Voorspellen in crisistijd
Aan de lommerrijke Van Stolkweg in Den Haag, halverwege het Binnenhof en de Scheveningse haven, zetelt een ter plaatse gevreesd instituut: het Centraal Planbureau. Het produceert economische rapporten die voor ministeries en partijen gelden als onwrikbare kaders van hun handelen. De CPB-cijfers zijn de hardste feiten van Den Haag, de vierjaarlijkse gesel van verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden.
In deze woelige tijden, waarin bankiers en politici wereldwijd op de tast ingrijpende beslissingen nemen, zou je van ’s rijks ambtelijke planners enige bescheidenheid verwachten. Een voorzichtiger blik op de toekomst, voorspellingen met minder aplomb.
Maar nee, met schijnbaar ongebroken zelfvertrouwen presenteerden de Haagse rekenmeesters afgelopen dinsdag hun verwachtingen voor het lopende en komende jaar. Het Centraal Economisch Plan 2009 meldt: „Dit jaar krimpt de Nederlandse economie naar verwachting met 3,5 procent. Ook voor volgend jaar ligt een krimp in het verschiet, zij het dan slechts met 0,25 procent.”
Wat knap! Dat het CPB nu al weet dat we volgend jaar nog maar voor een kwart procent in de put zullen zitten. In de huidige omstandigheden is het een haast geruststellende mededeling. Fijn, de ‘krimp’ (schattig woordje, alsof de economie alleen te heet werd gewassen) is al haast voorbij.
Maar hoe weten ze dat zo zeker aan de Van Stolkweg? Twijfel sluipt binnen bij het lezen van eerdere voorspellingen voor het jaar 2009, zoals door het IMF, de OESO en het CPB zelf gedaan. Het Planbureau profeteerde een jaar geleden voor de Nederlandse economie in 2009: „Voor (…) volgend jaar wordt als gevolg van internationale ontwikkelingen een afzwakking van de economische groei verwacht tot (…) 1,75 procent.” (Centraal Economisch Plan 2008) Men zat er tevoren dus ruim vijf procent naast. En 2009 is nog niet voorbij.
De misrekening voor dit jaar, weliswaar vermeld, leidt niet tot noemenswaardige deemoed voor 2010. Terwijl de wereldeconomie nog schokt en schuddebuikt, nattevingert men aan de Van Stolkweg al naar een nieuw evenwicht: een kwart procent krimp. Ongetwijfeld namen de onderhandelaars van CDA, PvdA en CU deze verse, ‘keiharde’ cijfers mee bij hun gesleutel aan een nieuw kabinetsakkoord. Dat was dinsdag 17 maart.
Eén dag later zag de wereld er al heel anders uit. Woensdag 18 maart zette de Amerikaanse centrale bank een ongekende, sensationele stap. De Federal Reserve (Fed) meent dat het fiscale stimuleringsplan van de regering-Obama te traag werkt en een snellere impuls nodig is. Bankpresident Bernanke besloot voor 300 miljard dollar Amerikaanse staatsschuld op te kopen en voor 750 miljard dollar extra aan hypotheekschulden. In de gangbare metafoor strooide hij „per helikopter” geld uit over de naar cash happende Amerikaanse natie.
Het is monetaire magie. Deze duizend miljard dollar bestond op dinsdag 17 maart nog niet. Bernanke heeft zulke bedragen niet ‘op de bank’ staan. Hij is de bank. Hij zet de geldpersen aan. In een godgelijk gebaar schept de Fed deze dollars uit het niets. Overigens leeft men in sommige landen al langer volgens dit ex-nihilo-recept. De centralebankpresident van Zimbabwe reageerde verheugd: „Wij zijn vereerd dat de centrale bank van de VS is gestart met een flexibel en pragmatisch stimuleringsprogramma, precies zoals wij al vier jaar doen”, aldus de man die namens zijn land het wereldrecord inflatie in de wacht sleepte (boven de 200 miljoen procent in 2008).
De gevolgen van Bernanke’s monetaire magie zijn reëel. Vorige week daalde de dollar met vijf procent ten opzichte van de euro. Voor de Amerikanen is dit prettig: hun spullen worden goedkoper voor buitenlandse kopers, van eventuele inflatie worden hun schulden minder waard. Voor ons Europeanen is het minder fijn. Bernanke’s druk op de knop maakte alle in eurolanden gemaakte producten en diensten vijf procent duurder voor de Amerikaanse markt. (Ik laat het over aan de experts aan de Van Stolkweg om de gevolgen voor exporteconomie Nederland om te rekenen in keiharde krimp.)
De eurolanden kunnen niet met gelijke wapens terugslaan, zoals Japan of Groot-Brittannië wel kunnen. Niemand is de baas over de geldknop. De Europese Centrale Bank raakt door de zet van de Fed „in een onmogelijke positie”, aldus commentator Mathijs Bouman van internetkrant Z24. ECB-president Trichet mag van de statuten geen staatsschuld opkopen, maar kan door een verder vallende dollar worden gedwongen de grenzen van dat verbod op te zoeken. In deze onvoorziene situatie zal de regel wijken.
Zo vielen reeds woensdag 18 maart de rekenmodelletjes van de lommerrijke Van Stolkweg in duigen. Een uitzondering? Nee.
Een crisis is geen uitzondering. Een crisis legt de ware aard van de historische werkelijkheid bloot en die is principieel onvoorspelbaar. Onbedoelde gevolgen van menselijk handelen, onverwachte kettingreacties, overhaast genomen beslissingen – zulke elementen maken de toekomst onpeilbaar ongewis.
Het is mensenwerk de open toekomst te temmen. Met regels, met afspraken, met beloften, met macht. Zo krijgen we enigszins grip op de stroom van de tijd, individueel en collectief. Het is de nobele taak van de politiek. Planbureaus zijn voor deze taak conceptueel slecht uitgerust. Zij denken in termen van continuïteiten en voorspelbaarheid, zij verlangen naar de extrapolatie in een grafiek.
Men zou zich aan het Binnenhof duidelijker mogen onttrekken aan het juk van de Van Stolkweg. Het is een illusie de ongewisse toekomst volledig te vangen in regels, verdragen of modellen. Vooral: het politieke temmen van de tijd gaat veel beter als eerst zijn onvoorspelbaarheid recht in het gezicht wordt gezien.



zaterdag 4 april 2009, 23:39 uur
Mooie bespiegeling, maar niet al te origineel. In eerdere instantie las ik de scriptie van de heer Van Middelaar waarin dezelfde onvoorspelbaarheid terecht als het wezen van de democratie werd gezien. Wat Van Middelaar hier niet zegt is dat politieke partijen sowieso hun eigen gang zullen gang. Het CPB is misschien gevreesd, maar het is niet de baas. Ook wordt de onvoorspelbaarheid van deze tijd in deze column niet onder ogen gezien. Er wordt slechts beweerd dat het CPB deze niet onder ogen ziet. Dat is natuurlijk wel een beetje makkelijk.
Wat mij tegenstaat in deze column is een verwijt van ‘klein’ politiek denken in Nederland. Dan vraag ik waar staan Spanje, Italië, Frankrijk, België, al deze landen hebben een aanzienlijk hogere schuldratio en een gemiddeld lager inkomen per capita. De kracht van het CPB ligt duidelijk niet in het voorspellen van crises. Maar de politiek zou ook meer als opdrachtgever van het CPB kunnen fungeren, en het CPB meer ‘politieke’ scenario’s in ogenschouw laten nemen. Alexander Pechtold heeft daar meerdere keren op aangestuurd, maar goed een partij met drie zetels speelt natuurlijk weinig klaar. In plaats van het CPB uit te schakelen zou ik het CPB een uitgebreidere taak willen geven. De politiek heeft dan inderdaad de taak hebben te oordelen welk scenario werkelijkheid wordt.