Wat moet die Dalí nou kosten?
Iedereen wil erheen, naar Dubai, en dan een huis hebben op dat palmeiland, of er gaan shoppen of skiën. Ja skiën. Kan hoor, ze hebben er hellingen en sneeuw en liften en alles. „We dachten, er is hier niets, dus kunnen we alles maken”, zegt een Dubaise ondernemer. Het is spectaculair wat in de Verenigde Arabische Emiraten, waar Dubai er één van is, gebeurd is in de afgelopen dertig jaar als je de foto’s ziet van hoe het er ooit uitzag: een woestijn met hier en daar een gebouw. Nu is Dubai een enorme stad met een palmvormig eiland en in Abu Dhabi zullen binnenkort grote musea als het Louvre en het Guggenheim hun kunst vertonen op het nieuw te bouwen Saadiyat Eiland in door grote architecten ontworpen gebouwen – Abu Dhabi moet een chic, cultureel centrum worden.
VPRO’s Tegenlicht, bezig met een heel boeiend drieluik over globalisering in de Arabische en Aziatische delen van de wereld, was deze keer in de Arabische Emiraten. Men weet niet wat men ziet.
Dubai, als wel meer nieuwe rijke gebieden, lijkt een soort lachspiegel voor het kapitalistische consumentisme. Niets is meer oud, alles is te koop, alles wordt nagemaakt, alles glittert en glanst en heeft dat laagje dat tegenwoordig ‘luxe’ heet. Kreeg laatst een krantje mee van de Mediamarkt dat ook al ‘leven in luxe’ heette en waarin elke knop op elk toestel bijdroeg aan de ‘luxe uitstraling’ van het betreffende gemaksapparaat. Luxe betekent dat je niets te doen hebt en dat alles glimt.
In Abu Dhabi vinden ze dat ook ordinair en daar storten ze zich dus op de kunst. Er werd een beurs gehouden, Art Paris. Zag je een Arabische sjeik vragen aan zo’n Engelse kunstverkoper – die dat Europese verkopersair had alsof hij al die kunstwerken eigenlijk ook persoonlijk bezat en precies kon inschatten of zijn klanten de goederen wel waard zouden zijn – terwijl hij wees naar een schilderij met paarden van Salvador Dalí: „Is dat een originele Dalí?” „Jawel”, zei de verkoper. „Wat kost die nou?” vroeg de sjeik direct. „Eh, oh ik geloof 198 nee, even kijken, 285.000 dollar.” „Ja moet u weten”, zei de sjeik, „wij hebben thuis ook paarden.”
Het is allemaal nogal mal en met chic heeft het niet zo gek veel te maken, maar goed – als straks de olie ineens op is of instort, dan willen ze daar toch iets hebben. En dat iets is kunst.
„Wij gaan de wereld leiden”, zei een beeldschone, traditioneel geklede studente. „We zijn er klaar voor.” Haar medestudente knikte. „We grijpen elke kans”, zei ze.
Zoiets hoor je hier nooit studenten zeggen, alleen politici praten wel eens een beetje zo. Komt misschien omdat we er zó aan gewend zijn dat we belangrijk en rijk zijn, dat we nauwelijks meer denken aan wie de (economische) macht in de wereld eigenlijk heeft. Het kan studenten hier niets kan schelen of wij dat zijn, omdat we er toch wel bij horen.
Dat zou, als je deze Tegenlicht- afleveringen mag geloven, en daar lijkt alle reden toe, over een aantal jaren wel eens heel anders kunnen zijn.
Het is wel vervreemdend om, als je die enorme rijkdom en ondernemingslust en die spectaculaire gebouwen net gezien hebt, een aflevering van Westerman’s nieuwe wereld te zien, waarin oud-Amerika verslaggever Max Westerman eerst in Amsterdam en vervolgens in Almere een ‘geschikt stulpje’ zoekt, omdat hij ergens wil wonen met New Yorkse allure. New York. Amsterdam. Almere – dat is zó old world! Wat een achterlijke gebieden zijn dat als je net uit Dubai en Abu Dhabi komt. Wat kan en mag daar weinig!
Dat vindt Westerman ook, wiens zoektocht naar een nieuw stulpje we mogen meemaken omdat het voor ons zo interessant is om te zien hoe deze verslaggever na 25 jaar New York, Nederland vindt. En wat vindt hij dan? Let op: Almere is de stad die het meest op New York lijkt. Ja nu u weer. Dan ook maar niet naar New York zeker, dan maar meteen naar Abu Dhabi. Waar trouwens niet iedereen zo blij was met de veranderingen: „Ik voel me een ex-pat in mijn eigen stad”, zei een vrouw in traditionele kleding. En een andere vroeg: „Wat betekent ontwikkeling eigenlijk? Meer auto’s? Meer huizen? Meer economische groei?”



dinsdag 9 september 2008, 22:07 uur
Marjoleine de Vos bericht over de beurs Art Paris Abu Dhabi en rept daar over ‘zo’n engelse kunstverkoper die zo’n Europese verkopersair had alsof hij al die kunstwerken eigenlijk ook persoonlijk bezat’.
Welnu, ik kan je verteleln dat dat waarschijnlijk ook zo is. Als deelnemer aan deze beurs in November 2007, en de Engelse kunstverkoper als collega kennende als deelnemer met ons aan de TEFAF is het voor ons altijd weer een opgave onze collectie samen te stellen uit eigen middelen. slechts 5% bestaat uit consignatie. Het wordt hier weer gepresenteerd alsof kusnthandelaar een verachterlijk vak is beoefend door zakkenvullers die verder geen risico lopen en dan heb ik het niet eens over de beurskosten, verzekeringenen, transport etc.
Beste Marjoleine, commentaar mag, maar zorg wel eerst dat je kennis van zaken hebt. Niet moeilijk in jouw vak lijkt me, door een paar simpele vragen te stellen. het bespaart een hoop genante situaties voor je beroepsgroep.