*

Frank Kuitenbrouwer » Bibob op de Wallen :: nrc.nl

Bibob op de Wallen

Het red light district van Amsterdam gaat op de schop. Het wettelijk instrument daarvoor ligt echter terecht onder vuur.

Het moet een prachtwijk worden, is de boodschap van wethouder Asscher en burgemeester Cohen van Amsterdam over postcodegebied 1012, ook wel bekend als De Wallen. Het stadsbestuur rekent op tien jaar om de ‘ranzigheid’ uit te bannen. Het heeft wel een krachtig instrument voorhanden.
De naam is Bibob.

Dit staat voor „bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur”. Zo heet een wet uit 2002, die lokale overheden de bevoegdheid geeft vergunningen te weigeren aan verdachte ondernemers na onderzoek van een landelijk Bibobbureau.

De komst van deze wet was omstreden. De vragen in de Tweede kamer lazen als een requisitoir. De eigen partij van Asscher en Cohen, de PvdA, sprak van een „diepingrijpende” inbreuk op de privacy. Officieel heette het dat de nieuwe verregaande onderzoeksbevoegdheden alleen zouden worden ingezet als concrete gegevens voorhanden waren dat een sector wordt bedreigd. Maar verhoudt dat zich wel met de nadruk die de regering legde op een ruime, preventieve inzet van dit instrument?

De VVD: strafrechtelijke gegevens die (nog) niet hebben geleid tot bewijs mogen worden gebruikt. Is dit niet in strijd met het rechtsstatelijke beginsel dat iemand voor onschuldig wordt gehouden tot zijn schuld wettig is bewezen? Het antwoord van de regering was dat deze „presumptio innocentiae” niet in het geding was omdat een Bibobadvies er niet toe strekt schuld aan een strafbaar feit vast te stellen. Bibob is een instrument van het bestuur, niet van de justitie.

Formeel is dat juist, maar maatschappelijk wordt dat niet zo ervaren. De bestuursrechtelijke afdoening nadert ook steeds meer de strafrechtspleging, zoals de nieuwe president van de Hoge raad Corstens al in 1995 in een afscheidscollege signaleerde. De bestuurlijke boetes en dwangmiddelen zijn sindsdien alleen maar toegenomen, en daarmee de behoefte aan klassieke rechtswaarborgen.

In de juridische vakpers was de kritiek op Bibob niet mals: „bestuursrechtelijk wangedrocht”, „gelegenheidsproduct”’. Onrechtmatig verkregen bewijs dat in een strafzaak wordt geweerd kan in een bestuursprocedure wel een rol spelen. Bibob omzeilt de (nota bene net vernieuwde) wet op de verklaringen omtrent het gedrag, waarschuwde een deskundige.
In een ‘tussenstand’ in het Nederlands Juristenblad van 2006 relativeerde de Haagse advocaat R.W. Veldhuis de harde woorden: „de rechtspraak biedt voor die benamingen voorshands geen steun”. Maar eind februari van dit jaar heeft de Raad van State als hoogste bestuursrechter dan toch een niet mis te verstane waarschuwing uitgesproken tegen al te makkelijke Bibobbeslissingen in een zaak over de sluiting van vijf bordelen in Groningen. Gemeenten kunnen niet blindvaren op het Bibobbureau.

Minister Hirsch Ballin (Justitie) zegt dat na aanscherping van de Bibobinstructies de kou uit de lucht is. Amsterdam vindt dat het als gidsgemeente (het richtte zelf een ‘pre-Bibobbureau’ op) toch al sterk staat. Dat doet er niet aan af dat de Bibobprocedure werkt met „zachte informatie” die de betrokkene niet (geheel) mag inzien vanwege de bescherming van vertrouwelijke bronnen. Zo kan men zich nauwelijks verdedigen. De voormalige Amsterdamse ‘Wallenmanager’ Freek Salm ziet geen probleem: „je kunt toch uitleggen waar dat geld vandaan komt? Als het bureau Bibob verkeerde conclusies trekt, zeg dan hoe het wél zit. Kan je dat niet, dan is het jammer. Begin dan een bloemenstal of een viskraam”. Maar het kan soms écht niet, zei de Rotterdamse hoogleraar Lodewijk Rogier tegen het Nederlands Dagblad: een ondernemer kan zijn vergunning kwijtraken omdat hij zaken doet met iemand die geld witwast, zonder dat ooit te weten.

De exploitant van de Amsterdamse Casa Rosso dreigt zijn vergunning nu kwijt te raken doordat hij zijn bedrijf 13 jaar geleden liet financieren door de Wallen-tycoon Charles Geerts – een zeer ‘bibobabel’ heerschap. Maar de gemeente stopte de procedure tegen Geerts en kocht hem liever voor miljoenen uit. Moet zij daar dan ook niet de consequenties van aanvaarden?

Het hele postcodeproject heeft iets van twee walletjes eten. De ambities gaan verder dan een klassieke ‘veegactie’ en doen eerder denken aan een complete herinrichting van het gebied. Daar zijn eigen, minder ingrijpende, procedures voor. Tijdens een expertmeeting bij de wetsevaluatie in 2006 werd al gewaarschuwd dat Bibob is afgedwaald van zijn oorspronkelijke bedoeling, de grote misdaad aan te pakken. Het heeft een „ethisch sausje” gekregen. Typerend is het gebruik van termen als „ranzigheid” door burgemeester en wethouder. Daar is Bibob niet voor bedoeld, zoals hun eigen PvdA in 2001 afdoende duidelijk maakte.


Dit bericht heeft 2 reacties op “Bibob op de Wallen”

  1. Arthur de Groot zegt:

    Bibob, op het schild of in de gierput

    Kuitenbrouwer slaat de spijker op z’n kop in het Lux et Libertas artikel ‘Bibob op de Wallen’.

    De wet Bibob voorziet in een vraag, maar met name gemeenten schieten regelmatig uit met een wankelmoedige interpretatie van wet en regelgeving. Een van de meest Kafkaëske voorbeelden die ik heb gezien betrof de enkele bewijsvoering op basis van een krantenartikel uit het NRC Handelsblad (!) en een Wikepedia-pagina. Op grond van die schrale onderbouwing meende het Landelijk Bureau Bibob een ondernemer zonder antecedenten in verband te brengen met een vermeend criminele organisatie. Dat bleek het betrokken overheidorgaan uiteindelijk gelukkig ook te gortig.

    In de praktijkvoorbeelden die ik langs heb zien komen, lijkt de harde lijn inderdaad terug te voeren op een te strikte interpretatie van parlementaire Bibob-wensen. Kuitenbrouwer wijst daar ook op. Zoals wel vaker, staken velen het lezen van Kamerstukken halverwege de memorie van toelichting. Die is echter in vrijwel alle gevallen gedateerd. Zo ook in het geval van belangrijke onderdelen van de wet Bibob die pas zijn ingebracht ná het beschikbaar komen van de memorie van toelichting. De duiding van essentiële bestanddelen zit goed verstopt in het verslag van de plenaire behandeling of een memorie van antwoord aan de Eerste Kamer.

    Maar er zijn meer witte vlekken op de Bibob-kaart, zoals het voor veel juristen nog onderbelichte uitgangspunt dat al het bindende internationale recht automatisch doorwerkt in de nationale rechtsorde. Ook in bestuursrechtelijke verhoudingen. Het in het Eerste Protocol van het Europese verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde recht op eigendom heeft bijvoorbeeld nog geen stevig fundament gekregen in het bestuursrecht. Dat recht op eigendom omvat veel meer dan in het Nederlandse recht onder het eigendomsbegrip zou zijn te vatten. Zo kunnen bijvoorbeeld inmenging in exploitatierechten, goodwill, een klantenbestand, een ondernemingsgebonden vergunning of een pachtovereenkomst niet als te rechtvaardigen overheidsingrijpen te zien zijn. Althans niet zonder een evenredigheidtoets.

    Het ambtelijk handelen in Bibob zaken lijkt bovendien vaak genoeg tot in de haarvaten doordrongen van wat in het Europees mededingingsrecht zo fraai als “belief perseverance” is geïntroduceerd, maar wij als ‘tunnelvisie’ kennen. Het door het Bureau Bibob samengestelde dossier wordt vanuit een incriminerende overtuiging gelezen, waardoor op wezenlijke onderdelen een negatieve beeldvertekening kan ontstaan die zelfbevestigend gaat werken. Tegen de tijd dat een ondernemer al dan niet met rechtshulp het tegenwicht op orde heeft, wacht door de combinatie tijdverloop en inkomstenderving vaak faillissement of ander financieel leed.

    Gelukkig zijn er ook ondernemers die gestaag tegenwicht blijven bieden en daarmee stap voor stap een hoger plan van waarborgen weten te realiseren in Bibob-zaken. Als ook het Europese Hof in Straatsburg dit jaar of volgend jaar in één van de eerste aanhangige Bibob-zaken nog een duit in het zakje kan doen, komt het wellicht nog relatief snel goed met de broodnodige rechtsbescherming.

    Arthur de Groot
    Advocaat in Den Haag

  2. Gerben Kor zegt:

    Bibob en chopsticks

    Onlangs stond ik in de rij te wachten op mijn afhaalgerecht bij een bekend Chinees restaurant op de Zeedijk. De lange man die achter mij stond knoopte een gesprekje aan over de gebrekkige indeling van dit pand; wij stonden met onze grote Hollandse lijven zowel in en uit lopende klanten als het personeel in de weg. Ik mompelde: de uitbater kan zich waarschijnlijk geen goede wachtruimte permitteren. Waarop de lange schamper begon te lachen en zei dat uitbater X niet bepaald te klagen had over financiële armslag. Hierna keek hij me veelbetekend aan. Ik vroeg niet, maar hij sprak wel door. Mijn wachtrijgenoot werkte voor het Bibob-bureau en wist zodoende alles van uitbater X, ‘die het in vergelijking met sommige van zijn landgenoten nog heel netjes doet.’ Ik heb hem vervolgens mild, omzichtig doch dringend bevraagd over zijn bureau en de Bibob-regeling. En zelfs deze gogetter moest toegeven dat het hem sterk leek dat de regeling en de praktijk van de Bibob de toets van een Europese rechter zouden kunnen doorstaan. ‘Dus moeten we nu maar zo hard mogelijk aan de slag om alles in beeld te krijgen, zolang het nog mag.’ Op dat moment kreeg ik mijn eten in twee witte zakken. Door een groezelig regenbuitje fietste ik naar het huis waar ik deze gerechten met vrienden zou delen. Ik schudde mijn natte, zware hoofd. Ik geloof in misdaadbestrijding. Maar ik geloof ook in recht. Het eten overigens, dat de koks van uitbater X hadden bereid, smaakte mij en mijn disgenoten meer dan heerlijk. Het zou toch jammer zijn als na de hoeren ook de Chinezen de wallen afgebibobt worden.

    Gerben Kor

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.