Archief voor: augustus 2010


In het Verre Oosten (4)

P1010292Vladivostok, het einddoel van onze reis, is een voor Russische begrippen eigenaardige stad. Dat komt natuurlijk door de haven en vooral door zijn ligging, om de hoek van China. Afgezien van de  vele lelijke Sovjet-flats en de honderden tweedehandsautobedrijfjes, die de buitenwijken het aanzien geven van een grote autosloperij, is het centrum, met zijn hoogteverschillen, mooie, begin 20ste-eeuwse huizen en perfect opgeknapte Arbat gezellig en zelfs een beetje kosmopolitisch.P1010166

Ik heb in Rusland, behalve in Sint-Petersburg,  nog nooit zoveel buitenlanders gezien als op de kleine boulevard aan het eind van die Arbat.  Japanners, Koreanen, Amerikanen, Fransen, Duitsers en heel veel Chinezen, die  vooral als gastarbeiders komen. Soms waande ik me eerder in een vervallen versie van Singapore dan in een Russische stad, die tot zo’n vijftien jaar geleden v0or buitenlanders verboden terrein was omdat hij een marinehaven huisvestte. Lees verder »

In het Verre Oosten (3)

P1010156

Terug in Chabarovsk namen we de trein naar Vladivostok. Zo’n treinreis is in Rusland ongeveer het leukste dat er is, omdat Russen altijd wel een praatje met je beginnen en je veel over hun, altijd interessante, levens te weten kunt komen. Ook wordt er uitgebreid voor je gezorgd door de wagonbewaarster, die dit keer Natasja heette.

De trein vertrok om zeven over zes in de avond en al gauw zat de stemming erin. We zaten in de een na laatste wagon. De laatste was een afgesloten Noord-Koreaanse, met bestemming Pjong-Yang. De coupés waren nieuw en van airconditioning voorzien. Dat is comfortabel, maar ook jammer, want het liefst zou je het raam helemaal opendoen en de wind naar binnen laten waaien. Maar ja, vooruitgang is ook meegenomen, want ik kan verstikkende verhalen vertellen over coupés die geen airco hadden en waarvan ook het raam niet open kon, terwijl het buiten 38 graden Celsius was. Lees verder »

In het Verre Oosten (2)

P1010083

Op de tweede dag van onze tocht reisden we naar de Joodse Autonome Provincie Birobidzjan, op zo’n 170 kilometer ten oosten van Chabarovsk. Toen we de brug over de Amoer bij Chabarovsk over reden waren we er al bijna.
De wegen werden na die oversteek al snel  slechter, want Birobidzjan is straatarm. Maar het landschap is er overweldigend. Met zijn uitgestrekte steppes en moerassen heeft het iets van Afrika, maar dan met berkenbomen.

Op de achtergrond van ons decor lokten de hoge bergen, waar beren, wilde zwijnen en een enkele Siberische tijger rondzwerven. Ik kreeg ineens zin om die schitterende Russische film Djerzu Uzala van de Japanse regisseur Akira Kurosawa weer eens te zien, die gaat over een Russische expeditie in het Verre Oosten, in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog.

P1010048Na vier uur rijden bereikten we de gelijknamige hoofdstad van Birobidzjan, die zo’n 75.000 van de 190.000 inwoners huisvest. In de Sjolem Aleichemstraat namen we onze intrek in Hotel Vostok, waar de Sovjet-Unie nog niet verjaagd was, zo slecht waren de bediening, het voedsel, het sanitair, etc.

In de hoofdstraat was alles, zoals gebruikelijk in het Rusland van nu,  keurig opgeschilderd. En natuurlijk was er een modern winkelcentrum neergezet. Uit luidsprekers klonk helse muziek van de draadomroep. Waarom kan geen Russische stad toch niet zonder herrie.

Het enige dat er aan vroeger deed denken was de markt, met Jiddische letters boven de poort. Paddestoelen en bessen werden er aan kleine kraampjes verkocht. Een aanvulling op de schaars bevoorrade supermarkten.

P1010051

Birobidzjan werd in 1928 door Stalin bestemd als joods thuisland dat een proletarische joodse cultuur moest hebben en Jiddisch als nationale taal. Dat ‘Sovjet-Zion’ moest concurreren met een eventuele joodse staat in het Midden-Oosten. Op die manier probeerde Stalin het zionisme als concurrerende ideologie uit te schakelen. Maar tegelijkertijd wilde hij laten zien dat hij anders dan de westerse landen wél een oplossing had voor het zogenaamde ‘joodse vraagstuk’.

Vooral joden uit Wit-Rusland en Oekraïne trokken naar de verre moerassige streek, die in 1934 autonomie kreeg. In 1939 werd het hoogtepunt bereikt en woonden er 17.695 joden, zestien procent van de bevolking, die verder vooral uit kozakken en etnische Russen bestond.

P1010066

In de regen gingen we op zoek naar het joodse verleden van de stad. Overal zagen we Jiddische opschriften, bij bakkers, supermarkten, gemeentelijke instellingen, het station. P1010119

Maar nergens was een jood te bekennen, ook bij de nieuwe synagoge en het joods maatschappelijk centrum Freud niet. Totdat er een  bewaker naar buiten kwam, die  ons meldde dat ze al bijna een jaar geen rabbijn meer hadden.

P1010058Een wetenschappelijk medewerkster van het historisch museum vertelde de hele geschiedenis van de provincie, aan de hand van oude attributen en vaak ontroerende foto’s van al die kolonisten – arbeiders, boeren, intellectuelen, artsen, advocaten – die uit het beschaafde deel van de Sovjet-Unie naar de wildernis waren getrokken en daar een nieuw leven probeerden op te bouwen.

P1010063
Dat nieuwe leven was rijk aan cultuur. Er was een Jiddische krant, de Sjtern, waarin goede schrijvers publiceerden, er was een Jiddisch theater. Dat alles is nu min of meer verdwenen, om de eenvoudige reden dat het merendeel van de ruim 17.000 joodse inwoners die Birobidzjan in 1939 telde, naar Israel, Chabarovsk of Moskou is getrokken. De achterblijvers zijn vooral de ouderen.

P1010074P1010054
De overwoekerde begraafplaats, even buiten de stad, was ontroerend van schoonheid. Joden en niet-joden liggen  er door elkaar in een door muggen veroverd bos. Wat me opviel was dat veel mensen er niet ouder dan begin dertig zijn geworden. Misschien als gevolg van het barre klimaat.

De volgende dag bezochten we de synagoge en het joods maatschappelijk centrum opnieuw. In dat laatste was nu een groep bejaarde vrouwen bijeen. Zonder uitzondering vertelden ze me dat ze hun kinderen al in geen tien jaar hadden gezien, omdat die naar Israël waren geëmigreerd en zij zelf geen zin of fut hadden daarheen te gaan. Dat is een  tragiek die je bij oudere Russische joden vaker tegenkomt.

Op onze tocht door de stad viel ons overal de schrijnende armoede op. In de wijk achter het spoor  haalden de bewoners hun water nog uit de pomp op straat , wat hun was aan te zien, want de meesten leken zich in geen maanden te hebben gewassen. Bovendien was vrijwel iedereen die we daar  tegenkwamen dronken. De fles is waarschijnlijk het enige middel dat nog verlichting geeft in hun leven. P1010069P1010097


Achter een oud raam van een huis dat aan beide zijden  half afgebroken was verscheen ineens een  gezin: moeder en vier kinderen. Ze bleken zigeuners te zijn. Met zijn vijftienen bewoonden ze  vijf kamers van de ruïne. Hun handen waren zwart van het vuil, achter de vitrages heerste chaos en verval, maar de familieleden zelf waren uiterst vrolijk. Het enige waarover ze zich zorgen maakten was dat ze nooit allemaal het huis konden verlaten. ,,Want zodra we allemaal de deur uit zijn, halen ze ons huis leeg of breken ze het af”, zei de moeder. De 17-jarige oudste zoon  Vasja kwam nu naar buiten en vertelde dat zijn familie al een paar generaties in Birobidzjan woonde. ,,We zijn joodse zigeuners”, zei hij. ,,Mijn overgrootouders kwamen uit het Westen. Maar ons thuis is nu hier. Dit leven is voor ons normaal.”
P1010099

In het Verre Oosten (1)

P1000996Sinds zaterdag reis ik door het Verre Oosten, van Chabarovsk naar Birobidzjan en daarna weer terug via Chabarovsk naar Vladivostok. Het is het andere eind van Rusland, maar  het landschap en vooral de bebouwing verschillen er niet veel van het westelijk deel. De meeste Russische steden lijken nu eenmaal op elkaar, vooral dankzij het communisme dat een voorkeur gaf aan eenvormigheid. De waren in de supermarkten zijn op dezelfde manier uitgestald, al is de keuze er veel geringer.

Het landschap is grotendeels een getrouwe, maar uitgerekte kopie van de Veluwe, al kent het Verre Oosten met zijn bergen en vele rivieren indrukwekkende uitzonderingen. Wel zijn de Russische auto’s er grotendeels verdwenen. Overal rijden Japanse en Koreaanse middenklassers met een stuur aan de rechterkant.

Chabarovsk ligt aan de schitterende rivier de Amoer en kijkt uit op China, dat veertig kilometer verderop ligt. Vanaf de kade zie je het Chinese berglandschap, dat een verlangen naar de mysterieuze overkant wekt.

P1010009

De stadsbestuurders van Chabarovsk lijken de zaken redelijk op orde te hebben. Het mooie centrum  en vooral de kade langs de Amoer zijn voorbeeldig opgeknapt. Maar ook de buitenwijken zijn goed onderhouden en dat is iets wat je in Rusland zelden ziet. Het is er kortom gezellig en vrij saai.

In de voorname Moeravjov-Amoerski-straat wemelt het van de Jugenstilgebouwen en bakstenen huizen uit de periode rond 1900. Het weer is in dit jaargetijde heerlijk, zeker vergeleken met het rokende Moskou. Er komen dan ook veel toeristen uit West-Rusland naar het gebied. En omgekeerd kunnen jongeren uit het Verre Oosten één keer per jaar voor maar 7000 roebel een treinkaartje naar Moskou kopen,  dankzij een subsidie van de overheid, die hen daardoor in staat stelt de hoofdstad te leren kennen.

P1010012
Lees verder »

Slecht regeren

P1000976Een van Ruslands hoogste bosbrandbestrijders, Andrej Jeritsov  van de Luchtbosbewakingsdienst, heeft gisteren de boswet, die eind 2006 door president Poetin werd ondertekend, in het openbaar afgeschoten. Die wet was het resultaat van het lobbyen van projectontwikkelaars en houthandelaren, onder wie Poetins grote vriend Oleg Deripaska, die zo meer mogelijkheden kregen om hun vermogen te vergroten. Het Russische parlement is tenslotte de beste plek om je zakenbelangen te regelen. Niet voor niets zei parlementsvoorzitter Gryzlov onlangs: ,,De Doema is geen plek voor discussie.”

Lees verder »

In een keer raak

P1000960Afgelopen zaterdagavond kwam ik terug in Moskou van een vakantie aan de Baltische Golf. De Russische hoofdstad  was in zo’n  dikke smog gehuld, dat het leek of er heel dichtbij een grote brand woedde. In de aankomsthal van vliegveld Sjeremjetjevo  wist ik meteen dat mij  vreselijke uren stonden te wachten. De dichte rook sloeg toen al  op mijn ogen en keel. Buiten was het onbehaaglijk warm en benauwd.

Gelukkig wachtte mijn vaste taxichauffeur Anatoli me op. Al dagen leefde hij  in zijn Chevrolet met airco. ,,Ik ga niet meer naar huis hoor,” zei hij opgewekt. ,,In mijn auto is het veel draaglijker.”

Ook informeerde hij me over de laatste ontwikkelingen, zoals de beloftes van de regering om alle 3500 ontheemden binnen drie maanden een nieuw huis te geven. ,,Maar ik moet het nog zien of dat lukt”, zei hij. ,,Want de weg naar Sjeremjetjevo al vijf jaar wacht op zijn voltooiing.”

Het mooiste nieuws was volgens Anatoli wel dat de verkeerspolitie, de corrupte kwelduivel van menig automobilist, zich van een barmhartige kant liet zien. ,,Ze delen op de ringweg  gratis  monddoekjes uit!” zei hij. ,,Het is echt de omgekeerde wereld!”

Wel probeerde hij me nog even te troosten toen ik hem vertelde dat ons huis geen airco had. ,,Het is nu veel minder erg dan overdag”, zei hij. ,,Toen was het echt Armageddon in Moskou.”

Lees verder »