Archief voor: oktober 2007


Windroos

windroos.jpg
Dat ene moment dat je de metro uitkomt, dat je niet weet wat noord en zuid is, dat gebouwen er niet herkenbaar uitzien – en dat je de verkeerde kant op loopt. Waar je pas een half stratenblok later achterkomt… Volgens The New York Times kunnen we dat ene moment niet afdoen als futiel. Integendeel, it is one of those embarrassing, frustrating, infuriating experiences of everyday life that many New York subway passengers are loath to admit.

De stad heeft er iets op gevonden. In Midtown, in de omgeving van treinstation Grand Central Terminal, zijn er stickers in de vorm van een windroos op de grond geplakt. Groter dan een pizza, kleiner dan een mangat in de stoep. Het is een test.

Gawker vindt het onhandig: So now instead of wasting 30 seconds walking the wrong way every now and then you can claw through 500 retards stopping directly at the top of the stairs to study the goddamn ground in the middle of rush hour. Wat jij? Meteen in de hele stad invoeren? Of heb je een beter idee?

Van mij krijgt ‘the judge’ gewoon een hand

yellow.jpgIk deed wat not done is voor een New Yorker: ik heb een klacht ingediend tegen een taxichauffeur. Het incident dateert al van juli, toen ik ’s avonds laat op vliegveld LaGuardia een taxi nam, op weg naar huis.

Op de oprit van het vliegveld naar de snelweg ging het al mis: de chauffeur stopte de auto zomaar, midden op de weg. Bloedlink, vond ik. Hij dacht daar anders over. Toen ik er iets van zei, attent als ik ben, kreeg ik een mopperopmerking. Ik parafraseer, maar het kwam neer op: „wat weet jij er nou van. Je hebt zelf vast nooit meer dan vier blokken op Manhattan gereden”. (Feitelijk onjuist, maar het leek me niet het moment daarover te beginnen.)

Op de snelweg werd het slingeren en de chauffeur was bezig een sms te versturen. Dat laatste gebeurt vaker, en laat ik ook vaak gebeuren. Net zoals het eindeloze bellen. Mag ook niet, maar ach… dit is New York. En bovendien hebben die chauffeurs een zwaar bestaan. Laat ze lekker bellen.

Toen hij daarna met 60 mijl per uur door Manhattan reed (dat is 96 kilometer per uur, en hij mag maar 45 mijl per uur), was het mooi geweest. Stoppen op een snelwegoprit, smssen, slingeren op de snelweg, veel te hard door de stad. Ik schreef zijn nummer op, plus zijn naam (exact voor dit soort gevallen duidelijk zichtbaar voor passagiers). Een dag later belde ik 311, het nummer voor al uw gemeentelijke diensten. Mijn klacht werd in behandeling genomen, ik zou wel een brief krijgen.

Kreeg ik. Nadat ik eerder een keer verhinderd was (klager heeft het recht de hoorzitting één keer te verzetten), werd ik verzocht me te melden. Dus ik vanochtend om tien uur naar het hoofdkantoor van de TLC, de gemeentelijke dienst die bekend is van de gele taxi’s. Ik werd een zaaltje binnengeleid, achter een bureau een dame. Ik gaf haar een hand. Dat was niet de bedoeling, zei ze. „I am the judge.”

De chauffeur kwam binnen, ook een hand, bewees dat hij was wie hij was en toen moesten we zweren of beloven de waarheid te spreken – met de rechterhand omhoog natuurlijk. De rechter las een reeks van aanklachten op en deelde de uiterste consequentie mee: de chauffeur kon zijn vergunning verliezen. (Dat was nou ook weer niet mijn bedoeling, dacht ik heel even.)

De chauffeur onderbrak de rechter: „Kunt u langzamer praten?”
„Waarom?”
„Mijn Engels is niet zo goed.”
„Dat is niet zo mooi”, zei de rechter. „Dat is niet waarvoor u hier bent, maar het is al strafbaar dat u geen Engels spreekt.”

Ze vroeg me of ik een andere keer wilde terugkomen. De chauffeur kreeg de kans dan een vertaler mee te nemen.

„Mag ik nog één ding vragen?”. De chauffeur wilde iets van míj weten.
Dat mocht van de rechter.
„Waar heb ik je opgepikt, die avond?”
„Op LaGuardia”, zei ik.
„Ja, ok.”
De rechter vroeg hem waarom hij dat wilde weten.
„Dan weet ik weer wanneer het precies was”, zei hij.
„Herkende u de passagier niet?”
„Toen had hij geen… geen…” Hij legt zijn handen op zijn wangen en kijkt vragend.
„Geen baard”, antwoordt de rechter. „Als u dát woord niet eens kent, kunt u beter gaan nu. U krijgt een brief met een nieuwe datum thuisgestuurd.”

Vuur (en water in Hamilton)

cvr_hamilton_3657low.jpg
Amerika is weer in de natuurrampen-modus. Droogte rondom Atlanta in het zuidoosten, de branden in Californië. En ondertussen komen gemiddeld per jaar meer mensen om het leven door overstromingen dan door orkanen en blikseminslagen bij elkaar. Ik weet het, ik ben appels en peren aan het vergelijken. Maar ik wilde het toch even zeggen, bij wijze van perspectief.

Interessant aan Californië is nu natuurlijk de volksverhuizing, de reactie van de overheid – en automatisch denk je terug aan orkaan Katrina die twee jaar geleden New Orleans verwoestte.

Zelf ben ik nu in Seattle, in het noordwestelijke puntje van het land. Anderhalf uur ten noorden van deze stad, richting de Canadese grens, ligt een dorpje aan een rivier. Het dorp heet Hamilton, de rivier de Skagit. Die twee gaan niet zo lekker samen. Al sinds de oprichting van het dorp in 1872 overstroomt het om de paar jaar. Gemiddeld nu elke 3,5 jaar. In 2003 was nog een overstroming, in 2006 ook. (En zo ziet dat er dan uit.)

En toch blijven de 330 inwoners er hangen.

Waarom de loop van de rivier niet veranderd, of dijken gebouwd? Dat mag niet. De rivier zit vol met vijf bijzondere zalmsoorten en is een zogeheten ‘Wild and Scenic River’. Waarom de bewoners zelf dan niet vertrekken? Dat kunnen ze niet. Het is er armoede alom en door de overstromingen zijn de huizen minder waard geworden dan er ooit voor betaald werd. Als de mensen ergens anders heen zouden gaan, zadelden ze zichzelf met ongekende schulden op; terwijl ze nu al moeite hebben het hoofd (sorry) boven water te houden.

Er zijn allerlei plannen om het hele dorp te verplaatsen naar hoger gelegen gebieden maar daar is op zijn minst twintig jaar voor uitgetrokken. De bewoners zelf geloven er niets van, vertelde de burgemeester me aan de bar van zijn diner/dorpshuis/buurtwinkel. En geef ze eens ongelijk.

Hamilton grijpt dus zelf in. Kijk maar eens naar de foto. Hier woont Bonnie (die gelooft dat God iets met paarden heeft gedaan zodat ze met ons kunnen communiceren, maar dat terzijde). Bonnies vriend wist met behulp van twee werkloze buurtjongens (eentje op de foto) het hele huis op palen te zetten. De trap is alleen nog niet af.

Money honey = cijfermeisje? Valutavrouw? Dollardame?

moneyhoney.jpg
„What is Wall Street?”.

Vorige week, toen de nieuwe Amerikaanze tv-zender Fox Business begon, stond die vraag groot op de eigen homepage. Met de uitleg dat zodra je mensen die woorden hoort gebruiken, ze het niet alleen over de straat in New York hebben. Maar over de hele Amerikaanse economie. Mocht je dat niet weten.

Onderschat Fox Business niet. De grote broer (want een lief zusje kun je ‘t toch echt niet noemen) Fox News wist CNN van de troon van meest bekeken Amerikaanse nieuws-zender te stoten, en, ingrijpender nog, andere tv-zenders mee te laten veranderen. CNN in Amerika laat tegenwoordig zonder moeite filmpjes zien over honden die een motorfiets kunnen besturen. Ik bedoel maar: Fox Business kan op termijn veranderen hoe we ons zakennieuws voorgeschoteld krijgen.

Dan is mijn vraag aan jou: moeten we ons daar zorgen om maken? Wil je graag dat economisch nieuws met een sausje van optimisme (über-cheerleading, noemt CNN het), met het zo simpel mogelijk voorschotelen van meningen over bedrijven, opgediend moet worden? Of beweeg je je zelf meer aan de andere kant van het spectrum, en kan je niet genoeg krijgen van kale kwartaalresultaten, interviews met ‘CEO’s’, en noem je een ‘overname’ ook liever een ‘fusie’ omdat dat aardiger klinkt voor de tegenpartij?

Als dat een te abstracte vraag voor je is, dan is deze misschien interessanter. Vandaag heb ik een stuk in de papieren krant over Fox Business. Daarin schrijf ik over de functie van ‘money honey’, de term die aan bevallige presentatrices op de beursvloer wordt gegeven. (Hierboven op de foto de bekendste money honey van het moment, Maria Bartiromo.) Hoe dan ook: hoe vertaal je dat? ‘Valutavrouw’ viel al snel af, hoewel het wel lekkerder bekt. Dollardame? Iemand betere suggesties?

Watermeloen op je hoofd uitpersen

Millman01.jpgEerst het belangrijke werk. Hier nieuws uit de krant van zaterdag over Wall Street. Het was vrijdag op de dag af twintig jaar geleden dat Zwarte Maandag plaatsvond; de grootste procentuele daling op Wall Street ooit. Vergeleken daarmee (maar er zijn vast economen die terecht kunnen stellen dat die vergelijking om wat voor reden dan ook mank gaat) was er vrijdag niets aan de hand. Min 2,3 procent voor de Dow Jones.

Maar er is meer aan de hand. Ik heb voor de vrijdagkrant een overzicht gemaakt. Mocht je niet weten waarom het relevant is als zowél een grote bank als Citigroup als computerfabrikant IBM als pakjesverstuurder FedEx tegenvallende cijfers bekendmaken, lees dit dan. Als je dat al wel weet, hoor ik graag wat je denkt. Ik vroeg het al eerder (dank voor alle reacties), maar hoe ziet de Amerikaanse economie er over een jaar uit. En vind je dat eigenlijk van belang voor jouw Nederlandse portemonnee?

Van de economie naar de kunsten. Ivo van Hove is regisseur van Toneelgroep Amsterdam. Door menigeen in Nederland wordt hij op handen gedragen. Hier in New York wisselt dat nogal. Om de zoveel jaar komt Van Hove naar de stad om een stuk te regisseren. Samengevat: het duurde even voordat hij door de recensenten werd geaccepteerd, zijn vorige productie Hedda Gabler werd bekroond, de acteurs zouden bij wijze van beloning naar Amsterdam gehaald worden voor een uitvoering. Dat is nooit gebeurd, het gezelschap hier heeft geen idee waarom niet.

Dan nu The Misanthrope. ”It stinks”.

En dat was nog een van de minder subtiele reacties. Lees hier, op de website van Toneelgroep Amsterdam, enkele andere stukken. Het grootste bezwaar van bezoekers en recensenten was de ranzigheid met watermeloenen en chocoladesaus, het geschreeuw, het fysieke geweld. Ik vroeg na afloop van een van de voorstellingen aan Jeanine Serralles, een van de acteurs, of ze zich in hun werk afvragen hoeveel hun publiek aankan. Is er een grens aan hoelang je kunt schreeuwen totdat bezoekers weglopen? „Nee”, was haar antwoord. „Nooit over nagedacht. We doen gewoon wat Ivo wil.”

Hier mijn stuk uit de papieren krant van dit weekend. Wat denk jij van Van Hoves werk? Van Toneelgroep Amsterdam? Of zijn New Yorkers gewoon helemaal niet zo vooruitstrevend in de kunsten als we soms denken?

Oh, en nog even iets anders over de theaterwereld. Vorige maand schreef ik er al over, maar er is een arbeidsconflict tussen de toneelknechten op Broadway en de producenten van de grote stukken daar (Van Hoves The Misanthrope is off-Broadway, het iets alternatievere circuit).

Hoe dan ook, het broeit al weken op Broadway. De producenten hebben aangekondigd vanaf maandag eenzijdig nieuwe regels (gaat vooral over geld, natuurlijk) toe te passen en de vakbond van theatertechnici gaat zondagavond stemmen voor een staking. Even oppassen dus, voordat je volgende week naar een Broadway-show denkt te gaan. Had iemand al kaartjes toevallig?

Hip, cool, trendy en andere nieuwe wilde ontwikkelingen uit de media

smog.jpgIk weet nooit zo goed wat ik me moet voorstellen bij de redactie ‘Style’ van The New York Times. Zij zijn de mensen die de aankondigingen op papier zetten van aanstaande bruiden en bruidegoms (soms staat de laatste wegens tijdgebrek niet op de foto – bijna altijd is hij dan bankier). Willekeurig voorproefje? „Mrs. Cunha, 37, is a senior associate in the litigation department of Shearman & Sterling, a New York law firm. She graduated magna cum laude from Northeastern University and received her law degree, also magna cum laude, from Boston College. She is a daughter of Leda Serey of New Paltz, N.Y., and Keith Nelson of Cleveland.” Et cetera.

De krant signaleert verder twee trends die ik je toch niet wil onthouden. Eén: de das is weer in. „Check out any art gallery, advertising agency or downtown bar where the cool kids hang.” Mediasite Gawker neemt de trend lekker serieus en heeft er zelfs een rubriekje over: ‘fake trends’. Eén van de comments: „Thanks, Times. Now I can’t wear neckties anymore. I love my ties. God DAMN it.”

Andere wilde nieuwe frisse verse ontwikkeling is het officieel hip verklaren van Staten Island, dat eiland dat de meesten van ons alleen kennen omdat de ferry die naar het eiland gaat gratis is – en je vanaf de boot uitzicht hebt op de skyline. Hier een video over hoe cool het vijfde stadsdeel nu zou zijn. Zelf kom ik er zelden. Jij weleens geweest?

The last lecture

brain.jpgEen groeiend aantal Amerikaanse universiteiten vraagt hun docenten om een college te geven onder de titel ‘the last lecture’, de laatste les. Vertel maar: wat zou je je studenten écht willen meegeven, gesteld dat dit je laatste college ooit voor je overlijden zou zijn.

Randy Pausch was een van die professoren. Maar dan echt: hij heeft niet lang meer te leven. The Wall Street Journal maakte deze reportage over het college. Veel meer hoef ik er niet over te zeggen. Behalve dan: wat zou jíj een groep studenten willen meegeven?

Het is een epidemie, die huizenmarkt,

Robert_Shiller.jpgzegt Robert Shiller. En hij kan het weten. Want als er iemand van zeepbellen weet, dan is hij het wel. De Yale-econoom voorspelde bijvoorbeeld het einde van de internethausse, en al zes jaar geleden begon hij over de huizenmarkt. We laten ons gek maken, volgens Shiller. En nu in Amerika de huizenmarkt tot stilstand is gekomen, en in delen van Europa de prijs ook begint te dalen, lijkt hij opnieuw gelijk te krijgen.

Als je in deze materie geïnteresseerd bent (of, ik zeg maar wat, zelf een huis hebt), lees dan dit stuk in de papieren krant. Het is een interview dat ik had met Shiller. Waarin ik voor het eerst een antwoord kreeg op de vraag die me al jaren bezighoudt: „Waarom is het zo moeilijk mensen ervan te overtuigen dat een huis niet per definitie een slimme investering is?”

Bad Cookie (of gewoon pech?)

cookie.jpg
Een correspondentschap is net een echte baan: zoveel plannen, maar je komt niet aan alles toe. Voordat ik hier in New York begon, las ik eens het boek Gig. Het gaat over Amerikanen en hun beroep. Ik keek er gisteren nog even in. Heidi Klum vertelt over haar leven als supermodel, een ander is ‘crime scene cleaner‘ in New York en een derde probeert dag in dag uit nieuwe werknemers te vinden voor een slachterij.

Ik dacht al die tijd dat ik in ‘Gig’ ook had gelezen over een man bij Wonton Food, een bedrijf in Brooklyn. Deze man, zo dacht ik me te herinneren, doet niets anders dan de hele dag de spreuken verzinnen die in de fortune cookies zitten.

Ik vergis me. In het boek wordt niet over hem geschreven; heb het vast ergens anders gelezen (de wens om hem eens te interviewen blijft even groot). Ik kan wel andere stukken vinden die bolstaan van wist-je-datjes. Zoals: Chinezen deden tot voor kort helemaal niet aan spreuken in koekjes, Wonton Foods zou dat in China geïntroduceerd hebben. En: het bedrijf heeft ooit eens aan kinderen gevraagd spreuken in te sturen. Wat er binnen kwam? „You will never go to jail.” Of: „You will find money on the couch where your father sits.”

Lijkt me inderdaad de grootste complicatie van die baan: het bedenken van nieuwe spreuken. Al een paar maanden hangt er een briefje uit een van Wontons koekjes op mijn ijskast: „You should pay for this dinner. Be generous.

Van de week was er opeens een stuk in de krant over Wonton Food. Wat blijkt? Ze zijn daar overgegaan op minder positief ingestelde spreuken (zou mijn ijskastexemplaar daar ook al bij horen?). Favoriet tot nu toe: „Your problem just got bigger. Think, what have you done?”

Summer in the city

Net zo dol als New Yorkers zijn op de dynamiek van hun stad, zozeer hechten ze aan zelfbedachte regelmaat:

• Na Labor Day (viel dit jaar op 3 september) is witte kleding taboe;
• Als het eenmaal weer lekker warm wordt in maart, volgt er toch altijd nog een sneeuwbui;
• Als op Columbus Day de ijsbaan bij Rockefeller Center open gaat, begint de winter.

Sort of.

Gisteren was het Columbus Day, gisteren ging de normaal zo populaire ijsbaan open en gisteren was het ook 90 graden Fahrenheit in de stad: 32 graden Celsius. De zomer duurt wat langer dit jaar. Stranden die officieel al een maand dicht zijn, bleven dit weekend ook nog open. En de directeur van de ijsbaan begrijpt ook wel dat bijna niemand door de plassen op het ijs heen wil schaatsen: „This is the first year we’ve competed with the beaches”.