Tony Cohen: ‘Mijn collectie komt uit eigen creatie.’

Een paar weken geleden plaatste ik een blog over de show van Tony Cohen tijdens de laatste Amsterdam Fashion Week ((Tony ♥ Haider).
Een aantal elementen deed me erg denken aan het werk van Haider Ackermann; niet zozeer de kledingstukken zelf, maar het draperen, de asymmetrie, de manier waarop een doek over een hoofd was geslagen, broeken met slepen of openvallende plissérokken, het kleurgebruik.
Maar dan, ik zal het nu maar zeggen, veel en veel minder goed van snit en kwaliteit.

Er wordt wel gezegd dat de modetaal af is. Alles is al gemaakt, het gaat er nu om wanneer je oude dingen weer tevoorschijn haalt, en hoe de styling is.
Iedere ontwerper kijkt bovendien naar andere ontwerpers. Er zullen er maar weinig zijn die nooit geput hebben uit het werk van Yves Saint Laurent of Chanel. Het gaat er dan om dat er een eigen, nieuwe draai aan wordt gegeven.
Het helpt ook al als er een tijd is verstreken sinds het origineel. Allebei niet het geval bij Cohen. Bovendien waren zijn vorige twee shows totaal anders van sfeer.

Vrijdag was ik uitgenodigd op het kantoor van Cohen in het World Fashion Centre in Amsterdam. Hij zou aantonen dat zijn collectie ‘uit eigen creatie’ kwam.

Cohen liet aan de hand van foto’s zien hoe sommige kledingstukken al in shows uit 2008 en 2009 was getoond. Soms waren ze nu iets aangepast; aan een top had hij nu een lange rok gezet. Maar hij gaf toe dat hij zich bij sommige outfits wel kon voorstellen dat ik aan Ackermann moest denken. De manier waarop hij het had gepresenteerd, was echter een ‘logisch gevolg’ van de ontwikkeling die hij doormaakt, zei hij.
Dat hij vorig seizoen met een hippiejurkenshow kwam, vond hij geen argument. ‘Dat was mijn commerciëlere lijn. Dat is iets heel anders.’

Een andere blogger had drie dagen na mijn blog een stuk geschreven over de overeenkomst, en dat kwam door mij, dacht Cohen (de blogger zat vlak naast me en riep het eerder dan ikzelf. Ook bij anderen viel de naam Haider Ackermann na Cohens show).

Cohen toonde aan dat er op kledingstukniveau geen sprake was van imitatie – op die broeken onder rokken na dan, en de kleurcombinaties. Maar dat heb ik ook nooit beweerd.

Laten we er even van uitgaan dat de overeenkomsten toevallig waren. Dan nog moet je dat als merk niet willen, denk ik: een show brengen die doet denken aan het werk van een veel geprezen ontwerper, die zijn publiek soms tot tranen weet te ontroeren met zijn werk. Er zullen altijd mensen zijn die de vergelijking gaan maken. Cohen zei dat hij de mode van Haider Ackermann goed kent.
Aan de andere kant: maar een klein gedeelte van het publiek in Amsterdam is waarschijnlijk bekend met Ackermann.
Achter mij hoorde ik na afloop van de show roepen: ‘Wat erg, he, dat je nou nog een half jaar moet wachten voor het in de winkel ligt!’

Salon mixt mode, vormgeving, fotografie en beeldende kunst

Getverderrie!, roept een kind. Gelijk heeft ze. Aangenaam is de afgehakte lange zwanenhals niet, al rust het hoofd sierlijk op een zwart satijnen kussen. Samen met een klein, eveneens op een kussen opgebaard dood vogeltje, ligt het als offer voor het altaar in de voormalige katholieke schuilkerk Ons’ Lieve Heer op Solder in een zeventiende-eeuws grachtenpand op de Amsterdamse Wallen.

Het museum, dat momenteel gerestaureerd wordt, doet mee aan Salon, een culturele route door Amsterdam met zo’n zeventig deelnemers die op veertien plekken een mix toont van mode, vormgeving, fotografie en beeldende kunst. Nieuwe locaties van de negende Salon-winter editie zijn het Bijbels Museum, de koninklijke stallen in de Laurierstraat en Ons’ Lieve Heer op Solder. In die kerk staat naast de lugubere zwanenhals van kunstenares Alet Pilon een bijzonder werk van Niek Pulles. Tegen een muur in een donkere nis leunt een ongeveer anderhalve meter hoge rechthoek van zwart isolatieschuim, door Pulles gedecoreerd met een 3D-patroon. Uitstekende vormen als blokjes nodigen uit tot voelen – wat ook is toegestaan. Duw en trek eraan en er ontstaat een nieuw patroon.

Pulles tovert een waardeloos materiaal als isolatieschuim om in een avant-gardistisch wandtapijt. Het is een van de pareltjes die je kunt tegenkomen op de Salonroute die curatoren Manon Schaap, Gijs Stork en Cathal McKee grotendeels uitstippelden binnen de Amsterdamse grachtengordel.

Het Bijbelsmuseum aan de Herengracht stelt de deuren open voor een veertiental exposanten. “ May you be happy”,  staat op de vloer in de voorzaal van het museum ‘geschreven’ in garment graffity. Zo noemt Thomas Voorn, multidisciplinair ontwerper, het door hem ontwikkelde handschrift van ingenieus tot letters gevouwen kledingstukken. Hij lijkt alsof achteloos neergelegd, die P van broekspijpen, en een H, B of E gevouwen van een overhemd. Voorn heeft een eigen vorm van graffiti ontwikkelt die eerder al liet zien op grasveldjes en in bomen.

In de belendende marmeren gang reikt van plafond tot vloer een uitgerekte jurk van Karin Arink met nadrukkelijke cups voor niet twee, maar vier flinke borsten. Het grillige roze streepjespatroon van de lange jurk loopt over in de plafondhoge gearceerde schetsen, die nog hangen van de expositie ‘Petrus en ik’. Op één daarvan zit een peinzende apostel Petrus die met al die borsten binnen handbereik misschien wel nieuwe zonden overweegt.

De openbaring van deze editie van Salon is een explosieve installatie in de Jacob de Witzaal van het Bijbels Museum. Hier wordt de bezoeker geconfronteerd met een primitieve volksstam van multidisciplinair kunstenaar Kevin Power die mode, kunst en grenzeloze fantasie verweeft in zijn creaturen. Gezichten zijn gemaakt van textiel, ledematen van panty’s gevuld met bont. Een rode hark is een accessoire, een glamourjurkje gevlochten van repen goudfolie. Vanaf de schoorsteenmantel kijken angstaanjagende maskers toe.

Alles straalt een achteloze nonchalance uit, alsof Powers die extreme creaturen uit zijn mouw schudt, alsof die kledingstukken lagen te wachten tot hij hun innerlijke monster bevrijdde.

Salon. Diverse locaties in Amsterdam. T/m 5 februari. Salon1.org

 

White T Shirt project with Hyun Yeu and Willem de Kooning Academy from Salon/ – culturalfashionparcours on Vimeo.

 

‘follow me into the nowhere’ – embroidery art in blacklight by Desiree Hammen for winterSALON/2012 from Salon/ – culturalfashionparcours on Vimeo.

Nederlandse Anne Bosman wint publieksprijs bij H&M Design Award

Een ontwerp uit de eindexamencollectie van Anne Bosman

Vijftigduizend euro. Anne Bosman (23) had het wel kunnen gebruiken, met zijn ambities om zich aan te melden voor twee prestigieuze masteropleidingen in Londen, die beide een flinke som collegegeld rekenen. Het is de hoofdprijs van een nieuwe modeprijs: de H&M Design Award, een initiatief van de bekende Zweedse modeketen. Daarnaast krijgt de winnaar de kans zijn ontwerpen te tonen tijdens de Stockholmse modeweek en zullen vijftien items uit die collectie verkocht worden bij H&M.

Een ontwerp van Anne Bosman

Bosman studeerde afgelopen zomer cum laude af aan de mode-opleiding van ArtEZ in Arnhem. Tijdens zijn eindexamenshow bleek Margareta van den Bosch, creatief adviseur van H&M, in het publiek te zitten. Zij bekeek de eindexamenshows van de veertien beste mode-opleidingen in Europa, verspreid door Zweden, Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken, België en Nederland, en selecteerde in ieder land vijf favorieten.

Bosman, die met zijn afstudeercollectie ook al de finale van de Frans Molenaar Coutureprijs behaalde, werd vervolgens tot Nederlandse winnaar verkozen door een lokale vakjury. Zijn collectie bestaat uit grote, kimono-achtige jassen, met grafische, pastelkleurige prints. Opvallend zijn de gigantische rugzakken, die hij inspireerde op de tijd dat hij als basisschoolleerling rondliep met een fikse schooltas.

Bosman zegt gefrustreerd te zijn over hoe ingetogen mannen zich tegenwoordig kleden en hoopt terug te gaan naar de tijd van Lodewijk XIV, toen mannen zich minstens zo uitbundig aankleedden als vrouwen. „Ik verwacht niet dat iedereen volgend jaar op de fiets zit met een pak uit mijn collectie hoor, ik wil vooral laten zien dat het best wat extremer kan.” Van de zes finalisten is hij de jongste, de enige man en de enige met een herencollectie.

Een ontwerp van Anne Bosman

Dinsdagavond, de avond voordat tijdens een show op de Mercedez Benz Fashion Week in Stockholm de winnaar bekendgemaakt zal worden, is Bosman allerminst zenuwachtig. De genomineerden presenteerden hun collecties weken geleden in Londen al aan de internationale jury, bestaande uit onder meer modejournalist Hillary Alexander, mode-ontwerper Christopher Kane en H&M’s hoofdontwerper Ann-Sofie Johansson. Bosman hoopt in elk geval op de publieksprijs, waarvoor de afgelopen week online stemmen uitgebracht konden worden. De avond voor de bekendmaking van de winnaar ligt hij met bijna 700 stemmen ver voor op zijn tegenstanders.

H&M werd de afgelopen paar jaar een stuk modieuzer. Het begon in 2004 toen H&M in samenwerking met Karl Lagerfeld een collectie ontwierp. Het was het begin van een jaarlijkse traditie: voor maart staat een collectie van het Italiaanse modehuis Marni in de planning. „Door die ontwerpsamenwerkingen is er een nieuw, modieuzer publiek op ons afgekomen”, zegt creatief adviseur Margareta van den Bosch, al 25 jaar in dienst bij H&M. De modeprijs past in dat streven.

„Daarnaast heeft H&M altijd al een band gehad met jonge ontwerpers”, zegt ze. De eindexamenshows van de veertien academies zijn niet willekeurig geselecteerd, maar worden al jaren door afgevaardigden van het Zweedse modehuis bezocht. „We zijn altijd op zoek naar jonge, talentvolle medewerkers.” Ook voor hun dertig stageplekken per jaar staat H&M in nauw contact met internationale mode-opleidingen.

Een ontwerp van Anne Bosman

„Dat de grootste speler in de Zweedse modewereld aandacht schenkt aan jong talent is heel bijzonder”, zegt Esther Coppoolse, chef mode van de Nederlandse ELLE en lid van het Nederlandse jurypanel dat Bosman selecteerde. „H&M heeft een gigantisch bereik. Met hun ontwerpsamenwerkingen maken ze grote modenamen beschikbaar voor een groot publiek en nu schenken ze nog onbekende ontwerpers een groot podium. Dat past heel erg bij de democratische mode-ethiek van H&M.”

De beslissende show vond gisteren plaats in een grote tent in de Kungsträdgården (‘koningstuin’), één van de locaties van de Zweedse modeweek. Bij binnenkomst ligt de grote ontknoping al klaar op de klapstoeltjes: een folder waarin beschreven staat dat Stine Riis de winnaar is en nu haar collectie zal tonen middels een catwalkshow. Een prijsuitreiking is er niet.

De Deense Riis (28), afgestudeerd aan het London College of Fashion, ontwierp een grafische collectie bestaande uit strak gesneden jurken, rokken en blouses waarin contrasterende materialen als leer, bont, wol en metaalachtige glansstoffen met elkaar gecombineerd worden. Zelf omschrijft Riis het als „sobere, futuristische elegantie”. De jury roemt haar „moderne, volwassen collectie vol energie en excellence.”

Tien minuten nadat het eerste model de catwalk betrad, is de show al weer afgelopen. De lichten gaan aan, het publiek stroomt richting de uitgang. En die publieksprijs dan?

Even later valt op de website te lezen dat die naar Bosman gaat. Hij kan direct zijn koffers weer pakken, want de prijs houdt in dat hij nu een maand lang stage mag lopen bij de jonge ontwerper Christopher Kane in Londen. Wanneer, wat hij er gaat doen en of hij ervoor betaald krijgt, hoort hij later nog.

Fotografie: Peter Stigter


Amsterdam Fashion Week: Tony ♥ Haider

Tony Cohen

Bij de show van Tony Cohen, gisteravond op Amsterdam Fashion Week, gingen mijn gedachten (en de mijne niet alleen) meteen uit naar het werk van Haider Ackermann, een Duitse ontwerper die deel uitmaakt van het bedrijf van Ann Demeulemeester in Antwerpen, en  een rijzende ster is in de modewereld. Hieronder eerst  acht outfits van Tony Cohen voor najaar 2012.

En hier een selectie uit de laatste drie shows van Haider Ackermann.

Fotografie: Peter Stigter.

 

Koninklijk bezoek bij The Green Fashion Competition

Winnaressen Jitske Lundgren en Carlien Helmink geflankeerd door presentatrice Lonneke Engel en Maxime Verhagen

“Wat zou ze aan hebben?” was vrijwel de enige zin die afgelopen vrijdag op het terrein van de Amsterdam Fashion Week te horen was. Prinses Máxima werd namelijk verwacht als bezoeker van The Green Fashion Competition. Hoewel de Amsterdamse modeweek dit jaar z’n zestiende editie viert, was het de eerste keer dat de prinses haar opwachting maakte. En dat betekende extra beveiliging, een reut paparazzi bij de ingang en een tribune die maar liefst twee keer zo vol zat als vorig jaar.

Het was de tweede keer dat The Green Fashion Competition werd georganiseerd: een internationale wedstrijd voor ontwerpers die zich op duurzame kleding richten. De wedstrijd is een initiatief van de Amsterdam Fashion Week en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met als doel duurzaam ondernemen te stimuleren, en het geitenwollensokken imago van ecomode op te poetsen.

Een ontwerp van Carrie Parry

De avond werd geopend door Elsien Gringhuis, de winnares van vorig jaar die dankzij de geldprijs van 25.000 euro haar collectie kon laten produceren. Ze toonde haar nieuwe collectie: minimalistische jurken en rokken tot net boven de knie, uitgevoerd in groen, zwart en wit, en versierd met veiligheidsgordels. Lonneke Engel, topmodel en presentator van de avond, droeg een groen ontwerp van Gringhuis’ hand.

Vervolgens was het de beurt aan de vier genomineerden in de categorie jonge, beginnende ontwerpers. Ze presenteerden ieder drie ontwerpen. Door de zevenkoppige jury, bestaande uit onder meer modejournalist Georgette Koning, Tonny Tonnaer van jeanslabel Kings of Indigo en Manolo Marquez van ABN Amro, werd Carrie Parry tot winnaar uitgeroepen. De in Brooklyn-woonachtige ontwerpster presenteerde een draagbare en kleurrijke damescollectie, vervaardigd uit duurzame materialen en lokaal geproduceerd. De opvallendste outfit: een broek en een blouse met een zwart-witte bloemenprint, gecombineerd met een felroze jasje. Maxime Verhagen, minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, overhandigde haar een cheque van 15.000 euro.

Een jurk van Studio Jux

Nieuw is dat er dit jaar ook een prijs van 25.000 euro werd uitgereikt aan reeds gevestigde modemerken die hun bedrijf naar een hoger niveau willen tillen. Die ging naar het Nederlandse duo Studio Jux.

Studio Jux (“Jux is Duits voor plezier”) werd in 2008 opgericht door ontwerpster Jitske Lundgren en manager Carlien Helmink. Hun draagbare en comfortabele dames- en herenkleding wordt geproduceerd in een eigen atelier in Kathmandu, Nepal, om de werkgelegenheid daar te stimuleren. Sympathiek is dat in elk kledingstuk een labeltje met een cijfer genaaid is, waarmee je op hun website kunt nagaan welke Nepalese kleermaker het betreffende item in elkaar heeft gezet.

En Máxima? Zij droeg een bruin, nauwsluitend jurkje met pailletten van de Nederlandse ontwerper Jan Taminiau. De Nederlandse ontwerper wiens kleding ze al eerder droeg bij onder meer de opening van de Arnhem Mode Biënnale in 2009 en een staatsbezoek aan Duitsland afgelopen april.

Fotografie: Peter Stigter

Jong talent op de Amsterdam Fashion Week: kartonnen schoenen en vuilniszakken

Ontwerpen van Marije de Haan

De donderdag op de Amsterdam Fashion Week stond ook dit jaar in het teken van jonge talenten. Onder de noemer Fashion Week Lab krijgen vers afgestudeerde ontwerpers de kans hun collecties aan het modepubliek te tonen in het Machinegebouw op het Westergasterrein: een kleinere en minder dure ruimte dan de hoofdzaal. Acht jonge ontwerpers presenteerden in groepjes van twee hun maximaal tien outfits tellende collecties. De vier opvallers:

Een juten trui van Melissa Siegrist

Melissa Siegrist studeerde in 2010 af aan ArtEZ met een damescollectie vol kenmerken uit de mannenmode. Nu draaide ze het om: ze ontwierp een sportieve mannencollectie die juist vrouwelijk oogde. Zo waren er semi-transparante broeken van witte zijde en zelfs een korte rok te zien. Maar dan wel weer in combinatie met stoere bomberjacks. In een aantal outfits verwerkte ze grove jute, hetgeen ze er op knappe wijze modieus en verfijnd uit liet zien.

Een ontwerp van Winde Rienstra

Er werd flink geapplaudisseerd voor Winde Rienstra, die vorig seizoen ook al aan Fashion Week Lab deelnam. De vergelijking met Iris van Herpen is ook deze keer snel gemaakt: beide ontwerpers maken 3D-objecten die het midden houden tussen sculpturen en kledingstukken. Voor haar grotendeels ecologisch verantwoorde ontwerpen –ze stond vorig jaar in de finale van The Green Fashion Competition- gebruikte Rienstra dit keer hout, papier en karton in combinatie met zijde. Van papier en zijde vouwde ze grote harmonicavormen die ze op verschillende manieren rond het lichaam vouwde. Van karton maakte ze spectaculaire, twee decimeter hoge schoenen waarop de modellen zich helaas tergend langzaam en wiebelend voortbewogen.

Uniseks kleding bij Nieuw Jurk

Het zijn financieel barre tijden voor creatieven, en daarom noemde ArtEZ-alumnus Esther Meijer -de ontwerper achter Nieuw Jurk- haar nieuwe collectie Krisis. Haar inspiratiebron was dan ook armoede: een katoenen jurkje zag eruit als een vuilniszak waarin gaten voor hoofd en armen zijn geknipt en in een aantal ontwerpen waren vrolijke en verdrietige gezichtjes verwerkt. De collectie, die ze overigens financierde middels crowdfunding, is uniseks en one-size-fits-all: wat resulteerde in veel wijde shirts in combinatie met leggings. Meijers ontwerpen hebben een gevoel voor humor en nonchalance vergelijkbaar met de ontwerpen van Bas Kosters, bij wie ze haar carrière ooit begon als stagiaire.

Het  hoogtepunt was de collectie van Marije de Haan, alumnus van de kunstacademie in Den Haag en winnaar van de G-Star Raw Talent Award 2010. Haar mannencollectie inspireerde ze op Black Bart: een Amerikaanse crimineel die postkoetsen beroofde in driedelig pak en een bolhoed, en met een graanzak over zijn hoofd. Dat laatste leidde tot kledingstukken die het hoofd bedekken: de kraag van een overhemd kon bijvoorbeeld tot de kruin dichtgeknoopt worden. Zo waren er meer variaties op klassieke mannenkleding te zien: er was een zwart-wit gestreept overhemd met een sleep tot op de grond, en een denim overhemd met een rafelige strik. Stuk voor stuk erg mooi in elkaar gezet. Bijzonder noemenswaardig was ook de modelkeuze: naast een prachtige kale man met een lange grijze baard, liep ook stylist, visagist, vintage mode-verzamelaar  en winkeleigenaar Ferry van der Nat mee.

Fotografie: Peter Stigter

Amsterdam Fashion Week opent met dansers in onderbroekjes en een telefoonspektakel

De finale bij Sjaak Hulleks

Bij de vorige editie was hij al in functie, maar de zestiende editie van de Amsterdam Fashion Week is de eerste waar de nieuwe programmadirecteur Carlo Wijnands werkelijk zijn stempel op heeft weten te drukken. Om te beginnen heeft hij de naam veranderd. Het webadres van de week is nog wel AIFW.nl, maar de I, van International, is uit de naam weggehaald. „Ik heb me altijd gestoord aan dat international”, zei hij aan de vooravond van de modeweek. „Geen enkele fashion week heeft dat in zijn naam. Waarom zou je dat van jezelf zeggen? Als je het bent, ben je het.”

Op Amsterdam Fashion Week showt altijd wel één buitenlands merk (dit keer het Deense Gestuz, op zaterdagavond), en er komt een klein groepje buitenlandse pers, dat van de organisatie een hotelkamer krijgt aangeboden. Maar de naam Amsterdam International Fashion Week was behoorlijk pretentieus: het is een evenement van en voor Nederlanders.

De zestiende editie was dankzij Wijnands ook de eerste in lange tijd die niet opende als soiree, een black tie-avond waarbij een aanzienlijk deel van de aanwezigen bestond uit private banking-klanten van de sponsorende banken. Ditmaal waren er gewoon twee shows, geen kledingvoorschriften, en minder genodigden van de sponsors. Sjaak Hullekes, winnaar van de Dutch Fashion Awards 2009, en Bas Kosters verzorgden ditmaal de shows. „Ik wil gewoon dat het hysterisch wordt”, zei Wijnands.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hullekes heeft een aantal keer meegedaan met groepsshows van de Dutch Fashion Foundation, maar dit was de eerste keer dat hij een soloshow gaf. Hij had er werk van gemaakt. Op het scherm werd een romantisch filmpje vertoond waarin werd ingezoomd op een strak mannenonderbroekje en een hoed, en de show begon met een optreden van een groep dansstudenten in dezelfde onderbroekjes –  het ondergoedmerk van Hullekes’ vriend en zakenpartner is tegenwoordig geïntegreerd in het merk Sjaak Hullekes. Met shawls werd de nieuwe oriëntaalse geur van Hullekes gewapperd.
Dans, zeker als het gebeurt in ondergoed, is een wat lastige combinatie met mode, en de show had in het begin wat ongemakkelijks. Maar toen de eerste kleren van het ‘marque artisanale’ zich aandienden was dat ongemak meteen voorbij.

De hele collectie was gemaakt in smaakvolle, oosterse tinten: paprikarood, wijnrood, bruin-oranje, diep grijsblauw, kaneelbruin. Er waren overhemden met handgemaakte stiksels op de schouder, net een beetje kort vallende broeken met rechte pijpen, gebreide jacks, een blouse met vleermuismouwen, een pak met een asymmetrische, Aziatisch aandoende sluiting, met hoeden, grote shawls en houten kralenkettingen als accessoires – elegante  kleding voor een modieuze, wat zachte man, zo één  die gelooft in yoga en meditatie. Vooral de jassen waren sterk: een minimalistisch, ruimvallend exemplaar tot met boven de knie, een langere met een ceintuur en een kraag die overliep in een lange, zwierige sjaal. Materialen uit de kleding kwamen terug als accent op de in samenwerking met Fred de la Bretonière gemaakte veterschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

De tweede show van de openingsavond woensdag, van Bas Kosters, werd niet alleen gesponsord door Vodafone. Kosters – net zoveel showman als modeontwerper –  werd ook betaald voor zijn optreden, wat ongebruikelijk is in de mode.

Vodafone kreeg waar voor z’n geld. Kosters had er een complete telefoonshow van gemaakt. Hij opende de show zelf, gekleed in een lang gewaad dat was gemaakt van honderden reepjes stof. Met een telefoon aan zijn oor playbackte op een zelfgeschreven nummer, waarvan de tekst helaas onverstaanbaar was, maar dat over bellen leek te gaan, om heen dansten modellen, ook in outfits van reepjes. Inderdaad, hysterisch.
Tijdens de show, met een medley van nummers over telefoneren (Call me, Telephone) werd de muziek vijf keer gestopt en schalde de boodschap „Onze medewerkers zijn in gesprek”. De modellen bevroren even in hun houding. Op het scherm draaide een videoclip met Kosters’ eigen hoofd, bij de finale renden de modellen keihard de catwalk op en neer en de show eindigde met Kosters’ eigen voicemailbericht.

En oh ja: er waren natuurlijk ook kleren: pluizige truien en broeken, een lange denimrok, jacquetjassen. En leggings, T-shirts, jasjes en jurkjes met de uitbundige prints waar Kosters bekend om is. Ditmaal letters, stippen, typische Bas Kosters-poppetjes en, inderdaad, mobiele telefoons.

Fotografie: Peter Stigter

Parijs (2): de beladen maskers van Walter van Beirendonck

 

Er viel van alles te lezen, in de makers maskers die werden gedragen in de show van Walter van Beirendock, vorige week in Parijs. Seks natuurlijk – het thema van de show was Lust never sleeps. Maar omdat ze werden gedragen door donkere modellen, en het merendeel  van de maskers de tint van een blanke huid had, kreeg de show er nog een extra, ongemakkelijke lading van. Dat laatste had hij helemaal niet zo bedoeld, legde Van Beirendock een paar dagen later uit, toen ik hem tegenkwam bij de show van Iris van Herpen. De Parijse modellenbureaus hadden geweigerd modellen te  leveren die gemaskerd zouden moeten lopen, en dus had hij de de Afrikaans-Franse amateurmodellen die hij voor zijn vorige show had gevonden via streetcasting, weer ingeschakeld. “En er zaten ook zwarte maskers bij.”

Morgen in Lux meer over de mannenshows voor najaar 2102 in Milaan en Parijs

Fotografie: Peter Stigter

Mannenmode Parijs (1): les Pays Bas

Vorig seizoen verwerkte Dries van Noten werk van de fotograaf James Reeve in zijn vrouwencollectie. Voor zijn najaarscollectie 2012 had hij twee Nederlanders ingeschakeld:letterokunstenaar  Letman en schilder Gijs Frieling. Ontwerpen van Letman (Job Wouters) en schilderijen van Frielang waren gebruikt als dessins voor pakken en militair gesneden jassen, wat de collectie van Van Noten tot een van de weinige uitbundige van het nogal klassieke seizoen maakte.

Wouters en Frielang waren ook bij de show aanwezig. Samen met twee assistenten bleven ze gedurende de hele show in het Grand Palais  aan een tientallen meters lange muurschildering werken, waar ze de dag ervoor aan waren begonnen en die de volgende ochtend weer verwijderd moest worden.

Bij Viktor & Rolf, het enige Nederlandse label dat nog showt tijdens de mannenmodeweek in Parijs, werd teruggrepen  het overdreven brede silhouet uit de Atomic Bomb-collectie uit 1998, een van de eerste collecties (haute couture, voor vrouwen) die het duo in Parijs showde. Viktor & Rolf hebben een nieuwe mannengeur gelanceerd, Spice Bomb, de mannelijke tegenhanger van de succesgeur Flowerbomb, vandaar. Die  enorme, ronde, American-football-achtige schouders werkten goed om de vrij klassieke kledingstukken (pakken, blazers, bombers, smokings) boven het gewone uit te tillen.

Veel leer ook in de collectie; huidkleurige en zwarte leren broeken, alsook een zwarte leren tuinbroeken. Beste outfit  een zwarte leren tuinbroek over een overhemd met stropdas en een bomberjack.

Fotografie: Peter Stigter

Mannenmode Milaan (3): Monclers donzige klassiekers

Speelgoedautootjes op de vloer bij Moncler

Klassieke mannenmode gaf  de toon aan tijdens de mannenmodeweek in  Milaan, maar de Amerikaanse ontwerper Thom Browne gaf er voor Moncler Gamme Bleu, de chique mannenmodelijn van het populaire donsjassenmerk, een eigen invulling aan. Letterlijk –   blazers, geruite broeken, trenchcoats- bijna alles wat op de catwalk voorbij kwam was gevuld met dons, wat een wonderlijk, geestig beeld opleverde. De show zelf was opgezet als een ouderwetse couturepresentie:  de modellen droegen een bordje met een nummer mee,  een ladyspeaker (in dit geval een man in een race-overall) vertelde wat ze aanhadden. Een grapje waar  Jean Paul Gaultier vorig seizoen overigens ook mee kwam.

Erg mooi was ook de eerste zaal in het Palazza Clerici, waar de show werd gehouden; op de vloer lag een mozaïek van speelgoedautootjes.

De kans dat zelfs maar een van de getoonde outfits in productie wordt genomen, is  gering; Moncler draait op  sportieve,  gewatteerde skijacks en  getailleerde damesjassen, die beide ongelooflijk populair zijn. Voor de winkel in Milaan stond dit weekend een lange rij mensen te wachten om naar binnen te mogen. (Het was uitverkoop, maar evengoed. Je krijgt het niet voor een tientje mee.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Catwalkfotografie: Peter Stigter