Stemmen in de klankkast
We spreken, praten, babbelen, kletsen, discussiëren, schreeuwen, betogen, fluisteren, mompelen. De stilte van de nacht en het zwijgen van de natuur kunnen elk moment door ieder van ons worden doorbroken. Een kreet houdt ons dier, een woord opent de tijd. Ligt hier geen antwoord op de bezorgde vraag van vandaag, wat toch de samenleving nog bijeenhoudt? Een koor van stemmen.
De inhoud van verhalen doet soms minder ter zake dan dat ze worden verteld. Een verhaal – neem de kersttoespraak van koningin Beatrix – houdt ons gekluisterd aan radio of televisie, gebogen over de krant, met de vingers aan het toetsenbord. Het verbindt ons zo met de spreker en met de duizenden, honderdduizenden die deel uitmaken van hetzelfde publiek; het nodigt uit om te worden gevolgd door een nieuwe, oneindige stroom van woorden, commentaren, columns, grappen. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk noemde moderne naties daarom „psycho-akoestische gemeenschappen” (Mediatijd, 1999). Miljoenen mensen met uiteenlopende, vaak tegengestelde verlangens en emoties worden bijeengehouden door verhalen, tegenverhalen en hun resonanties. De openbare ruimte als een akoestische ruimte.

