Archief voor: april 2010


TTT – aflevering 6

TTT In de rubriek Toros, Tonterías y Terrorismo (hier uitleg) deze keer:

Toros: Zondagochtend stond Spanje op met het nieuws dat die nacht stierenvechter José Tomás zwaargewond was geraakt tijdens een gevecht in Mexico. Tomás is – samen met Enrique Ponce – de populairste torero van het moment. Toen hij de arena werd uitgedragen, was het onzeker of Tomás het zou gaan redden. Spaanse media behandelen zijn gezondheidstoestand sindsdien dan ook als Nationaal Nieuws. De stier, genaamd ‘Navegante’, had zijn hoorn 15 cm diep in zijn linker dij gestoken (hier een infographic). Tomás werd eerst, zonder verdoving, geopereerd in de ziekenboeg van de arena. Toeschouwers werd ondertussen opgeroepen bloed te geven aan Tomás die de zeldzame bloedgroep A-negatief heeft. Later lag hij in het ziekenhuis nog drie uur in de OK en werd hem in totaal 8 liter bloedplasma toegediend. Inmiddels verkeert hij buiten levensgevaar.

Tonterías: Na de iMussolini is er nu ook de iFranco. Een applicatie voor de iPhone met biografische gegevens over en verscheidene toespraken van el generalísimo. Anders dan bij de Italiaanse variant is deze ‘app’ echter niet ontwikkeld door een verklaard liefhebber van de dictator. Althans, zo doet hij het zelf voorkomen in een interview in de linkse krant Público. De Chileense ontwerper Isak Aldunce legt hierin uit dat hij vindt dat ook generaties die na Franco’s dood (in 1975) werden geboren ,,dit tijdperk moeten kunnen leren kennen”. Hij zou dit willen doen ,,zonder Franco’s figuur te verdedigen”. De app zou dienen ,,om de denkwereld te naderen van een persoon die bepalend was voor het lot van Spanje en het leven van het Spaanse volk”.

Terrorismo: Spanje is zo goed geweest de VS aan te bieden vijf Guantánamo-gevangenen op te nemen. Sluiting van het Amerikaanse strafkamp op Cuba moet een einde maken aan het juridisch zwarte gat waarin veel gedetineerden, vaak geheel onschuldig, al jaren vastzitten. Maar hun lijdensweg is ook na vrijlating niet geheel ten einde. Dit blijkt uit het voorbeeld van de Palestijn Walid Ibrahim Mustafá Abu Hijazi, de eerste gevangene die in Spanje is aangekomen. Hij woont ergens in het noorden van het land. De regering zal een talencursus, een verblijfsvergunning en werk voor hem regelen. Maar hij mag niet het land uit, zoals iedere andere burger in Spanje. In specifieke gevallen mogen volgens de vreemdelingenwet zulke bijzondere beperkingen worden opgelegd. Maar alleen als gevolg van een strafproces. Dat is bij Walid (30) echter niet het geval: in Guantánamo werd hij ruim zeven jaar vastgehouden zonder officiële aanklacht tegen hem. Dit stuk ziet dan ook maar één lichtpuntje voor de Palestijn: in Noord-Spanje kan je wel goed eten.

Verlaten dorpen

imagenes_2357477699_22805fd6a6_d752b350Vandaag staat in de in de papieren krant een reportage uit Retortillo de Soria en op de website een fotoserie. Het dorp trok vorig jaar de aandacht met een oproep op de nationale televisie. In een poging het uitsterven van haar gehucht een halt toe te roepen, deed burgemeester Yolanda Gil ouders met jonge kinderen een aanbod. Ze konden aanspraak maken op een van de tien vaste banen die vrijkwamen door uitbreiding van het lokale verzorgingshuis. Gezinnen die hiervoor wilden verhuizen naar het dorp, konden met steun van de gemeente een goedkope woning huren. Het leidde tot duizenden reacties.

Volgens Maximiliano Herren toont het ,,dat er een enorme vraag, maar een minimaal aanbod” is voor verhuizen naar het platteland. Herren, een in Madrid wonende Argentijn, houdt sinds enkele jaren deze website bij waarop hij de duizenden (bijna-)verlaten dorpen van Spanje in kaart brengt. Hierop volgt hij ook initiatieven zoals in Retortillo om jonge gezinnen over te halen een dorp nieuw leven in te blazen. Volgens hem zou het herbevolken van uitstervende dorpen ,,een perfecte oplossing” kunnen zijn voor de economische crisis die Spanje momenteel treft.

Door de crisis, zo merkt Herren aan het aantal toegenomen bezoekers en reacties op zijn webpagina, is hier veel meer animo voor. Een overhitte huizenmarkt met alsmaar stijgende prijzen was vijftien jaar lang de motor van de economie. Maar drie jaar terug stortte deze in en bijna een vijfde van de beroepsbevolking is nu werkloos. Voor een groeiend aantal gezinnen is het wonen in de grote stad onbetaalbaar geworden.

Gemeentes, zegt hij, kunnen voor herbevolkingsprojecten echter amper rekenen op steun van hogere overheden. ,,Het is al decennia overheidsbeleid om het platteland te ontvolken. Het is goedkoper om een land alleen in te richten rondom enkele grote en middelgrote bevolkingskernen. Een economische logica van schaalvergroting, zoals multinationals die ook hanteren. Je zorgt dat je in enkele grote steden zit en je hebt 90 procent van de markt. De overige 10 procent laat je in het donker achter.”

De staat, zegt hij, zou in die gebieden bijvoorbeeld snel internet kunnen aanleggen om telewerken vanuit dorpen beter mogelijk te maken. Het gebeurt echter niet. ,,Dus besteden we steeds meer diensten helemaal uit aan Azië, terwijl we ze ook goedkoop zouden kunnen opzetten op het eigen platteland.”

Volgens hem roept de ontvolking van het Spaanse platteland tot nu toe weinig verzet op, omdat in Spanje de urbanisering pas relatief laat op gang kwam. ,,Tot ver in de 19e eeuw was het land een in hoge mate agrarische samenleving. Er was lang maar een hele kleine stedelijke bourgeoisie.”

Deze achterstand in zijn industriële ontwikkeling haalde Spanje vorig eeuw alsnog in. Herren: ,,Maar veel mensen die nu in de stad wonen kunnen zich nog levendig herinneren hoe hard het leven op het platteland was. Die willen daar niet naar terug.” Hij ziet het als een van de redenen dat Spanje het moderne consumentisme in Amerikaanse stijl (rijden in grote auto’s, winkelen op krediet in malls, wonen in vrijstaande huizen in suburbia, de massale import van goedkope arbeidsmigranten) tijdens de economische boom zo enthousiast omarmde.

Het neo-ruralisme, een romantische retro-visie van het boerenleven, staat in Spanje nog in de kinderschoenen, zegt hij. Dat er nu niettemin weer mensen zijn die serieus een terugkeer naar het platteland overwegen, wijt hij dan ook vooral aan ,,het schokeffect van de crisis. En de wanhoop die zij bij veel families veroorzaakt.”

Siempre mañana

Het is een levensgroot cliché en toch kunnen weinig buitenlandse media het weerstaan wanneer ze over Spanje schrijven: mañana, mañana. Het dient tegenwoordig bijna altijd als illustratie voor de trage wijze waarop de Spaanse regering de crisis te lijf zou gaan. Hier twee recente voorbeelden.
Gisteren kwam daar dit artikel op de opiniepagina van de Wall Street Journal bij. Origineel is echter dat de mañana-redenering ditmaal mede met muzikale argumenten is ‘onderbouwd’:

Songbird Peggy Lee never offered herself as an economic forecaster, but her famous 1947 hit song, “Mañana,” included such prophetic lines as “My pocket needs some money; once I had some money; my brother isn’t working”—all to be attended to mañana. Which seems to be the theme song of Spain’s socialist prime minister, José Luis Rodríguez Zapatero.

En: But that’s for mañana, or as Frank Sinatra put it in a different language, “Domani, forget domani. Let’s forget about tomorrow for tomorrow never comes.”

De auteur van het stuk is Irwin Stelzer, een goede vriend van de vorige premier Aznar. Hij schrijft vaker negatief over de huidige regering. En zoals Alfredo R. Mendizabal in dit persoverzicht uitlegt, gaat hij daarbij op nogal wat punten te kort door de bocht. Bovendien had Stelzer actuelere (Peggy Lee’s liedje is uit ’47) of betere (Sinatra’s nummer is half in Italiaans) voorbeelden kunnen kiezen om zijn verhaal te illustreren.
Mendizabal suggereert ‘Mañana, Tomorrow’ van Los Angeles:
YouTube Preview Image
‘Hasta Mañana’ van Abba:
YouTube Preview Image
Of ‘Siempre Mañana’ van Rubén Gómez:
YouTube Preview Image