De lezer schrijft over foto van Iraanse Neda
1.
Wat heeft u doen besluiten om in de krant van 22 juni de foto van Neda Salehi Agha Soltan in groot formaat op de voorpagina te plaatsen? Heeft u gedacht aan kinderen die hem wellicht zien of lezers die er aanstoot aan nemen? Op mij komt het zo prominent plaatsen van deze foto nogal sensatiebelust over, een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad onwaardig. Was het niet beter geweest om onder het artikel over Neda Soltan een verwijzing op te nemen naar uw site, waar foto en filmpjes eventueel te zien zouden zijn?
Gideon Jessayan
Bussum
2. De intieme foto van een stervende Neda full colour op de voorpagina van 22 juni is een schending van de ergste soort van privacy, van portretrecht en van respect voor de doden en hun nabestaanden.
Albert Appelo
Groningen
De krant antwoordt:
Niet alle lezers waren het eens met onze keuze voor de voorpaginafoto van afgelopen maandag. Sensatiezucht, te groot schokeffect, vooral voor kinderen, en schending van privacy worden ons verweten.
De foto was, zoals altijd, een weloverwogen keuze. Op de redactie is uitvoerig gediscussieerd of we dit moesten doen. We realiseerden ons dat het een aangrijpende foto is. Toch besloten we deze te plaatsen omdat de foto zélf belangrijk nieuws is. Het beeld van de demonstrant die voor het oog van een mobiele telefooncamera in Teheran stierf, groeide snel uit tot symbool van het Iraans verzet, zoals te lezen was in het begeleidende artikel. „De dood van de vrouw is in Iran inmiddels een van de belangrijkste verhalen geworden over het regeringsgeweld”, schreef onze correspondent Thomas Erdbrink. De foto is daarmee groter dan alleen een afbeelding van een willekeurig slachtoffer, ze is een metafoor voor wat er gebeurt in Iran. Er zijn veel meer mensen gedood, maar deze vrouw werd een gezicht van de opstand.
Het conflict in Iran vinden we belangrijk, het heeft grote impact, we schrijven er dan ook veel over. Tot nu toe plaatsten we nauwelijks foto’s van de slachtoffers. We publiceren dagelijks heel veel foto’s níét. Maar deze foto vonden we te belangrijk. We meenden niet alleen dat we die niet konden negeren, dit betrof het belangrijkste beeld van dat moment. Uiteindelijk gaat het er om dat onze lezer weet, en ziet, wat er in de wereld gebeurt.
Als media nooit foto’s van stervende mensen zouden plaatsen, hadden we belangrijke foto’s nooit gezien. Zoals de beroemde foto van een vallende, stervende soldaat in de Spaanse burgeroorlog van Robert Capa en de al even bekende close-up van een man die tijdens de Vietnamoorlog van dichtbij door het hoofd wordt geschoten, van Eddie Adams.
Deze foto’s, overigens ook omstreden, zijn onderdeel van ons collectieve beeldgeheugen omdat ze hebben bijgedragen aan de bewustwording van de situatie. Ze doen iets wat je met woorden niet kunt. Tegelijkertijd zouden we ze het liefst niet zien, omdat ze zo akelig zijn.
Hebben we met de foto privacy en portretrecht geschonden? In formele zin wel, we hebben geen toestemming gevraagd aan de geportretteerde. Ook de nabestaanden hebben we niets kunnen vragen, al was het maar omdat hun te verstaan is gegeven contact met de pers te mijden.
De gedachte van lezers dat we de foto plaatsten uit sensatiezucht, of zelfs om lezers te trekken, kan ik niet volgen. Wel kan ik beloven dat we uiterst terughoudend blijven met het tonen van schokkende foto’s, zeker op de voorpagina.
Birgit Donker
Hoofdredacteur



zaterdag 27 juni 2009, 10:29 uur
Het ‘weloverwogen’ antwoord van mw. B. Donker voldoet niet.
Zo’n ‘weloverwogen’ antwoord vervreemdt me weer opnieuw. Ik mag van haar lezen, wat niet mìjn opinie is, ook na haar toelichting.
Ik mis in haar artikel de twijfel, of er misschien niet toch beter aan gedaan was, enz. Die had ik zeer gewaardeerd van deze hoofdredaktie.
De foto van een stervende was schokkend.
Hoeft voor mij zò niet.
Maar omdat de foto zo groot was en precies op de vouw van het katern geplaatst was, was het ‘indringende’ effekt volkomen weg.
In eerste instantie zag ik een woestijnachtig landschap, toen de krant dubbegevouwen op de deurmat lag.
Geen indringend en direkt effekt, zoals de redaktie dat bedoelde…
Arme Neda.
zaterdag 27 juni 2009, 10:54 uur
Naar aanleiding van de berichtgeving van Gideon Jessayan en Albert Appelo, wil ik mevr. Birgit Donker aanvullen met het kenbaar maken dat zonder de foto’s van uitgemergelde mensen vanuit concentratiekampen, we ook niet echt een idee konden vormen omtrent de beestachtige omgang van mensen naar elkaar. Of: waarom zou je anders in de kerk kijken naar een Jezus die aan het kruis genageld is? Is ook een wreed tafereel, toch? Nee, Gideon en Albert:’ Dit is zogenaamd zeuren om te zeuren waarbij duidelijk geventileerd wordt dat er totaal geen kennis van zaken is omtrent de gebeurtenissen in Iran. Over de mededeling dat er maar een verwijzing moet zijn naar een site zodat kinderen het op dat moment niet zien .wat denk je wat er gebeurt als kinderen lezen: “vanwege angstaanjagend beeld, kunnen we de afbeelding niet plaatsen met verwijzing erbij vermeld”. Kinderen zijn erg goed met internet en gaan vervolgens heimelijk uren kijken naar de afbeelding. Juist bij het plaatsen kunnen ouders uitleggen dat er mensen zijn die gewoonweg slecht zijn en op die manier de opvoeding kunnen stimuleren. Of hebben jullie ene typisch ‘wegdraai symptoom’? Dan heb ik medelijden met jullie want dan zijn jullie net zo erg als de machthebbers in Iran. Juist omdat de berichtgeving vanuit Iran zo summier is vanwege de ergste vorm van censuur (ook Nederlandse journalisten zijn daar opgepakt of zijn jullie dat al weer veregeten?) is deze berichtgeving lovenswaardig. Voordat ik afsluit: vergeet niet dat het lichaam van die Nedah nadien enorm verminkt werd door de basij en de familie uit hun huis gezet zijn en de dokter het land moest uitvluchten. De mensen die nu in gevangenschap zitten omdat ze dat doen, wat U heeft gedaan (mening ventileren) zullen nar alle waarschijnlijkheid gemarteld en opgehangen worden. Denk daar aan indien U weer een onbezonnen bericht plaatst.
zaterdag 27 juni 2009, 13:16 uur
Ik heb vorig jaar ruim een een maand doorgebracht in Iran en dit jaar nog een week voor wintersport. Ik heb de Iraniërs leren kennen als een intelligent, ontwikkeld en gastvrij volk, ondanks de conservatieve en extremistische regering. Ik voel dan ook mee met de Iraniërs in hun strijd
tegen het onderdrukkende regime. Ondanks dat we vanaf hier weinig kunnen doen, kan extra internationale publiciteit de druk op de zittende regering wellicht opvoeren.
Helaas merk ik ook dat we ‘afgestompt’ zijn en dat soms alleen iets echt schokkends ons wakker schudt. Ik kan mij daarom volledig vinden in de argumentatie van mevrouw Donker.
zaterdag 27 juni 2009, 14:21 uur
Met het commentaar van de hoofdredacteur kan ik volledig instemmen.
Het siert een kwaliteitskrant om niet weg te duiken voor de harde realiteit in een land dat zucht onder een theocratisch dictatoriaal regime.
Het ware beter om onze kinderen weerbaar te maken in plaats van aanstoot te nemen.
zaterdag 27 juni 2009, 20:02 uur
De foto van de stervende Nadia op de voorpagina van NRC Handelsblad op 22 juni j.l. vond ikzelf erg sterk. Ik woon op de vijfde etage van een appartementencomplex, en nog voordat ik de sleutel in mijn voordeur stak (de brievenbus is op de begane grond) werd ik juist door deze foto in één klap bewust van de gebeurtenissen in Iran, meer nog dan alle artikelen die toen iedere dag in de krant stonden.
De twee ingezonden brieven ven de reactie van de hoofdredactrice maken duidelijk hoe subtiel/genuanceerd een foto op een pagina is. Reeds vele weken achtereen wordt de lezer van NRC Handelsblad op slechts één keer of twee keer omslaan ná die voorpagina getrakteerd op de (ik kan niet anders zeggen) foute kop van Maurice de Hond, die in een advertentie onderaan de binnen- of buitenlandpagina (resp. pagina 3 of 5) een energie-aanbieder aanprijst. Ik snap heel goed dat een krant het óók van de advertentie-inkomsten moet hebben; wegen deze inkomsten echter op tegen de vrijwel dagelijkse confrontatie die de lezer ‘die de nuance zoekt’ met deze figuur van niet bepaald onbesproken gedrag tegen eigen betaling (!) moet hebben? Ik schreef hierover reeds een maand geleden een afkeurende mail naar de redactie van NRC Handelsblad, maar deze bleef onbeantwoord.
De hoofdredactrice besluit haar reactie over de Nadia-foto aldus: ‘Wel kan ik beloven dat we uiterst terughoudend blijven met het tonen van schokkende foto’s…’ Welke actie uit deze uitspraak moet volgen, lijkt me duidelijk.
zaterdag 27 juni 2009, 20:25 uur
Onbevredigend antwoord. Met deze publicatie wordt weldegelijk -formeel *en* materieel- het privacy en portretrecht geschonden, hoe mw Donker het ook wendt of keert.
Hoe persoonlijk kan de pers worden, toch, indien de laatste levensseconden van iemand ongegeneerd en zonder toestemming aan het publiek wordt getoond. De verwijzing naar Robert Capa (beroemde, maar achteraf in scene gezette foto) en naar Adams (vastlegging oorlogsmisdaad Amerikanen) kan nrc niet redden in deze.
Er was geen enkele publicitaire noodzaak noch rechtvaardiging deze aangrijpende foto te publiceren, en al helemaal niet op de voorpagina (de vraag waarom deze foto zonodig ook nog eens op de *voorpagina* moest heeft mw Donker listig verzuimd te beantwoorden). In tegenstelling tot wat in het antwoord wordt beweerd is de foto zelf geen metafoor voor wat in Iran is gebeurd, maar is de wijze waarop zij stierf dat (even) geweest.
Ook van mij had u deze foto gewoon mogen weglaten.
zaterdag 27 juni 2009, 22:45 uur
Op donderdag 25 juni plaatste NRC Handelsblad een uitstekend geformuleerd opiniestuk van Herman Franke onder de titel: “Waarom moet ik Neda zien sterven?”
De NRC redactie zegt in een naschrift toe: “Zaterdag gaat ‘De lezer schrijft’ (Opinie & Debat) in op de keuze van de foto.”
Welnu, dat is bovenstaand hoofdredactioneel commentaar van mevrouw B. Donker geworden. Opmerkelijk genoeg gaat zij daarbij uitsluitend in op de bezwaren van twee brievenschrijvers.
De kritische punten die door Herman Franke zijn genoemd worden door B. Donker volledig genegeerd.
Mag ik dat merkwaardig vinden?
zondag 28 juni 2009, 17:22 uur
Begrip voor degenen die bezwaar maken tegen die foto, maar de reactie van de hoofdredacteur overtuigt.
zondag 28 juni 2009, 17:34 uur
Mogen we ook de foto zien waarop u door geweld het leven laat? Dat denk ik niet. En uw sterven interesseert ook niemand. Neda’s sterven interesseerde ook niemand. Tot de media besloten van dit sterven een item te maken. Met snel verzonnen duidingen. U moet zich schamen. U bent Hummie toch niet? Marchanderen over beelden, zoals op uw redactie kennelijk aan de orde van de dag is, is Tonnekreeks. Kortom, uw verhaal overtuigt allerminst. En uw fotobeleid zou maar eens heroverwogen moeten worden. Kennelijk hebt u foto’s nodig om tekst aan te vullen. Mogelijk kunt u beter betere tekstschrijvers inhuren.
zondag 28 juni 2009, 22:05 uur
Het kan niet ontkend worden dat het een heftige foto is. Maar ik ben toch blij dat de foto prominent op de voorpagina staat. Omdat het je met de neus op de feiten drukt, confronteert met een belangrijke ontwikkeling in het Iraanse verkiezingsconflict. Complimenten aan de redactie voor de fotokeuze. Dit is de reden waarom ik het NRC lees.
maandag 29 juni 2009, 04:09 uur
Het plaatsen van een emotionele foto van een stervend persoon vind ik onwaardig voor een serieus dagblad. Het is al erg genoeg als zulk voorval uitvoerig redaktioneel beschreven wordt. De Zwitserse kranten plaatsten dit beeld gelukkig niet.
Robert, Zurich
maandag 29 juni 2009, 09:46 uur
Interessante discussie altijd. Zelf zouden we natuurlijk niet graag worden gebruikt als illustratie van welk nieuwsfeit dan ook. Tenzij…
De foto van Robert Capa is mij te zeer propaganda: welke partij in de Spaanse burgeroorlog aan de goede kant stond, wordt door zo’n al te operateske foto op geen enkele wijze gedemonstreerd. Vast staat dat Capa (ook) aan het regisseren en manipuleren is geweest. Of moeten we toch maar geloof hechten aan het oordeel van ‘The Photography Book’ van Phaedon: ‘The Loyalist soldier in his white shirt (now known to be Federico Borrell) must have made a tempting target for enemy riflemen on the Cordoba Front in september 1936.’
Vraagteken.
De standrechtelijke executie zoals vastgelegd door Eddie Adams daarentegen spreekt voor zichzelf: zoiets kan nooit de bedoeling zijn. Totdat zou blijken dat ook hier werkelijkheid en acteren een soort LAT-relatie zijn aangegaan of de van dichtbij door het hoofd geschoten man – ‘officier van de Vietcong’ – bijvoorbeeld geen doorsnee anonieme krijgsgevangene was. Wat de brute vergelding niet zou vergoelijken, maar wel in een ander daglicht zou kunnen plaatsen. Op internet vind ik inmiddels wel de naam van ‘politiegeneraal Nguyen Ngoc Loan’, die volgens dezelfde bron tijdens zijn actie ‘zeer onverschillig’ kijkt, ‘alsof in het voorbijgaan een mug wordt doodgeslagen’. Volgens ‘The Photography Book’ verdedigde standrechtelijk executeur Loan zich tegenover fotograaf Adams met het argument: ‘They kill many of my men and of your people’. Loan raakte later in de oorlog zelf zwaargewond, begon een pizzatent in Virginia, maar raakte volgens ‘The Photography Book’ nooit zijn slechte reputatie kwijt.
Komen we uit bij de conclusie van Susan Sontag: ook de meest sprekende foto kan zijn zegenrijke werk alleen doen binnen een betrouwbare context, namelijk de zekerheid dat we fotograaf, redactie en onderschrift kunnen vertrouwen.
Hebben we het recht om verschrikkelijke momenten uit de werkelijkheid niet te willen zien? Ja natuurlijk, maar dan moet je geen krant kopen.
‘Verschrikkelijke beelden’ – mits in een betrouwbare context getoond – kunnen nooit erger zijn dan de werkelijkheid die ze representeren.
maandag 29 juni 2009, 18:52 uur
Geachte mevrouw Donker,
U motiveert de keuze van de foto met het argument dat de foto symbool is voor het Iraanse verzet en metafoor voor wat er gebeurt in Iran. Het zou aardig zijn te horen hoe u denkt over de waarde van dat symbool en de kwaliteit van de metafoor. Wat zegt de foto over wie dader is en wie slachtoffer? En wat weten we over de motieven van de dader? Dat blijft vooralsnog gissen. De ook met mobiele telefoon genomen foto van de vermoorde Theo van Gogh, die u destijds, als ik mij goed herinner, niet plaatste, was qua feitelijke zeggingskracht veel sterker. Het was duidelijk wie de moordenaar was en wat zijn motieven waren (zoals te lezen in de brief die hij had achter gelaten). Als de foto van de vermoorde Iraanse vrouw al meer zegt dan duizend woorden, dan is de invulling van de woorden voor iedereen wel erg vrij. In die zin zou ik zeggen dat het geen goede nieuwsfoto is, omdat het weinig zegt over wat er feitelijk gebeurt. Het feit dat de foto wordt gezien als als metafoor van wat er gebeurt, kan op zichzelf wel een nieuwsfeit zijn, maar dan zou niet de vrouw zelf onderwerp moeten zijn, maar de manier waarop de foto van de vrouw wordt gebruikt. Natuurlijk is het lastig om het onderscheid tussen die twee te maken, maar als de krant hier genuanceerder mee kan omgaan, dan verhoogt dat volgens mij wel de kwaliteit van de berichtgeving.
Met vriendelijk groet,
Gerard Smit
maandag 29 juni 2009, 20:55 uur
In de door Birgit Donker genoemde foto’s van Capa en Adams, hoe gruwelijk die ook zijn,is vakmanschap van de fotograaf te constateren.
De foto van een kapotgeschoten hoofd geeft slechts blijk van schokkende sendatielust.
Lia thoe Schwartzenberg
dinsdag 30 juni 2009, 12:04 uur
Alhoewel Birgit Donker veel van de door mij genoemde argumenten óf al niet eens afdrukt, óf nogal zwak weerspreekt (‘deze vrouw werd een gezicht van de opstand’? Nee: als deze vrouw inderdáad bij leven bekend had gestaan als een ‘gezicht van de opstand’ was de situatie een geheel andere geweest; ‘de foto zélf was belangrijk nieuws’: dat klopt, maar daarvan had ik geschreven: “Het was, denk ik, beter geweest om journalistiek het bestaan van de foto te beschrijven, dan om hem af te drukken”; we konden de nabestaanden geen toestemming vragen ‘omdat die nabestaanden geen contact met de pers mogen zoeken’: kom, kom, kom ),
wil ik haar, en daarmee NRC Handelsblad, na lezing van haar betoog, toch aanzienlijk meer gelijk geven dan toen ik mijn reactie schreef.
Birgit haalt namelijk het voorbeeld aan van de foto van de Vietnamees die van dichtbij door het hoofd wordt geschoten. Die foto zit inderdaad in mijn persoonlijke beeldgeheugen, want ik ben een oude man (51). Vermoedelijk heeft ieder mens genoeg aan slechts enkele van zulke beelden in zijn geheugen, om ongeveer te weten wat hij vindt van oorlogs- en regeringsgeweld. En in dat geval moet ik accepteren dat velen van de jongere generaties misschien nog ‘onvoldoende’ van zulke beelden in hun beeldgeheugen hebben zitten.
Albert Appelo, Groningen