*

Mode » Milou van Rossum :: nrc.nl

Berichten door Milou van Rossum

Een leven in mode

Geplaatst op 14-05-2012.

Een deel van de collectie van Jacoba de Jonge, te zien in Antwerpen

 

Als vijftienjarige paste Jacoba de Jonge (1941) de trouwjurk van een zus van haar grootmoeder. Het was een bepalende ervaring. De jurk was zo stijf dat ze hulp nodig had bij het aantrekken, haar schouders werden naar achteren getrokken, haar rug werd hol. „Door die jurk voelde ik de andere tijd.” Toen de oudtante twee jaar later overleed, werd de jurk van haar. Het was het eerste stuk van wat een indrukwekkende verzameling zou worden.

Zo’n 2.500 kledingstukken en accessoires heeft De Jonge in ruim vijftig jaar bij elkaar gebracht. Verreweg het grootste gedeelte kreeg ze gratis. „Toen eenmaal bekend werd dat ik verzamelde, kwam het met bakken tegelijk binnen. Het meeste kwam uit verkleedkisten. Daar is nog steeds van alles in te vinden, daar ben ik van overtuigd.”

In het begin pakte De Jonge alles aan, maar toen ze in 1980 via de Kostuumvereniging in aanraking kwam met andere verzamelaars, besloot ze zich te specialiseren. „En ik vind vrouwenkleding van voor de Eerste Wereldoorlog gewoon interessanter.”

Een selectie van honderd stukken uit de verzameling van De Jonge is nu te zien op Een leven in de mode, vrouwenkleding 1750-1950 in ModeMuseum Antwerpen. Het MoMu is ook het nieuwe thuis van de verzameling. De Jonge, die jarenlang lezingen en shows rond haar collectie heeft georganiseerd, wordt zoals ze zegt „een dagje ouder”.

Ze had gehoopt op een opvolger, maar die diende zich niet aan. „Iedereen heeft twee banen, kinderen en een klein huis.”

Nederlandse musea waren geen optie. „Er zijn vijf of zes musea met een aardige kostuumcollectie, maar die hadden er allemaal een of twee topstukken uitgevist. Voor het MoMu is de collectie een echte uitbreiding. Bovendien draait het in Nederlandse musea altijd om moderne kleding. Alleen in Den Haag is nog wel eens iets ouds te zien.”

Wat is het origineel, wat imitatie?

Het nieuwste kledingstuk op de expositie in het MoMu, dat is de jurk met wijde rok en panterdessin van Dior uit 1954, een van de weinige stukken van na de Tweede Wereldoorlog uit de collectie van De Jonge. Het is naast een goedkopere Nederlandse jurk met hetzelfde silhouet gehangen, in een opstelling waarbij steeds een goedkopere, afgezwakte imitatie naast een modieus kledingstuk is gezet. In de verzameling van De Jonge zit een aantal Franse stukken, omdat welgestelde Nederlandse vrouwen hun kleren ook wel in Parijs aanschaften, maar het merendeel is Nederlands.

„Toen de conservator voor het eerst mijn verzameling zag, viel haar meteen op dat het merendeel niet 100 procent modieus is. In Nederland is de kleding altijd wat ingetogener van kleur en versiering geweest.” Bij de poppen staat niet aangegeven wat het modieuzere origineel is. Het grappige is, zegt De Jonge, dat veel bezoekers die ook niet herkennen. „Zo zie je dat de smaak is veranderd.”

Een leven in mode – de naam slaat zowel op het levenswerk van De Jonge als de tentoonstelling, die kleding voor verschillende aspecten van het vrouwenleven belicht – is vormgegeven als een boulevard; op de vloer zijn stenen geschilderd, op de muren zijn foto’s aangebracht van sportende, flanerende en anderszins actieve vrouwen. In de 19de eeuw gingen vrouwen zich vrijer in het openbare leven bewegen; ze begonnen te sporten, te wandelen, fietsen en winkelen. Kleren voor die activiteiten zijn allemaal opgesteld.

Daarnaast zijn er zwangerschapsjaponnen, die vooral tot doel hadden de zwangerschap zoveel mogelijk te verhullen, en zogenaamde deshabillés: ochtendjassen, rokken met jakken. Kleding die binnenshuis werd gedragen, vooral in de ochtend, die comfortabeler was gesneden dan middag- en avondjaponnen. Veel van de jurken zijn vermaakt het was vroeger heel gebruikelijk om stof te hergebruiken. Zuinigheid was ook een van de redenen dat vrouwen zich vroeger zo vaak verkleedden; hoe korter een kledingstuk achter elkaar wordt gedragen, hoe langer het meegaat.

Het is bij modetentoonstellingen tegenwoordig gebruikelijk om zowel contrast als overeenkomst tussen vroeger en nu te benadrukken, om tegenover antieke kledingstukken moderne te zetten. Dat is in Antwerpen niet gebeurd, en het is ook niet nodig. Wie kijkt naar een wandeljurk met crinoline uit de 19de eeuw of een speciaal fietskorset uit het begin van de 20ste eeuw, wordt zich meteen bewust van het comfort van de hedendaagse vrouwenmode.

Deze week verhuist het resterende deel van de collectie van de kelder van Jacoba de Jonge naar de depots van het museum in Antwerpen. Vindt ze dat niet moeilijk? „Zij hebben mij benaderd, en ik moest wel aan het idee wennen. Maar ik sta nu met plezier in te pakken.”

Een leven in de mode, vrouwenkleding. Tot en met 12 augustus, MoMu, Antwerpen.

 

 

Modetentoonstelling als werk in uitvoering

Geplaatst op 18-04-2012.

Stervormig pak Patrick van Monique van Heist/foto Daan Brand

Geen logischer plaats om een tentoonstelling over werkmode te houden dan Rotterdam, de stad waar, zoals wel wordt gezegd, de overhemden al met de mouwen opgerold in de winkels liggen. En geen logischer modenaam om erbij te halen als gastcurator dan Monique van Heist. Niet geboren, wel gevestigd in Rotterdam, ontwerper van functionele, doordachte, tijdloze kleren, die regelmatig verwijzen naar klassieke werkmanskleren.

Vuilnisman Bertus/foto Daan Brand

Werkstijl, heet de expositie die Van Heist in samenwerking met conservator Sjouk Hoitsma maakte voor Museum Rotterdam. Een ode aan de werkkleding van de zogenaamde blauwe boorden en een onderzoek naar de invloed daarvan op de mode.

Die invloed is er natuurlijk te over. Een aanzienlijk deel van de kleding die wij tegenwoordig dragen, is zelfs rechtstreeks afgekeken van functionele kledingstukken. De spijkerbroek, de overall, de schoenen van Red Wing, de broeken van Carhartt; allemaal zijn ze ooit bedacht om zware lichamelijke arbeid in te verrichten. Dat maakt ze niet alleen degelijk, maar ook stoer; mode voor mensen die er niet uit willen zien alsof ze van mode houden.

De basis van de tentoonstelling was de eigen collectie van het museum, waar meer dan 1.200 stuks werkkleding inzitten, vooral van Rotterdamse bedrijven. Het eerste stuk waar Van Heists oog op viel was een enorme overall uit de jaren vijftig, speciaal gemaakt voor de 2,37 meter lange Rigardus Rijnhout, bijgenaamd de Reus van Rotterdam. Op de rug staat de tekst: ‘Natuurlijk van Kok vakkleding!’ Rijnhout verrichtte er overigens geen zwaar werk in; hij verhuurde zichzelf als reclamebord.

De overall van de Reus staat in een zaal vol overalls: werkoveralls als een zogenaamde luizenoverall uit de jaren dertig (om huizen in te ontsmetten) hangen gebroederlijk naast disco-overalls uit de jaren zeventig en recente designeroveralls van ontwerpers als Walter Van Beirendonck, Vivienne Westwood en Van Heist zelf; een gebloemde overall en het stervormige kledingstuk Patrick (naar het personage uit Sponge Bob), dat zowel als jurk als als overall is te dragen. In totaal zijn er maar drie stukken van haar hand te zien in Museum Rotterdam. Op een muur zijn tientallen pagina’s uit oude modetijdschriften te vinden, ook met overalls.

Dienstbodeschort, circa 1900

Zo zijn er ook opstellingen met schorten en verpleegstersuniformen, spijkerbroeken (inclusief een in een oude mijn gevonden Levi’s uit 1888) etcetera. Topstukken van de expositie zijn de leren schouderkappen die werden gemaakt en gedragen door houtstuwers, mannen wier taak het was hout uit boten te sjouwen; je ziet er zo een modevertaling van komen.

Van Heist heeft de tentoonstelling prettig losjes ingericht, alsof het werk in uitvoering is. Veel felgekleurd tape, tafels op schragen, panelen met foto’s die los tegen de muur staan. Ze liet fotograaf Daan Brand een serie portretten maken van mensen in hun favoriete werkkleding. Een vuilnisman, die om zijn pak een kofferriem draagt die hij bij het grofvuil vond, een verkoper van werkkleding, een ‘ontwerper en bouwer’ die uitsluitend schipperstruien en Duitse werkbroeken draagt.

Een verzameling schoenen, tassen en andere accessoires is geplaatst voor behang van Ton of Holland, die in het uitgaansleven van Berlijn homoseksuele mannen tekende met een werkmanskleding-fetisj, iets waar je best wat meer van had willen zien. Net als van de straat: jeugdculturen, die werkmanskleren vaak als eerste adopteren, nog vóór de modewereld dat doet, ontbreken bijvoorbeeld bijna volledig. Er zijn alleen twee hevig gescheurde spijkerbroeken en een paar schoenen van een punk te zien.

Een thema dat wel weer goed is uitgewerkt is dat van het corduroy (manchester of ribfluweel). Er is een foto van de grootvader van Van Heist, die mandenvlechter was, in een manchester broek, en een van een kunstenaar op leeftijd, in een manchester jasje. Ook het corduroy pak waarmee Andrévan der Louw in 1974 aantrad als burgermeester van Rotterdam. Het recente corduroy pak van de Amerikaanse ontwerper Adam Kimmel is een perfecte aanvulling: het verwijst zowel naar de originele werkkleren, als naar de arbeidersmode uit de jaren zeventig waar links-intellectuele mannen zo dol op waren, en die in retrospectief behoorlijk koket aandoet.

Tot en met 30 september, Schielandshuis, Museum Rotterdam. hmr.rotterdam.nl

 

 

Dior heeft eindelijk een nieuwe ontwerper: Raf Simons

Geplaatst op 10-04-2012.

Raf Simons na afloop van zijn laatste show voor Jil Sander/ foto Peter Stigter

 

De laatste collectie die Raf Simons eind februari voor Jil Sander liet zien, zou ook een geweldig debuut voor Dior zijn geweest: gebaseerd op het erfgoed van Dioren andere grote couturiers, maar ontegenzeglijk eigentijds. Elegante lange jassen, lingeriejurkjes, asymmetrisch gevouwen jurken en rokken van glimmende materialen. En, het hoogtepunt, een cocktailjurk in new-looksilhouet (strak lijfje, ingesnoerde taille, wijd uitlopende, driekwart rok) waarmee couturier Christian Dior in 1947 de mode veranderde.

Gisteren werd bekend dat de Belg Raf Simons (44) de nieuwe hoofdontwerper van Diors vrouwenmode wordt. Hij volgt John Galliano op, die meer dan een jaar geleden werd ontslagen na antisemitische uitlatingen. Simons wordt verantwoordelijk voor de prêt-à-porter en accessoires voor vrouwen, alsook de haute couture van Christian Dior. De mannenlijn, Dior Homme, blijft in handen van de eveneens Belgische Kris van Assche.

Simons: met uiterst respect treed ik toe tot Dior
Simons laat weten in een verklaring:

“Met het uiterste respect voor de geweldige historie en de ongeëvenaarde kennis en vakmanschap treed ik toe tot het fantastische huis Dior.”

Veel namen werden genoemd voor Dior
De zoektocht naar een nieuwe hoofdontwerper voor Dior was lang. Flink wat grote namen uit de modewereld werden genoemd, onder wie Riccardo Tisci (Givenchy), Haider Ackerman, Phoebe Philo (Céline), Alber Elbaz (Lanvin), Marc Jacobs (eigen lijn en Louis Vuitton). Jacobs zou dit najaar als een van de weinigen serieus in gesprek zijn geweest. In december leek het zeker dat Simons de overstap zou maken – waarna de geruchten weer verstomden. Dior zou in gesprek zijn met het jonge Franse talent Maxime Simoens.

De vrouwenmode van Dior werd ondertussen ontworpen door Galliano’s voormalige assistent Bill Gaytten. Zijn collecties werden lauw ontvangen, maar opvallend genoeg was dat niet van invloed op de omzet van het huis.

Collecties gebaseerd op gabber en new-wave
Raf Simons, zoon van een beroepsmilitair en een schoonmaakster, werd opgeleid als industrieel ontwerper. Hij begon zijn carrière bij modeontwerper Walter van Beirendonck, voor wie hij decors en interieurs bouwde. In 1995 kwam hij met zijn eerste mannencollectie: strakke pakken met zeer smalle schouders, gedragen door dunne jongens die hij letterlijk van de straat had geplukt. Zowel de modellenkeuze (in die tijd waren mannelijke modellen nog gespierd) als het silhouet waren een revolutie. Tot op de dag van vandaag klinkt Simons opvatting in de mannenmode door. Zijn latere collecties waren veelal gebaseerd op jeugdculturen als gabber en new-wave.

Pas toen hij in 2005 werd benoemd bij Jil Sander, begon Simons met vrouwenmode. Vooral zijn laatste vier collecties, die gebaseerd waren op de klassieke couture, waren een groot succes, met name die voor voorjaar 2011 (foto’s), waarin hij zeer uitgesproken kleuren gebruikte. Dat felle kleuren nu zo in de mode zijn, is aan die collectie te danken.

Simons’ laatste collectie (herfst/winter 2012) voor Jil Sander:

Ontslag voor Simons door geflirt met andere huizen
Niettemin werd Simons ontslagen. Zijn geflirt met andere huizen (hij heeft ook gepraat met Yves Saint Laurent) zou hem de das hebben omgedaan. Hij wordt opgevolgd door Jil Sander zelf.

Voor de vrouwenmode van Jil Sander werkte Simons nauw samen met landgenoot Patrick van Ommeslaeghe. Die heeft daar nog een half jaar een contract. Simons’ eigen mannenmerk, Raf Simons, blijft bestaan.

Simons betekent een omslag
De benoeming van Simons betekent een omslag voor Dior. Galliano had een uitbundige, romantische, stijl. Simons zal, zo wordt verwacht, met een meer minimalistische visie komen. In juli zal hij zijn eerste collectie voor Dior tonen: de haute-couturecollectie voor najaar 2012.

Iris van Herpens overzicht in Groningen

Geplaatst op 26-03-2012.

Het is nog geen vijf jaar geleden dat Iris van Herpen (27) haar debuut maakte tijdens Amsterdam Fashion Week. Nu is al een overzichtstentoonstelling van haar mode te zien in het Groninger Museum, compleet met fraaie catalogus.

Maar er is in die tijd heel wat gebeurd. Shows in Amsterdam, Londen en Parijs, die de monden van het publiek soms letterlijk lieten openvallen. Kostuums voor ballet en opera. Sterren (Lady Gaga, Björk) in haar ontwerpen. Heel veel media-aandacht.

Het Centraal Museum in Utrecht wijdde afgelopen zomer ook al een tentoonstelling aan Van Herpen, waarbij haar werk werd vergeleken met voorwerpen uit de eigen collectie van het museum, en waar haar samenwerkingen met anderen en kunst die haar inspireert werden getoond. Kledingstukken waren er schaars.

Alle aandacht naar sculpturale kleding
Die zijn in Groningen wel te zien. Daar zijn zelfs bijna alleen kledingstukken te zien. In zeven zalen staan opstellingen van een tot tien kale poppen in kleding van Van Herpen. De schoenen die ze ontwerpt voor United Nude zijn niet gebruikt. Alle aandacht gaat naar de sculpturale kleding.

Mocht bovenstaande bekend voorkomen: dat klopt. Ongeveer precies precies zo is de expositie over de Frans-Tunesische Azzedine Alaïa opgezet, die in december openging, eveneens in het Groninger Museum. Bij Alaïa – nog steeds te zien– werkt dat goed; het geeft alle gelegenheid te concentreren op de verfijnde technieken en de, ja, sculpturale vormen.

Jurken die doen denken aan struiken, botten of water
Van Herpen gebruikt overigens ook bijzondere technieken. Wat heet: ze heeft een unieke manier van werken. Ze begon met dramatische, verfijnde, handgemaakte kledingstukken van metalen stokjes en reepjes leer. Tegenwoordig gebruikt ze veel kunststof: grillig gevormde jurken die uit de 3D-printer komen en die doen denken aan struiken, botten of een plens water. Een jurk waarop aan de voorkant zwarte slangen kronkelen die gemaakt zijn van dunne reepjes plastic, een kort, in punten uitlopend jurkje van plexiglas.

Kleding die weinig te maken heeft met draagbaarheid en niets met trends, maar een heel eigen verhaal vertelt. Alles is in Groningen van dichtbij te bekijken. Voor wie Van Herpen nog niet kent zal het een bijzondere kennismaking zijn.

Behalve kleding zijn ook foto’s te zien die Bart Oomes van haar ontwerpen maakte. Zonder modellen erin en prachtig belicht, waardoor ze nog theatraler worden, soms zelfs een beetje eng.

Maar van een overzichtstentoonstelling over een modeontwerper (de tentoonstelling over Alaïa beperkt zich tot de laatste tien jaar van zijn dennialange carrière) verwacht je net iets meer dan 34 jurken (64 bij Alaïa) en dertien foto’s.

Van Herpen wilde zo min mogelijk overlap hebben tussen de exposities in Utrecht en Groningen, zei ze bij de opening.

„In Utrecht heb ik vooral laten zien hoe het allemaal begint, hier het resultaat.”

Twee exposities Van Herpen in één jaar is net te veel
Dat klinkt logisch, maar toch overheerst het gevoel dat beide exposities enigszins het slachtoffer zijn geworden van de gretigheid van musea om dit bijzondere, eigenzinnige talent in te lijven. Van Herpen verdient een eigen expositie, maar twee binnen een jaar is net te veel. Kledingstukken, inspiratiebronnen en samenwerkingen bij elkaar, en wie weet ook nog een video van een show, had een net wat bevredigender expositie opgeleverd.

Tot en met 23 september in het Groninger Museum

Fotografie: Bart Oomes

Parijs (2): maîtresses versus vrouwenverlangens

Geplaatst op 07-03-2012.

Chalayan

Hussein Chalayan
De Brits-Cypriotische Hussein Chalayan staat bekend om zijn conceptuele modeshows. Daarin wil hij veel meer zeggen dan alleen hoe hij vrouwen het komend seizoen gekleed ziet gaan. In zijn show voor voorjaar 2012 bijvoorbeeld, leverde hij commentaar op galeriebezoekers. Die zijn volgens hem vaak helemaal niet geïnteresseerd in kunst, maar gaan vooral naar openingen om zichzelf laten zien. „Maar ik ben nu zo lang bezig, het kan ook wel een keer zonder thema”, zei hijs na afloop van zijn show voor komend najaar. „Deze collectie is bijna instinctief tot stand gekomen.”

Chalayan

De teksten die tijdens de show op de muur verschenen, waren dan ook geen flarden uit een gedicht, zoals even leek, maar beschrijvingen van situaties en sferen (no dark no light, change) waarvoor Chalayan passende mode had ontworpen; elegante, sportieve kleren met knap geconstrueerde, grafische details in bijzondere kleurcombinaties, die toch een opmerkelijk gemak uitstraalden.

Een oranje jasje met gele mouwen en een capuchon van synthetische netstof, een ruime wollen jas over een broek van zilverkleurig hologram-materiaal, leren jasjes die de modellen leken te omwikkelen, een jurk van gedessineerde en effen rode stof over een bijpassende broek.

Nieuw voor Chalayan en een welkome aanvulling op het doorgaans glanzende, overdadig versierde aanbod waren zijn avondjurken. Lange, rustige, sluike jurken van matte wol of zijde met een naveldiep decolleté, en soms een diepe zijsplit. Twee jurken hadden in de halslijn een abstracte decoratie van palladium. Chalayan werkt samen met The International Palladium Board, dat het lichte, witte metaal als materiaal van de toekomst wil promoten.

De ontwerper hoopt een paar van zijn jurken op een rode loper terug te zien. ,,Iedereen doet het, dus waarom ik niet?”

Yohji Yamamoto

Yohji Yamamoto
Een van de weinige zekerheden in de mode was altijd dat Yohji Yamamoto nooit hoge hakken zou laten zien. Die, zo zei hij, deden hem teveel denken aan de prostituees in de buurt van Tokio waar hij opgroeide.

Het lijkt erop dat de ontwerper op z’n 68ste plotseling bewondering heeft gekregen voor die vrouwen, want hij kwam met een show die je als een ode kon zien aan de publieke vrouw. Dat leek zeker zo aan het einde van de show, toen wat modellen op de catwalk bleven dralen in korte satijnen jurken met kwastjes van het soort dat strippers op hun tepels dragen. Aan hun voeten: zwarte laarsjes met, jawel, een koket rood hakje. Naar hedendaagse begrippen stelde de hakhoogte van een centimeter of zeven weinig voor, maar voor Yamamoto was het een revolutie.

Het voelde enigszins ongemakkelijk aan, die ommezwaai. Gelukkig waren er genoeg kleren in de collectie die op het vertrouwde, kuise pad bleven: militair gesneden capes, stoere kaki pakken, asymmetrisch gesneden tops van rood en zwart tricot, korte wollen jasjes.

Viktor & Rolf

Viktor & Rolf
Ook Viktor & Rolf zijn nooit ontwerpers geweest die veel lichaam lieten zien. En ook zij waren nu op de sekstoer, met lange, doorzichtige jurken, die af en toe ook nog eens waren versierd met bont, en werden gedragen over kousen. Olala!

De show had een nachtelijk thema; in het decor hing een foto van de maan, en voordat de modellen opkwamen schoven ze als stilstaande silhouetten op een bewegende band voorbij – een sprookjesachtig beeld.

Viktor & Rolf

De eerste stukken van de show waren de beste; vloeiend gedrapeerde pyjamapakken met een dierenprint. Ze werden gevolgd door een leren pak, een smoking, eerdergenoemde jurken en knielange bontjassen. Die laatste zaten vol scherpe insnedes, alsof ze te grazen waren genomen door een beest met een enorme klauwen. Knap gedaan, maar desondanks bleven het klassieke, decadente bontjassen.

De collectie was een verbetering ten opzichte de stijve Barbiejurkjes van een half jaar geleden. Maar de twee ontwerpers lijken nog steeds weinig idee te hebben van wat er onder vrouwen leeft, of van wat ze zouden willen dragen. Te vaak zagen de modellen er uit als dure maîtresses, een cliché dat je nooit zult aantreffen bij vrouwelijke ontwerpers.

Stella McCartney

Stella McCartney
Stella McCartney kwam een stuk dichter bij de belevingswereld en verlangens van moderne vrouwen. Een opvallende jas, een nonchalant gesneden, jongensachtige broek in een lekkere kleur roze, een geborduurd overhemd, schoenen met een flinke hak, een hooggesloten, kort jurkje waarin verschillende materialen werden gecombineerd en die je zou kunnen zien als een modevertaling van het kunstschaatspakje. Niet de meest experimentele ontwerpen misschien, wel kleren waarin je een vrouw zo ziet weglopen.

Maison Martin Margiela
Sinds de naamgever in 2009 opstapte, leek Maison Martin Margiela een tijd stuurloos. Maar na een sterke mannencollectie voor najaar 2012 kwam het huis ook met een vrouwencollectie die weer een stuk beter was dan de collecties van de afgelopen jaren. Nog altijd lang niet zo spannend en vernieuwend als onder Margiela zelf, maar wel vol aangename stukken in het herkenbare handschrift van het huis.

Maison Martin Margiela

De show begon met een serie pakken: los vallende broeken, de voorkant van de pijpen wat langer dan de achterkant, oversized jasjes waarvan sommige eigenlijk capes waren; de mouwen waren in de zakken vastgemaakt. Omhoogstaande kragen en collen kwamen tot over de oren, een rode jurk met dito broek eronder sloot aan bij een van de belangrijkste trends van het seizoen.

Alleen de uit repen kimonozijde gemaakte jurken aan het einde van de show waren een misser – die hadden een te hoog kunstacademiegehalte voor een serieus modehuis.

Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Aanstaande zaterdag in Lux besprekingen van de shows van onder meer Hermès, Lanvin, Louis Vuitton en Yves Saint Laurent.

Fotografie Peter Stigter.

Parijs (1): antieke kimono’s en middeleeuwse invloeden

Geplaatst op 05-03-2012.

Dries van Noten

Al vanaf het begin van zijn carrière staat Dries van Noten bekend om zijn dessins. Na 25 jaar heb je alles dan wel zo ongeveer uitgeprobeerd, zou je denken. Maar Van Noten weet zichzelf nog steeds te vernieuwen. In de vrouwencollectie voor dit voorjaar combineerde hij 17de eeuwse gravures met zeegezichten en foto’s van nachtelijk Los Angeles, in de mannencollectie voor najaar 2012, die hij in januari showde, verwerkte hij werk van de Nederlandse kunstenaars Gijs Frielink en Letman.

Voor zijn vrouwencollectie putte hij uit antieke Chinese, Japanse en Koreaanse kimono’s en jassen uit de archieven van het Victoria & Albert Museum in Londen. In plaats van de dessins gewoon over te nemen, liet hij de kledingstukken platgelegd fotograferen, en maakte daar weer prints mee. Gedeelten van de gefotografeerde kledingstukken doken scheef en op onverwachte plaatsen op op zwarte, witte en legergroene kleren; iets wat op een mouw leek aan de bovenkant van een rok, een gedecoreerde ronde hals van een jas op de achterkant van een jas, een schuin geplaatste kimono over een colbert. De referentie was nog steeds te herkennen, maar werd nooit te letterlijk.

Dries van Noten

Van Noten is nooit een man van korte rokken en diepe decolletés geweest, maar de snit van de kleren was dit keer bijna streng. ,,Om het geloofwaardigheid te geven”, zoals hij na afloop van de show zei. Jassen waren mannelijk en militairgesneden, blouses werden hoog dichtgeknoopt, veel rokken en jurken vielen tot over de kuit. Onder kortere jurken, rokken en werden broeken gedragen, er broeken met een hoge taille en wijde, smal lopende pijpen in patchwork van gewatteerde stof, een materiaal waarin je een ook een verwijzing naar het oosten kon zien.

Naast hooggehakte laarsjes waren er loafers met een brede, lage hak  van imitatiehoorn. Het was, al met al, precies het soort collectie waarom vrouwen, en niet alleen jonge, naar Dries van Noten gaan: Eigenzinnig, sfeervol, en zeer draagbaar.

Ann Demeulemeester

De klant van Ann Demeulemeester weet ook wat ze krijgt: veel zwart, veel leer, goede jassen, stoere laarzen. De modellen in Demulemeesters show hebben vaak iets van vrouwelijke krijgers, en dit keer nog meer dan anders: hun met veren versierde haar piekte  alle kanten uit,  onder jasjes met uitstaande schootjes werden smalle leren broeken en laarzen met kappen tot over de knie gedragen; een bijna middeleeuws beeld. Daarnaast waren er sluike jurken en lange jassen, in zwart en blauw satijn, korte leren tops met bijna gebeeldhouwde kragen of en leren jacks die zo kort waren, dat er nog net een mouw in kon worden gezet.

Rick Owens

Krijgers en stammen zijn ook woorden die bij iedere show van de Rick Owens opduiken, een in Parijs gevestigde Amerikaanse ontwerper die eveneens bekend staat om het leer. Zijn show begon gisteren met lange jurken in pluizig materiaal onder lange, wollen jassen. Bij iedere andere ontwerper zou dat er warm en zacht hebben uitgezien, maar niet bij Owens; daar zorgden de gebreide gezichtsmaskers, de twee brandende balken die aan her begin van de catwalk, en niet te vergeten de muziek (Ima Read van Zebra Katz) wel voor.

Pas halverwege de show dook Owens beroende leer op: korte jasjes met zeer brede mouwen, die van achter elegante waren geplooid. Owens besloot zijn show met patchwork jassen, van leer, stof en/of bont, of helemaal van verschillende soorten bont, in een grafisch patroon.

De middeleeuwse sfeer die onderhuids te voelen was bij Rick Owens en Ann Demeulemeester, werd expliciet gemaakt bij Carven, een oud Frans huis dat onder leiding van ontwerper Guillaume Henry sinds een paar jaar  is met een nieuw leven als hip, jong en relatief betaalbaar modemerk. De tuin der lusten van Jheronimus Bosch was de inspiratie voor een print, de bolle rokken, het fluweel, kapmouwen en losse jassen refereerden aan de mode uit die tijd, met de laser ingesneden suède deed denken aan glas in lood ramen.

Maar de korte rokken en schoenen met plateauzolen en zeer hoge hakken waren zonder twijfel van nu.

Eerder, in een iets kortere versie, gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Bekijk meer foto’s van de shows van Rick Owens, Ann Demeulemeester en Dries van Noten.

Fotografie: Peter Stigter

Vrouwenmode Milaan, najaar 2012: tranen en romantiek

Geplaatst op 27-02-2012.

Raf Simons na zijn laatste show (foto Peter Stigter)

In Nederland krijgt  zo’n beetje iedereen die het voor elkaar krijgt een modeshow te geven een staande ovatie. In Parijs en Milaan is een staande ovatie wat ie eigenlijk zou moeten zijn; een beloning voor een uitzonderlijke prestatie.

Raf Simons kreeg  er zaterdag een, na de show van de vrouwencollectie voor najaar 2012 van Jil Sander. Het applaus hield zo lang aan dat hij na een paar minuten terugkeerde op de catwalk, met een rood, betraand gezicht. Waarna er in het publiek hier en daar ook een traantje werd geplengd.

Vrijdag maakte Jil Sander bekend dat Simons meteen na de show zou stoppen bij het modehuis. Er gingen al een tijd geruchten over Simons’ vertrek; in september werd beweerd dat hij Stefano Pilati zou opvolgen bij Yves Saint Laurent. Daarna werd vooral Dior genoemd, waar sinds het ontslag van John Galliano nog geen nieuwe hoofdontwerper is aangesteld.

Vanuit Dior is nog altijd niets bekend gemaakt. Dit weekend bevestigde Yves Saint Laurent dat Pilati’s contract inderdaad niet wordt verlengd. Maar de naam die het meest wordt genoemd is Hedi Slimane, die in de jaren negentig als mannenontwerper aan het huis was verbonden, en daarna naar Dior Homme ging. De laatste vijf jaar werkte Slimane als fotograaf.

Je zou je bijna kunnen voorstellen dat Jil Sander de speculaties zat was, en zelf het contract met Simonsmaar  heeft opgezegd. Een opvolger is er in elk geval al: de oprichter van het modehuis zelf, Jil Sander. De nu 68-jarige Sander verkocht haar bedrijf in 1999 aan Prada. Ze zou aanblijven als hoofdontwerper, maar na een jaar stapte ze op, vanwege ruzie met Prada-baas Patrizio Bertelli, de echtgenoot van Miuccia Prada. In 2003 kwam ze terug, om na een paar seizoenen wederom weg te gaan. De laatste paar jaar maakte ze een lijn voor de Japanse budgetketen Uniqlo. Het huis Jil Sander is sindsdien twee keer van eigenaar gewisseld.

Collectie Jil Sander. Foto Peter Stigter

Het wordt voor Sander niet makkelijk Simons te evenaren. In de zeven jaar dat Simons aan Jil Sander was verbonden, maakte hij er een opwindend, toonaangevend modehuis van, zonder de minimalistische stijl, waar het bekend mee werd, helemaal te veronachtzamen. Met name vrouwencollecties voor voorjaar 2011, najaar 2011 en voorjaar 2012, waarin hij vernieuwende mode liet zien die was gebaseerd op klassieke haute couture, waren, in elk geval publicitair, een enorm succes.

Ook in zijn laatste collectie kwam de klassieke couture terug. De collectie verbeeldde een dag in het leven van een getrouwde vrouw. De show opende met wijdvallende jassen, swaggers, in zachte tinten, die door de modellen bij elkaar werden gehouden alsof het haastig aangeschoten ochtendjassen waren. Er waren tere lingeriejurkjes van satijn, of gemaakt van verschillende tricots. Aan bustiers zaten met een broeken met hoge taille vast, of rokken met hoekige, asymmetrische plooien. Onder een rechte jasjes kwamen rokken van metallic material, er was een prachtige donkerblauw-met-huidkleurige jurk in new look-stijl, met wederom een ingebouwde bustier en een spannende uitsparing op de buik. De zes grote boeketten in perspex bakken op de catwalk en de mijmerende muziek versterkten de  intieme, romantische sfeer van de collectie.

De afscheidsshow was ook te lezen als een aankondiging: het zou een prima debuut voor Dior zijn geweest.

Gucci. Foto Peter Stigter

Romantiek was bij meer ontwerpers een uitgangspunt. Voor Gucci kwam Frida Giannini met een zwierige najaarscollectie die was gebaseerd op de 19e eeuw, mannenmode en ruiterkleding; lange zwarte jurken met hoge kragen, capes, rijbroeken in laarzen, van rijke materialen als fluweel, bont, veren en (krokodillen)leer. Het frisse van de collectie zat em niet in de kleuren (die waren erg donker), maar in het feit dat er behalve transparante blouses en jurken ook stoere, oversized kleren in zaten, zoals grote jassen en prettig nonchalante pyjamapakken; iets nieuws voor Gucci.

Dolce & Gabbana. Foto Peter Stigter

Dolce & Gabbana lieten zich inspireren door Sicilië, de geboortestreek van Domenico Dolce, de helft van het duo, en een terugkerend thema in hun werk. Dit keer werd het vertaald naar Siciliaanse barok. Onder met bloemen versierde kroonluchters verschenen wijde capes vol veel goudkleurig borduursel, eveneens goudgeborduurde zwarte jurkjes, nou eens niet altijd heel strak, veel sexy zwart en maagdelijk wit kant, en enorme oorhangers. Gaandeweg de show kregen bloemdessins de overhand, die eruitzagen alsof ze waren geborduurd. Een mooi en ja, uitgesproken romantisch beeld.

Prada. Foto Peter Stigter

Miuccia Prada wilde dit seizoen, zo verklaarde ze na afloop van haar show, dit keer geen boodschap aan de wereld meegeven, maar een collectie die het plezier van mode vierde.  Dat resulteerde in broekpakken met jasjes en tops in de felgekleurde stoffen met ingeweven dessins, mouwloze jurken en jassen van zware, zwarte stof, de overdadige versieringen van plastic kralen en de gedeeltelijk met rubber bedekte pumps en veterschoenen; stukken die  niets conventioneels of behaagzieks hadden. Hooguit zou je ze klassiek Prada kunnen noemen.

Het belangrijkste kledingstuk  bij Prada was de broek, die bij iedere outfit werd gedragen, ook onder rokken en jurken. Hooggeplaatste riemen legden de nadruk op de taille.

Marni. Foto Peter Stigter

Over iets meer dan een week ligt de collectie die modehuis Marni maakte in samenwerking met H&M in de winkel; betaalbare, maar goed uitgevoerde variaties op Marni-klassiekers als een  ruimvallende top met leren voorpand, een genopt mantelpakje, net iets te korte, wijde broeken van opvallende stoffen, hooggehakte houten sandalen en plastic sieraden. Een mooie aanleiding om een nieuwe richting in te slaan, en dat is precies wat  ontwerpster Consuelo Castiglioni deed, met een voor haar doen scherpe, ingehouden najaarscollectie. Capes, jassen en jasjes met grote, uitstaande zakken en een heupceintuur, waarin zowel invloeden van het uniform als van China terug te vinden waren, jurkjes met van verschillende stoffen in een grafisch patroon.

Castiglioni had haar beroemde dessins niet helemaal laten liggen: ze kwamen vooral terug op broekpakken, die volgend najaar een grote trend lijken te gaan worden.

 

Interview met Vogue-hoofdredacteur Karin Swerink

Geplaatst op 24-02-2012.

22 maart wordt de Nederlandse editie van Vogue gelanceerd, zo werd deze week bekend.
Afgelopen december interviewde ik hoofdredacteur Karin Swerink. Dit verhaal werd eerder geplaatst in NRC Handelsblad.

 

Karin Swerink, foto RVDA

Op de redactie van de Nederlandse Vogue, op de vierde verdieping van een jarenzeventigkantoorgebouw in Diemen, wordt druk verbouwd. Een eigen kamer heeft hoofdredacteur Karin Swerink (42) nog niet. Ze ontvangt daarom in het ‘stylinghok’, waar naast een tafel een paar volle kledingrekken staan. „Er zit eigenlijk niks tussen wat ik Vogue vind”, zegt ze, terwijl ze haar blik over de kleren laat gaan „Vogue is er niet voor budgetmode. Het gaat om de emotie van het beeld. Je laat alleen het beste van het beste zien.”

Het gerucht ging al enige tijd, maar anderhalve week geleden werd officieel bekend gemaakt dat uitgeverij G+J met een Nederlandse editie komt van Vogue, de beroemdste, chicste en machtigste modetitel ter wereld, een mededeling die meer dan 500 vrouwen ertoe aanzette een sollicitatiebrief te sturen. Wanneer Vogue Nederland precies in de kiosk zal liggen, zegt Swerink niet te weten. „Als we klaar zijn. We gokken op 2012, maar het kan ook 2013 worden. Je kunt maar één keer lanceren, en dat doen we als helemaal tevreden zijn.”

De vaste redactie van twaalf is voorlopig vooral „aan het scheuren uit tijdschriften, zoeken, bellen. En proberen te doorgronden hoe het politieke spel op dit niveau wordt gespeeld. Bijna ieder bekend model wil voor Vogue wel naar Nederland komen, maar alleen als ze op de cover komt. We hebben maar één cover, dus tegen wie zeg je ja? Voor je het weet maken allerlei poppetjes van buitenaf uit hoe onze Vogue eruitziet.”

Swerink, die een modeopleiding volgde aan de kunstacademie in Enschede, begon haar tijdschriftcarrière bij meidenblad Yes, waar ze stylist en later chef mode was. Na een periode als chef redactie en adjunct-hoofdredacteur bij Libelle werd ze hoofdredacteur van het startende Glamour, een uitgave van G+J. Het jonge, dikke, toegankelijke modeblad op handtasformaat (‘Patat met champagne’, was Swerinks slogan) raakte een snaar; vanaf het eerste nummer had het een oplage van 150.000 exemplaren, waarmee het meteen het grootste modeblad was van Nederland.

Namens Glamour zat Swerink een of twee keer per jaar aan tafel met vertegenwoordigers van Condé Nast, de Amerikaanse moederuitgeverij van zowel Glamour als Vogue. De wens een Nederlandse Vogue te maken werd door G+J twee jaar geleden al uitgesproken, maar het plan werd wegens de toenmalige crisis een jaar in de ijskast gezet. In januari 2011 besloot Condé Nast alsnog dat Nederland klaar was voor een Vogue. „De Nederlandse uitgever heeft altijd gezegd: als ik Vogue doe, doe ik het met jou, want ik denk dat jij nog een keer een succes kunt neerzetten.”

Hoe bepaalt Condé Nast of een land geschikt is voor Vogue?
„Ze kijken naar de budgetten van de grote adverteerders, en naar winkels die er zijn. Ik denk dat het proces in de Bijenkorf in Amsterdam (op de begane grond zitten sinds voorjaar 2010 shop-in-shops van luxemerken als Louis Vuitton en Hermès, MvR), voor ons een grote rol heeft gespeeld, al is dat vooral bedoeld voor toeristen. Maar je ziet ook op straat dat het modeklimaat is veranderd: je mag laten zien dat je je best hebt gedaan.

„Voor Condé Nast is het ook erg belangrijk dat er voldoende talent is. Er zijn landen waar genoeg geld en winkels zijn, maar geen mensen die een Vogue kunnen maken. Bij de Chinese, Taiwanese en Japanse de Vogue hebben ze nog steeds problemen om goede krachten te vinden.”

Zijn er voorschriften vanuit Condé Nast?
„Ze willen dat je een unieke zus wordt in de familie. Elke Vogue heeft een eigen karakter: de Duitse is heel gedegen, de Britse jong, de Italiaanse uitbundig. Er is wel een stijlboek. De letters die je gebruikt moeten dicht bij die uit dat stijlboek liggen.”

Je zou kunnen denken: voor Nederlandse vrouwen die zijn geïnteresseerd in designermode liggen hier nu al meer dan genoeg Vogue-edities in de kiosk.
„Maar hoe mooi is het om ook een Vogue te hebben die jouw taal spreekt? Die begrijpt hoe jij naar mode en kunst kijkt? Een Nederlandse esthetiek heeft?”

Hoe ziet die esthetiek eruit?
„Nederland heeft een herkenbaar vormgevingshandschrift. Het is sober en zakelijk, maar ook een beetje underground. Het schuurt. Dat wil ik proberen te pakken. En er is hier een heel eigen energie. Onze stylisten zijn vrouwen die op de fiets door de stad sjezen. Dat zie je terug, daar ben ik van overtuigd. Zelfs als de kapper uit Parijs komt, het model uit New York en de kleding uit Milaan. Anders hoef je ook niet zelf te fotograferen; dan kun je beter een modeserie aankopen uit de Amerikaanse Vogue, dat is heel goedkoop voor ons. Maar daarmee krijg je geen eigen gezicht.”

Zit dat schurende Nederlandse handschrift al in andere tijdschriften?
„Bij Glamour heb ik vooral geprobeerd internationale trends te vertalen voor een groot publiek. De modefotografie in Elle heeft het, maar voor Vogue is die niet sexy en vrouwelijk genoeg. Vogue gaat over schoonheid. Natuurlijk gebeuren er altijd nare dingen in de wereld, maar dat is niet waarvoor je Vogue koopt. Je wilt worden meegenomen in inspiratie en schoonheid. Het gaat ook over mensen, maar niet op de manier van: ‘mijn man ruimt zijn sokken niet op’ – daar zijn al genoeg bladen voor.
„We willen vrouwen interviewen van wie je denkt: die hebben het goed gedaan. Niet alleen jonge actrices; we richten ons op vrouwen vanaf dertig. Ik las ooit in Het Parool een interview met Maya Meijer-Bergmans, een kunsthistorica die getrouwd is met de eigenaar van het Westergasterrein in Amsterdam. Zij was er managing director. Zo’n vrouw zie ik in Vogue, al is ze bijna 70 en draagt ze misschien een mantelpak van Frans Molenaar.”

Moet die Frans Molenaar voor de foto vervangen worden door een Lanvin ?
„Je kunt niet helemaal over iemands persoonlijkheid heengaan. Maar met een goede kapper, visagist en stylist kun je alle mooie kanten van iemand naar boven krijgen. Dat gebeurt hier te weinig. We zijn nog steeds bang om iemand mooi te maken.”

Is het een probleem voor jullie dat Nederlandse ontwerpers het nu over het algemeen niet heel goed doen?
„Het is lastig dat we niet onze eigen Chanel en Prada hebben, ja. Je wilt als Vogue trots zijn op Nederlandse mode, en bij de Nederlandse ontwerpers zit niet de allure die we zoeken. Maar we hopen dat de nieuwe lichting samen met ons professioneler kan worden. We zijn nu aan het kijken of sommigen speciaal voor ons iets kunnen maken. Het zou ons ook heel goed uitkomen als de eerstvolgende collectie van Viktor & Rolf er waanzinnig uit zou zien.”

 

Tony Cohen: ‘Mijn collectie komt uit eigen creatie.’

Geplaatst op 12-02-2012.

Een paar weken geleden plaatste ik een blog over de show van Tony Cohen tijdens de laatste Amsterdam Fashion Week ((Tony ♥ Haider).
Een aantal elementen deed me erg denken aan het werk van Haider Ackermann; niet zozeer de kledingstukken zelf, maar het draperen, de asymmetrie, de manier waarop een doek over een hoofd was geslagen, broeken met slepen of openvallende plissérokken, het kleurgebruik.
Maar dan, ik zal het nu maar zeggen, veel en veel minder goed van snit en kwaliteit.

Er wordt wel gezegd dat de modetaal af is. Alles is al gemaakt, het gaat er nu om wanneer je oude dingen weer tevoorschijn haalt, en hoe de styling is.
Iedere ontwerper kijkt bovendien naar andere ontwerpers. Er zullen er maar weinig zijn die nooit geput hebben uit het werk van Yves Saint Laurent of Chanel. Het gaat er dan om dat er een eigen, nieuwe draai aan wordt gegeven.
Het helpt ook al als er een tijd is verstreken sinds het origineel. Allebei niet het geval bij Cohen. Bovendien waren zijn vorige twee shows totaal anders van sfeer.

Vrijdag was ik uitgenodigd op het kantoor van Cohen in het World Fashion Centre in Amsterdam. Hij zou aantonen dat zijn collectie ‘uit eigen creatie’ kwam.

Cohen liet aan de hand van foto’s zien hoe sommige kledingstukken al in shows uit 2008 en 2009 was getoond. Soms waren ze nu iets aangepast; aan een top had hij nu een lange rok gezet. Maar hij gaf toe dat hij zich bij sommige outfits wel kon voorstellen dat ik aan Ackermann moest denken. De manier waarop hij het had gepresenteerd, was echter een ‘logisch gevolg’ van de ontwikkeling die hij doormaakt, zei hij.
Dat hij vorig seizoen met een hippiejurkenshow kwam, vond hij geen argument. ‘Dat was mijn commerciëlere lijn. Dat is iets heel anders.’

Een andere blogger had drie dagen na mijn blog een stuk geschreven over de overeenkomst, en dat kwam door mij, dacht Cohen (de blogger zat vlak naast me en riep het eerder dan ikzelf. Ook bij anderen viel de naam Haider Ackermann na Cohens show).

Cohen toonde aan dat er op kledingstukniveau geen sprake was van imitatie – op die broeken onder rokken na dan, en de kleurcombinaties. Maar dat heb ik ook nooit beweerd.

Laten we er even van uitgaan dat de overeenkomsten toevallig waren. Dan nog moet je dat als merk niet willen, denk ik: een show brengen die doet denken aan het werk van een veel geprezen ontwerper, die zijn publiek soms tot tranen weet te ontroeren met zijn werk. Er zullen altijd mensen zijn die de vergelijking gaan maken. Cohen zei dat hij de mode van Haider Ackermann goed kent.
Aan de andere kant: maar een klein gedeelte van het publiek in Amsterdam is waarschijnlijk bekend met Ackermann.
Achter mij hoorde ik na afloop van de show roepen: ‘Wat erg, he, dat je nou nog een half jaar moet wachten voor het in de winkel ligt!’

Amsterdam Fashion Week: Tony ♥ Haider

Geplaatst op 29-01-2012.

Tony Cohen

Bij de show van Tony Cohen, gisteravond op Amsterdam Fashion Week, gingen mijn gedachten (en de mijne niet alleen) meteen uit naar het werk van Haider Ackermann, een Duitse ontwerper die deel uitmaakt van het bedrijf van Ann Demeulemeester in Antwerpen, en  een rijzende ster is in de modewereld. Hieronder eerst  acht outfits van Tony Cohen voor najaar 2012.

En hier een selectie uit de laatste drie shows van Haider Ackermann.

Fotografie: Peter Stigter.