*

Ben Knapen » De oorlog en de natie :: nrc.nl

De oorlog en de natie

Duitsers op de Dam. Zo eens in de zoveel tijd wordt daar in een kort, heftig pingpongspel alles over gezegd wat erover te zeggen valt. En dan is het weer uit zicht.

Begin van dit jaar liep de arme Duitse ambassadeur in de val. De vraag aan hem van het – overigens mooie – televisieprogramma De Oorlog was of hij op 4 mei namens Duitsland op de Dam de doden mee wilde herdenken? Elk antwoord was mis geweest.

Enfin, het pingpongspel in vertrouwde rolbezetting begon. Het ligt „nog te gevoelig”, aldus het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Emeritus hoogleraar Herman von der Dunk formuleerde trefzeker het tegengeluid: „Het woord ‘gevoelig’ is een schaamlap geworden voor morele lafheid die de kool en de geit wil sparen.”

Twee weken heisa en stil werd het weer.

Als geen ander land heeft Duitsland de schande van de Holocaust een levendige plek in zijn collectief geheugen weten te geven. Wat hebben Nederlanders toch tegen Duitsland?

Waarschijnlijk niets. Het is ernstiger.

De oorlog is langzaam maar zeker het zelfbeeld van Nederland gaan bepalen. Daarom kon die laatste serie ook zomaar De Oorlog worden genoemd. De vraag welke oorlog was bedoeld, zou potsierlijk zijn geweest – er is er hier maar één.

Nederland heeft geen Nationale Dag. Natuurlijk is er Koninginnedag. Dat is – doorgaans – een vertrouwd festijn van oer-Nederlandse gezelligheid, maar het is niet onze Nationale Dag. Het is pas kort na de oorlog met koningin Juliana die 30ste april geworden.

Belgen hebben hun Nationale Dag, Fransen en Amerikanen en de meeste anderen ook. Allemaal refereren zulke dagen aan een gebeurtenis in de geschiedenis om trots op te zijn, een dag waar voorouders een daad stelden. De Amerikaanse Fourth of July viert de Onafhankelijkheidsverklaring. De Quatorze Juillet viert dat Franse burgers aan feodale verhoudingen een eind maakten. Vlaanderen viert de zege op de Fransen in de Guldensporenslag (11 juli). Ook Duitsland heeft weer een Dag, de Dag van de Duitse Eenheid. Het had misschien 9 november moeten zijn, toen Oost-Duitsers eigenhandig de Muur omver duwden, maar zoals hierboven al gezegd: Duitsland is zich ook van zijn zwarte bladzijden bewust en dus viel de datum 9 november (ook Reichskristallnacht) af. Het werd 3 oktober, de dag van de nieuwe gezamenlijke Grondwet.

Zo verwijzen nationale dagen naar een historische daad en verbindt het generaties. Meestal is er het een en ander geromantiseerd, maar anders kan een natie nu eenmaal niet beginnen.

En Nederland?

De Acte van Verlatinghe (21 juli 1581) was waarschijnlijk het mooiste moment geweest. Het is een krachtige tekst, waaruit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring twee eeuwen later nog kon putten. Maar die Acte kwam te vroeg. Toen de opstandige gewesten afscheid namen van Filips II, gebeurde dat nog in een tijd dat zoiets ongepast werd geacht. Het document zelf zag het licht dan ook min of meer terloops, zonder feestelijkheid of bombarie.

Bovendien is het vaderland eeuwenlang verdeeld gebleven over deze Opstand. Want het was niet alleen een opstand voor bevrijding geweest, maar ook – zij het niet alleen maar – een opstand tegen het katholicisme. Hetzelfde ongemak gold eeuwenlang Willem van Oranje, vermoord door een vurig katholiek die gedekt was door een paus en wiens familie later rijkelijk door de Spaanse koning voor deze heldendaad was beloond. Nog bij de herdenking van de moord op de vader des vaderlands van 1884 hadden de katholieken zich gedistantieerd. Eeuwenlang bleef Willem van Oranje behalve een founding father nu eenmaal ook de man die na de moord op katholieke kloosterlingen in Gorkum zelf de andere kant had opgekeken. Pas bij de festiviteiten van 1934 deden de katholieken mee en pas de laatste kwart eeuw doet institutionele godsdienst er niet zo veel meer toe.

Misschien had het met Thorbecke en 1848 iets kunnen worden. Maar die had weer het bezwaar te hebben geknabbeld aan de romantische driehoek van God-vaderland-Oranje. Hoe het ook zij, een echte Nationale Dag kwam er nooit. Het is ons nu overkomen.

Nederland heeft nu slechts De Oorlog. De vroegere voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Judith Belinfante, zei het – misschien onbewust – zelf: „Nederland heeft weinig nationale momenten. Laten we ze koesteren” (NRC Handelsblad, 9 januari). Daarom hoorden er ook volgens haar geen Duitsers bij.

Vier en vijf mei is in een combi sluipenderwijze onze Nationale Dag geworden.

Maar anders dan de meeste landen wordt hier geen historische daad herdacht. Nee, de zingeving wordt hier ontleend aan iets wat het land is overkomen: Bezetting en Bevrijding. Gelukkig is een natie geen persoon, want als een individu zijn identiteit zozeer ontleent aan wat hem of haar is overkomen, dan is er voor een psycholoog dringend werk aan de winkel.

Maar hoogst onbehaaglijk blijft het wel – hoe onschuld, tragiek, slachtofferschap en bevrijding, hoe de oorlog zich geleidelijk aan als Nationale Dag heeft ontpopt, als hét moment van nationale zingeving.

Want in zo’n psychologisch raamwerk kunnen Duitsers op de Dam nooit passen, per definitie niet. Het moet altijd „te gevoelig” liggen. Na vijftig jaar en na honderd jaar nog. Duitsers op de Dam, dat zou Nederland van een identiteit beroven die zoveel meer leunt op wat het land is overkomen dan op wat het heeft gedaan. Op wat minister Van Kleffens al tijdens de oorlog met zoveel succes in boekvorm onder Amerikaanse ogen had gebracht: The Rape of a Nation.

Duitsers op de Dam? Nederland moet met zichzelf in gesprek.


Dit bericht heeft 18 reacties op “De oorlog en de natie”

  1. D.B.Bezemer zegt:

    Ik ben blij met uw artikel. Eindelijk eens iemand die durft te zeggen dat de oorlog en de bevrijding ons is overkomen en dat het slecht is en was voor onze nationale identiteit.
    Wij moeten terug gaan tot de overwinningen van Piet Hein en de Ruyter. Daarna is alles ons “overkomen”. De geallieerden hebben ons in 1814 moeten bevrijden van de Fransen en we kregen toen zo maar Ned. Indië terug dat we ons door de Engelsen hadden laten afpakken. Daarna hebben de geallieerden ons ook gedwongen Belgie , Nederlands Indië en New Guinea op te geven. Ik denk dat het after all goede beslissingen waren, maar voor onze nationale trots was dat natuurlijk niet best. Het traumatische van WO II is dat wij als natie nooit het nationaal socialisme hebben overwonnen, maar dat wij godzijdank, alweer door de geallieerden bevrijd zijn van de Duitsers. Ik heb gedurende mijn 5 eerste levensjaren de angst van mijn ouders meegemaakt en daarna hun dankbaarheid jegens onze bevrijders. Dat heeft mij tenslotte doen besluiten om toch maar mijn dienstplicht te vervullen in plaats van principieel dienst te weigeren. Wat zou er niet allemaal voor onheil gebeurd zijn als Hitler niet ook zo’n stomme oorlog was begonnen, zodat de Duitse overheersing “maar” 5 jaar geduurd heeft? Het is goed dat daar eens over gepraat wordt.

  2. P.A.M. de Vilder zegt:

    Geachte Heer Knapen,

    U kunt goed schrijven. Na het lezen van Uw “Column” van “De oorlog en de natie”, dacht ik dat U misschien een van de weinigen in Nederland bent, die in staat is een boek te schrijven met de titel; ” Nederland moet met zichzelf in gesprek”.
    Het zou heel verhelderend voor velen zijn waarom we eigenlijk geen “Nationale Identiteit” hebben , ook geen Nationale Dag en we maar een heel klein beetje trots op Nederland kunnen zijn sinds 21 juli 1581. U heeft dat al voortreffelijk beschreven in “De man en zijn staat”. Onze tolerantie is een zelfgemaakte mythe, waar heden ten dage sowieso niets meer van over is, maar ook niet in de zeventiende eeuw. Dit is niet de plaats om alles te onderbouwen, maar ik hoop dat U als historicus en met Uw internationale kijk op Nederland, U de tijd kan vinden Uw aanzet van gisteren verder uit-te-werken.
    Met vriendelijke groet,
    Paul de Vilder

  3. Frederik zegt:

    LS,
    die oorlog is ons gezemelijk verleden, in Europa moeten we gezamelijk verder. En daarom is het goed gezamelijk stilstaan bij wat er gebeurd is. Voor allen in Europa is het een zwarte bladzijde, die nog lang niet is omgeslagen. Samen gedenken is goed om herhaling te voorkomen. Nederland moet over dit onderwerp (en nog een paar) met zichzelf in gesprek, dus laat onze ooster buren dit nog vele malen ter tafel brengen zodat ze in NL eindelijk wakker worden.

    Frederik Wilhelmshaven

  4. Dick van Toulon zegt:

    Het vaderland zou er ook verstandig aan doen de gefrustreerde naam “Nederland” (buiten de grenzen hoogst ongelukkig vertaald met “The Netherlands”) af te schaffen, en haar sterke internationale handelsmerk “Holland” in ere te herstellen. Elke buitenlander weet wat “Holland” is. Bij “The Netherlands” gaan slechts wenkbrauwen omhoog. Engelstaligen identificeren “nether” als “onderwereld” (schertsend bedoeld), “onderste”, “onder-” “beneden” of “ondermaans”. Welke vaderlands talenwonder heeft deze klungelige naam verzonnen ? En waarom ? Uit pieteit met het minderwaardigheids complex van Friezen, Groningers, Limburgers, Brabanders etc. ?? Leeft de frustratie uit de zeventiende eeuw in Neerland’s provincies buiten “Holland” in 2010 nog steeds ? Over met jezelf in gesprek gaan gesproken . . .

  5. Willem Houtman zegt:

    Het liedje is dan ook…. alle duifies op de Dam. En niet alle Duitsers op de Dam.

  6. korteweg, a.w. zegt:

    U stelt iets belangrijks aan de orde. Waarom, waardoor, viert ons land geen nationale geboortedag? Bij Bevrijdingsdag gaat het tenslotte om een gebeurtenis die ons, evenals oorlog en bezetting, meer als natie is overkomen.

    Anders dan u meen ik, dat er wel degelijk een historische daad is aan te wijzen op grond waarvan een nationale verjaardag te vieren zou zijn. Nederlanders hebben aan de wieg van hun natie gestaan en, ter bekroning, het kind een, internationaal erkende, juridische status bezorgd.
    Men moet dan wel aanvaarden dat het is geboren als republiek, protestants werd gedoopt en nog slechts zeven verenigde provinciën telde, die het echter bij elkaar heeft gehouden en zelfs in aantal uitgebreid.
    Ik heb het natuurlijk over de Unie van Utrecht.

    Vriendelijke groet,
    A.W. Korteweg.

  7. diete oudesluijs zegt:

    Iets over de ‘Duitsers op de Dam’ – niets tegen individuele Duitsers op de Dam (en al helemaal niet als ze zo hoffelijk zijn om Nederlands te spreken), en absoluut niets tegen alle Duitse ambassadeurs tot nog toe en de heer Laeuffer in het bijzonder; in tegendeel! In Duitsland wordt al sinds heel lang veel gedaan om het verleden ‘aufzuarbeiten’, ik ben al bij vele gelegenheden in Duitsland geweest waar individuele personen, (vrijwilligers)organisaties en overheid blijk geven bijzonder veel over te hebben voor het ontvangen van oorlogsgetroffenen uit vele landen.
    Maar een officiele Duitse krans op de Dam (na de NL organisaties, neem ik aan) zou mogelijk een hele staart van andere landen achter zich aan slepen waardoor de eigenlijke plechtigheid in het gedrang komt en het geheel mogelijk meer een diplomatiek en eventueel wat meer militair karakter krijgt. Dat zou ik jammer vinden. Niet plezierig dat iedereen die niet zonder meer voor ‘Duitsers op de Dam’ is zo’n goedkoop stickertje opgeplakt krijgt van Nationale Nederlander of zo iets. Graag discussie, maar niet zo!

  8. Angelus Müller zegt:

    Geachte heer Knapen,

    mijn voorstel is de 17. juni 88 in ere te herstellen.
    Nederland won op die dag van Duitsland in het halffinale van de EK. Een Wiedergutmachung in Bezug auf ’74 en ’40-45.
    Ik zelf stond op die avond op het Neude te Utrecht. Een oudere meneer naast mij. In een leeftijd dat hij zeker de oorlog bewust meegemaakt heeft. En die zegt
    tegen mij: “Net als die Canadesen binnen kwamen”.
    Ik gaaf geen antwoord. Wetend dat mijn accent zijn
    gevoel zal verstoren.
    Utrecht, 1.5.2010

  9. Albert Appelo zegt:

    De vorige reactie, van a.w. korteweg, spreekt over de Unie van Utrecht, en dat zal ik ook doen. Ik ben met de heer Knapen eens, dat Nederland een echte nationale feestdag zou moeten zoeken die verwijst naar iets positiefs dat ‘Nederland’ zelf heeft verricht. Misschien is die Acte van Verlatinghe (21 juli 1581) een goed idee.
    Een alternatief is, de Unie van Utrecht, 20 januari 1579. Daarin werd in artikel 13 de (religieuze) tolerantie onder woorden gebracht, die op dat moment vermoedelijk uniek was in de wereld, en die meen ik óók invloed heeft gehad op de latere Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring: “… mits dat een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken …”. Ik heb dat altijd een artikel gevonden waar Nederland trots op zou moeten zijn.

  10. willem hamminga zegt:

    @6: Helaas werd de Unie van Utrecht opgericht op 23 januari, in 1579. De datum leent zich m.i. niet voor een feestdag met vrijmarkt en koekhappen.

  11. Ralph Panhuyzen zegt:

    Hollandse nuchterheid betekent nog niet dat ‘we’ kunnen relativeren. Betekent oorlog een tragische slachtpartij, dan kunnen regeringsleiders elkanders handje klaarbljkelijk vasthouden (Kohl en Mitterand, Verdun 1984). Betekent oorlog bezetting, dan geen ‘holding hands’. Altijd heeft Nederland rond de herdenking een medium grote broek aan t.a.v. wat goed en fout was. Is het omdat ‘we’ niet herinnerd willen worden aan ons eigen falen, het feit dat hier meer Joden zijn weggevoerd dan in andere landen het geval was. Wat is erger? Een Wehrmacht soldaat die orders opvolgde of verraad? Terugkomen uit het concentratiekamp om uit te vinden dat je hier niet meer welkom was (Selma Engel-Wijnberg) of dat de overburen prinsheerlijk in je huis zitten. Wat nu als Nederland niet door de Geallieerden zou zijn bevrijd? Was er dan een soort Hollandse inschikkelijkheid (nuchterheid?) ontstaan t.a.v. het idee van Nederland als onderdeel van een groter Germaans rijk?

  12. korteweg, a.w. zegt:

    Leuk, die reacties op mijn reactie (nr.6): de fraaie tekst van art. 13 van de Unie van Utrecht (Appelo) en het bezwaar van de datum van 23 januari voor een nationale feestdag (Hamminga).

    Eerder heb ik ook de Vrede van Munster, op 15 mei 1648 getekend door de republiek en Spanje, overwogen; zij is echter al voor de onderhandelingen als zelfstandige staat uitgenodigd, ook door Spanje, heb ik begrepen.

    Misschien moeten wij wachten tot de tijd dat het
    op 23 januari – regelmatig – al voorjaarsachtig is, dan wel het land – regelmatig – nog schittert van ijs en sneeuw. Haastige spoed is zelden goed!

    A.W.Korteweg.

  13. Albert Appelo zegt:

    @10: Dat bezwaar van het koude weer rond 20 of 23 januari is inderdaad een serieus ding. Laten we het dan zó doen: we houden vast aan 30 april als nationale feestdag – het vriest zeker niet, het is geen dertig graden, dus het feest kan meteorologisch gezien gegarandeerd doorgang vinden – maar we breiden het thema uit, vanuit ons koningshuis, koning(inne)dag, via ons volkslied: “Wilhelmus van Nassouwe ben ik… , … de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt…”, naar de geboorte van onze natie: Unie van Utrecht, zie @6 en @9. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had destijds wereldfaam als oase van tolerantie – of ben ik op dat punt soms ‘verkeerd geïnformeerd’?

  14. Kees M. Roeleveld zegt:

    Geachte heer Knapen,

    Dank voor uw boeiende artikel. Veel stof tot nadenken. Ook m.b.t. de tot op heden dertien reacties. Een beeld zegt dikwijls meer dan duizend wooorden… Met die gedachten verwijs ik gaarne naar een BBC foto-link n.a.v. een militaire parade op het Rode Plein. Ik wil vooral verwijzen naar foto nr. 05. Andrea Merkel loopt tussen Russische militaire in vol ornaat. Haar hoofd gebogen.

    http://news.bbc.co.uk/2/hi/in_pictures/8670692.stm

    In de context van uw artikel – dat volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei het onderwerp Duitsers op de Dam ‘nog te gevoelig’ ligt – is deze foto wel schrijnend en uitermate pijnlijk. Dat de Russen Amerikanen en Engelse soldaten in de parade – op het Rode Plein…- laat mee marcheren, is op zich al een doorbraak in de relatie tussen Oost-West. Maar dat Bondskanselier Merkel een krans legt is veelbetekenend. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat President Dmitry Medvedev de Duitsers met deze uitnodiging heeft willen vernederen. Integendeel.
    De vergelijkingen verdampen eenvoudig tussen het leed dat Nederlanders is aangedaan en wat het Russische volk door Duitsland moest ondergaan.

    Verder – er is met bovenstaand niet een direct verband – is het opvallend dat de heer Van Gaal een Duitse ploeg landskampioen maakt. Bovendien dat de aanvoeder van die club – van Bommel – nota bene een Nederlander is. Robben laat ik verder onvermeld. Het is niet uitgesloten dat binnenkort er op Europees niveau nog een triomf te behalen valt.

    Wellicht kunnen één of meerdere van de genoemde heren is een verkennend gesprek aangaan met ‘het Nationaal Comité 4 en 5 mei’. Van Gaal zou dit gesprek goed kunnen coachen.
    Trouwens, jarenlang liep een gerespecteerde Duitser als echtgenoot aan de zijde van Hare Majesteit… tijdens de vier mei herdenking. Op de Dam.

    Met vriendelijk groet,

    Kees M. Roeleveld
    Bussum

  15. Frans Kribbe zegt:

    Geacht heer Knapen,

    Ik las eerder uw column in NRC Handelsblad van 28 april j.l. U stelt hierin, dat Nederland geen Nationale Dag heeft en dat deze zeker niet sluipenderwijs kan ontstaan uit de combi 4/5 mei. Daarmee ben ik het, ook om andere redenen, eens. In uw column zelf en in reacties daarop worden suggesties geopperd voor een werkelijke Nationale Dag die in uw woorden moet verwijzen naar een historische daad die generaties verbindt. Is u van mening dat de Fransen op 14 juli nog steeds denken aan de verovering van de Bastille, laat staan de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 26 augustus om zich daarmee verbonden te voelen? Waarin verschilt de opvatting van de Nederlander zonder Bastille met die van de Fransman (of de Amerikaan) over de VN Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Wat ik met deze vragen wil aantonen is de betrekkelijke waarde van Nationale Dagen zonder welke een natie (als ik u goed begrijp) zelfs niet kan beginnen. Is Nederland (nog) geen natie?
    Uit het bovenstaande mag u afleiden, dat ik het begrip Nationale Dag met veel scepsis bezie en zeker niet als voorwaarde voor een nationaal bestaan en een zaligmakende identiteit. In “The Iron Wall – Israël and the Arab World” citeert Joods historicus Avi Shlaim ln zijn voorwoord de Franse filosoof Ernst Renan: “A nation is a group of people united by a mistaken view about the past and a hatred of their neighbors.” Met de aansluitende opmerking: “The Israelis are no exception.” (Penguin, 2001)

  16. Frans Kribbe zegt:

    De geciteerde woorden in mijn reactie (15) zouden volgens de Wikipedia (free encyclopedia/Ernst Renan)niet van de Fransman zijn, maar toebehoren aan de politieke wetenschapper Karl Deutsch, hetgeen misschien wel aannemelijker is maar inhoudelijk niet relevant. Ik vond de opmerking van Avi Shlaim juist zo opvallend, omdat deze belastend lijkt voor de dodenherdenking en proclamatie van de staat als werkelijk nationale dagen in het geval Israël. Wat hij Israël verwijt is de “mistaken view about the past” en de weigering (m.u.v. Rabin) van eenzelfde recht op onafhankelijkheid voor de Palestijnen.

    Vriendelijke groet,
    F.S.Kribbe

  17. henk beets zegt:

    Er zijn twee volken in Europa die het de duitsers maar niet kunnen vergeven. Dat zijn de nederlanders en de polen. Fransen, engelsen en amerikanen hebben het al decernia al achter hun gelaten. Zo was bij de 65 jarige viering van de invasie de duitse president aanwezig, de kanselier aanwezig bij de viering in Polen en Rusland. Ja zelf oud premier van Israel, Simon Perez hield een rede in de bondsdag nav de 65 jarige bevrijding van Auschwitz. En dan hoor ik 65 jaar te laat dat nederlandse militairen een bloedbad in 1947 aangericht hebben in Indonesie. Het wordt door de nederlandse regering erkent, maar claimt verjaring. Dus de kranten maar eens gelezen. Niets daarover. Nederlanders zijn een wraakzuchtig en vergeetachtig volkje.

  18. jan willem van prooijen zegt:

    Het is nog niet te laat. Schaf de monarchie af, dan kunnen we de Dag van de Republiek vieren.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.