Archief voor: september 2007


De omgekeerde staking

bway.jpgVreemde tijden in de Amerikaanse economie. De hypotheek- en kredietcrisis doet het consumentenvertrouwen pijn, maar tegelijkertijd verdienen bedrijven goed en is de werkloosheid laag. Nog zo’n tegengestelde beweging: vakbonden worden almaar minder machtig, maar blijven loonsverhogingen eisen en stellen zich hard op. (Doet iemand dit aan Nederland denken?)

Ik schreef deze week over vakbonden die in twee sectoren een hoofdrol opeisen. De vakbond United Auto Workers staakte twee volle dagen bij General Motors, Amerika’s grootste autofabrikant. Hier het begin van de staking, hier de uitkomst.

En dan Broadway. Vorig jaar trokken de 39 grote theaters op Broadway twaalf miljoen bezoekers, waarvan 60 procent toerist (vertel eens: wat heb je gezien en was het je geld waard?). Ook die producties zijn erg afhankelijk van de vakbonden. Vooral die van de ‘stagehands’ (de ouderwetse, maar meest correcte, vertaling is ‘toneelknechten’). Op Broadway werken 350 toneelknechten en zij verdienen per jaar gemiddeld 115.000 dollar. Pardon? Inderdaad.

Door de jaren heen zijn hun werkomstandigheden vrij goed geworden. Neem de maand waarin een nieuwe productie wordt opgebouwd. De producent moet van tevoren bedenken hoeveel toneelknechten hij op de dag dat het meeste opbouwwerk verzet moet worden, nodig heeft. Alleen: daar zit bij ook alle andere dagen aan vast, aan al die mensen. Ook al heeft hij geen werk voor ze, ze komen toch. En moeten worden betaald.

De theaters hebben het daar nu mee gehad en dreigen met een werkuitsluiting van deze mensen. Het gevolg is dat dan ook alle theaters dicht blijven, want zonder de technici kun je niks. Een omgekeerde staking dus. Maar de producenten en theaters hebben het ervoor over. Zaterdag schreef ik er nog in de papieren krant een stuk over. Net hoorde ik dat ze in ieder geval maandag nog open blijven, de theaters. Vakbonden en theaters praten nog even verder. Zeg eens: wie heeft er het meeste gelijk?

En verder dit: Balkenende was op de beurs in New York om daar te staan waar ook bekende sporters en badpakmodellen welkom zijn (en bestuurders uit het bedrijfsleven, natuurlijk, maar dat is niet zo spannend). Wil je weten wat hij in het gastenboek schreef?

Kid Nation

taylor.jpgIn a kid world, there’s no president Bush, there’s nothing.” Dankjewel, Taylor, 10 jaar oud, schoonheidskoningin. Taylor is een van de veertig kinderen die veertig dagen in de woestijn in New Mexico zijn gedropt. Zonder ouders, zonder school (zonder Bush dus ook), maar met camera’s op hun neus.

Het is Amerika’s nieuwste – en controversiële – reality tv-programma en het heet Kid Nation. Ouders hebben een contract van 22 pagina’s getekend waardoor ze de makers vrijpleiten in het geval van overlijden van hun kind, als ze emotionele schade of een seksueel overdraagbare aandoening opdoen of als ze zwanger worden. (De kinderen zijn tussen acht en vijftien jaar oud.) En de ouders mogen ook niet met de krant praten.

Ondanks die contracten is er heel wat bekend geworden, en verkeerd gegaan. Lees hier het stuk van de voorpagina, en hier mijn stuk uit de papieren krant. Wat denk je: typisch Amerikaans of kan dit ook in het Nederland van de Gouden Kooi?

Alan(yseer) Greenspan

alan.jpgVorige week vroegen mijn collega Maarten Schinkel en ik jullie een verbale knoop uit de mond van de Amerikaanse voormalige centralebankier Alan Greenspan te ontwarren. Dit zei hij tijdens een interview in deze krant: „It is not yet settled, although I guess it should be by now, that human beings are not significantly more perfectible than we are.”

In de krant van vandaag de uitslag. Ik zal daar aan het einde van de dag naar linken. Hieronder in ieder geval een aantal van de binnengekomen reacties. Wat denk je: wordt de plank geheel misgeslagen? Houdt Greenspan ons voor de gek? Heeft hij meer humor dan we denken of zijn wij niet intelligent genoeg voor hem?

Mocht je het gemist hebben: hier de discussie over protectionisme naar aanleiding van het gesprek, hier onze recensie van zijn pas verschenen boek.

Over de uitslag kan niet met de krant worden gecorrespondeerd, en dat soort zaken. Maar wel met elkaar! Benieuwd naar je reactie. Enkele van de ruim tweehonderd ingezonden interpretaties van het citaat:

• „Wat nog steeds niet goed onder ogen wordt gezien is dat de mens niet perfect is en vaak te kort schiet. Het menselijk kunnen wordt dus overschat, bijvoorbeeld in het streven naar een goed en gebalanceerd economisch beleid.” (Maurits ter Haar)

alan_1.jpg• „Het is nog steeds niet duidelijk voor iedereen dat de mens niet veel perfecter zal worden dan we nu al zijn. Hoewel ik denk dat dat nu onder de hand wel duidelijk zou moeten zijn (na zoveel miljoen jaar).” (Lex Abels)

• „Wij mensen blijven altijd onze beperkingen houden. Dat we dat nooit kunnen bewijzen is zo’n beperking die we nooit onder ogen kunnen zien, wat alweer zo’n beperking is.” (A. den Uijl)

• „Geïnspireerd door de Verlichting gelooft Greenspan in laisser faire en de volkomen mens. Ondanks twee eeuwen kapitalisme blijft marktfalen – en daarmee inherent: de onvolkomen mens – bestaan. De economische vrijheid hàd ons al meer volkomen moeten maken. Toch volgt daaruit allesbehalve dat het streven naar de volmaaktere mens een queeste blijkt.” (Herman van Harten)

• „Het staat nog niet vast, alhoewel het langzamerhand wel zou moeten denk ik, dat mensen in het algemeen niet aantoonbaar meer te vervolmaken zijn dan economen. Je zou voor economen, ook apen kunnen lezen maar dan wordt het een heel ander verhaal.” (Carolien Zwerver)

• „De mens is onverbeterlijk, en het is vreemd genoeg nog steeds niet bekend waarom.” (Vincent Rouwmaat)

alan_2.jpg• „Gaat over volmaaktheid van vrije markt. Deze is niet zo volmaakt, als Greenspan zou willen. Markt is nooit perfect geweest, en nog altijd niet (‘still not settled’) Mensen kun je niet zo perfectioneren dat de vrije markt perfect functioneert. Daarom moeten beleidsmakers, centrale bankiers (‘we’ in de tekst) intervenieren, b.v. in inkomensverdeling.” (Marco Leeflang)

• „Ondanks het aantal jaar dat de evolutie van de mens nu gaande is, lijkt men niet te willen beseffen dat de mens niet rationeler zal gaan handelen dan die nu doet.” (Ron Claessen)

• „Je zou denken (3e deel van de zin) dat wij inmiddels een hoog niveau van menselijke “perfect-heid” bereikt hebben. Maar, (1e deel) dat is nog lang niet zeker. Je zou verwachten (2e deel) dat dit inmiddels wel bekend is, maar vreemd genoeg is dat dus nog steeds niet het geval. Met andere woorden: De ideale, calculerende, burger en/of belegger is er waarschijnlijk nog lang niet, en het is de vraag of die er ooit komt.” (Sander van Reedt Dortland)

• „In eerdere uitlatingen heeft Greenspan aangegeven dat menselijk gedrag niet wiskundig te verklaren is, dat het door de tijd heen niet veranderd is en dat we onszelf niet kunnen verbeteren. De gedachte dat de mens ‘maakbaar’ of te verbeteren is, is een mening die vaak door voorstanders van een paternalistische overheid uitgedragen wordt. Volgens Greenspan (de overtuigd libertaire republikein) zou het inmiddels ‘common knowledge’ moeten zijn dat dit dus niet zo werkt.” (Mels de Zeeuw)

• „Door de bank genomen is het gemiddelde van alle mensen bij elkaar helaas minder perfect dan een individueel weldenkend mens zich kan voorstellen. Terwijl we inmiddels wél het rationele inzicht hebben over hoe ieder mens zich zou moeten gedragen.” (John Tillemans)

• „Als hoofdbreker is de uitspraak van Alan Greenspan ,waarover u een analyse vraagt, mijnsinziens komisch en wel hierom : mijn analyse c.q. vertaling van zijn uitspraak luidt: Die zondeval van de mens hé, het vervolmaken van de mensheid wil maar niet lopen als een klok.” (Leo Elstak)

• „Wij van de Fed zijn op zijn minst net zo slim als de slimste van de gewone mensen. En zeker slimmer dan politici.” (Jules Benedictus)

alan_3.jpg• „Tweeduizend jaar beschaving heeft in menselijk opzicht te weinig opgeleverd. Mensen hebben kansen genoeg gehad er wat van te maken. Dat we ooit een betere wereld krijgen, is met het verstrijken van de tijd steeds onwaarschijnlijker.” (Willem Muste)

• „Hier is wat de man zegt: „Wanneer stellen we nu eens vast dat je mensen niet echt veel beter kunt maken dan we zijn.” Ofwel: what you see is what you get, doe het er maar mee. De man knoopt zich bij deze vrij simpele constatering op aan zijn eigen woorden, wat sommige lezers de indruk geeft dat er iets heel diepgravends en wijs wordt gezegd. Dat is volgens mij hier niet het geval, alhoewel ook simpele constateringen veel wijsheid kunnen bevatten. Bij Greenspan houd ik het daar voorlopig op.” (Jos Lammers)

• „De tekst van Greenspan komt feitelijk neer op: „We zijn zoals we zijn” waarmee hij wil zeggen: „Tja, het is niet anders”.” (Toon ten Hengel)

• „Het is een bescheiden manier om te zeggen: „Ik ben niet perfect, maar wel iets perfecter dan de rest van de mensheid”.” (Wim Stenfert Kroese)

• „Men is het er nog niet over eens, alhoewel ik vind dat de oplossing duidelijk is, dat er niet significant meer te perfectioneren valt aan de mens dan tegenwoordig. Oftewel: op de schaal van perfectie van 0 tot 10 staan wij op 0.” (Aernout Kraayeveld)

Blommen op je motorkap

taxi1.jpg
Vlak voordat ik naar New York vertrok om correspondent te worden, twee jaar geleden, deed Birgit Donker (nu hoofdredacteur) me een verzoek: of ik mijn eerste stukken niet over huizenjacht, makelaars, klusjesmannen en en telefoonbedrijven wilde laten gaan. Dat is namelijk zo standaard dat het een cliché is geworden: het is het eerste contact dat een correspondent met zijn standplaats heeft, hier begint de fascinatie en volgen dus direct verhalen over.

Inmiddels zijn we twee jaar en een ineenstortende huizenmarkt verder. Dus schrijf ik om de haverklap over dat deel van Amerika. Maar ik ben niet in Birgits val getrapt.

Een andere klassieke fout van een correspondent of een reizende journalist: informatie inwinnen bij taxichauffeurs. Natuurlijk, ze zijn de oren en ogen van de stad en dat soort dingen – maar ze zijn ook buitengewoon onbetrouwbaar. In de meeste landen zullen taxichauffeurs je precies dat zeggen wat je wilt horen, allemaal voor die fooi. Plus: de lezer zou het een zwaktebod vinden (en terecht) wanneer de krant vol zou staan met taxichauffeurs van over de hele wereld die om hun mening over van alles en nog wat gevraagd wordt.

taxi3.jpg
Dus wat deed ik toen Claudia (zie rechtsboven) me attendeerde op de bloemen waarmee duizenden taxi’s van de ene op de andere dag verszierd zijn? Ik vroeg aan een taxichauffeur hoe het zat. Wat zijn dat voor bloemen? Waarom heb je ze op je motorkap?

Is reclame. Zei hij. Voor een tentoonstelling. In een museum.

Goed dat ik dat niet heb opgeschreven. Het blijkt deel uit te maken van Portraits of Hope (inclusief filmpje). De bloemen worden geschilderd door children coping with medical, physical, emotional and socioeconomic challenges. En bovendien is het een mooi moment om honderd jaar van gemotoriseerde taxi’s te vieren. Het verband is, merken anderen ook op, niet helemaal duidelijk, maar het is allemaal heel zoet.

De chauffeurs zelf hoeven niet te betalen, maar moeten de bloemen wel zelf weer verwijderen. De verwachting is dat ze massaal zullen meedoen: ook nu weer omdat ze hopen op de fooi van toeristen. Zeg eens: zou je er meer door gaan betalen?

taxi4.jpg
taxi5.jpg

Greenspannend

green.jpgAchttien jaar lang gaf hij geen interviews in het openbaar. Alan Greenspan (wie?) was tot vorig jaar president van de Amerikaanse centrale bank; daarmee een van de machtigste mannen van de wereldeconomie. Als Greenspan praat, luistert de wereld, zei president Clinton eens.

Maar wát hij dan zei? Dat was nog niet zo eenvoudig. Zelf zei hij eens tegen een Congreslid die vol begrip reageerde: „Als u denkt te begrijpen wat ik zei, heb ik mij vermoedelijk verkeerd uitgedrukt.” De overlevering wil ook dat Greenspan televisiejournaliste Mitchell driemaal ten huwelijk vroeg voordat zij begreep wat hij bedoelde. Deze verkeerde voorstelling van zaken zet hij bij dezen recht: het was vijf keer. „Ze heeft er zelfs nog twee gemist.”

De voorgaande passage heb ik voor het gemak even geknipt-en-geplakt uit het interview dat NRC-collega Maarten Schinkel en ik maandag hadden in nrc.next en NRC Handelsblad (lees het hier). Met Greenspan. Vorig weekend zaten we bij hem thuis, op de bank, in de woonkamer, te praten over de zes presidenten waarmee hij werkte, over financiële crises, over de huidige hypotheekproblemen, zelfs over het Nederlandse ontslagrecht.

Lees hier het nieuws van de voorpagina, doe hier mee met een discussie over het stuk, doe hier mee met de prijsvraag: Analyseer Alan.

Voor de liefhebbers, een kijkje in de journalistieke keuken. Hoe krijg je zo’n interview? Kort antwoord: niet makkelijk. Lang antwoord: met behulp van de Nederlandse uitgever.

Begin mei nam uitgeverij Balans contact met ons op. Of we eventueel interesse hadden? Natuurlijk. Maar velen met ons. Daarna begon een maandenlang proces van onderhandelen waarbij de shortlist van Nederlandse media steeds korter werd. De Nederlandse uitgever, de Amerikaanse uitgever en het kantoor van Greenspan waren constant aan het overleggen en de lijst aan het bijstellen.

Ondertussen kregen wij als journalisten de meest uiteenlopende verzoeken. Wat is exact uw functie? Wat deed u hiervoor? Waar bent u opgeleid? Waarover schrijft u elke dag? De verzoeken werden almaar interessanter. Kunt u een aantal artikelen opsturen? Wat probeert u met interviews te bereiken? Het eindigde ermee dat we Greenspans kantoor in Amerika over onze bezigheden naast ons werk vertelden. „Ik houd van hobby’s.”

Om misverstanden te voorkomen: nee, we hebben van tevoren niet verteld wat we zouden gaan vragen. Dat zou weinig journalistiek zijn. En nee, er is al helemaal niet betaald voor een interview – dat doen we nooit.

Maar goed, we mochten komen. Drie kwartier, op het kantoor van Greenspan in Washington. Komt u maar. Maarten boekte zijn vlucht naar de VS, ik regelde een treinreis naar de hoofdstad. Toen ik op het kantoor van de Amerikaanse uitgever het boek onder begeleiding aan het lezen was, kwam er opeens het verzoek van iemand daar. Konden we ook een andere dag? Bij Greenspan thuis?

Natuurlijk. Bij zo’n man thuis! Drie kwartier! Dus daar stonden we, veel te vroeg, voor het huis van de buren (vanochtend las ik pas in de Financial Times dat Karl Rove daar gewoond heeft. Het kan ook de buurman aan de andere kant zijn. Hoe dan ook, beide heren spraken elkaar nooit). We bespraken nog even onze tactiek. Wie stelt de eerste vraag, hoe streng worden we?

Greenspans vrouw (een bekende televisiejournaliste) kwam naar buiten lopen. Kom binnen joh. En toen kwam Greenspan de trap aflopen. (Nogmaals, hier het stuk). Zal ik u nog even kort vertellen wie wij zijn, waarvoor we werken? “Nee hoor, laat maar”, zei Greenspan. „I know who you are.” Anderhalf uur later hield hij het pas voor gezien.

Ingezonden bericht 9

voetbal.jpgArjan: A Clear Blue Sky
Ze zeggen weleens dat Amerikanen verschrikkelijk nep zijn. En ik heb mezelf ook wel eens op een dergelijke uitspraak betrapt. De neppe McDonalds ‘Service with a smile’ is daarvan misschien wel het meest bekende en aangehaalde voorbeeld. Die enorme namaakglimlach waar niets achter zit. In ieder geval geen oprechte vriendelijkheid of interesse.

Enige tijd geleden was ik met een vriend van mij in New York. Op een van de avonden speelden we wat pool in een bar, totdat twee Amerikaanse broers, type red neck qua uitstraling, meedeelden dat ze ook graag wilden spelen, door een paar munten op de rand van de tafel te leggen. Kennelijk in internationaal (h)erkend gebruik.

Toen het hun beurt was, vroegen ze of ze niet tegen ons konden spelen, dat was leuker en dan konden wij nog even doorspelen. Wij vonden het een prima plan, en wat bleek, hun vriendelijke geste was oprecht. De rest van de avond (en nacht) zijn we met hun, hun vriendinnen en later nog wat lui opgetrokken. Ze namen ons mee uit eten, naar de Coyote Ugly bar (geen donder aan, maar we moesten het gezien hebben, aldus een van onze nieuwe vrienden).

Na die prima avond heb ik eigenlijk nooit meer gezegd dat alle Amerikanen verschikkelijk nep zijn.

Ingezonden bericht 8

IS8.jpg

Hierbij nog een mooi ingezonden verhaal. Stuur gerust nieuwe ervaringsverhalen. Hoe was New York voor jou? Deze is van Bart Nijman:

Met kerst was ik voor het laatst in New York. Mijn jongere broer en ik waren naar de Big Apple afgereisd om kerstmis te ontlopen, maar ook om wat meer tijd te hebben om de stad te zien: we waren er twee jaar eerder ook eens geweest, maar toen slechts 3 dagen. Veel te kort!

Omdat een goede stadsverkenning begint met een centraal gelegen hotel, hadden wij een kamer geboekt in het Hotel Carter, op West 43rd Street. Inderdaad, achter 42nd Street en slechts honderd meter van Times Square. Het hotel was gezien de locatie verrassend goedkoop, iets wat voor ons als studenten niet verkeerd uit kwam. Toen we ons verdiepten in enkele internetrecensies echter, ontdekten we al snel waarom het zo goedkoop was: het zou simpelweg een rottend stinkhol zijn. Lekkende plafonds, tapijt tegen de muren om gaten te verhullen, een weeïge lucht in de lobby, het was allemaal niet al te veelbelovend. Maar voor iets meer dan 100 dollar per nacht (voor twee personen!) zat je wel in hartje New York. Dus we besloten ons niet op de kast te laten jagen door de negatieve reviews en gewoon ter plaatse te zien hoe het er uit zag.

Nadat de bus ons vanaf Newark Airport bij de Port Authority Bus Terminal had afgezet, liepen we naar het hotel. Rechts de vele neonbakken van 42nd Street, aan de andere kant van de straat die van Times Square. How bad could it be?

Eenmaal binnen dansten de eerste zinnen uit reviews weer voor mijn ogen. De lobby rook vreemd, een muffige, zoete geur. De receptie was een loket met gewapend glas, tegen de wand lagen dikke rollen tapijt en in het midden van de lobby zat een enorme zwarte man aan een tafeltje met een kartonnen bordje er op: ‘Hotel Security’. Inchecken had nog wat voeten in aarde, omdat we blijkbaar een gemailde bevestiging hadden moeten printen. Moesten we alsnog doen, op een internetpc in de lobby waar uiteraard gewoon geld in moest. Zelfs de print moesten we betalen.

Maar goed, daarna waren we ingecheckt en waren de mensen achter ons in de rij aan de beurt, een Spaanstalig gezin en twee Amerikaanse meisjes die allen duidelijk iets te klagen hadden. De man aan het tafeltje heette ons echter vriendelijk welkom en vertelde dat alle 700 kamers van het hotel tussen kerst en oud en nieuw helemaal vol zou zitten: “Plenty of single girls for you boys!” Welja. Alsof we daar voor kwamen.

Een beetje zenuwachtig maar vooral erg nieuwsgierig betraden we enkele minuten later onze kamer. De deur sloot niet goed, er zat een gat in één van de (enkelglas) ramen, de stokoude tv had maar drie zenders en de bedbodems van de enorme bedden zaten vol vreemde vlekken, maar die werden netjes verhuld door (schoon) beddengoed met het embleem van een ziekenhuis (!) er op. De douche en het toilet waren echter keurig schoon. Wij kwamen blijkbaar goed weg. Koffers uitruimen en naar beneden voor een rondje downtown.

In de lift stonden mensen die vroegen of onze kamer ook zo smerig was en de klaagrij aan de receptie was ondertussen nog wat gegroeid. Wij zijn grijnzend naar buiten gelopen, hebben in de zon een rondje door Central Park gewandeld en nutigden op eerste kerstdag een heerlijk Big Mac menu op 42nd Street. Het Hotel Carter was enkel bedoeld om te overnachten, iets waar het meer dan prima voor geschikt was. Ik zou er zo weer naar toe gaan.

Female Jello Wrestling

worstel.jpgNext heeft een rubriek die afwisseld ‘Nu in…’ en ‘nieuw in…’ heet. Op die puntjes komt dan de naam van de standplaats van een van onze 25 correspondenten overal ter wereld. De correspondent beschrijft trends, ontwikkelingen en andere frisse dingetjes die om hem (haar) heen gebeuren en Nederland weet van moet hebben (of gewoon leuk om te lezen is).

Een paar weken geleden bezocht ik het vrouwenworstelen hier in de stad. Dat past helemaal in de trend van meisjes en vrouwen die harde sporten bedrijven. Het begint al op high school. Het kan ook met een knipoog: hier in de stad zijn verder kussengevechten populair, net zoals de stevige rolschaatswedstrijden van de Roller Derby.

Goed. Vrouwenworstelen dus. In een bad van namaakpudding. En niemand die natuurlijk speciaal voor de wardrobe malfunctions komt. Hier mijn stuk over de meisjes die overdag een suffe kantoorbaan hebben en ‘s avonds in een achterafzaaltje aan elkaars haren trekken. Allemaal onder het mom van feminisme, natuurlijk.

Linkedin

linkedin.jpg„Geen uitnodiging gehad voor netwerksite Linkedin?”, vroeg next vorige week. „Dan tel je nog niet mee.”

Het was een mooi voorbeeld van hoe we elke dag weer een krant maken. Ik sprak een paar weken geleden met Bart Funnekotter van de mediaredactie en Titia Ketelaar van next over Facebook. Die site wordt maar niet overgenomen door een grote partij (is dat op lange termijn geld waard, denk je? Myspace was duur en heeft nu al zo’n slechte naam gekregen in Amerika dat je daar niet meer gezien wilt worden) en de oprichter is verwikkeld in een paar rechtszaken over wie-heeft-dit-eigenlijk-bedacht.

Opeens kwam Linkedin ter sprake. Ik ben al een tijd lid van deze netwerksite (zonder badpakfoto’s, maar met vermelding van studie-ervaring) en ik begon te merken dat ik de laatste weken opeens veel meer verzoeken kreeg van Nederlandse vrienden, contacten en je kent het wel. Titia had dat ook. Was daar iets aan de hand?

Inderdaad. Niet dat Linkedin het zelf begreep. „We keken naar de Nederlandse cijfers. Dat ging van Boem! was dat echt?” zegt Liz O’Donnell, de Amerikaanse die verantwoordelijk is voor de groei van de site buiten de VS. (De onafhankelijke site Toplinked houdt bij wie de meeste contacten heeft. Nederlanders scoren goed. De vraag is wel of het praktisch is, 19.000 zogenaamde vrienden.)

Dus ik naar Californië, langs bij Linkedin. Hier het stuk, ook over alles wat nog mis kan gaan. En mocht je nou een van die loners zijn zonder uitnodiging, je kunt je ook op eigen initiatief aanmelden.

9/11: Zes jaar na dato.

911.jpg