Voor wie het al aankan, bij deze de ‘uitgebreide en geïllustreerde versie’ van de feestreportage uit Madrid zoals die vanochtend in nrc.next en vanmiddag in NRC Handelsblad staat. De foto’s zijn van de Madrileense fotograaf Jonay P Matos.
Zondag 11 juli. 18.15-19.00.
Normaal zou geen Spanjaard het verzinnen om op dit tijdstip, als het met ruim veertig graden op het heetst van de dag is, al een feestje te beginnen. Niettemin is al uren voor het eerste fluitsignaal de sfeer uiterst uitgelaten in de door een Japanse autofabrikant gesponsorde ‘fan zone’ ingesteld in het centrum van Madrid. Op de enkele honderden meters avenue tussen het standbeeld van Colombus en de Cibeles-fontein zijn één groot scherm en drie kleinere opgehangen.

Een Colombiaanse echtpaar en hun in Spanje geboren peuterdochtertje hebben vandaag drie elk een ander shirt. De moeder is gehuld in het azulgrana van FC Barcelona, hij is in het wit van Real Madrid. Hun dochtertje in het rood van Spanje. ,,Voor het moment zijn we één”, vertelt de vrouw.
De rood-gele schmink op de Spaanse gezichten loopt bij deze temperatuur al snel uit. Maar de fans nemen hun voorzorgsmaatregelen: ze drinken goed. Uit grote flessen bier, pakken sangría of literglazen van de cola-wijncocktail tinto de verano, afgewisseld met water.

Enkele minuten lopen verderop raakt Martha García buiten zinnen als ze hoort dat er een Nederlander in de buurt is. ,,Holanda entera está de cagarela”, zingt ze terwijl ze het gezicht van de verslaggever ongemerkt met een Spaanse vlaggetje uitrust door haar geschminkte wang tegen de zijne te drukken. ,,Het spijt me, maar we zijn gewoon het beste land.”

Weer verderop staat de Zeeuwse student Merten Broekaart. Hij had alleen een Zeeuws-Vlaamse en geen Nederlandse vlag boven zijn bed in Madrid hangen en heeft deze maar meegenomen. ,,Nu is het heel erg gezellig, maar ik weet niet of we na de wedstrijd nog veilig zijn. Want we gaan natuurlijk wel winnen.”

Dan komen er vier meisjes in rood-wit gestreepte en gestipte Sevillana-jurken voorbijlopen. Een vertelt desgevraagd dat zij doelman en aanvoerder Iker Casillas de knapste speler van La Roja vindt, ,,als hij mij ook zou willen”. Maar hij heeft toch al iets met de knappe sportpresentatrice Sara Carbonero? ,,Maar wij zijn met z’n vieren”, zegt ze en lacht haar mooiste glimlach.
Naast haar staat een groepje jongens en een enkel meisje een joint te draaien. Zij scanderen terwijl ze een zak wiet omhoog houden als slogan: ,,La de Holanda fumamanos”, ‘die uit Nederland zullen we oproken’.
19.10-20.10
Een paar huizenblokken verderop hebben zich in de door een Nederlandse vrouw gerunde pub Lock Inn enkele tientallen Oranje fans verzameld. Spanje-fans die langslopen onthalen ze met vlaggewapper. Ook zingen ze ‘Yo Soy Holandés’, dit blijkt in lettergrepen prima te passen op de melodie van de Spaanse strijdleus ‘Yo Soy Español’.

Om een bodempje te leggen zijn er broodjes rookworst en porties Goudse kaas. Geen bitterballen en frikadellen, want uitbaatster Aafke mag niet frituren. Dat is misschien maar beter ook. In een andere Madrileense Oranje-kroeg deden de Nederlanders zich eerder dit toernooi zo massaal te goed aan de Hollandse snackbar, dat de frituurpannen de stoppen deden doorslaan.
Klant Twan komt aanlopen en vertelt dat hij de sfeer even verderop in het Spaanse kamp ,,nogal bedreigend” vond. Voor later vanavond is dan ook een uitsmijter ingehuurd. ,,Voor mijn klanten ben ik niet zo bang”, zegt Aafke. ,,Eerder voor mijn bar.” Extra politiesurveillance, zoals de Amsterdamse politie heeft toegezegd aan tapasbarretjes in de Nederlandse hoofdstad, krijgt ze niet.
20.20-20.50
Terug in het Spanje-kamp slaat de hitte inmiddels van de menigte af. De meegebrachte drank is inmiddels op of lauw. Ambulante drankverkopers doen goede zaken. Water gaat het nu het hardst. Een man in Oranjeshirt en met oranje schmink wordt op de schouders gehesen. Bij navraag blijkt het een Engelsman op vrijgezellenfeest te zijn.
Even buiten de menigte staat de 73-jarige Maxi. Ze heeft een roodgele jurk aan met een zelfgemaakt medaillon met daarop: bejaarden voor La Roja. ,,Dat de beste moge winnen, en dat dan Spanje zal zijn.” Voor haar langs lopen pubermeisjes met blote buikjes waarop ze met viltstift de naam of het rugnummer van hun favoriete speler hebben geschreven.
Dan begint de wedstrijd en probeert de commentator van Tele5 nog maar eens de historische lading van de wedstrijd over te brengen: We staan in een WK finale! Bij elke hoekschop, schot op doel, redding van Casillas of gele kaart voor Nederland zal vervolgens gejuich op stijgen.
Op bushokjes, in bomen en lantaarnpalen is echter maar voor een beperkt aantal fans plek. De duizenden mensen die geen plekje voor het scherm hebben daardoor in het beste geval alleen zicht op de linkerbovenhoek van het beeld, waar de stand te volgen is. Een jongen heeft zich daarom maar op zijn spelcomputertje gestort. Een groepje pubers naast hem wordt stoned. ,,Natuurlijk, dat kan ook thuis, met de tv aan. Maar hier is de sfeer beter”, legt een jongen uit.
20.55-22.00
Terug bij de Nederlandse bar, is de sfeer in de naastgelegen Spaanse kroeg ook uitstekend. Dankzij vier ventilatoren en drie televisies is de wedstrijd hier veel beter te volgen. ,,De wedstrijd is de puta madre”, verklaart de in rood zomerjurkje gestoken Madrileense twintiger Lucia. Hoe zeg je ‘gefeliciteerd’ in het Nederlands, wil ze weten, voor ze het geval ze met die woorden op de lippen bij de buren langs moet.
Na het fluitsignaal bestaat bij die Nederlanders enige bezorgdheid over de drie gele kaarten die Nederland in de eerste helft heeft gekregen. De verdediging is daardoor kwetsbaar geworden.
22.10-23.50.
De schemering is inmiddels over het Spaanse kamp gevallen. Er wordt geklaagd over het Nederlandse spel, dat veel te grof zou zijn. Maar het vertrouwen in de eigen ploeg is onverminderd hoog. Als het verlengen wordt, dan worden het sowieso geen strafschoppen, voorspelt Pedro stellig. ,,En al worden het penalties, dan hebben wij Iker”, zegt zijn vriendin Maria.
De verlenging komt er niettemin. Pedro stelt een noodmaatregel voor om de sfeer goed te houden: ,,De overwinning kunnen we niet delen”, zegt hij. Maar het laatste water van de verslaggever kan wel in Pedro’s enorme waterpistool.

De eerste goal moeten dan nog komen. En als die valt ontploft de menigte. Er volgen nog een paar minuten van hoogspanning, die de fans afsluiten door massaal de laatste seconden van de blessuretijd hardop af te tellen.



Spanje heeft de titel. De stad is een groot feest, of eigenlijk heel veel kleine feestjes. Rond de Cibeles-fontein worden mobiele barretjes aangereden waar in grote bekers sterke drank wordt gemixt met frisdrank. In de straten er omheen hangen bewoners sproeiende tuinslangen uit het raam. Overal wordt – vaak tevergeefs – in mobieltjes geschreeuwd. Iemand weet tot grote hilariteit van clownballonnen een octopus te maken. Een aan de doelpuntenmaker opgedragen slogan wint al snel aan populariteit: ‘Iniesta, Iniesta, España está de fiesta.’
Maandag 12 juli, 00.00 – 02.10
Terug bij de Nederlandse bar is de sfeer iets minder uitgelaten. Een enkeling huilt. Maar de meesten feesten vanavond door. En ze kijken al vooruit: over vier jaar gaat het in Brazilië vast wel lukken. Een groepje Oranjefans besluit richting het centrale plein Sol te lopen op zich daar aan te sluiten bij het feestgedruis. Ze doen er lang over: om de haverklap willen Spanjaarden met de Nederlandse fans op de foto.