoppen, zo luid kan ik spreken. Ik word niet aangesproken met mijn voornaam, draag mooie kleding en ben een gerespecteerd docent. Ook kun je vreselijk met mij lachen. Allemaal prettige eigenschappen voor een docent. Echter: in een stille les, moet ik toch een keer of 20 om stilte verzoeken. Als je jezelf opstelt als een medogenloze tiran kan het muisstil zijn, maar dat moet je maar willen. Ik ervaar dit als onmenselijk! In welk beroep moet er om stilte worden verzocht? Als ik de leerlingen vraag hoe het bij andere docenten is, wordt er steevast gezegd: “bij u is het erg rustig vergeleken bij die en die”. Verleden jaar werden er in een half jaar tijd meer dan 600 kinderen verwijderd uit de les. En ik werk op een keurig wit schooltje. Op een school van 900 kinderen. Ik zal dan wel een ouwe lul zijn (bouwjaar 1959), in mijn tijd, ik zat op de Bonaventura Kijckenborg College te Leiden), haalde je het niet in je domme harsens om eruit gestuurd te worden, temeer, omdat je thuis ook nog eens een dubbel portie strafwerk erbij kreeg van je vader. Waarom zult u zeggen? Omdat een vader dat in die tijd een enorm schandaal vond als zoon of dochter uit de klas werd verwijderd. Wat krijgen kinderen heden ten dage aan de eettafel te horen? Leraren zijn losers? Putje van de samenleving? Ik vraag jaarlijks aan VWO klassen “ wie van jullie wordt later leraar?” Het antwoord is steevast een lachsalvo. Een leerling zei ooit “ dat mag ik niet van mijn ouders”. Een nieuw taboe. Vroeger kon je niet thuis komen met de mededeling “ pappa, mamma ik moet u wat zeggen, ik ben homo!” nu kan je niet thuis komen en zeggen “ pappa, mamma ik wil leraar worden” en terecht. Leraar zijn is een verschrikkelijk zwaar beroep. Een ongelofelijk zwaar beroep. Wie van de lezers, niet werkzaam in het onderwijs heeft ooit om stilte moeten vragen op zijn werk? “dan moet je je lessen maar interessanter maken! Mijn lessen zijn interessant en vaak is het puur cabaret, 5 uur op een dag!
Ik stel voor dat de leerplicht af wordt geschaft. Je gaat naar school als je wilt leren, en als je niet wilt leren ga je iets nuttigs doen voor de samenleving. Ouders sluiten een lening bij de school van 15 000 euro. Dat geld zijn ze kwijt als een leerling wordt verwijderd. Er is een waarschuwing, meer niet. Doorloop je je schoolbaan zonder problemen, dan ontvang je aan het eind van de rit je geld weer terug. Je hoeft niet naar school, zoek het lekker uit. Dit geeft de ouders een enorme verantwoordelijkheid en betrokkenheid die ze door geven aan de kinderen. Scholen worden alleen bevolkt door welwillende leerlingen, net als in Afrika. Scholen worden een oase van rust met een ideale werksfeer. Kinderen snakken naar stille klassen. In alle enquetes die ik tot nu toe heb gehouden blijkt dat leerlingen het het meest belangrijk vinden dat er niet wordt gepest EN dat het stil is in de klas. Alleen vergeten die leerlingen heel vaak dat ze zelf de verantwoordelijkheid hebben over hun eigen mond en hun eigen gedrag. En vanaf de afschaffing van de leerplicht zal dat heel duidelijk zijn. Je krijgt maar een waarschuwing en je voelt de consequenties knetterhard in je portemonnee. Ik ben er klaar mee met de verhalen van leerlingen die zeggen dat een collega geen orde kan houden. Orde houden doe je zelf. Daar heb je geen leraar voor nodig. De grootste nerd, de grootste sukkel op geitenwollen sokken en sandalen kan orde houden, als die kinderen maar zwijgen, zo makkelijk is het. Na het afschaffen van de leerplicht worden de klassen vanzelf kleiner. Dus de elite die overblijft kan meer aandacht krijgen. Verder kunnen we meteen het ministerie van onderwijs opheffen. Geen idee waarom dat er uberhaupt is. In de grens gebieden gaan veel Nederlanders naar Belgie op school, er is geen Belg die het in zijn hoofd haalt naar Nederland op school te gaan. Beleidsstukken kunnen vanuit Belgie naar Nederland gemaild worden. We zouden de kosten kunnen delen. Dat scheelt beide partijen heel veel geld. En met dat geld zouden de voor hossers eens heel flink gecompenseerd kunnen worden. De leerlingen die niet naar school willen zoeken het lekker uit. Je zou ze kunnen verplichten de openbare ruimte schoon te houden, boodschappen te doen voor bejaarden. Fiets taxi’s te laten rijden met als clienten de brave leerling. Ik denk dat momenteel zo n 80 % van de aandacht op scholen gaat naar slecht presterende leerlingen of leerlingen die er gedragsmatig een bende van maken. Dat is heel vervelend als u zich realiseert dat de middenmoter of de goede leerling worden overgeslagen in klassen besprekingen, bij rapport vergaderingen etc. Het gaat altijd over de paar die niet willen. Daar zouden veel meer ouders zich heel erg kwaad over kunnen en moeten maken. Ik wil geen aandacht meer besteden aan de rotte appels. Die hoeven niet naar school. Blijf lekker thuis. Geef de verantwoordelijkheid 100% terug aan de ouders. Op school kom je vrijwillig en om er iets te leren.
Waarvan akte.
zondag 27 september 2009, 23:59 uur
helemaal met Obbeek eens!!!!!! opvoeden die ouders. je houd je mond in de klas. je respecteert de verpleger, oom agent en de leraar. ga lekker lawaai maken na school bij de bank of bij de makelaar. en anders heb je helemaal niks te zoeken in een klaslokaal!!!
maandag 28 september 2009, 19:32 uur
1) Waarom Jan Obbeek de plank volkomen misslaat.
2) Waarom 30 jaar geleden 30 jaar geleden is.
1) De grootste probleemgroepen in onze samenleving worden allemaal gekenmerkt door een gebrek aan onderwijs, want deze hebben weinig toekomstperspectief. Als ik het betoog van Jan Obbeek goed begrijp wil hij deze groep alleen maar groter maken om op die manier de samenleving juist te verbeteren. Klopt dat?
Het verplicht afsluiten van een gigantische potentiële schuld is een enorm risico voor het arme deel van bevolking die dit dus niet snel zal/kan doen. Eens arm is dus voor altijd van onderwijs verstoten. Armoede wordt dus een put waar men niet meer op eigen handen uit kan komen.
In het betoog wordt Afrika aangehaald. In Afrika is hoger onderwijs duur en worden de kinderen wiens ouders dat kunnen betalen naar school gebracht door personen zonder opleiding. Dus misschien is daar, in Jan zijn utopia, voor #15 wel mooie mogelijkheid om een fietstaxibedrijf te beginnen. Want begrijp me niet verkeerd ik ben een groot voorstander van fietstaxi’s.
2) Ik lees veel over hoe 30 jaar gelden of nog vroeger alles beter was. 30 jaar geleden was 30 jaar geleden!
Van vroeger kun je veel leren, je moet er echter niet naar leven.
De wereld is in de afgelopen 30 jaar veel sneller gaan draaien. Ten opzichte van toen vliegt de tijd. Internet en globalisering hebben ons leven veranderd. Alles gaat sneller, niet alleen reizen of een het versturen van een boodschap. Ook wordt de jeugd sneller volwassen, kijk bijvoorbeeld naar relaties en seksuele ontwikkeling, ook trends en generaties volgen zich steeds sneller. In die zin is de conclusie uit het in het NRC aangehaalde onderzoek ook logisch. De tijd die een leraar heeft om in de smaak te vallen wordt korter.
Naast de versnelling in tijd is ook de mens en dus ook het kind veel individueler geworden, eigenbelang gaat nog meer voor groepsbelang. Dit is iets wat leraren helaas ook aan den lijve ondervinden.
Met in het achterhoofd de gigantische veranderingen die plaatsvinden vind ik de opmerking van Marian Matthijs in #7 heel mooi. Namelijk dat een docent ook zichzelf langs de meetlat moet leggen.
Voordat we beginnen over veranderingen, laten we alsjeblieft ook onze verwachtingen van en over het onderwijs bijstellen. Verwachtingen met betrekking tot ouders, kinderen, leraren en bijvoorbeeld zoiets als ICT maar ook opvoeding. Want aan de hand van je verwachtingen zoek je een oplossing.
In het onderwijs is de laatste tijd veel veranderd en sommige verwachtingen helaas niet. Bijvoorbeeld de verwachting die een leerling van een leraar heeft is erg veranderd, wat verwacht de leraar van de leerling? Verwachting van een vervolgopleiding is erg veranderd, hoe is de verwachting over een vervolgopleiding? Zo kunnen we natuurlijk nog lang doorgaan.
Alle neuzen moeten weer dezelfde kant op en dit is natuurlijk veel makkelijker gezegd dan gedaan.
maandag 28 september 2009, 19:39 uur
Ja inderdaad ongelooflijk dat je op zulk soort subjectieve opvattingen kunt promoveren. Met even groot gemak wordt er volgend jaar weer iets heel anders geroepen; zijn ze tot weer nieuwe inzichten gekomen. Wanneer ben je trouwens goed en wanneer slecht in onderwijskunde?
Is het moeilijk onder de knie te krijgen? Welke vooropleiding moet je hebben om het vak te kunnen volgen?
Er zullen zeker ook zgn. professoren zijn die het vak doceren en promotoren. Die kunnen altijd nog acteur worden want een gewichtige schijn ophouden moet je zeker in je mars hebben. Maar wat ze dan verder kunnen?
Gepromoveerden in niet echt meetbare vakken hebben iets meelijwekkends omdat ze zelf niet in de gaten hebben dat het promoveren is afgeken van wel meetbare vakken. Als ik iemand de titel Dr. zie voeren wil ik altijd eerst weten waarop en waarin hij of zij gepromoveerd is. In gaandeweg steeds meer gevallen moet ik mijn gezicht in de plooi zien te houden. Kan aan mij liggen maar ik kreeg dan ook nog onderwijs in de jaren vijftig en zestig.
maandag 28 september 2009, 22:52 uur
#18 Jac Geominy
Zelf gepromoveerd in een technisch vak, heb ik helemaal geen moeite met promoties in alfa- of gammavakken, ook al zijn die methodologisch vaak minder zeker. Ik weet dat er in de exacte hoek mensen zijn die neerkijken op alles wat kwalitatief is en niet meetbaar. Zo stel ik mij niet op.
Wat ik zeer stuitend vind is nihilisme, het verspijkeren van een groot bedrag aan belastinggeld zonder ook maar de intentie te hebben iets te produceren dat voor anderen nuttig of interessant is. In het onderzoek heb je terecht een grote vrijheid. Al te strakke (ambtelijke) plannenmakerij kan de vruchtbaarheid van het werk sterk belemmeren. Des te ergerlijker zijn dan ook die onderzoekers die alleen maar een hoop geld verteren en de intentie tot wetenschappelijke of toepassingsgerichte relevantie in het geheel niet hebben. Van zulken zitten er in de onderwijskunde maar al te veel.
woensdag 30 september 2009, 16:49 uur
@paardestaart: weet u wat irritant is: figuren die het leuk vinden om een groep professionals weg te zetten als nietsnutten. Dat doen de onderwijskundigen die ik ken in ieder geval niet. Ik laat het oordeel over uw pedagogische inzichten graag over aan anderen.
@vogels: zo zo, u heeft daar onderzoek naar gedaan, of er zo veel nutteloos onderzoek is verricht in de onderwijskunde? Dat zou dan toch de kranten gehaald hebben! Met dergelijk onderzoek kunt u zo een betrekking krijgen als professor algemene onderwijskunde.
Uw pedagogische ‘inzichten’ zijn op z’n minst opvallend, en doen mij denken aan lang vervlogen tijden.
@geominy: misschien moet u toch eens uw kennis over het begrip “promoveren” updaten, want de afkorting PhD doet toch vermoeden dat de bron minder gelegen is in de door u als meetbaar omschreven vakgebieden en meer gelegen is in de filosofie (of is dat ook zo’n meetbaar vak?). Uw omschrijving van het vak onderwijskunde doet vermoeden dat het u niet is gelukt deze studie met succes af te ronden.
donderdag 1 oktober 2009, 21:25 uur
Vriendelijk verzoek aan de auteurs van de ongenuanceerde reacties hier om het proefschrift eens daadwerkelijk te lezen.
Marian Matthijs schreef:
“Op basis van “citaten” en fraai statistisch werk werden haar conclusies getrokken. Met haar resultaten kon zij de opleidingsvoorwaarden en wensen/eisen in het volwassenenonderwijs in kaart brengen. Chapeau! Had mijn vriendin ooit voor een “echte” klas gestaan?”
Het verwijt dat onderwijskundigen eens voor de klas moeten gaan staan, is al zo oud als de weg naar Rome. Echter, het is niet een verwijt dat echt ergens op gebaseerd is. Docenten zijn docenten, en geen onderzoekers, net als onderzoekers onderzoekers zijn, en geen docenten. Het is absoluut niet noodzakelijk om als onderwijskundige docentervaring te hebben – sterker nog, ik vermoed dat dat zelfs de onderzoeksresultaten kan beïnvloeden en dus subjectief kan maken.
Onderwijs is, net als alle sociale wetenschappen, een gecompliceerd vakgebied. Omdat het over mensen gaat. Mensen reageren in bijna alle situaties anders en er zijn allerlei complicerende omgevingsfactoren. Dus moet er heel veel onderzoek gedaan worden, en komen er soms tegenstrijdige resultaten uit. Maar het blijft absoluut noodzakelijk om onderzoek te blijven doen. Het blijft nodig voor docenten om zicht te vernieuwen, en daarom is het aan de onderwijskundigen om het voer voor deze vernieuwing te leveren. Het is aan de docenten om er vorm aan te geven. Of moeten docenten maar jarenlang hetzelfde blijven doen en niks veranderen? In een maatschappij waar een leven lang leren zo langzamerhand een grote plek inneemt, lijkt me dat geen goede zet.
J. Vogels schreef:
“Is het werkelijk waar dat er iemand kan promoveren op deze platitude? Elke leraar weet dat je de eerste lessen even flink moet uitpakken. De knuppel erover. Dan heb je later geen grote gezagsproblemen. Dat een academicus dat anno 2009 nog eens kan uitvinden, toont alleen aan dat de academische wereld compleet is losgezongen van de onderwijspraktijk.”
Het is in zekere zin noodzakelijk dat de academische wereld niet vastgeplakt zit aan de onderwijspraktijk. Dat zou de onderzoeksresultaten alleen maar nodeloos vertroebelen.
En platitudes zijn wat ze zijn – platitudes. Dit onderwerp is nu echter goed onderzocht. Het is toch alleen maar fijn dat dingen bevestigd worden ‘die we toch al wisten’? Waarom is het slecht om dingen die vanuit de praktijk ‘bekend’ zijn (al heb ik sterk mijn twijfels bij de knuppelmethode, maar dat is persoonlijk) eens wetenschappelijk te toetsen?
vrijdag 2 oktober 2009, 11:01 uur
#21 Marjolein Berends
Er staat “Maar het blijft absoluut noodzakelijk om onderzoek te blijven doen.” Meent Marjolein Berends dat ook indien het niet te verwachten valt dat onderzoek een nieuw wetenschappelijk inzicht oplevert of betere methoden voor de praktijk? Dan parasiteert de onderzoeker op het onderwijs, een wereld waar veel geld in omgaat. Een aardige kostwinning gun ik iedereen, maar nihilisme (zie #19) is een abjecte instelling.
maandag 5 oktober 2009, 16:00 uur
Vraagje:
Wie van de bovenstaande reageerders heeft dat onderzoek ook daadwerkelijk gelezen en kan dus een mening geven over hoe valide het is?
Weten die reageerders ook iets over hoe je onderwijskundig onderzoek doet en hoe je daar conclusies uit kan/mag trekken?
Onderzoek kan nieuwe inzichten opleveren, maar moet ook voortdurend herhaald moet worden om te zien of oude ideeën nog steeds geldig zijn. Onderzoek is altijd voorlopig.
Mag ik zo vriendelijk zijn dhr Vogels neer te knuppelen todat hij weet waarover hij het heeft? Ik zal het tactvol doen.
maandag 5 oktober 2009, 23:17 uur
Wel, wel. We knuppelen wat af. Dat klinkt stoer en niemand doet je wat met een pseudoniem. Flinke jongen hoor, Eric.
Een onderzoeksvraag kan flut zijn: niet interessant of het belastinggeld niet waard. Dan wordt er een onderzoek verricht dat mogelijk statistisch betrouwbaar is, al dan niet met gebruikmaking van correlatietechnieken en kleinste-kwadraten-aanpassingen. Het onderzoek kan valide zijn in die zin dat op de gestelde vraag een degelijk antwoord wordt gegeven. En toch is het resultaat flut: niet interessant en het geld niet waard.
Met de gevolgde methoden heb ik zelf alle ervaring opgedaan, zij het in een ander vakgebied. Daarnaast heb ik meer onderwijskundig proza gezien dan mijn gevoel van welbevinden kon verdragen. Zo’n leek ben ik nu ook weer niet. Het schaadt echter mijn gezondheid.
Dat er iemand opstaat die zijn toevlucht neemt tot ferme taal, kan me niet echt verbazen. Onderwijskunde zal immers je kostwinning maar zijn. Voor twijfel aan het nut is en blijft alle reden.
dinsdag 6 oktober 2009, 12:45 uur
placebo
aanvulling op #24
Onder medici is een placebo een bekend begrip. Je dient een patiënt een middel toe zonder werking, maar hij knapt er toch van op. Wat werkt er dan? Is de dokter charismatisch? Of doet de witte jas wonderen? Het woord ‘placebo’ betekent ‘ik zal behagen’. Met een placebo behaagt de dokter zijn patiënt en dat pakt soms verrassend goed uit.
Onderwijskundig onderzoek is evenzeer placebo. De onderzoeker zal altijd zijn geldgevers behagen. Anders loopt hij kans een volgende keer geen geld meer te krijgen voor onderzoek. Helemaal lekker zit deze politieke dienstbaarheid de onderwijskundige natuurlijk niet. Dan zal hij zijn ongenoegen bedekken met een dikke laag wiskunde, statistiek. Het onderzoek zal degelijk zijn! Je kunt ermee voor de dag komen!
Toch blijft het onderzoek in de letterlijke zin van het woord ‘placebo’. De vraagstelling zal altijd zodanig zijn dat er geen wrijving ontstaat met de heersende politieke correctheid. Zo ontstaan er planken vol rapporten en proefschriften die uiterst degelijk zijn in hun aanpak en methodologie, maar flut in hun vraagstelling. Niemand waagt het immers buiten een politiek correcte vraagstelling te treden. Wekt het dan verbazing dat menigeen onpasselijk wordt als hij dat proza leest? Bovendien zal nauwelijks een docent uit de praktijk er kennis van nemen. Het hele vak stinkt. Er komen nooit harde of onaangename conclusies uit. Maar het levert wel geld op.
De leeuw, met zijn machtige klauw, zal het leven schenken aan een lieveheersbeestje.
dinsdag 6 oktober 2009, 15:09 uur
Eh… welk pseudoniem?
Enne, zullen we het niet op de persoon gaan spelen, beste Vogels? Dat vergiftigt de sfeer.
Ik ben het fundamenteel met je oneens en je geeft er geen blijk van dat je dat rapport gelezen hebt. Dat je ander materiaal kent, prima. Dat je daar een mening uit gevormd hebt, prima. Dat er ook veel onderzoek plaatsvindt dat uiteindeliujk niet oplevert wat je ervan hoopt, mee eens. Maar dit rapport ken je niet.
Ik vind dus eigenlijk dat je wat moet temperen. Je houding zit vol vooronderstellingen, uitersten en dogma’s die voor iemand die impliceert dat hij wetenschappelijk heeft leren denken toch de wenkbrauwen doen fronzen.
Je weet pas of je tirade van toepassing is als je dat rapport gelezen hebt.
Maar ik heb er nu genoeg van. Je zult vast wel reageren, denk ik, maar neem mijn stilte die daarop zal volgen vooral niet als een teken van niet flink zijn, maar eerder van gebrek aan motivatie om er nog meer tijd aan te besteden.
woensdag 7 oktober 2009, 20:56 uur
Een leraar kan het tegenwoordig maar beter leuk houden om er niet aan onderdoor te gaan.
Hij is praktisch een Jeugdleider, wat kinderen leren is meegenomen.
Dat heeft ook veel te maken met de opvoeding van de jeugd, assertief of onbeschofd? U zegt het maar…
donderdag 8 oktober 2009, 1:23 uur
Zolang er in mijn lokaal nog een deur zit, ben ik een gelukkig docent.
Laatst een cursus ”vernieuwing” binnen het onderwijs gehad. Heb dit keer niet geslapen maar heb me rot gelachen.
Mijn eerste les zet ik de kinderen met adhd rechts in de klas en met adsl links.
zondag 11 oktober 2009, 14:53 uur
@21 Marjolein Berends
Denk dat ik een auteur van een ongenuanceerde reactie was en had het proefschrift dus eerst moeten lezen. Dat zou waar kunnen zijn wanneer de berichtgeving in het NRC niet de lading zou kunnen dekken.
Maar ook de voorstanders in dit blog hebben me nog steeds niet kunnen overtuigen dat ik mezelf weleens tekort zou kunnen doen, het proefschrift zelfs niet eens te willen lezen. Het viel en valt in de categorie ‘niet meetbare / niet bewijsbare opvattingen’, dus ook niet gradueel vergelijkbaar laat staan geschikt ter verkrijging van de graad van doctor.
Ongewild helpt ze me dan in haar verdere betoog.
Ze schrijft:
“Onderwijs is, net als alle sociale wetenschappen, een gecompliceerd vakgebied. Omdat het over mensen gaat. Mensen reageren in bijna alle situaties anders en er zijn allerlei complicerende omgevingsfactoren. Dus moet er heel veel onderzoek gedaan worden, en komen er soms tegenstrijdige resultaten uit. Maar het blijft absoluut noodzakelijk om onderzoek te blijven doen.”
De eerste drie zinnen hier ben ik het volstrekt met haar eens. Maar dan komt haar Dus etc… en daar wringt de schoen. In de jaren zestig leerde je nog op school dat na het woord ‘dus’ een onontkoombare en eenduidige gevolgtrekking / conclusie moest komen. Daar dacht je dan wel drie keer bij na zo niet werd je wel op je vingers getikt. (mag ook al niet meer)
Want hoe komt ze er nu toch bij dat zonder meer uit een soep die middels zgn onderzoek weer een soep oplevert, wel uiteindelijk heldere soep ontstaat als je maar genoeg nieuwe soepjes maakt? Dat kan alleen als er een strikte methodiek kan worden toegepast waarbij steeds meer variabelen kunnen worden geëlimineerd. Ze had eerst de vraag moeten beantwoorden: is de noodzakelijke striktheid in de zgn. sociale “wetenschappen” voor zo’n in feite wiskundige methodiek wel mogelijk? Het antwoord is simpelweg nee.
Haar ‘dus’ is zo niet misplaatst dan toch voorbarig.
Zo nu heb ik meteen de bijl gelegd aan de wortel van wat de sociale “wetenschappers”,sociale “wetenschap” noemen. Wetenschap verlangt m.i. een striktheid waaraan in de zgn. sociale wetenschappen alleen al door het bestaan van onvoorspelbaar dwarse figuren als ik niet en nooit voldaan zal kunnen worden.
“Sociale wetenschappen” is een contradictio in terminis. Een proefschrift met een onderwerp uit die klasse van ‘wetenschappen’ zal daarmee toch niet wetenschappelijk zijn en bespaar ik mezelf de ergernis van de quasi-wetenschappelijkheid.
zondag 31 januari 2010, 15:03 uur
Ik kwam op deze site terecht omdat ik op zoek was naar humor gerelateerd aan het onderwijs en de job van leraar. ik moest al snel denken aan de spreuk ‘Het kan verkeren’ van Bredero in lang vervlogen tijden…
Met stijgende verbazing las ik de verschillende commentaren. Zelf ben ik leraar in België. Er is merk ik in Nederland duidelijk een probleem in het onderwijslandschap en dit zowel bij de leerlingen, het algemeen opvoedingsklimaat maar ook – en deze vaststelling vind ik spijtig – bij sommige mensen van het onderwijzend personeel. Want de visies en oplossingen, de theorietjes die ik hier mocht lezen bij enkele mensen zeggen veel, héél veel, maar dan vooral over het intellectueel niveau van de schrijvers zelf of althans hoe zij hun capaciteiten wensen te gebruiken. Los van het feit wie er hier gelijk heeft wil ik alvast de volgende spreuk meegeven : ‘Je zaait wat je oogst’, zeker in het onderwijs.
mvg
Ivan E.
zondag 31 januari 2010, 15:07 uur
…blijven lachen .. het ging tenslotte over humor .. ‘je oogst wat je zaait dus’ … klinkt wat zinvoller..
maandag 29 maart 2010, 11:22 uur
Meneer Vogels,
Heeft u het proefschrift gelezen?
Armand