Het was mooi. Maar nu is het mooi geweest. Dit weblog stopt ermee.
Bijna drie jaar lang hebben we geblogd, en hebben jullie gereageerd, over kinderen die niet naar school gaan maar wel in de metro snoep verkopen, over illegale werknemers aan de grens met Mexico, over creditcardbedrijven die in de getto’s van Los Angeles gangs gebruiken om meer klanten te trekken, over verdwijnende brievenbussen in New York, over de Google-campus in Silicon Valley, over een begrafenisondernemer in New Orleans, over bloggers die een talentenjacht organiseerden omdat ze elkaar wel eens echt wilden ontmoeten en vooral over het werk van de correspondent.
Dank voor al jullie reacties, kritiek, en vooral, jullie meedenken. Het blijft een feest – en de toekomst van ons vak en jullie vertrouwen daarin – om een gesprek zonder einde te voeren met lezers.
Ondanks dat alles is het tijd geworden om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om journalistiek te experimenteren. Gelukkig steekt de krant steeds meer geld in dat soort innovaties. Trial and error – en daar is niets mis mee. Amerikaanser kan het niet.
Ik blijf ondertussen wel gewoon correspondent in de VS, blijf het land doorcrossen en schrijf daar dan over in de papieren krant.
Lees dus NRC Handelsblad, nrc.next of een van onze websites om me te volgen en het contact aan te houden.
En dan even dit nog. Ik kon zien waar jullie naar zochten op deze site (wees gerust: de identiteit van de zoeker bleef geheim). Zo heb ik vaak moeten glimlachen om de meest eenvoudige zoekterm op dit weblog over New York: ‘new york’. Voor de bezoeker die met grote regelmaat op ‘arab girls new york’ zocht, heb ik deze tip: zocht je dit misschien? En laatst nog tikte iemand in het zoekvenster in dat ‘freek spoort niet’. Klopt. Maar in New York, daar mag dat.
Geplaatst in new york | Dit bericht heeft 30 reacties

Ook al klagen Amerikanen net zoveel over hun vliegavonturen als Nederlanders over files, ik houd er wel van. Van vliegen dan. Vertragingen zijn niet leuk, maar je hebt wat tijd voor de krant. Volle vliegtuigen doen me niet zoveel: ik ben 1.68 meter en voldoende beenruimte heb ik dus altijd wel. En ik maak er een sport van om bij een overstap te kijken of er een eerdere vlucht naar New York is waar ik zonder bij te betalen mee kan – om zo dus sneller thuis te zijn.
Dus toen ik Carolyn Motz, directeur van het vliegveld in Hagerstown, vroeg hoe ik precies bij haar kon komen, stelde het antwoord me wel teleur. “Euh. Tja. Met de trein en de auto denk ik.”
Ik zag dat aankomen, natuurlijk, want ik wilde nou juist naar Hagerstown (kaart) omdat het vliegveld zo onbereikbaar was geworden. Een paar maanden geleden schrapte US Airways als laatste maatschappij de lijnvluchten naar Hagerstown (Hier een Youtube-filmpje van een van die vluchten).
De reden van dat schrappen: door de gestegen olieprijs zijn nogal wat vluchten plots onrendabel geworden. Luchtvaartmaatschappijen laten nu dus vluchten vallen. En niemand vliegt nu nog op Hagerstown.
Beetje jammer wel, voor Hagerstown. Ze hadden net 61 miljoen dollar geïnvesteerd in de verlenging van de landingsbaan. Zo hoopten ze meer en grotere vliegtuigen te trekken.
Dat ging dus niet door. Hagerstown is een van de tientallen Amerikaanse vliegvelden waar op grote schaal vluchten geschrapt worden. Hier een Excel-document met het hele overzicht zoals ik dat van het ministerie van Transport kreeg. Mijn favoriet is eigenlijk een van de vliegvelden (King County/Boeing Field) in Seattle. Vorig jaar gingen daar nog 292 vluchten in een maand naar toe. Een jaar later: één.
De vliegvelddirectrice van Hagerstown bleef lekker positief op haar lege vliegveld (waar passagiers, zouden ze er zijn, zelf gratis koffie kunnen inschenken). Wel vroeg ze zich af of de KLM er niet geïnteresseerd in zou zijn om op Hagerstown te vliegen. De landingsbaan lag er toch netjes bij? Om dat te bewijzen reden we even de volle lengte van de strook asfalt. Halverwege liet de toren van zich horen. Zojuist zette een privévliegtuigje nog de daling in. Maar nu was hij even uit het zicht verdwenen. Of we even wilde meekijken?

Hier het stuk uit de papieren krant.
Geplaatst in new york | Dit bericht heeft 3 reacties
Sinds gisteren: vier gigantische watervallen in de New Yorkse haven en de East River. Blikvanger is de waterval onder de voet van de Brooklyn Bridge…

…waarvoor de kunstenaar Olafur Eliasson niet wilde poseren toen de speciaal hiervoor uitgevaren persboot met tientallen cameramannen en fotografen daar aangekomen was. Rechts burgemeester Bloomberg die bekende er een heel eenvoudige vuistregel op na te houden. “Grootse kunst is eenvoudig datgene dat ik zelf niet had gekund.” Zo bescheiden als hij is.

Het kost niets om van de kunst te genieten. Je kunt zelfs in New York met het gratis informatienummer 311 bellen en dan vragen doorgeschakeld te worden naar het bandje waarop Eliasson uitleg verschaft (vanuit Nederland: +1-212-639-9675). Maar verder wil de stad graag verdienen op de kunst. Richtbedrag: 55 miljoen dollar.
Hoe dat werkt, dat grote verdienen? De rondvaartboten van Circle Line (die je wegens extreme wachttijden normaal beter kunt vermijden, neem liever de gratis Staten Island Ferry) bieden speciaal voor de Waterfalls een ‘gereduceerd tarief’. (Bijzonder hoe je iets kunt reduceren als je een nieuw product aanbiedt. Nog niet eerder was deze rondvaarttocht, deze route, beschikbaar.) Hoe dan ook: 10 dollar voor een half uur, 25 voor een uur.
En ‘s avonds moet je natuurlijk ergens slapen. Wat te denken van een hotel dat een Waterfalls-pakket aanbiedt? Het Ritz-Carlton heeft een mooi pakketje samengesteld: 825 dollar per nacht. Wat je krijgt? Een overnachting. Ontbijt. De rondvaarttocht van een uur (inderdaad, die van 25 dollar). En een taxiritje die kant op. Terug moet je zelf regelen.



Hier een interview dat mijn collega Sandra Smallenburg eerder met hem had in zijn studio in Berlijn. En hier hoe de hele constructie werkt: elke minuut stort er in totaal 132.489 liter water naar beneden. Tot en met 15 oktober.
En hier het stuk uit de papieren krant.
Geplaatst in new york

Toen ik door het westen van Maryland reed, kwam ik opeens het dorp Thurmont tegen. ‘Camp David Museum’, die kant op. Ik had al begrepen dat Camp David (het presidentiële verblijf) daar ergens in de bossen lag, maar zag het nergens op een kaart staan (heel raar).
Dus toen ik richting het museum geleid werd, besloot ik toch even aan een dorpsbewoner van Thurmont te vragen waar de president nou precies logeerde. Hij wist het wel en niet. Die kant op, wees hij. Terug het bos in. En dan zie je een weg. Of niet. Hoe dan ook, je mag er toch niet in. Daar kwam het ongeveer op neer.
Een vriend van hem was weleens dichterbij geweest dan de bedoeling was. Hij – de vriend, want zoiets doe je natuurlijk nooit zelf – was er aan het jagen, maar in plaats van het hert dat hij had geschoten kwam hij militairen tegen. Die hebben hem vriendelijk terug naar het dorp geleid.
Zeg maar, zo vroeg je man, vertel eens. Waarom ben je eigenlijk zo nieuwsgierig? Ben je soms een terrorist ofzo?
Daar was maar één antwoord op mogelijk. „Jij hebt anders een flinkere baard dan ik.” Dat was dan ook weer zo. Hij wenste me nog een prettige dag verder.
Geplaatst in maryland | Dit bericht heeft 1 reactie

Voor wie gereageerd heeft op mijn foto van het bord bij de kerk in Hagerstown (zie hieronder), dit bord kwam ik er in de buurt tegen.
Geplaatst in maryland
Niets ruimt zo lekker op als die eerste ochtend weer terug in New York. Door de jetlag ben je vroeg wakker en nu, om acht uur ‘s ochtends, is mijn inbox met mail van twee weken van afwezigheid alweer opgeruimd. Bonus is bovendien dat je weet weer thuis te zijn als het om half zes al dringen is in de metro en de fruitstalletjes op straat reeds door de helft van hun koopwaar van de dag heen zijn.
Mijn collega Elske Schouten – de nieuwe NRC-correspondent in Jakarta – hield tijdens mijn afwezigheid dit weblog alive and kicking: dank. Zelf kreeg ik (en ook dat schoont lekker op) niet meer mee van New York dan een voicemail van ConEd, het energiebedrijf.
“This is an important message from ConEdison”, klonk de computerstem. Wegens een hittegolf zijn er “problems effecting the electric distribution in your neighborhood”. Het bedrijf verzocht me daarom per direct al mijn energieverbruikers (computer, magnetron, airconditioning) uit te schakelen. De koelkast mocht wel aanblijven. Geen idee hoe ik dat op afstand moest doen. Wel dacht ik even terug aan vorige zomer. Een wijk in Queens – en tienduizenden New Yorkers – zat(en) na een stroomstoring toen drie volle weken zonder elektriciteit.
Twee dagen later, een nieuw bericht op mijn mobieltje. “If you have not already done so, you may begin to reuse your electronic equipment and appliances. The problems have been resolved.”
Geplaatst in new york
Eindelijk eens iemand die zegt waar het op staat. De hele week hebben we van mensen rond Wall Street gehoord dat niemand de kredietcrisis had zien aankomen (Standard & Poor’s) en dat het vooral zo erg werd omdat alles tegelijk kwam (Robert Rubin: ,,a perfect storm”).
Niet volgens corporate raider en multimiljardair Carl Icahn. Die geeft de schuld aan alle managers, ,,die niks uitvoeren en bakken met geld verdienen”. ,,Ze gingen in die idiote derivaten, ze hebben 14.000 mensen ontslagen, en toch krijgen ze hun vertrekpremies. [...] Ze hadden geen idee was ze aan het doen waren. Als iemand had geweten wat een CDO was, hadden ze ze nooit gekocht”.
Carl Icahn is berucht. Lees verder »
Dit bericht heeft 5 reacties
Een klein uur met Robert Rubin is veel te kort. Hij werkt sinds 1966 in de financiële wereld en was sindsdien een van de hoogste bazen van zakenbank Goldman Sachs en minister van Financiën onder Clinton. Naar eigen zeggen heeft hij ,,aardig wat financiële crises meegemaakt in de afgelopen 40 jaar”. Nu noemt hij zichzelf consigliere bij Citigroup, de bank die bovenaan staat in de wall of shame van de kredietcrisis, met afschrijvingen van maar liefst 42,9 miljard dollar. Where was the wise man, vroeg The New York Times zich af toen de omvang van het debacle duidelijk werd.
Waar over te praten met zo’n man? Over alles, dan maar. Hier een paar van zijn opvattingen: Lees verder »
Wat ging er mis bij Standard & Poor’s, in de aanloop naar de kredietcrisis? Net als de andere kredietbeoordelaars (Moody’s, Fitch) kreeg het bedrijf het afgelopen jaar iedereen over zich heen omdat het de complexe financiële producten die banken in de problemen hebben gebracht, wél hoge waarderingen had gegeven. Vandaag konden we aan Paul Coughlin, de baas van de divisie die die ratings doet, vragen hoe dat kon.
Eerst een beetje achtergrond. Bedrijven als S&P geven van allerlei vormen van krediet aan hoe waarschijnlijk het is dat de leningen worden afbetaald. Zo wordt een obligatie met een AAA-rating bijna zeker afbetaald en een met een BB-rating misschien niet. De ingewikkelde financiële producten (CDO’s) die gebaseerd zijn op hypotheken aan arme Amerikanen hadden vaak AAA-ratingen (lees in dit stuk van de New York Times hoe dat kon). Toen bleek dat veel van die mensen hun lening helemaal niet konden betalen, stortte de markt voor die CDO’s in. En klopten investeerders bij S&P aan, want hoe kon zoiets gebeuren met AAA-producten?
Dat vroegen wij dus ook. Lees verder »