Jong en oud verdwaalt op internet

Steeds meer laptop04.jpgaspecten van het dagelijks leven worden gedigitaliseerd, denk bijvoorbeld aan bibliotheken, het aanvragen van vergunningen, bankieren en belastingaangiften. Maar de digitale vaardigheden waarover burgers beschikken lopen achter op het tempo waarin de de informatiemaatschappij oprukt. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Alexander van Deursen.

Zowel jongeren als ouderen hebben moeite met het vinden en interpreteren van informatie op internet, ontdekte Van Deursen, die onderzoek doet aan de Universiteit Twente naar digitale vaardigheden. In het artikel Using the Internet: Skill Related Problems in Users’ Online Behavior (pdf), dat hij samen met prof. dr. Jan van Dijk schreef, beschrijft de onderzoeker hoe internetvaardig Nederlanders gemiddeld zijn. De resultaten laten zien dat het met ‘mediawijsheid’ slecht gesteld is. Lees verder »

Is sexting hetzelfde als kinderporno?

Jongeren sturen cameraphonepic.jpgsteeds vaker naaktbeelden van zichzelf en leeftijdgenoten door via gsm’s. In de meeste gevallen gaat het om foto’s waarvoor vrijwillig geposeerd is en ook tegen de onderlinge verspreiding bestaat geen bezwaar. Sexting wordt deze praktijk genoemd. Het woord is een samentrekking van sex en texting (sms’en). In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten lopen jongeren die naakt- en seksfoto’s van leeftijdgenoten maken en verspreiden het risico om gestraft te worden wegens kinderpornografie. In Nederland is dat ook wel eens aan de orde geweest.

In Australië is een voorlichtingscampagne begonnen over sexting. In de campagne wordt uitgelegd dat ‘safe sexting’ niet bestaat. Aan sexting zijn bepaalde risico’s verbonden, waarvan jongeren zich niet altijd bewust zijn. Een naaktfoto kan jaren later opduiken als een werkgever online naar informatie over een sollicitant zoekt bijvoorbeeld. Maar ook in Australië worden sexting-afbeeldingen als kinderporno beschouwd.

In Canada vinden ze dat sexting niet afwijkt van andere seksuele spelletjes die jongeren spelen. Voorlichting over de gevolgen van sexting en een nuchtere kijk op de exploratiedrang van jongeren lijkt me beter dan het toepassen van een oude wet op een nieuwe praktijk.

(Foto van niky_m)

Games en marketing in bibliotheken

Steeds meer gamesbibliotheek.jpgbibliotheken bieden computergames aan en organiseren gamebijeenkomsten. De Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) bijvoorbeeld heeft in drie vestigingen een permanente opstelling van game-platforms waar bezoekers gratis kunnen gamen. Eind april vindt in Delft een symposium plaats onder de naam UGame Ulearn over de rol van games in de bibliotheek. Volgens de organisatie van de conferentie liggen er voor de bibliotheek- en onderwijswereld “kansen en mogelijkheden om met behulp van de laatste technische ontwikkelingen de eigen organisatie in de schijnwerpers te zetten. Juist door aan te sluiten bij wat de klant doet, word je een meer geloofwaardige partner en ben je beter uitgerust voor de toekomst.” Op het programma staan bijeenkomsten over marketing, mediawijsheid en  web 2.0.

(Foto van blisspix)

Facebook voor digibete ouders

Stanford-wetenschapper BJ Fogg netwerk.jpggeeft al jaren les over en op Facebook voor studenten. Nu heeft hij een cursus ‘Facebook voor ouders‘ ontwikkeld, gericht op vaders en moeders van minderjarige kinderen. Samen met zijn zus Linda Fogg Phillips, moeder van 8 kinderen, legt BJ aan ouders uit wat Facebook is en wat hun kinderen er doen. Omdat Facebook zo populair is (wereldwijd heeft de netwerksite 150 miljoen leden) moeten ouders weten wat Facebook is, zegt Fogg. Hij hoopt dat ze zelf ook lid worden en onderdeel gaan uitmaken van het vriendennetwerk van hun kinderen als die nog minderjarig zijn. Zo kunnen ze zien welke informatie hun kinderen openbaar maken en met wie ze bevriend zijn.

De cursus is gratis en begint op 19 februari as.

(Foto van cogdogblog)

Mediawijsheid kan misbruik voorkomen

Jongeren zijn foto.jpgniet altijd even enthousiast over het gebruik van nieuwe media in de klas. Waarom moeten ze bloggen en gebruik maken van een wiki? In plaats van de lesstof actief te verwerken op eigentijdse manieren en zelf iets nieuws te bedenken leunen veel studenten liever achterover om te horen wat de docent te zeggen heeft en dat te reproduceren in een paper of op een tentamen. Cultureel antropoloog Michael Wesch, winnaar van een U.S. professor of the year award vanwege zijn betrokken manier van lesgeven en deskundige op het gebied van Web 2.0, legt op zijn weblog Digital Ethnography uit waarom hij het gebruik van participerend gebruik van Web 2.0-instrumenten op school noodzakelijk vindt: “We use social media in the classroom not because our students use it, but because we are afraid that social media might be using them – that they are using social media blindly, without recognition of the new challenges and opportunities they might create.”

Onzorgvuldig en onwetend gebruik van sociale netwerken kan vervelende gevolgen hebben. Zo wordt de 16-jarige Vincent nog steeds achtervolgd door foto’s die hij twee jaar geleden op de profielensite Superdudes plaatste. De foto’s werden op een andere site geplaatst en werden in een andere context opeens door tienduizenden of misschien zelfs honderdduizenden mensen bekeken.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 20 procent van de tieners seksueel getinte foto’s van zichzelf verspreidt via gsm en internet. Deze vrijwillig gemaakte en verzonden pornofoto’s kunnen net als de foto’s van Vincent een eigen leven gaan leiden en jaren later in een andere context weer opduiken.

De online wereld heeft een ontremmend effect, zegt John Grohol van PsychCentral, een site over de geestelijke gezondheidszorg, die onder het onderzoek naar naaktfoto’s van jongeren schreef. Jongeren doen in cyberspace dingen die ze in het fysieke leven nooit zouden doen. Niemand gaat met een stapel papieren foto’s naar school om die uit te delen.

Ook Vincent kreeg met de ontremmende werking van cyberspace te maken. De scholier werd op Hyves en via e-mail met de dood bedreigd.

(Foto van cooljinny)

Fake Facebookgroepen misleiden studenten

In de classof2008.jpgnetwerkmaatschappij zijn authenticiteit en vertrouwen belangrijk. Sociale en professionale contacten kosten tijd, dus wil je weten of ze de moeite waard zijn om tijd in te investeren. Je wilt ook weten met wie je te maken hebt en je wilt weten wat de bedoelingen van de ander zijn. Geen wonder dus dat de nepgroepen op Facebook voor studenten die dit jaar met hun studie beginnen in de Verenigde Staten veel verontwaardiging wekten.

Brad J. Ward, coördinator voor elektronische communicatie aan Butler University, ontdekte onlangs dat veel Facebook-groepen met de naam Class of 2013 waren opgericht door het bedrijf College Prowler, uitgever van gidsen van en voor studenten over universiteiten. College Prowler wilde via de groepen, die zogenaamd bedoeld waren voor contacten tussen aanstaande studenten, reclame maken voor zijn gidsen. Leden van de groep die zich voordeden als studenten waren in werkelijkheid medewerkers van College Prowler.

Universiteiten vinden dat College Prowler hun naam en beeldmerken heeft misbruikt. Een decaan van een Amerikaanse universiteit sprak van ‘Facebookgate’. College Prowler heeft ook de voorwaarden van Facebook overtreden. Je mag op de netwerksite anderen niet misleiden.

Voor de echte leden van de Facebook-groepen, scholieren die een universiteit zoeken, is de affaire misschien een wijze les. Je kunt niet zonder meer iedereen vertrouwen die op internet je vriend wil zijn en zegt dezelfde interesses te hebben. Het schenden van het vertrouwen van middelbare scholieren is in dit geval erg dom. Zij vormen immers de grootste klantendoelgroep van College Prowler.

(Via Wired Campus Blog; foto van eddiehosa)

‘Leerlingen en docenten zijn niet mediavaardig’

Scholieren moeten toetsenbord02.jpgleren kritisch te googlen. Maar leraren weten ook niet goed hoe ze met zoekmachines en gevonden informatie moeten omgaan. Dat zegt onderwijskundige Amber Walraven. Op vrijdag 19 december as. verdedigt zij aan de Open Universiteit haar proefschrift Becoming a critical researcher. Effects of instruction to foster transfer.

Amber Walraven verrichtte onderzoek onder vwo-scholieren. Uit haar onderzoek blijkt dat zij tijdens hun zoektochten op internet meestal niet de zoekresultaten, informatie en bronnen beoordelen. Ze kijken vooral of de informatie in het Nederlands is, of de site snel een antwoord geeft op hun vraag en er leuk uit ziet: staan er bijvoorbeeld plaatjes en foto’s op de site. Als de leerlingen wel een inschatting maken van de zoekresultaten, doen ze dat slechts op basis van de titel en de samenvatting.

Walraven ontdekte dat leraren ook niet goed met informatie om kunnen gaan. “Docenten vertonen precies hetzelfde gedrag wanneer zij iets opzoeken dat buiten hun vakgebied valt. Dan kunnen ook zij betrouwbare pagina’s niet goed onderscheiden van onbetrouwbare. Soms slaan ze bepaalde sites over omdat daar te veel plaatjes op staan”, aldus Walraven in BN/De Stem.

Samen met leraren ontwikkelde Walraven een lesmethode waarmee scholieren wel kritisch leren zoeken op internet.

(Foto van Martin Kingsley)

Drenthe College verbiedt Hyves en YouTube

Het Drenthe novacollege.jpgCollege verbiedt met ingang van vandaag Hyves en YouTube op school “i.v.m. het verstorende karakter tijdens de lessen en werkzaamheden”. Willem Karssenberg, adviseur van de dienst Bedrijfsvoering van het Drenthe College, spreekt op zijn weblog Trendmatcher zijn verontwaardiging uit over het verbod. Karssenberg probeert in zijn werk voor het Drenthe College en Stichting Kennisnet, waar hij ambassadeur is, de kloof tussen het onderwijs en de nieuwe media te overbruggen. Hij doet dat op een bevlogen manier. Karssenberg geeft regelmatig enthousiasmerende presentaties over de vele mogelijkheden van Web 2.0 in het onderwijs. Nu op zijn eigen school Hyves en YouTube zijn verboden, heeft Karssenberg het gevoel dat zijn enthousiasme niet meer geloofwaardig is. “Al deze mensen [die zijn presentaties hebben bijgewoond; mjk] wil ik mijn excuses aanbieden als ik ze teveel heb meegesleept in mijn ideeën over hoe je nieuwe media in je onderwijs kunt inzetten. De realiteit blijkt niet zo mooi te zijn als ik soms heb doen voorkomen”, schrijft hij op zijn weblog.

Karssenberg vergelijkt het verbieden van nieuwe media op school met het verbieden van papier. “Als er vroeger in de vierde klas bij Meester Homburg achter zijn rug om met propjes papier gegooid werd kon hij vreselijk kwaad worden, maar het was voor hem nooit reden om alle papier op school te verbieden! We kregen vreselijk op ons donder en ons werd verteld wat wel en wat niet mocht. Wie zich daar niet aan hield kon naar de bovenmeester.”

De internetambassadeur pleit voor mediawijsheid en het afspreken van spelregels over het gebruik van nieuwe media in de klas. Bij het Nova College in Amsterdam pakken ze de lessen mediawijsheid iets vernieuwender aan dan in Drenthe. In het kader van de bevordering van mediawijsheid maken leerlingen van het Nova College in samenwerking met de bibliotheek en de actualiteitenrubriek NOVA reportages die ook op televisie worden uitgezonden. NovaLocal heet het project. Na het project wordt een lespakket mediawijsheid samengesteld dat wordt aangeboden aan de bibliotheken en scholen. Misschien ook iets voor het Drenthe College?

(Foto van NOVA)

TU Delft Library en DOK lanceren game over mediawijsheid

TU Delft darkink.jpgLibrary en DOK hebben samen met studenten van de TU Delft, het Grafisch Lyceum Rotterdam en de Haagse Hogeschool de game Dark Ink ontwikkeld. Het verhaal heeft als thema ‘mediawijsheid’  en speelt zich af in en rond de bibliotheek. Deelnemers worden mediawijzer door tijdens het spelen informatie te verzamelen die zij later in het spel nodig hebben bij het oplossen van vragen. Al gamend leren zij de relevantie van deze gevonden informatie bepalen.

De game Dark Ink werd ontwikkeld binnen het samenwerkingsverband UGame-ULearn, een samenwerkingsproject van TU Delft Library en DOK (Openbare Bibliotheek Delft). Een dergelijke samenwerking tussen een universiteitsbibliotheek en een openbare bibliotheek is uniek in Nederland.

Door de digitale samenleving krijgen bibliotheken en informatiecentra te maken met veranderingen in lees-, leer- en informatieprocessen. Dit maakt het verkennen van nieuwe mogelijkheden van informatieverwerking noodzakelijk.

TU Delft Library ziet gaming als een middel tot het zoeken naar nieuwe samenwerkingsverbanden, de implementatie van nieuwe media en een betere toegang tot de doelgroepen. TU Delft Library neemt temidden van andere universiteitsbibliotheken in Nederland het voortouw in het verkennen van de mogelijkheden van gaming.

(Afbeelding van The Shifted Librarian)

Googlization als probleem

Is het googelen.jpgweb een reusachtige bibliotheek of een variant op Orwell’s Big Brother. Deze vraag stelt mediacriticus  en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam Geert Lovink in zijn essay The society of the query and the Googlization of our lives. “I recently heard a less geeky family member saying that she had heard that Google was much better and easier to use than the Internet”, zegt Lovink om aan tegeven hoe alomtegenwoordig Google is. Een van de problemen die Lovink in zijn boeiende essay signaleert is dat er weliswaar onmetelijk veel informatie beschikbaar is, maar dat we vaak niet de goede vraag weten te stellen en dus geen juist antwoord krijgen. Lovink vreest dat de kwaliteit van de antwoorden zal blijven afnemen omdat we niet leren om kritisch na te denken en vragen te stellen. En ondertussen verwerft Google meer macht over de beschikbare informatie omdat alles in de datacentra van het bedrijf bewaard wordt. De apparaten waarmee we online gaan worden steeds kleiner. Zie bijvoorbeeld het succes van de iPhone en de hooggespannen verwachtingen waarmee Googles variant, de GPhone, is ontvangen.

(Foto van Matt Seppings)