Meer onderbouwd optimisme graag
,,Ik bekeek elk televisieprogramma en kwam tot de conclusie dat je het aanbod van twintig zenders in twee delen kon splitsen: dat van de schaterlach en dat van de angstaanjagerij”, denkt de depressieve hoofdpersoon van Doeschka Meijsings roman Over de liefde. Ook zonder in een depressie geraakt te zijn, kan ik dat wel meevoelen. Al kun je natuurlijk enorm gaan nuanceren en net doen alsof praatprogramma’s meer zijn dan een mengeling van die twee genres. Maar dat is vaak niet zo.
Wel is er de laatste jaren een derde genre ontwikkeld, door de VPRO: onderbouwd optimisme. We zien geregeld hoog opgeleide, praktische mensen die zeggen: het hoeft in de wereld niet zo te gaan als het gaat. We beloven geen hemel op aarde, maar als we nu eens al onze spullen zo maken dat ze ook weer afbreekbaar zijn en onze gebouwen min of meer zelfvoorzienend, of als we nu eens ophouden met China de les te lezen, als we eens gaan praten met Iran in plaats van te dreigen. Of als we nu eens slimme muskietennetten naar Afrika brengen, zodat de kinderen daar niet aan malaria sterven, dan zal je zien dat ze daar ook minder kinderen gaan krijgen, want interessant genoeg werkt het niet zo dat je eerst moet zorgen dat de mensen minder kinderen krijgen, maar eerst dat de kinderen gezond blijven. Dat laatste zei econoom Jeffrey Sachs gisteren in een zeer animerend gesprek met Joris Luyendijk in de reeks Wintergasten.
Hij kon, net als de cradle to cradle economen, laten zien dat wat hij zei werkte. Hij kon ook kritische vragen over zijn beweringen heel goed aan, en cynisme pareerde hij eenvoudig met de bewering dat hij wel wist dat er veel misdaad en schurkachtigheid in de wereld was. Maar dat is nog geen reden om aan te nemen dat nooit ergens iets goeds van kan komen.
Het was een boeiend gesprek, waaraan je ook maar weer eens zag dat het geweldig scheelt als de interviewer verwantschap voelt met de onderwerpen van de geïnterviewde.
Luyendijk was een uitstekende gesprekspartner, die eigen visies en ervaringen voor kon leggen aan Sachs en hem op die manier soms echt ontwapende.
Alleen over het enige mopje kunst in het programma, een fragment uit Woody Allens nieuwste film Vicky Cristina Barcelona hadden ze geen van beiden iets te zegen. Wel jammer, want over dat fragment zou je wel eens láng met iemand door willen praten.
Maar goed, het gesprek ging niet over kunst maar over hoe de wereld beter kan. Want dat kan. Dat horen we dus steeds weer, op overtuigende wijze en dan gaat het niet over allerlei dingen die niet mogen en wel moeten, maar over een verstandiger manier van naar onze omgang met elkaar en de planeet kijken.
Jammer dat er voor de rest zoveel angstaanjagerij en schaterlach is. Ik heb nu vijf seizoenen naar de televisie gekeken en wat heb ik veel stom geschater gehoord zeg. Niksigheid, dat is een woord waarmee je bijna driekwart van de programma’s kunt beschrijven. Het is een wereld op zichzelf, de Hilversumse, waarin mensen met veel airs maar weinig bewering voortdurend voor de camera op bezoek gaan bij andere van de televisie bekende types, en waar ze allemaal lijken te geloven dat er niets belangrijkers is dan dat iemand een nieuwe spelshow gaat presenteren of ruzie heeft met zijn vaste maat – hier denken we aan de het intens vulgaire duo ‘Geer en Goor’ oftewel Gerard Joling en Gordon. Je zou helemaal niet willen weten wie het zíjn. Maar als je veel televisie kijkt leer je vanzelf hoe de verschijnseltjes heten en moet je tot je eigen schrik denken: hé daar hebben we Wendy van Dijk („o schat, o lieverd!”) , Yolanthe Cabau van Kasbergen (herkenbaar aan haar van drie meter lang), Arie Boomsma (een hulk die met elke jongere over seks wil praten) enz.
Maar, nu deze rubriek eindigt, wil ik wel zeggen dat er ook wel eens iets moois op de televisie is. Goeie reportages, verhelderende documentaires, langere interviews, meestal VPRO. En soms schitterende kunstprogramma’s van de NPS. En er zijn ook gewoon gezellige dingen te zien. Dus we gaan niet wanhopen. De wereld kan beter. Onthoud dat.



dinsdag 30 december 2008, 22:24 uur
Zeer geachte Marjoleine de Vos,
Het zal toch niet waar zijn dat u in deze column uw vertrek aankondigt? Ik zou dat heel erg jammer vinden,want uw zeer aangename en aparte schrijfstijl maakt zowel uw TV- als uw culinaire artikelen al jarenlang tot een weldadig leesplezier. Ik hoop dat u daar nog vele jaren in NRC/H mee doorgaat.
woensdag 31 december 2008, 16:31 uur
Beste Marjoleine,
Ook bij mij kwam de akelige gedachte op dat u gisteravond uw laatste nrc-tv-recensie gepubliceerd had. U hebt de goede toon en de juiste benadering van het medium te pakken. Dus nu stoppen zou ernstige kapitaalvernietiging zijn. Niet verstandig met een recessie op de stoep.
Misschien ben ik te ernstig aan uw rubriek verknocht geraakt, dat ik zo gevoelig reageer. Het viel mij nl. ook op dat u gisteren extra scherp uitpakte jegens de walgelijke kletsmajoors en -tantes die met hun hoofden onze schermen vullen, alsof u een definitieve (en m.i. terechte) genadeklap wilde uitdelen. Dat was echt genieten. Waar vind je dat nog? Dus ga a.u.b. door met uw rubriek en laat ons niet bungelen in onzekerheid.
donderdag 1 januari 2009, 16:07 uur
Geachte Marjoleine de Vos,
Hoewel ik het jammer vind dat de “oude recepten-ploeg”verdwijnt, ben ik blij met uw uw nieuwe rubriek “De thuiskok”. Ik heb een vraag n.a.v. uw recept d.d. 31-12. Ik weet niet of dit de juiste plaats is voor mijn vraag, maar ik weet niet waar hem anders te stellen. Uw uitleg over zelf gemaakte pasteitjes is mij niet duidelijk. Kunt u over de “technische uitvoering” wat meer informatie geven?
Bij voorbaat mijn hartelijke dank.