Archief voor: juli 2007


Rupert, Jan, Dimitri, Marco (en wat imitatoren)

Wanneer precies, weet niemand. Maar ergens de komende week – waarschijnlijk maandag al – beslist de familie Bancroft of ze mediabedrijf Dow Jones (inclusief vlaggeschip The Wall Street Journal) aan ondernemer Rupert Murdoch verkopen. Ook al lees je ‘de Journal’ nooit, dit besluit gaat iedereen aan die kwaliteitsjournalistiek belangrijk vindt – en als lezer een strikte scheiding tussen feiten en meningen waardeert.

Mediaredacteur Jan Benjamin en ik schreven voor de krant van dit weekend twee grote stukken waarin we de feiten over de mogelijke deal en over Murdoch nog eens op een rijtje zetten. Hier Jans portret, hier mijn bijdrage.

Er gebeurde meer, deze week. Lees maar. Wereldwijd zakten de beurzen weg, de Amerikaanse Dow Jones-index (inderdaad, van hetzelfde bedrijf) had de slechtste week van de laatste vijf jaar. Verder probeert Europa zich te wapenen tegen buitenlandse opkopers, en kijkt voor een keer niet met een boos oog naar ‘Amerikaanse toestanden’. Hier mijn stuk over CFIUS, de Amerikaanse overheidscommissie die toestemming moet verlenen wanneer buitenlanders Amerikaanse bedrijven willen kopen.

Ten slotte dan Ad Melkert en zijn VN-organisatie UNDP. Melkert is de tweede man van deze ontwikkelingsorganisatie en hij ligt onder vuur van Amerikaanse diplomaten. Zijn organisatie zou door het overtreden van eigen regels het Noord-Koreaanse stalinistische regime financieel geholpen hebben. Stuk 1, stuk 2.

marco.jpgEn dan moet ik al het hele weekend denken aan een ander artikel uit de krant. Het gaat om dit verhaal, in het Zaterdags Bijvoegsel uit de papieren krant van gisteren. Journalist Dimitri Tokmetzis schrijft over Nederlandse plattelandsjongeren die de Amerikaanse rapcultuur imiteren.

Niks nieuws aan, dat ook niet-Amerikanen onder de indruk zijn van blingbling. Maar deze groep jongeren (én niet zwart, én niet arm, én niet opgegroeid in een stedelijke omgeving) staat wel heel ver van Detroit, Los Angeles of New York af.

Waaraan ik precies moest denken? Ik was net in Youngstown, zo’n plek dat eruit ziet zoals de Limburgse jongeren ‘hard Amerika’ van tv kennen. Stad, getto, auto’s met vlammen en gouden wieldoppen, bewoners die je vertellen over de kunst van ‘kissing the floor’ (tegen de grond duiken bij een regen van kogels).

Ik raakte in gesprek met Marco (van de foto). Zijn leven was zwaar, vol armoede, zonder onderwijs, zonder werk, maar vol trots constateerde hij dat hij nu niet in de gevangenis zat. „Overal ter wereld zijn mensen die zo graag doen alsof ze zwart en in Amerika zijn”, zei Marco. „Ze snappen er niets van. Het zijn de domste mensen die ik ken.”

Biertje aan boord

bier_1.jpgSoms kan je het zelf niet mooier opschrijven (dank je wel, New York Times):
The city banned cigarettes in bars, and the smokers trooped out to the sidewalk. Trans fats in restaurants were next, and the French fry addicts mostly shrugged. But since the Metropolitan Transportation Authority announced that it was considering banning alcohol on commuter trains, it has been a different story.

Het biertje aan boord, voor al die harde werkers die de stad aan het eind van de dag inruilen voor hun buitenwijk, werd bijna afgeschaft. Moeilijk moment. Er is maar weinig leuker aan New York dan New Yorkers in opstand te zien komen. (Het liep met een sisser af.)

Ander heikel punt in het openbaar vervoer: seksuele intimidatie. Het stadsdeel Manhattan wilde graag weten hoe het daarmee gesteld was en heeft een online enquête opgezet. Bijna 1.900 reizigers reageerden. Tweederde daarvan was vrouw, tweederde zegt ook dat [I] „felt the threat of sexual assault or harassment”. Benieuwd of die groepen exact dezelfde reizigers zijn. Zouden veel mannen lastiggevallen worden in de metro? Lees hier het hele rapport. En hier een flink aantal reacties.

Wat er tegen te doen? Betere verlichting, meer telefoons op de perrons, meer agenten onder de grond en bij gaan houden op welke lijnen de meeste incidenten plaatsvinden. Deze site kan daarbij helpen: op Hollaback NYC kan je zelf je foto insturen van reizigers die lastigvallen. De vraag is alleen: hoe vaak kom je in New York nou iemand tegen die je kent?

The Conch Republic (pardon, Key West)

keywest.jpg
Wat dachten jullie van een serie over micronaties, vroeg nrc.next-collega Thalia Verkade een paar maanden geleden. Ik had geen idee wat dat waren; hele kleine landjes? Ongeveer. Thalia wilde graag een serie maken over door de bewoners uitgeroepen landjes, die niet erkend zijn door de Verenigde Naties.

Briljant idee. Hoe vaak lees je daar nou over op nieuwswebsites die alleen het laatste nieuws doorgeven (kon ik niet onderdrukken te denken)?

Dus ik naar Key West. Pardon, naar The Conch Republic, de eilandengroep ten zuiden van Florida. In de jaren tachtig besloot Amerika een grenspost in te richten, nog net op het vasteland, om drugs en illegalen tegen te houden die via de eilanden de VS wilden binnenkomen. De belangrijkste inkomstenbron, toerisme, droogde daarmee direct op.

Als jullie een grenspost inrichten en ons als buitenland behandelen, dachten ze op de eilanden, waarom wórden we dan ook geen buitenland? Zo gezegd zo gedaan. Iemand tikte met een oud brood (type Cuban bread) op het hoofd van een voorbijlopende soldaat en daarmee riepen ze de onafhankelijkheid uit. Direct daarna werden de wapens neergelegd (niemand zat echt op een oorlog met Amerika te wachten) en The Conch Republic was een feit. De bewoners vroegen de VS meteen maar even (ze waren toch net lekker bezig) om een miljard dollar aan buitenlandse hulp.

De rest van het verhaal (inclusief hoe dat nou zit met het paspoort dat in 2000 werd verstrekt op naam van ene Mohamed Atta) staat vandaag in next. Mocht je de krant even missen, binnenkort neemt ook de avondkrant het stuk mee. Dan volgt hier de pdf.

Tot die tijd vermaak je je vast prima op de site van de republiek (met een niet zo democratisch gekozen koningshuis).

Maskers op of af?

masker.jpg
Wordt de stoomexplosie net zo ervaren als 9/11, vragen mensen van buiten de stad. Ik weet het niet, in 2001 woonde ik hier niet. Wat me nu opvalt is dat New Yorkers gelaten reageren, rustig een paar blokken omlopen en doorgaan waar ze mee bezig waren. Je hoort veel over de laatste weken van 2001, maar dat niet.

Als het over de aanslagen gaat, winden New Yorkers zich over twee zaken bijzonder op:
• was het wel of niet een ‘inside job’?
• wisten de autoriteiten wel of niet dat de lucht zo slecht voor je gezondheid zou zijn?

Met dat in mijn achterhoofd valt op dat grote groepen agenten in de buurt van het stoomexplosiegat wel een roze masker dragen, maar evenzoveel anderen weer niet. Even vragen. Vertrouw je de lucht niet? „Inderdaad”, zegt een agent met masker op. Zijn collega die naast hem staat verklaart hem voor gek. „Niets aan de hand joh.”

Ondertussen heb ik nog geen New Yorker gezien met bescherming. Hebben we het daar over een paar jaar nog over?

Dan nog even dit, voor medialiefhebbers. Aanstaande maandag komen leden van de familie Bancroft bij elkaar om een knoop door te hakken: verkopen ze krantenbedrijf Dow Jones (uitgever van The Wall Street Journal) wel of niet aan mediamagnaat Rupert Murdoch? Hier een vers nieuwsbericht uit de krant, hier een eerder overzicht zodat je weer helemaal bijgepraat bent.

Een explosie

steam3.jpg
De paniek was van korte duur, tot het moment dat ik dit schrijf is er slechts een dode te betreuren en van terrorisme is geen sprake. Heftig en gevaarlijk was het wel: tijdens het spitsuur een stoomexplosie die brokstukken tientallen meters de lucht in deed vliegen. Onderaan deze post links naar het laatste nieuws, hier eerst achtergrondinformatie.

• Het New Yorkse stoomsysteem is het grootste ter wereld, twee keer zo groot als dat van Parijs. Met 212 kilometer per uur wordt de stoom met een temperatuur van ruim 170 graden celsius door 160 kilometer aan pijpleidingen geperst.

• Bijna 100.000 gebouwen op Manhattan maken gebruik van stoom. De bekendste: het Empire State Building, het gebouw van de Verenigde Naties (een paar blokken van de explosie af), het Metropolitan Museum of Art.

• Minder bekende stoomklanten zijn (behalve ikzelf) woningen die de stoom gebruiken voor hun airconditioning (ja, echt), stomerijen en ziekenhuizen die de stoom gebruiken om hun instrumenten te steriliseren.

steam4.jpg• Het systeem wordt al sinds 1882 in New York gebruikt. Sommige van de nu nog gebruikte pijpen zijn uit die tijd. Nieuwere pijpen zijn van staal, de oudere barsten eerder open en hebben een deklaag van asbest (schrijft Kate Ascher in The Works: anatomy of a city). Bij de explosie van vanavond zou asbest vrijgekomen zijn.

• De beelden zijn misschien spectaculair, ongevallen met het stoomnetwerk zijn uitzonderlijk. In de laatste twintig jaar zijn er maar drie explosies geweest. De bekendste is van 1989. Toen kwamen twee werknemers van elektriciteitsbedrijf Con Ed en een bewoner om.

• De oorzaak toen (en dat zou ook nu zo kunnen zijn): een typisch geval van wat Ascher de ‘water hammer’ noemt. Om misverstanden te voorkomen hier even in het Engels zoals zij het beschrijft:
- Water condenses and collects in an inactive section of a steam pipe;
- As the line is pressurized and steam is introduced, more condensation takes place;
- Once a valve is opened and steam is introduced to the water, bubbles begin to form in the pipe. As more steam is introduced, a large bubble forms near the top of the pipe;
- When the bubble collapses, steam rushed into the empty space at ten times its normal pressure (…) and an explosion results.

Voor het laatste nieuws, hier het City Room-blog van The New York Times (inclusief video) en hier The Gotham Gazette met een overzicht.

Ikje uit Youngstown, Ohio

youngstown.jpg
Ik schrijf dit uit Youngstown, Ohio. Het is een stad die samen met de staalindustrie is groot geworden, maar nu al decennia achter elkaar in omvang afneemt.

Dat wil zeggen: in aantal inwoners. Niet in geografische omvang. Want de bewoners trekken weg (in dertig jaar van 180.000 naar 78.000), maar de vervallen huizen blijven staan, worden gestript van alles wat nog een paar dollar waard is, worden daarna in brand gestoken, blijven dan nog steeds staan.

Nergens in Amerika zijn huizen zo goedkoop als in Youngstown. Niet zonder reden: de stad is buitengewoon crimineel. Toen ik een bewoner net vroeg welke delen van de stad hij als getto zou kwalificeren, zei hij: „Ha! De hele stad is één groot getto.” Overdreven? Hier een overzichtelijke vergelijking tussen New York en Youngstown.

En dit uit The New York Times van gisteren:

Dear Diary:

I live in the Frederick Douglass Housing Project in Manhattan. On a fine day, many people sit outside on the benches in front of the building, talking and laughing. On one such day, May 14, I emerged from my building in full academic regalia, on my way to Columbia’s graduation, where I would receive an advanced degree.

All eyes turned, mouths dropped open and for a moment all conversation stopped. Then a young man called out: „You’re doing this for Douglass! You’re representing all of us!” Everyone began to applaud. I went on my way, beaming. It was the best part of my graduation.

Carol Ferrone

Illegalen hebben ook geld

illegal.jpgWat wist je al?

• Een Amerikaan heeft gemiddeld vijf creditcards.
• Sinds 2005 hebben Amerikaanse huishoudens gemiddeld meer schuld dan inkomen.
• In Los Angeles kunnen illegale immigranten geen rijbewijs maar wel een autoverzekering krijgen.
• Bank of America (die van ABN Amro) trekt zich niets aan van sommige politici die stellen dat de bank ‘potentiële terroristen’ van krediet voorziet. De bank gaat gewoon door illegalen een creditcard aan te bieden.

Een paar weken geleden was ik in Westlake in Los Angeles, een van de slechtste wijken van de stad. Hier komen illegalen de stad in, hier slapen ze, bij toerbeurt, naast elkaar op matjes in morsige schuilhuizen, hier zoeken ze naar werk. En vlak daarna weet Bank of America ze te vinden. De bank richt zich op de markt van illegalen – ze hebben werk, inkomen en zijn nog niet gewend aan het Amerikaanse bankieren. Daar zit winst, zegt ook de financieel directeur van de bank.

Afgelopen zaterdag stond het stuk in de krant. Hier het verhaal zelf, hier een kader over Amerikaanse gezinnen die in een onmogelijke schuldenspiraal terecht zijn gekomen. Zeg eens; wiens schuld is dat?

72 uur

Zit zelf op het meest zuidelijke puntje van continentaal Amerika op het moment nu, op het eiland Key West. Pardon, op The Conch Republic, zo noemen ze zichzelf hier. Wat ik hier doe, daarover later meer. Maar eerst even lunchen onder een palmboom met de secretaris-generaal van deze republiek.

Ondertussen ook twee stukken in de krant, over de problemen van Ad Melkert bij de VN. Lees hier het voorpaginastuk van vandaag, hier het stuk bij buitenland (plus kader).

lian.jpgWat er verder in New York gebeurde de afgelopen dagen? Eén ding wil ik er even uitpikken: Lián Amaris Sifuentes zat namelijk 72 uur op een verkeerseiland op Union Square heel erg langzaam te bewegen.

Ze wás daarmee een kunstwerk, met de titel: Fashionably Late for the Relationship.

Lián wilde laten zien hoe een vrouw zich op een date voorbereidt (omkleden, make-up, glas wijn), maar ze nam daar wel heel erg de tijd voor: 72 uur. Dat alles werd door meerdere camera’s gefilmd (waaronder die van dit blog).

Nu het afgelopen is maakt een andere kunstenaar van de 250 uur aan beeldmateriaal een versnelde film van 72 minuten (hieronder een voorproefje van eigen hand).

Finally I got up, took my purse and my scarf and walked across the set. As soon as I broke frame, I hailed a cab and left. Everybody applauded.”

Ridley Scott en de nooit gepubliceerde bekentenis

Ik vond het moeilijk om niet aan Horse and Hound te denken, het tijdschrift waar het personage van Hugh Grant voor zou werken in de film Notting Hill. Hij wil dan Julia Roberts spreken, moet doen alsof hij journalist is en noemt het eerste tijdschrift dat bij hem opkomt. Als beloning wordt hij een hotelsuite binnengeleid. Daar zit ze dan.

Een filmredacteur van de krant belde me een tijdje geleden. Hij had twee vragen. Wilde ik Ridley Scott interviewen en wat dacht ik van Ed Harris?

goodyear.jpgJa en ja. Twee interessante mannen. Scott is regisseur van Black Hawk Down, Gladiator en… ach, een hele lijst eigenlijk. Hij zou een nieuwe film uitbrengen met Russel Crowe, A good year. Hoe dat dan werkt? Ik werd op een lijst gezet en kon naar een voorvertoning in een bioscoop hier op Manhattan. Een dag daarna deed Scott dan interviews met groepjes journalisten, een beetje zoals Hugh Grant deed (alleen zat daar geen bevallige dame maar een man geboren in 1937).

Eerlijk over die film? Bagger. Het was een zoetsappige romantische komedie met een voorspelbare verhaallijn. Van de zes journalisten waren er vier niet in de kwaliteit of in de verklaringen die Scott hiervoor gaf geïnteresseerd. Ze wilden vooral laten weten dat ze hem ook al twee jaar geleden hadden gesproken, en hem een keer waren tegengekomen daar en daar, en wist hij nog van die ene keer toen…?

De Spaanse (van de krant El País) naast me gromde, we vonden het mooi geweest. Weet niet meer exact hoe het ging maar ik gaf een voorzetje en zij maakte het af: „Waarom kiest een regisseur als u er voor zo’n slecht script te verfilmen?”

Het kwam erop neer dat het script door een vriend van hem geschreven was en hij voelde een verplichting. Regelmatig zagen beide mannen elkaar in de Provence (of Umbrië of Toscane, even vergeten) en wat was er dan mooier daar een film op te nemen?

beethoven.jpgEn toen deed ik iets wat ik nooit had moeten doen. Ik legde het kladblokje met aantekeningen op een stapel op mijn bureau, ging met vakantie (dit speelde allemaal al eind vorig jaar) en dacht: als die film over een paar maanden in Nederland in de bioscoop komt, werk ik het wel uit.

Kort en goed: de film heeft de Nederlandse bioscoop na de flop in Amerika niet gehaald en ik heb het interview nooit uitgewerkt.

Een paar dagen daarna was er dan nog het interview met Ed Harris. Opnieuw een groepsgesprek. Harris’ film, Copying Beethoven, kwam vorige week uit in Nederland (in tien bioscopen, dus dat wordt ook geen kaskraker). Het interview stond in nrc.next. Hier de recensie in de krant van mijn collega, hier het interview.

Ikje

fiets.jpgDear Diary:

Very early on a misty summer morning, I walked out of my building in SoHo with my golden retriever and saw a large man across the street stealing a bicycle.

He seemed quite menacing in the foggy dawn, since my dog, Ashley, is more inclined to snuggle with than snarl at strangers, I kept my distance as I addressed him.

Me: Why are you stealing that bicycle? Please stop. Leave it alone; this is my neighborhood.

Bicycle Thief: This is what I do. I steal bicycles and sell them for money. I need the money; leave me alone.

Me: You should just leave this one here. Really, you should leave it. Id really appreciate it.
Thief: Sorry. I need to take this bicycle.
Me: How much are you going to sell it for?

Thief: Forty dollars.
I followed him, trying to persuade him to leave the bicycle, but the thief accelerated his pace and escaped.

The following afternoon, I was walking with my teenage son, Peter, in the Village when I encountered the same man on the corner of Avenue of the Americas and Waverly Place. He was selling a bicycle (a different one than the one I had witnessed him steal), and he seemed friendly, even gregarious, in the late-afternoon sun. I could hardly believe this was the same man who had so intimidated me the day before.

Thief: Do you want to buy this bicycle for $35?
Me: Dont you recognize me?

Thief (pause): Yeah, you were the guy yesterday with the big dog.

Me: Yes, that was me. Why do you do this?

Thief: Because Im a junkie. Ive been a junkie since I was 25 and Im 45 now, so Ive been doing this for 30 years.
Peter: If youre 45 that would mean youve been doing it for 20 years.

Thief: Youre right, kid. Thats why you should stay in school and dont do drugs. Otherwise youll wind up a junkie like me. Study hard, and stay in school. Do you want to buy the bike? Ill sell it to you for $30?
When I expressed astonishment to my wife, Linda, that evening at how different the man seemed during our two encounters, she had a simple explanation: The first time you met him, he was in acquisitions. The second time, he was in sales.

Epilogue: A month later, as I was returning home from a bike ride along the Hudson River, a police car drove down my block with its trunk propped open by a bicycle. Handcuffed in the back seat, his smiling face peering out the open window, was none other than my friendly neighborhood bicycle thief.

Barrett Z. Gross