In het land waar winnen alles is, is falen niet erg. Kijk maar naar de trotse blik als iemand over zijn faillissement (leermoment) praat of over een ontslag (”in between jobs, looking for a new challenge” ).
Dus laat ik beginnen met een schuldbekentenis: mijn kennis over jaren-tachtig-rappers schiet tekort. Flavor Flav was van Public Enemy, niet van Run DMC. Excuus.
Dan nog even over dat vliegtuigje van gisteren. Hoe dat werkt, zo’n mediacircus? Ik zat op mijn kantoor, in de buurt van het Empire State Building, een interview met regisseur Ridley Scott uit te werken.
De telefoon gaat. Thomas Erdbrink, NRC’s man in Teheran, aan de lijn. Hij is in de stad en we zouden gisteravond iets gaan eten.
Thomas: „Heb je het gehoord?”
Ik: „Wat?”
Thomas: „Vliegtuig. In gebouw.”
Ik denk dat hij een grap maakt: „Ja vast, Thomas. Ik zie je straks.”
Daarna gaat het snel. Ik spring in een taxi en bel snel met een vriendin. Ze is naast journaliste ook pilote en ze praat me bij over wat je allemaal wel en niet mag boven de East River. Hoogtes, richting, Class Bravo, transponders.
De taxi komt vast te staan. De Upper East Side zit op slot. Ik betaal, ren naar de metro, ga een paar haltes naar het noorden, ren dan weer verder over straat. Geschrokken gezichten om me heen, brandweerauto’s en ambulances proberen in de buurt te komen. Te voet lukt dat beter.
De rest heb je zelf vast ook meegekregen. Moest erg denken aan een andere keer dat mijn journalistieke reflex het liet afweten. Zat drie jaar geleden op een terras in Maastricht. Een vriend van mij, die in de buurt woonde, begon te klagen over de brandweer. Dag en nacht hoorde hij sirenes, vertelde hij. Leek me sterk, Maastricht is New York niet, maar goed.
Tien minuten later leek hij gelijk te krijgen. Het geluid was oorverdovend. We lachten wat om het toeval en aten ons bord leeg. Pas daarna bleek dat er vijf balkons naar beneden waren gekomen. Om de hoek. Lees hier wat ik er toen toch nog over schreef.