Over wel/niet plaatsen van ingezonden brieven

1) Vanaf 1996 heb ik een aantal keren een ingezonden brief aangeboden. Steevast was de reactie beleefd afwijzend. Dat deed bij mij het vermoeden rijzen dat uw plaatsingsbeleid in belangrijke mate bepaald wordt door de achtergrond van de briefschrijver.
Met verbazing lees ik dat u nu de brief van mr.dr. M.A.J.M. Buijsen heeft geplaatst in de krant van 19 mei met als kop: ‘Wetwijziging euthanasie onhaalbaar en onnodig’. Plaatst u die brief nu omdat bij de naam van de briefschrijver vermeld is: Erasmus Universiteit Rotterdam? En neemt u aan dat die mening de mening van de Ersmus Universiteit Rotterdam weergeeft?
Ik zou graag reageren als burger en eventueel ook als voorzitter van de Stichting Vrijwillig Leven. Maar gezien mijn ervaringen laat ik dat vooralsnog achterwege.
Gerard Schellekens
Maastricht

2) Ik ben sedert 10 jaar abonnee op uw buitenlandeditie en uw dagelijkse nieuwsbrief en ik lees de krant vrijwel van ‘cover to cover’. Echter, de Nieuwsbrief begint aan kwaliteit in te boeten. De laatste tijd worden oude berichten herhaald, soms meerdere malen. Weinig dingen zijn zo oninteressant en saai als de krant van eergisteren. Ik hoop dat u snel een einde maakt aan deze irritante praktijk.
Drs. A.E.E. Gelderman
Pittsboro, North Carolina, VS

De krant antwoordt:

1) Een interessante brief is een sieraad voor de krant. Bij de selectie van brieven wordt vooral gekeken naar argumenten, stijl en woordkeus. Een brief is een ondertekende reactie van maximaal 250 woorden op een artikel. En dan geldt nog een aantal kwaliteitsnormen: geen verdachtmakingen, geen vuilspuiterij, geen campagnes, geen buitensporig emotionele argumenten.
Brieven die zijn verzonden namens een belangrijke organisatie over een artikel dat hen direct raakt, hebben een streepje voor. Ook brieven van mensen die een naam te verliezen hebben door berichtgeving in de krant, gaan voor. Zo’n brief geeft extra informatie. Dit betekent geenszins dat andere inzenders die ons op een feit of mening willen attenderen kansloos zijn. Integendeel, we streven er juist naar ook hun geluid te laten horen. Wij zijn er niet op uit om de spreekbuis te worden van academisch Nederland.
Wel maakt een brief die feitelijk en
to the point is, een veel grotere kans op plaatsing dan een brief die in abstracte termen een mening weergeeft. Verder is diversiteit van onderwerpen belangrijk. Gaan zeer veel brieven over één onderwerp, dan wordt een representatieve keus gemaakt en worden de brieven genummerd. Als de brieven tegengesteld van inhoud zijn (‘voor’ en ‘tegen’) dan moet dat al blijken uit de eerste twee.
Het aantal brieven wisselt sterk. Soms is het aanbod overstelpend en moet het merendeel geweigerd worden, soms is het aanbod juist matig. Hoe dat komt, is niet altijd duidelijk. Zeker is dat het weer ermee te maken heeft: mooi weer betekent weinig brieven, regen betekent veel brieven. Daarnaast geldt dat het brievenaanbod substantieel is toegenomen sinds e-mail zijn intrede heeft gedaan. Ruwweg kan slechts eenvijfde van de ingezonden brieven worden geplaatst.

2) Iedereen die zich (gratis) registreert op www.nrc.nl kan zich abonneren op de e-mailberichtenservice. Op doordeweekse dagen rond 16.00 uur en op zaterdag rond 11.00 uur ontvangen ze de belangrijkste berichten van de site per e-mail. Als er groter nieuws is, wordt ook op zondag een nieuwsbrief verzonden. Vanuit deze e-mailnieuwsbrief kan direct worden doorgeklikt naar de site nrc.nl voor meer informatie. We streven er uiteraard naar een nieuwsbrief met louter actuele berichten te versturen. Dat geldt sowieso voor het eerste deel van de nieuwsbrief, met het belangrijkste nieuws op het gebied van binnenland, buitenland, economie en sport. Alleen onder het kopje ‘media’ staan incidenteel berichten die ouder zijn, omdat er dan niet veel medianieuws is bijgekomen op de site.
In een papieren krant staan alleen per ongeluk berichten die de dag ervoor ook al werden vermeld. Op een website is dat anders, omdat berichten langer blijven staan.
Maar de lezer heeft gelijk: ook in een nieuwsbrief van de site mogen geen berichten van de vorige dag voorkomen.
Birgit Donker
Hoofdredacteur


Dit bericht heeft 7 reacties op “Over wel/niet plaatsen van ingezonden brieven”

  1. Wybo Dekker zegt:

    In haar antwoord op een ingezonden brief van Gerard Schellekens over het wel/niet plaatsen van ingezonden brieven schrijft Birgit Donker ondermeer: Ook brieven van mensen die een naam te verliezen hebben door berichtgeving in de krant, gaan voor.

    Ik kan me daar zeker iets bij voorstellen, maar wat ik (vaak) mis in de ingezonden brievenrubrieken is nu juist informatie over de briefschrijver. Twee voorbeelden:

    - Een brief ondertekend met Mr. A.A.M. Van Agt, Nijmegen doet mij vermoeden dat het hier de oud-minister betreft. Maar er zijn meer van Agt’s in Nederland, en of de minister deze voorletters heeft en in Nijmegen woont weet ik niet, al moet ik toegeven dat het archaïsch taalgebruik in zijn richting wijst. Waarom vermeldt u zijn antecedenten niet gewoon?

    - Met enige regelmaat krijgt een zekere Paul Ophey (maar er zijn veel andere repeterende briefschrijvers) een ingezonden brief geplaatst. Ik vermoed dus dat hij zo’n persoon is die een naam te verliezen heeft, maar ik heb geen idee waarom. Waarom vermeldt u dit niet?

    Tenslotte, hiermee verwant: wanneer ik een ingezonden brief lees begin ik, natuurlijk, met de kop. Als die interessant is verhuist mijn oog naar de ondertekening, want als het even kan wil ik wel graag weten wiens verhaal ik lees. Plaatsing van de auteur (en zijn antecedenten) direct onder de kop zou daarom de leesbaarheid ten goede komen.


    Met vriendelijke groet,

    Wybo Dekker
    Deilsedijk 60
    4158 CH Deil
    tel 08787-48496

  2. ymz37 zegt:

    Ik herken mijzelf in de heer Schellekens. Zelf heb ik ook wel eens terzakekundige ingezonden brieven aangeboden, welke eveneens nooit zijn geplaatst: De enige keer dat ik een positieve reactie mocht ontvangen was voor mijn constatering dat Harold Pinter om gezondheidsredenen gestopt is met schrijven (NRC’s kunstredactie wist van niets). Met werk- en schrijfervaring in zes landen, schijf ik even goed als Bettine Vriesekoop. Maar ja, tafeltenniservaring c.q. een bekende Nederlander zijn telt blijkbaar zwaarder dan inhoud. Nadat een bloggende NRC correspondent verantwoordelijk voor de berichgeving uit Rusland “Amerikaanse Fallussymbolen” linkte met een filmpje van 9/11 (instorten New York WTC) was voor mij de maat vol en heb ik na 20 jaar mijn abonnement opgezegd.

  3. natascha zegt:

    Ik vermoede dat de Volkskrant een speciale postbus had voor belangrijke mensen die de publiciteit zochten, zoals de heer Van Agt (belangrijk tot in het archaische), Ayaan Hirshi Ali (gaap, vermoeiend,gelikt, hysterisch en onzin),De heer Elian (dogmatisch, eentonig), heer L. Winter (ach gut) en ga zo maar door. Andere meningen,die misschien ook aan de voorwaarden van de redactie voldeden haalden de krant niet, want wie zal het zeggen. Dat het NRC ook op die manier ervaren wordt door de lezer is een eye-opener, maar geeft toch een algemene tendens weer die mijns inziens door de redactie serieus moet worden genomen.

  4. Anoniem zegt:

    ey lul

  5. Arie zegt:

    Voor de verandering een vooral positieve reactie. Ik lees de tv-rubrieken van Hans Beerenkamp altijd met genoegen, maar zijn directste collega Marjoleine de Vos is van de buitencategorie. Haar “Beeldenstormen”, bijvoorbeeld die van gisteren, 6 mei 2008, doen me beseffen hoe noodzakelijk deze rubriek is. Met vriendelijke groet, Arie de Ru, Amersfoort

  6. Liesbeth Nieuwenhuijse zegt:

    In de boekenbijlage,vrijdag 4 juli las ik een interressante recentie van Bernard Hulsman over De duizelingwekkende jaren.Europa 1900-1914.geschreven door Philip Blom.
    Hierin wordt beweerd dat er niets nieuws onder de zon is volgens de schrijver Blom van het boek.In de vergelijking met de huidige jaren,ontbreken m.i. 2 zaken,die een enorme invloed hadden op het gemoed van de moderne mens,nl. het internet en de televisie. Natuurlijk waren er begin 1900 persfoto’s en kranten, doch het visuele beeld v.d. televisie en de onbegrensde mogelijkheid om werkelijk bijna iedere informatie, die je wilt hebben, te kunnen verkrijgen,heeft een nog grotere inpact op de meningsvorming als de geschreven informatie indertijd. Wat reizen betreft, eveneens een grotere bekendheid met vreemde landen.Toen begin 1900, reisden alleen welgestelden. Het gewone volk bleef dichter bij huis. De echte toeristenindustrie begon eind 60ger jaren pas goed op gang te komen, waardoor de wereld veel kleiner is geworden dan begin 1900.Ik vermeld deze 2 zaken, daar m.i. de gevolgen hiervan groter zijn, dan de recencent doet voorkomen.

  7. H. Pentinga&M. Vos zegt:

    De proefballon van minister Rosenthal inzake de mogelijke uitlevering van de man die Wikileaks hielp een Amerikaanse schanddaad in Irak aan de kaak te stellen, verdient een acute lekkage.
    Het is al erg genoeg dat Nederland wel eigen burgers uitlevert aan de VS maar dat andersom niet aan de orde is. Dat het in dit geval gaat om een activiteit buiten Amerika gericht op het blootleggen van misdaden maakt zelfs een gedachte aan uitlevering onaanvaardbaar .
    Het lukte mij niet een andere plek op uw site te vinden voor ingezonden brieven. Dus maar zo .
    Met vriendelijke groet,
    Hans Pentinga & Martin Vos

    Voor ons , twee geruime tijd gepensioneerden, wordt door ook maar het begin van een openbaarmaking van de minister om tot uitlevering over te gaan, een grens overschreden.
    In dat geval zullen wij overwegen ons aan te sluiten bij het Gerontoterroristisch comite dat een actie met brandende waxinelichtjes op Prinsjesdag in voorbereiding heeft.
    t’is maar dat de heer R. het weet.

    Hans Pentinga & Martin Vos

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.