Aantekeningen van een aartspessimist

logo_beeldenstorm.jpg„Een onverbeterlijk pessimist” noemt Frans Bromet zichzelf. In het commentaar bij zijn televisiedocumentaire Een steuntje in de rug verklaart hij altijd een tegenstander te zijn geweest van ontwikkelingshulp. Het geld komt toch niet bij de juiste mensen terecht en bovendien leert het mensen in arme landen om hun hand op te houden. In een proloog – een archieffragment uit het programma Theo onderdak – legt Bromet aan Theo van Gogh uit waarom hij geen geld wil geven aan arme kinderen in Afrika, zelfs als die zonder hulp niet kunnen overleven: „Dan gaan ze maar2201082330u.ned2_human_vangoedewil.jpg dood”.

Toch is het de opmaat tot een aflevering van de serie Van goede wil, waarin Bromet in opdracht van de Humanistische Omroep onderzoek doet naar helpers van de medemens. Het humanistische instituut voor ontwikkelingssamenwerking (Hivos) daagde Bromet uit zijn camera te richten op een hulpproject. Gewapend met een gezonde dosis cynisme reist hij af naar Zuid-India. Daar werkt het Hivos samen met het Centre for World Solidarity – alleen die naam al vervult Bromet met wantrouwen.

Het doel van hun activiteit is het bevorderen van duurzame landbouw, want het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is verre van effectief in de strijd tegen de katoenrups. Bromet moet al snel toegeven dat hij ook een 220108235u.ned2.human.vangoedewil.jpgvoorstander is van milieuvriendelijke landbouw. Maar moeten we dan onze hobby’s opdringen aan mensen die het al generaties lang op hun eigen manier doen?

De twijfel neemt toe, wanneer de filmer ontdekt dat de buren van de aan het project deelnemende boeren niet op de hoogte zijn van de verandering en dat het ongedierte vermoedelijk een akkertje verder van het gewas gaat vreten. „Of de beesten gaan gewoon dood van de honger”, oppert de man die tegelijkertijd optreedt als gids, tolk en projectleider. Zijn vertalingen, zo blijkt achteraf uit de ondertitels bij de interviews, zijn zo vrij dat je Bromets scepsis alleen maar kunt delen.

Aan de andere kant ontdekken we dat de alternatieven voor de dure chemische middelen bestaan uit aloude remedies, zoals een mengsel van koeienmest en urine, en een papje van inheemse bonen. Ook een bezoek aan de plaatselijke winkel bevestigt het gelijk van de landbouwhervormers. Daar worden giftige spullen verkocht door middenstanders die zelf toegeven dat die niet of nauwelijks werken.

Op het hoofdkantoor van Hivos in Den Haag spreekt Bromet langdurig met het hoofd van het bureau Azië. De conclusie is2201082344u.ned2.human.vangoedewil.jpg dat er wel iets is veranderd in de opvattingen over ontwikkelingssamenwerking. In de jaren zestig propageerde het westen een groene revolutie in India, mede om de eigen chemische producten te kunnen verkopen. Later leidde voortschrijdend inzicht tot propaganda voor genetische gemanipuleerde katoen, die ook al niet goed blijkt te zijn. En nu wordt de ecologie geëxporteerd, maar die sluit beter aan bij de Indiase tradities.

Langzaam kantelt het vooroordeel van Bromet. Hij kan eigenlijk geen argumenten meer bedenken waarom dit niet goed zou zijn. Maar hij ontlokt zijn Nederlandse gesprekspartner wel de uitspraak dat het einde van de ontwikkelingssamenwerking in zicht is, hooguit nog 25 jaar. En aan het slot beloven de Indiase deskundigen dat ze, als dat nodig is en ze er het geld voor hebben, ooit bereid zullen zijn Nederland te helpen.

Het is effectief om vanuit een zeer kritische houding de uitgangspunten van helpers te falsifiëren. Eigenlijk gaat Bromet altijd uit van zijn knorrige wereldbeeld, of hij nu burenruzies, verbouwingen of faillissementszaken filmt. Zijn tempo is bewonderenswaardig. Alleen deze maand zijn er al acht nieuwe reportages van de maatschappij Bromet & Dochters op televisie te zien. Maandag zond Dokument (NCRV) de eerste aflevering uit van Bromets Kerk te koop, over de gedwongen verkoop van de lutherse kerk in Weesp. Bromets vader zei altijd als hij langs een kerk liep dat hij nooit kwam in „verdachte huizen”. Misschien is het juist daardoor zo’n ontroerende elegie geworden, voor een uitstervend instituut.

Hans Beerekamp


Dit bericht heeft 1 reactie op “Aantekeningen van een aartspessimist”

  1. Rein Scheele zegt:

    In 1992 werd ik vanuit het buitenland uitgenodigd om een paper te presenteren op de Milieuconferentie van Rio de Janeiro, de eerste in zijn soort. Daarbij speelde het ontwikkelingsvraagstuk een grote rol. Die uitnodiging was opmerkelijk, omdat ik me verre hield van de gebruikelijke ontwikkelingssamenwerking – ik geloofde absoluut niet in het nut ervan. Het gaat grotendeels voorbij aan alle mechanismen die in de wereld wel aantoonbaaar voorspoed hadden gebracht. Ik besloot toch maar om het hele vraagstuk met zijn belangrijkste aspecten in een overzichtelijk model te gieten en te presenteren. Tevens de mechanismen benadrukkend die elders wel invloedrijk bleken, zoals degelijk onderwijs, een goede maatschappelijke organisatie en eigen initiatief. Tot mijn grote verbazing werd het verhaal de hemel ingeprezen en waren de aanwezige ontwikkelingslanden het zonder meer met me eens. Hoe kan het toch, dat we decennialang zo verkeerd zijn bezig geweest en kennelijk nog steeds zijn?

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.