Archief voor: december 2007


Judy’s Cookhouse, het gevang & lifters

boven.jpg
Veelgehoorde vraag: hoe komt een correspondent aan zijn onderwerpen? Hoe weet hij welk verhaal op welk moment relevant is?

De makkelijke uitleg gaat van ‘read & write’. Dat betekent: de correspondent leest iets in een lokale krant, schrijft het daarna over. Er is een variant: ‘lift & view’. Dat slaat op het ‘optillen’ van een stuk uit de krant en het bekijken van nieuwsonderwerpen op tv. Ik geef toe: mijn onderwerpskeuze wordt zo nu en dan geïnspireerd door wat ik uit hier in kranten en tijdschriften, of op sites, tegenkom.

Maar er gaat niets boven de deur uitgaan. Gelukkig werk ik bij een krant die dat alleen maar toejuicht en correspondenten alle ruimte geeft. NRC Handelsblad (samen met nrc.next natuurlijk) is het enige medium in Nederland met twee correspondenten in Amerika, en twee in China. We hebben mensen van Jakarta tot Boedapest, van Madrid tot New Delhi. (Hier de hele lijst.) Dat zeg ik niet uit stoerdoenerij, dat zeg ik omdat we het een goede krant willen maken. Voor jou.

Dit was slechts een opzetje voor een voorbeeld dat ik even wilde delen. Toen ik vorige week in grensstaat Arizona rondreed (uren van verlaten wegen, meebrullen met Wide open spaces van de Dixie Chicks natuurlijk, dat hoort. Hier een geluidsfragment) kwam ik in de woestijn opeens Miami tegen, een dorp van niks. Dat was nadat ik de Superstition Mountain achter me had gelaten en de afslag naar Hallelujah Square miste.

Aan de oostkant van Miami rij je dan al snel Judy’s Cookhouse voorbij, waar je nog gewoon met je cowboyhoed op aan tafel mag en ze een uitstekende in het vet gebakken ‘Supersaver Sandwich’ (soort tosti, met friet natuurlijk, 5,99 dollar) serveren. Ik kijk in dat soort tenten altijd graag even naar het prikbord:

onder.jpg
Ik wist niet wat ik zag. Tussen niks en nergens, in een van de leegste delen van de staat, hartje woestijn, naast advertenties voor motorfietsen en tweedehands-auto’s (z.g.a.n.), kondigt opeens iemand diensten aan om foreclosures (de uitzetting met de daarop volgende executieverkoop als gevolg van wanbetalingen op de hypotheek) tegen te gaan. Wat je daarvan oppikt als correspondent? Dat de kredietcrisis verder gaat dan Wall Street, zelfs de uithoeken van het land bezig houdt.

Een paar uur peinzend rechtdoor rijden verder kon ik weer hardop lachen. Met dank aan deze waarschuwing:

prisonbreak.jpg

Linda’s baan wordt opgeheven

secondfloorfree.jpg
„This is the sound of a bubble bursting”
, kopte The New York Times vanochtend over de huizenmarkt bij deze foto uit Florida.

Het zet je aan het denken. Ik schrijf nu al sinds 2000 over de huizenmarkt (in de VS, maar ook in Nederland – voordat ik correspondent werd, was mijn portefeuille ‘vastgoed’) en ben ik geïntrigeerd geraakt door de werkingen van de huizenmarkt. Er hangt veel van af (onze welvaart, om te beginnen) en er hangt nogal wat mee samen (overheden, marktpartijen, huiseigenaren). Zolang iedereen maar meer blijft betalen voor nieuwe huizen, zijn we als collectief vrij tevreden; we worden er bijna allemaal beter van.

Mijn vraag is dan alleen of het omgekeerd net zo werkt. Als de huizenzeepbel barst, heeft iedereen daar dan evenzogoed last van?

Vorige week was ik in Florida, bezocht daar Palm Beach County. Vooraf sloeg ik er even een Lonely Planet op na: „One of the world’s most elite enclaves, Palm Beach attracts the rich, famous and downright snooty for its winter ‘social season’.” Et cetera. Lekker warm, veel palmbomen en elke buurtvijver heeft een eigen fontein.

Palm Beach County (een county is de bestuurlijke eenheid tussen staat en gemeente in) is een van de vele Amerikaanse overheden met flinke tekorten (hier nu al 200 miljoen dollar) De oorzaak: teruglopende inkomsten uit gemeentelijke belastingen. Huizen worden minder waard, inkomsten uit de onroerendezaakbelasting nemen af. Minder huizen worden verkocht, daar gaat de overdrachtsbelasting.

Het gevolg is dat overheden nu ingrijpen en burgers dat merken. Minder brandweermannen per brandweerwagen. Belasting op kaartjes voor sportwedstrijden. Betalen als je het alarmnummer belt. En in Palm Beach County worden banen geschrapt zodra werknemers met pensioen gaan of verhuizen. Dat vertelde een hoofdboekhouder me op haar kantoor. Interessant, zei ik. Heb je een naam en een nummer voor me? Zou graag aan zo iemand vragen hoe dat dan zit en wie het werk dat blijft liggen op zich neemt.

Nee, die had ze niet, wilde ze liever niet geven. Transparantie is goed, maar alleen als het uitkomt. Wel gaf ze de naam van een functie, de director of monitoring van de afdeling Planning. Dus ik naar beneden, naar de balie, uitgelegd dat ik probeerde uit te zoeken wie dat dan was. De dames achter de balie hielpen me graag. Linda Monroe, dat en dat nummer. Ik belde mevrouw Monroe, legde uit wie ik was, en ze stond me graag te woord. Want ze wist dat het erger met haar had kunnen aflopen. „Als ik niet met pensioen zou gaan, was ik vast ontslagen.”

Kortom: alle pogingen van centrale banken in de VS en Europa om de financiële markten gerust te stellen en de verzekering van minister Paulson van Financiën dat „het echte Amerika” nergens last van krijgt ten spijt, mensen als Linda Monroe weten inmiddels beter. Het stuk dat ik schreef stond dit weekend in de papieren krant.

Even kort

Na Florida vorige week, ben ik nu in Arizona in het zuidwesten van het land. Hier ook problemen met de huizenmarkt, maar daarvoor ben ik hier niet. Illegalenproblemen, een mijnbouwhausse. Als de stukken in de krant staan volgen de verhalen wel.

we_buy_houses.jpgHier nog even een stuk uit de krant van gisteren dat iedereen met een hypotheek zal aanspreken. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, wil huiseigenaren namelijk gaan beschermen. De hypotheeksector moet zich gaan gedragen en mag geen leugens meer verkopen over o zo goedkope (maar in het echt vrij risicovolle) subprime hypotheken. De Fed werd al zeven jaar geleden gewaarschuwd (lees hier het interview met Alan Greenspan dat mijn collega Maarten Schinkel en ik in september hadden, we vroegen hem ernaar). Ik hoorde laatst een mooi Amerikaans spreekwoord dat het niet zo tijdige Fed-ingrijpen samenvat: „They’re closing the barn doors after the horses got away.”

Robert Reich, de date met Clinton, het interview

cvr_robert_reich_3375low.jpgEerst even lekker maken: deze man, 1.47 meter groot, ging ooit uit met Hillary Clinton.

En dan nu waar het écht om gaat. Want „als Robert Reich schrijft moet je altijd opletten”, schreef mijn collegacorrespondent Ben Knapen eerder in een column. „Reich was een tijdje minister van Sociale Zaken onder president Clinton, professor aan Harvard en tegenwoordig aan de westkust, Berkeley. Vijftien jaar geleden schreef hij The Work of Nations. Daarin ontwikkelde hij de stelling dat er een goed ontwikkelde elite van beroepsbeoefenaren aan het ontstaan was, voor wie niet het eigen land, maar de wereld het werkterrein is. (…) Zij gaan in hun eigen eredivisies veel geld verdienen, ze verbinden hun lot meer aan hun beroepsomgeving dan aan hun fysieke omgeving. Ze krijgen hun eigen gated communities, privé-scholen voor hun kinderen en ze vervreemden mentaal en fysiek van hun eigen democratie. Ze kopen zich los van een krakkemikkige overheid, die aldus ook steeds krakkemikkiger wordt.”

Robert Reich heeft een nieuw boek uit, Supercapitalism. (Het boek is ook in Nederland uit en Reich is half januari in het land.) Reich vindt nu dat we ons laten voorliegen. Door bedrijven die zeggen dat ze zich inzetten voor een betere wereld (“flauwekul”), door politici die zeggen dat de economie er goed voor staat en boven alles door onszelf omdat we alleen maar geïnteresseerd zijn in koopjes – en niet in de achteruitgang van de democratie.

Hier een uitleg over wie Reich nou echt is (hij adviseert ook presidentskandidaten Obama en Edwards), en hier het interview dat ik met hem had. En oké, hier zijn vlog waar hij over dat afspraakje met een jonge Hillary Clinton vertelt. Een presidentiële top, zo noemt hij het nu:


Robert Reich’s first (and possibly last) vblog from Robert Reich on Vimeo.

Groeten uit Florida…

florida.jpg
…waar ik ben voor de huizenmarktcrisis. (En niet voor het weer natuurlijk.) Ik ben bezig met een stuk waarin ik een antwoord probeer te geven op de vraag of de malaise op de huizenmarkt zal overslaan op de rest van de economie.

Anders gezegd: stel je hebt géén huis dat in waarde vermindert én je hebt geen aandelen die ook zware tijden doormaken (wie blijft er dan überhaupt over in de VS?), wat merk je dan van de economische problemen hier?

Het stuk – inclusief een hoofdrol voor de 65-jarige Linda Monroe die in april met pensioen gaat en toch verdrietig is – gaat volgende week mee in de krant. Dan dus meer hierover. Maar wilde toch nu al deze foto even laten zien. Ik vond deze briefkaart in een boekhandel. Achterop staat in kleine letters: “Finally found the property we can afford in Florida.”

Geestig genoeg vond ik eerder – toen ik in Californië ook aan huizenverhalen werkte – net zo’n kaart. Lijkt er opvallend veel op, niet?

fixerupper.jpg

Californië en Florida zijn precies de twee staten waar de huizenprijzen de laatste jaren (woordgrapjewaarschuwing) door het dak zijn gegaan. Ben benieuwd of de kaarten door hetzelfde bedrijf zijn gemaakt. Hoe zij daar de economie zien. Of ze bang zijn dat de markt voor de kaarten aan het inzakken is. Omdat het voor ons als redactie altijd goed is te weten wat jullie graag in de papieren krant lezen: is dat iets, een stuk over deze fabrikant(en)?

…en Noord-Korea

NYK308_USA_KOREA_OR_204714a.jpgNee, dit zijn geen bankiers. Links een orkestbestuurder, rechts een van Noord-Korea’s hoogste diplomaten. Een ongebruikelijke combinatie van mannen, samen op een persconferentie waar ik was.

Maar eerst een update van stukken die ik de laatste dagen in de papieren krant had staan. Natuurlijk was er economisch nieuws – kijk ook zeker naar ons nieuwsthema kredietcrisis voor achtergrondberichten, nieuwsanalyses, uitlegstukken, chronologisch overzicht en zelfs een ABC’tje: de N is van Ninja-hypotheken. (En stel via de ‘plaats een reactie’-knop hieronder zeker vragen die je nooit heb durven stellen. Het is een gecompliceerde bedoeling.)

Daarnaast heb ik veel over kunst geschreven, deze week. Het begon zaterdag met een achtergrondverhaal over de staking van scriptschrijvers. Zij zorgen ervoor dat Grey’s Anatomy zo levensecht (…) overkomt, dat Jon Stewart gevat lijkt (is?), dat Nicholas Cage weet wat nasaal te mompelen terwijl hij alweer een nieuwe schat zoekt. De 10.000 scenarioschrijvers staken, willen beter betaald worden als hun werk op internet verschijnt. Hier het stuk (inclusief het waarom van een winterversie van Big Brother in Amerika), hier wat dat allemaal kost.

Daarna volgde een ander stuk over oud werk in nieuwe tijden. Opera. Mijn collega van de kunstredactie Kasper Jansen belde enige weken geleden en we hadden het over een verschijnsel waar ik eerder mee bezig was geweest. The Metropolitan Opera uit New York, een van de bekendere gezelschappen, is met een vernieuwingsoperatie bezig. Fragmenten uit de uitvoeringen worden als ringtone aangeboden, de concerten worden verpodcast en honderden bioscopen overal ter wereld gaan de New Yorkse voorstellingen live uitzenden. In Nederland (Den Haag, Amsterdam en, jawel, Ede) vanaf morgen. En hier het stuk dat Kasper en ik erover schreven.

En toen moest het nog dinsdag worden. Die ochtend ging ik naar het New York Philharmonic (toevallig genoeg de buren van The Met van hierboven). Dat orkest gaat namelijk de pingpongers achterna. Pingpongdiplomatie was een verschijnsel uit 1973, toen Amerikaanse en Chinese tafeltennissers over en weer verwelkomd werden. Het masseerde de internationale diplomatieke verhoudingen.

Vier maanden geleden kreeg het New York Philharmonic (hier op een filmpje in Central Park) een fax uit Noord-Korea (inderdaad, die van ‘de as van het kwaad’). Had het orkest geen zin eens langs te komen in Pyongyang? Orkestdiplomatie dus. In het stuk leg ik uit wat de zorgen van de orkestleden waren (Worden we voor propaganda gebruikt? Hebben onze mobiele telefoons wel bereik daar?) en over hoe dat nou gaat, een all-American persconferentie met de zelden in het openbaar verschijnende Noord-Koreaanse ambassadeur.

Ik vroeg ambassadeur Pak (rechts op de foto hierboven) hoe bekend de Noord-Koreanen met de uit te voeren muziekstukken (waaronder het Amerikaanse volkslied) zijn. Zijn antwoord: “Ze zúllen er bekend mee zijn.” Hij was sowieso niet zo spontaan.

Maar mijn favoriete vraag van de ochtend kwam van een BBC-collega. “Mister ambassador“, zei hij. “Wie is volgens u de beste componist: Mozart of Kim Jong-Il?”

Geeft (vooral aan ons)!

doing_the_most_good.jpgNa de tsunami delen van Zuidoost-Azië verwoestte kreeg ik er voor het eerst mee te maken. Ik was voor de krant in Thailand en schreef daar over de gevolgen van de ramp, over de identificatie van toeristen die waren omgekomen, over de hulpverlening.

In mijn naïviteit dacht ik altijd dat er genoeg zooi in de wereld was en er te weinig organisaties waren om dat allemaal op te lossen. Maar toen ik een dorp bezocht dat door het water weggevaagd was (met een visserboot ondersteboven in de bomen), werd ik vergezeld door hulpverleners uit het noorden van Thailand. Daar hadden ze nergens last van gehad.

Waarom dan toch hier? Om te helpen? Neuh, niet echt. Meer om geldschieters te spreken. Om duidelijk te maken dat de tsunami misschien wel veel schade aangericht had, maar dat hun specifieke project ook geld nodig had. Bij ons is het ook erg. Concurrentie, dus. Iedere ramp of misstand probeert zoveel mogelijk geld binnen te krijgen.

Daar moest ik aan denken toen ik, bijna drie jaar later, over een andere toeristentrekker liep. Op de stoepen van Fifth Avenue is het deze dagen filelopen. Winkelen met de Kerst in New York. Iedereen is er al. En dat geldt ook voor hulporganisaties die om geld vragen. Daklozen, kinderen in nood, het Leger des Heils. Ook tussen deze organisaties is er keiharde concurrentie. Dat zie je het duidelijkst bij die laatste club. Hun reclameleus dit jaar: ‘Doing the most good’.

Taxi-zaak, deel 2 (en 3)

taxi2.jpgEerder schreef ik al over de zaak die ik tegen een taxichauffeur aanspande. (Lees maar.) In het kort gaat het hier om (en dit is natuurlijk mijn versie van het verhaal): toen ik ’s avonds laat een keer een taxi nam bracht de chauffeur ons beiden in gevaar door

• stil te staan op een drukke oprit voor de snelweg;
• te slingeren op de snelweg;
• de hele rit door met zijn mobiele telefoon te spelen;
• met 60 mijl per uur (96 km/u) door Manhattan te rijden.

Het is erg eenvoudig voor een klant een zaak aan te spannen, in elke taxi hangen hiervoor instructies en een telefoonnummer. Uit het jaarverslag van het stedelijke taxibedrijf TLC haal ik dat er vorig jaar ruim 85.000 van dit soort zaken waren. Hoe ze afliepen is mij onbekend.

Eerder werd ik verzocht te verschijnen (als je niet komt, vervalt je klacht), maar toen besloot de rechter de zitting uit te stellen – de chauffeur blijkt geen Engels te spreken (wat op zichzelf al een vergrijp is, ook al stoorde ik me er niet aan). De chauffeur moest maar een vertaler regelen.

Vanochtend werd ik opnieuw verzocht te verschijnen. Om half negen, 3202 Queens Blvd, Long Island City, staat in de brief. (Dat is in het stadsdeel Queens, vanuit Manhattan gezien aan de andere kant van de East River. Een kwartiertje met de metro vanuit Midtown.)

Dus ik daarheen, kijk op de borden, zoek het zaaltje waarin mijn zaak zou dienen. Maar: ik sta niet op de lijst. Ik naar de informatiebalie. Dat zoeken we even uit, inderdaad. Paar minuten later: je hebt een verkeerd adres opgekregen. Op dit moment staat de chauffeur op je te wachten op ons kantoor op Rector Street.

Het leek mij zonde de zaak opnieuw uit te stellen (de chauffeur moet ook elke keer komen opdagen) dus ik vroeg of het nut had direct naar dat andere kantoor te gaan (vlakbij Wall Street en ground zero). Dat had nut. Zal ik maar een taxi nemen?, stelde ik voor. Het was daar immers een komen en gaan van chauffeurs, er was er vast een die op een ritje zat te wachten. Nou nee, zeiden de dames. Dat is niet snel genoeg. Neem de metro maar.

Drie kwartier later kom ik op dat andere kantoor aan. Met een andere rechter, maar zonder vertaler voor de chauffeur. Wel een zekere mevrouw Fischer, ze verdedigde de chauffeur en had teveel rechtbankseries gezien. Vol in de aanval. Dat haar chauffeur hier zo lang op klager moest wachten! De chauffeur had wel wat beters te doen!

“Op mijn brief stond het…” begon ik, maar de rechter onderbrak me. Stilzitten en mooi zijn. Niemand zat op mijn versie van het verhaal te wachten. Ik was nou eenmaal te laat, maar goed. Proceed.

Dat u geklaagd heeft over het gebrekkige taalbeheersing van mijn cliënt is ook al godsgeklaagd!, kreeg ik te horen. Dat was ik niet, wilde ik zeggen, couldn’t care less zelfs, maar mocht ik niet zeggen.

Nadat vastgesteld werd dat iedereen was wie hij zei te zijn en we de geloftes aflegden, mocht ik mijn beklag doen. Mervrouw Fischer rolde nogmaals met haar ogen, zuchtte zich ongans en keerde haar rug naar me toe. (Een hele prestatie in dat kleine en bedompte kamertje.)

Toen was het woord aan de chauffeur. Hij ontkende alles, was “not guilty” en vermoedde dat mijn klacht was ingegeven door het feit dat ik mijn koffer zelf in de kofferbak had moeten tillen. En bovendien: hij gebruikte zijn mobiele telefoon nóóit. Kijk maar, hier is mijn telefoonrekening. De rechter keek maar constateerde dat de rekening onvolledig was, slechts twee van de vier pagina’s bevatte. Hoe kon hij nu zien of de chauffeur wel of niet had ge-smst?

De rechter vatte samen dat hij het ook niet kon weten. “Soms zegt de ene partij dat het regent, de ander dat het zonnig is.” Hij stelde mevrouw Fischer een compromis voor. Als de chauffeur (die in de 22 jaar dat hij chauffeur was pas één eerdere zaak tegen zich aangespannen had gezien, wat blijkbaar als een aanbeveling gold) nou schuld toegaf wegens “illegal operation of a motor vehicle” dan was wat de rechter betreft de zaak daarmee afgedaan.

Ik kon niet achterhalen – en mocht nog steeds niets vragen, toch een vreemde gewaarwording voor een journalist – waar dit vergrijp precies op slaat, maar ik vermoed dat het om het gebruik van de telefoon gaat. En dat de rechter dus de snelheidsovertredingen, het stoppen op een locatie waar dat niet mag, het gevaarlijke rijgedrag op de snelweg en de beperkte talenkennis van de chauffeur gemakshalve vergat.

De chauffeur (of in ieder geval zijn mevrouw Fischer) deed dat graag. Goed idee. De chauffeur bekende schuld, kreeg een boete van 150 dollar (met de koers van vandaag 102 euro) en voorkwam daarmee strafpunten op zijn rijbewijs.

Is beroep mogelijk, vroeg ik. Jazeker. “Maar 150 dollar is een hoop geld. Meer dan de chauffeur soms op een dag verdient”, zei de rechter. “Ook meer dan ik soms op een dag verdien”, was mijn antwoord. Maar ik ben er niet uit: zal ik het hierbij laten?

(Dit nog even dan: mijn collega-correspondent Tom-Jan Meeus houdt sinds vorige week vanuit Washington – en de rest van het land – een verkiezingsblog bij.)

Uitstel van executie(verkoop)?

cvr_youngstown_2819low.jpg
Weet je nog, Michele McIntosh? Of Gilbert Dickerson?

Toen ik eerder over deze huiseigenaren met financiële problemen schreef, kwamen er nogal wat comments binnen met de vraag: waarom helpt niemand ze?

Dat lijkt nu te gebeuren. Minister van Financiën Hank Paulson heeft de financiële sector (van banken tot hypotheeknemers tot investeerders op Wall Street) bij zich geroepen. Hij stelt voor (maar wil daar zelf niet aan meebetalen) dat ze de maandlasten van een paar honderdduizend Amerikanen moeten bevriezen (bij de nu zo gevreesde subprime hypotheek schoot deze na twee of drie jaar juist enorm omhoog, wat betalingsproblemen en uitzettingen veroorzaakte).

Dit is interessant want het is de eerste poging van het Witte Huis om de huizencrisis een beetje in de hand te houden. Of Paulson zijn zin krijgt? Officieel is er nog geen overeenkomst, die volgt later deze week. Ondertussen zijn er nogal wat op- en aanmerkingen te maken:

• Niet iedereen wordt geholpen. Als je nu al betalingsproblemen hebt, vergeet het dan maar. Als je de stijgende maandlasten wel aan zou kunnen (hoe dat dan ook vastgesteld moet worden), kom je ook niet in aanmerking. De hulp is alleen voor de middengroep;

• Iedereen moet het eens zijn met Paulsons plan. Zodra dat niet het geval is, wordt het voer voor juristen. Dan zegt bijvoorbeeld de bank dat de huiseigenaar niet hoeft te betalen, maar eist de investeerder op Wall Street zijn geld op;

• Wat gebeurt er als het plan afloopt? Ooit moeten die huiseigenaren hun hypotheek toch aflossen? Sommigen denken dat Paulsons plan uitstel van executie is.

Hier is de nieuwsanalyse die ik er in de papieren krant van vandaag over schreef. Ben wel benieuwd wat je denkt: is het beter dan niets of moet de overheid zelf ingrijpen?

Florian & het nieuwe New Museum

florian.jpg
Opnieuw, een kijkje in de keuken. Vandaag staat in de papieren krant (hier een link naar het next-stuk) een stuk over Florian Idenburg, een 32-jarige Nederlandse architect die een museum in New York heeft gebouwd.

Hoe dat tot stand kwam? Ik ken Florians zus nog uit mijn studententijd. We spraken elkaar een tijdje geleden en zij zei dat ik haar broer eens zou moeten ontmoeten. Ook in New York, aardige jongen, dat soort dingen. Voor iedereen die in het buitenland woont, is dat een bekend verhaal. Waar je ook komt in het buitenland, er is altijd wel een vriendvriendinbroerzus die er ook woont/heeft gewoond/werkt/ervan droomt er te werken. Stuk voor stuk leuk te horen, maar niet altijd geschikt voor een verhaal in de krant.

Dus ik was wat sceptisch. Totdat ze vertelde dat Florian hier niet zomaar zat, maar namens een Japans architectenbureau een nieuw museum aan het bouwen was (dat ook nog eens het New Museum heet). Toen werd het al interessanter. Dat levensverhaal wilde ik wel horen en bovendien is het uitzonderlijk dat musea hier nieuwe panden betrekken. Ik heb geteld, heb er misschien een paar gemist, maar volgens mij zijn er meer dan 75 musea in de stad. Het merendeel daarvan zit al jaren op dezelfde plek. Als er meer ruimte nodig is, renoveer je. Verhuizen en überhaupt ruimte vinden om een nieuw pand te laten bouwen is in de bomvolle stad zo goed als onmogelijk.

Ik was geïntrigeerd – en ik bleek niet de enige. Hier zijn een paar recensies over het museum dat dit weekend opende. Ze lopen op van kritisch naar juichend enthousiast: persbureau Bloomberg, The New York Sun, The New York Times. Iemand een mening? Lees verder »