De parkeergarage en het museum
In veel hoofdsteden vind je een plek waar het land zijn verhaal vertelt. In Parijs struikel je erover, in (de vroegere hoofdstad) Bonn heb je een Haus der Geschichte, in Washington kun je op de mijl tussen het Capitool en het Witte Huis uit musea kiezen, Singapore doet een fiere poging zijn verleden een gezicht te geven, enzovoorts, enzovoorts. In Nederland had je ook zoiets – het was een afdeling binnen het Rijksmuseum, maar die is al lang geleden opgedoekt. Sommige reisgidsen sturen de buitenlandse toerist nu naar de St. Janskerk in Gouda, met inderdaad een unieke collectie glas-in-lood die vijf eeuwen vaderlandse geschiedenis vertelt. Maar het is nogal statig en statisch en glas-in-lood is, zoals bekend, ook niet interactief.Het lag dus voor de hand en was ook niet zo bijster origineel om ergens een plek te creëren voor een Nationaal Historisch Museum. In de meeste landen vind je zo’n museum in de hoofdstad. Maar als een rode draad door de vaderlandse geschiedenis loopt nu eenmaal de onmogelijkheid om te kiezen tussen de residentie (Den Haag) en de hoofdstad (Amsterdam). Zo ook nu weer. Dus werd Arnhem de plek, beetje opportunistisch weliswaar, net naast het Openluchtmuseum, maar vooruit. Wel heel jammer dat het museum buiten het zicht van de buitenlandse toerist werd gebracht, maar de meer recente discussies volgend, was het daar ook niet voor bedoeld. Vervolgens werden twee spitse lefgozers aangetrokken om het museum vorm te geven. In hun eerdere functies als directeur van het Zuiderzeemuseum en het Zeeuws Museum toonden zij zich van hun baanbrekende kanten en alles duidt erop dat hun nieuwe plannen wederom baanbrekend zullen zijn: een historisch museum dat ook best zonder geschiedenis kan.
In de meeste landen zou er dan een minister opstaan om aan het speelkwartier een einde te maken. Iedereen weer bij de les. Maar dat is ingewikkeld, want wie maakt hier eigenlijk uit wat speelkwartier is? Een museum is cultuur en de politiek past hier terughoudendheid. Tussen de politiek en de sector zitten toezichthouders en raden als stootkussens voor onafhankelijkheid. Thorbecke haalt nog dagelijks de krant met zijn adagium uit 1862 van de afstand tussen de politiek en de cultuur. „De overheid is geen oordelaar van kunst en wetenschap.”
De Amsterdamse wethouder van cultuur Carolien Gehrels herinnerde er in haar Boekmanlezing vorige week – Opiniepagina van 5 juni – aan dat we tegenwoordig in een multiculturele, egalitaire samenleving leven, waar anders dan in Thorbeckes tijd geen vanzelfsprekende en dienstdoende elite meer is met legitimatie en gezag om de cultuur te beoordelen. „Weg met het schijnheilige ‘ik heb geen mening over kunst’”, zei ze.
De reacties kwamen per kerende post: ‘Bevoogding’, noemde oud-OCW-topambtenaar Jan Riezenkamp haar pleidooi (Het Parool, 8 juni). ‘Gevaarlijk’, zei VVD-leider Mark Rutte. Toch raakt zij een interessante kwestie die meer verdient dan een simpele verwijzing naar 1862.
Nu terug naar het Nationaal Historisch Museum. De Tweede Kamer zit in een vreemde knoop. Zij nam drie jaar geleden het initiatief tot het plan, ziet nu hoe de minister het heeft laten wegglippen tot een neo-niks-waagstuk nabij A Bridge Too Far, maar het gaat hier om een museale enscenering en naar Thorbeckiaanse regels past dus grote terughoudendheid. En dat geldt temeer omdat het onderwerp ‘geschiedenis’ is, want dat is een rekwisietenkast waar elke politieke stroming iets anders van haar gading vindt. Het hele idee is toch al een beetje verdacht, omdat het de politieke wind pas mee kreeg toen het vaderland toe was aan een nieuwe zoektocht naar zichzelf. Daarom hangt er ook iets verongelijkts over het hele idee: is dit het museum dat niet zozeer buitenlandse toeristen als wel Nederlandse inwoners moet inpeperen dat we niet van Marokkanen of Turken afstammen? Is dit een poging om Trots op Nederland te worden?
Of omgekeerd: is dit niet een bevoogdende overheid die de burgers gaat vertellen hoe we zijn geworden wie we zijn? De Raad voor Cultuur omarmde destijds het idee van het museum al „tegen de achtergrond van de teruglopende historische kennis in Nederland”. Voor buitenlandse toeristen is het in elk geval niet bedoeld want, zo zegt de directie: „Het moet de Nederlandse bevolking meer kennis en historisch bewustzijn bijbrengen.”
Nederland heeft weinig ervaring met ‘nationale’ geschiedenis. In de tijd van de verzuiling had iedere zuil zijn eigen vaderlandse geschiedenis en met de ontzuiling is het verleden afgeschaft. Pogingen om nu iets nieuws te bedenken, illustreren een fascinerende moeizaamheid. Nog onlangs verbood de Raad van State invoering van de geschiedeniscanon in het onderwijs met verwijzing naar het leerstuk van de verzuiling: de vrijheid van onderwijs conform artikel 23 van de Grondwet.
Kortom, de betrekkelijk onbevangen wijze waarmee ze in Amerika dit soort musea inkleuren is Nederland niet gegeven. De zware historisch-filosofische worstelingen waarmee ze bij onze oosterburen zich tot zo’n museum een weg banen al evenmin. En de semi-autoritaire wijze waarop een Franse president met zulke onderwerpen ter meerdere eer en glorie van de republiek en zichzelf omspringt, is uiteraard ondenkbaar.
Maar wat dan?
Morgen debatteert de Kamer over het museum. Het zou best eens intensief kunnen gaan over parkeergarages, want dat schijnt een wezenlijke invloed te hebben op de precieze locatiekeuze. Damwanden, bodemgesteldheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van een parkeergarage: daarvan zou weleens kunnen afhangen waar het Nationaal Historisch Museum komt. Dat heeft weer grote invloed op wat er komt. En dat bepaalt weer sterk wie er zullen komen.
De wording is wonderlijk en volgt het paradigma van de parkeergarage.
Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)



donderdag 11 juni 2009, 12:03 uur
Geachte heer Knapen,
In uw column van gisteren “De parkeergarage en het museum”schrijft u o.a.: Singapore doet een fiere poging zijn verleden een gezicht te geven….”.Kon dit nu niet wat enthousiaster?
Ik heb het nationaal museum aan de Stamford Road een aantal malen bezocht en vond het schitterend. De opzet volgt de “klassieke”methode: een tijdbalk als rode draad door de geschiedenis met hoofdzaken en voor de meer geinteresseerden de mogelijkheid kennis te nemen van talrijke details.Dus geen losse thema’s maar een naar mijn mening onontbeerlijke feitelijke samenhang. De audio visuele middelen zijn high tech en het gebouw is geweldig. De lokatie is een plek waar zo’n museum thuishoort. Maar ja, dat is Singapore…
Ik moet nog zien dat men in ons land zoiets van de grond krijgt. Met de strekking van uw column ben ik het overigens eens.
Laten wij voortpolderen, het is niet anders. Op een zeker moment rolt er wel wee een halfbakken compromis uit. Het heeft toch ook iets vermakelijks en het houdt velen bezig!
Met vriendelijk groet,
Henk Fiolet
Leidschendam
donderdag 11 juni 2009, 16:03 uur
Gezien het niet de bedoeling is dat het museum een eigen collectie opbouwt, maar dat het gaat om het interactief tonen van de geschiedenis, met verwijzingen naar al wat in andere musea is te aanschouwen, ligt het voor de hand IN HET GEHEEL GEEN HARDWARE MUSEUM TE BOUWEN.
Een INTERACTIEVE SUPER-WEBSITE, die ook rekening houdt met die mensen (en scholen) die hun computer aansluiten op een breedbeeld-flat-screen-TV lijkt mij een realisatie die aan burger en scholier véél betere, en flexibelere, mogelijkheden geeft om een inzicht te verschaffen in onze geschiedenis en door te verwijzen naar al die andere musea.
Hoogachtend,
Dirk Brandt
dinsdag 28 juli 2009, 10:07 uur
Waar hebben we het over? Een museum zonder eigen collectie, in het ontwerp al vastgepind op de zgn. “vijftig vensters” en niet bepaald gelegen in een culturele hotspot of historisch centrum. Wat heeft dat met geschiedenis te maken? Het concept biedt weining ruimte om te variëren, inhoudelijk interessante tentoonstellingen te maken, of iets te doen met internationale samenwerkingen en bruiklenen. Voor de belangrijke archeologische vondsten en historische stukken zijn elders in het land al goede plekken.
Er zal in het NHM niks te zien zijn wat interessant is voor mensen die van geschiedenis houden, alleen een van staatswege opgelegde beperkte visie op wat de eikpunten in onze Nationale Geschiedenis zijn.
Voor toeristen ook niet interessant, want afgelegen en er is niks authentieks aan (stel dan tenminste de Acte van Verlatinghe of het beulszwaard van Oldenbarneveld tentoon, bij voorkeur met wat beeld en tekst er omheen).
Geen gezin dat er voor zijn plezier heengaat.
Het Nationaal Historisch Museum is niks anders dan een strafkamp voor scholieren, die er een educatief volkomen achterhaalde geschiedenisvisie opgedrongen krijgen.
En het merkwaardigste is nog wel de kamerbrede instemming met deze amateuristische volksverheffingspolitiek.