*

Marie-Jose Klaver » Wetenschap :: nrc.nl

Wetenschap


Pro ana waarschuwing helpt

Websites die proanafoto.jpgjongeren verleiden tot anorexia, ook wel pro ana-sites genoemd, worden minder bezocht als bezoekers eerst een waarschuwingstekst te zien krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van wetenschappers van de Universiteit Maastricht. Het effect van een automatisch verschijnende waarschuwingstekst is volgens de onderzoekers zelfs veel groter dan verwacht. Een derde van de internetgebruikers die van plan waren om een pro ana site te bezoeken haakt af na het verschijnen van de tekst. Over de oorzaak van het effect zijn de wetenschappers het nog niet eens. Het is onduidelijk of de bezoekers de sites niet bezoeken omdat ze gehinderd worden en nog een keer klikken te veel moeite vinden of vanwege de inhoud van de waarschuwingstekst.

Een artikel over dit onderzoek verscheen onlangs in het maartnummer van het wetenschappelijk tijdschrift International Journal of Eating Disorders.

Uit eerder onderzoek van de Universiteit Maastricht bleek overigens ook al dat waarschuwingsteksten helpen.

(Foto van bejealousofme)

‘Simulatie veroorzaakt problemen’

Sherry Turkle, smeltendijs.jpghoogleraar aan MIT, schreef in de jaren negentig een boek over virtueel leven, getiteld Life on the Screen. Het intensieve online leven dat Turkle in dat boek beschrijft, is anno 2009 voor veel mensen dagelijkse realiteit geworden. Heel veel internetgebruikers in westerse landen nemen intensief deel aan sociale netwerken en regelen een groot deel van hun leven digitaal. Met de realiteit gaat het niet zo goed, stelt Turkle in haar nieuwste boek Simulation and Its Discontents (MIT Press). Simulatie, gebruikt door onder meer architecten, recrutenopleiders, wapenbouwers en medici, zorgt voor minder contact met de realiteit. Dat concludeert Turkle uit interviews met wetenschappers en professionals die ze voor het boek heeft gehouden. Lees verder »

Studenten ontsluiten middeleeuws boek op wiki-wijze

Studenten van olifant.jpgde Radboud Universiteit Nijmegen ontsluiten het middeleeuwse boek Der Dieren Palleys op ‘wiki-wijze’. Het in 1520 in Antwerpen verschenen Der Dieren Palleys is een Nederlandse bewerking van de Latijnse Hortus Sanitatis uit 1491. Der Dieren Palleys, een laatmiddeleeuwse ‘literaire zoo’, is niet erg bekend, ook niet onder letterkundigen. Daarin willen de Nijmeegse studenten Nederlandse taal en cultuur verandering brengen. Op een wiki werken ze samen aan een populair-wetenschappelijke uitgave van het boek.

Het idee voor de wiki is afkomstig van Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit. Hij vroeg tijdens een mastercollege wat er komt kijken bij de uitgave van een middeleeuws boek voor een modern publiek. Het transcriberen van de teksten gaat op een wiki sneller omdat studenten kunnen samenwerken. Het samenwerken maakt hen volgens Oosterman bovendien fanatieker. Na een paar weken werden ze vreselijk fanatiek. Door de logboekfunctie kon ik zien dat ze ’s nachts om twee uur nog aan het werk geweest waren. In een week of tien werd het hele boek, met 386 lemma’s, door zeven studenten verwerkt”, aldus de hoogleraar.

De tekstuitgave van (een selectie uit) Der Dieren Palleys, bezorgd en van commentaar voorzien door studenten Nederlands van de Radboud Universiteit Nijmegen, zal verschijnen bij Uitgeverij Verloren, Hilversum.

Artis Bibliotheek digitaliseert zeldzame prenten

De Artis artisbibliotheek.jpgBibliotheek is begonnen met het digitaliseren van de prentenverzameling Iconographia Zoologica. De Artis Bibliotheek is onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. De Iconographia Zoologica, geordend volgens de negentiende-eeuwse indeling van het dierenrijk, fungeerde als papieren databank voor de zoöloog in vroeger dagen.

De collectie, die een unieke bron voor de geschiedenis van de dierkundige prentkunst vormt, is in de negentiende eeuw begonnen door T.G. van Lidth de Jeude en voortgezet door R.T. Maitland. De ordening is op diersoort. Getracht werd van elke diersoort tenminste één afbeelding te hebben. In veel gevallen zijn er meer prenten van één soort. De prenten zijn opgeslagen in 226 houten boekdozen. De meest opvallende gouaches en aquarellen, zoals van Maria Sibylla Merian, worden bewaard in de zogenaaamde Notariskast.

In het kader van het nationale digitaliseringsprogramma Het Geheugen van Nederland is bij de Bijzondere Collecties gestart met de digitalisering van circa 20.000 prenten van zoogdieren en vogels. Een speciaal fonds van het Amsterdams Universiteitsfonds is opgezet om te kunnen doorgaan met de digitalisering van de prenten van andere diersoorten.

Door de digitalisering wordt de collectie voor iedereen wereldwijd toegankelijk en kunnen de originele prenten beter worden geconserveerd.

College over de interpretatie van digitale cultuur

De opkomst avatar.jpgvan nieuwe digitale media hebben de kunsten voorgoed veranderd. Kunstenaars creëren nu kunstwerken die zo hybride van aard zijn dat ze niets meer van doen lijken te hebben met de traditionele onderverdeling in de kunsten (zoals schilderkunst, muziek, literatuur, theater, poëzie en theater). Hoe doorgrond je de poëtica van de nieuwe e-cultuur? Onder de titel Het kraken van de code: over de interpretatie van digitale cultuur gaat op woensdag 11 maart as. een nieuwe interdisciplinaire collegereeks van start aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens vier woensdagavonden in maart en april zijn er hoorcolleges waarin wetenschappers uit verschillende disciplines inzicht geven in de manier waarop hedendaagse nieuwe mediakunst benaderd kan worden. De collegereeks is onderdeel van het programma van de Illustere School van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA, waarin onderwijs en andere activiteiten voor niet-reguliere studenten wordt aangeboden.

(Afbeelding van Jared Tarbell)

Leven in de media en een aanslag voorkomen

Mark Deuze laptops02.jpgis bezig met een nieuw boek over leven in de media. Deuze, nieuwe media wetenschapper aan Idiana University en Universiteit Leiden, heeft het bewust over leven in en niet met de media, schrijft hij op zijn weblog. Ons leven is zo doordrongen van media, informatie en communicatietechnologieën dat we ons voortdurend ‘in de media’ bevinden. “Our media environment has become a key site of how we give meaning to the converging context of how we live, work, and play, as media connect us to each other, to our entertainment, and to our work – all at the same time”, aldus Deuze.

Het verhaal van een potentiële verijdelde massamoord via Idols, Wikipedia en Twitter in Wired Campus Blog is een mooi voorbeeld van leven in de media. Student Jeremy Boggs zapte weg van American Idol en bekeek het Wikipedia-artikel over de dichter Langston Hughes. Iemand had een nogal vreemde tekst toegevoegd aan het artikel: “I GO TO LIFT FOR LIFE ACADEMY… I’M GOING TO SHOOT EVERYBODY AT THAT SCHOOL…” Boggs meldde het op Twitter en vroeg wat hij moest doen. Hoogleraar geschiedenis Marjorie McLellan uit Ohio zei dat hij de politie moest bellen. Andere Twitteraars begonnen mee te denken en zochten uit waar de Lift for Life Academy is. Toen de politie de volgende ochtend de school, die zich in St. Louius bevindt, bezocht bleek het op een loze kreet te gaan van een jongetje in de laatste klas van de basisschool. Een hoop ophef over niets? In het mediatijdperk heeft alles betekenis en gevolgen.

(Foto van Sam Greenhalgh)

Online profiel steeds belangrijker

Voor studenten identiteit.jpgen wetenschappers wordt een goed online profiel steeds belangrijker. Dat schrijft universitair docent nieuwe media David Parry op zijn weblog Academhack. Je presentie op internet is misschien wel belangrijker dan wat je hebt gestudeerd. Een online profiel behelst natuurlijk meer dan een profiel op Facebook of LinkedIn. Het gaat om het samenspel van zoekresultaten en de deskundigheid die blijkt uit bijvoorbeeld een weblog, discussiebijdragen en wetenschappelijke publicaties. Parry spreekt dan ook niet van profiel, maar van portfolio. Google is heel bepalend voor het beeld dat van mensen ontstaat. De zoekmachine bewaart alles en bepaalt wat er als eerste verschijnt. Parry raadt studenten en jonge academici aan om zelf zoveel mogelijk controle te houden over hun online aanwezigheid. Dat kan bijvoorbeeld door lid te worden van een academisch profielennetwerk zoals Interfolio, zegt Parry. Toch zijn daar, net als aan een Facebook-profiel, nadelen aan verbonden, waarschuwt de docent. Een van de problemen bij dit soort sites is dat ze opeens de voorwaarden kunnen  veranderen. Facebook eigende zich opeens zelfs alle data van gebruikers toe.

Dat brengt Parry op zijn visie op de toekomst van het web. Het kan twee kanten opgaan, zegt hij. We kunnen een internet krijgen waar iedereen zelf zijn eigen ruimte invult of we gaan de kant van gecentraliseerde beheerders van data zoals Facebook en Interfolio. Als je naar de cijfers kijkt (Facebook heeft bijvoorbeeld 175 miljoen leden) lijken de grote netwerksites aan de winnende hand. Maar gebruikers zijn zowel mondig als grillig. Toen Facebook zich de persoonsgegevens en content van leden toeëigende, brak er een opstand uit, die Facebook ertoe dwong publiekelijk excuus aan te bieden en het beleid grondig te herzien. Her en der hoor je ook dat defriending een trend wordt in 2009. Mensen gaan schrappen in hun lijstjes met digitale vrienden.

(Foto van Michiel Jelijs)

Amerikaanse patiëntendossiers lekken uit

Medische gegevens patient02.jpgvan Amerikaanse patiënten zijn gemakkelijk op te sporen via p2p-software. Deze software wordt meestal gebruikt voor het uitwisselen van muziek, films en games, maar kan ook voor andere informatie gebruikt worden. Hoogleraar M. Eric Johnson, hoofd van het Center for Digital Strategies aan Dartmouth College, ontdekte dat hij via filesharingsoftware aan de gegevens van duizenden patiënten en artsen kon komen. Johnson vond ook een database van een ziekenhuis met de dossiers van 20.000 patiënten.De hoogleraar heeft zijn bevindingen gepubliceerd in een paper (pdf).

Het nieuws over de medische gegevens volgt op een bericht dat militaire geheimen over president Obama’s helicopter zijn uitgelekt via p2p-software. Het Amerikaanse p2p-beveiligingsbedrijf Tiversa heeft de blauwdrukken van de helicopter en de vluchtsoftware aangetroffen op een p2p-netwerk. Het lek is teruggevoerd op een Amerikaanse onderaannemer van het ministerie van Defensie, waar p2p-software op een computer bleek te staan.

(Foto van Larry Tomlison)

Snuffelend video’s zoeken

Gebruikers op videokijken02.jpgvideosites zoals YouTube en Fabchannel laten zich sturen door wat ze interessant lijkt. Volgens Ynze van Houten, werkzaam bij het Telematica Instituut, is dat normaal menselijk gedrag. Ontwerpers van videowebsites zouden hier meer op moeten inspelen, vindt hij. Dat stelt Van Houten in zijn proefschrift Searching for videos: the structure of video interaction in the framework of information foraging theory. In het onderzoek staat de vraag centraal hoe je informatiezoekers, in dit geval videokijkers, zo goed mogelijk kunt helpen om de video’s te zien waaraan ze behoefte hebben.

Van Houten vergelijkt het zoekgedrag van internetgebruikers met de manier waarop dieren naar eten zoeken (foerageren). Volgens de Information Foraging Theory (IFT) nemen we onze omgeving waar als een verzameling plekken waar informatie te halen is. Die plekken worden ‘patches’ genoemd. Een patch is in IFT niet zozeer een vindplaats maar vooral een verzameling informatie waarin we verwachten te vinden wat we zoeken.

Een van de stellingen bij Van Houtens proefschrift luidt overigens: “Het nieuwe adagium voor het internet wordt ‘vind, en gij zult zoeken’”.

(Foto van Jason Rogers)

Dieper zoeken dan Google

Google biedt peep.jpgtoegang tot onmetelijk veel informatie. Toch is er veel dat de grootste en meest gebruikte zoekmachine ter wereld niet vindt. Miljoenen databases zijn bijvoorbeeld niet goed doorzoekbaar via Google. Nieuwe zoekmachines als DeepPeep en Kosmix willen het verborgen web (ook wel deep web genoemd) ook toegankelijk maken. De zoekmachines zoeken direct in verschillende databanken. “Most search engines try to help you find a needle in a haystack, but what we’re trying to do is help you explore the haystack”, legt Anand Rajaraman, medeoprichter van Kosmix, de methodiek achter de zoekmachine uit in de New York Times.

Ook Google zelf is bezig het diepe web toegankelijk te maken. Het zoekbedrijf kijkt welke databases het meest geschikt zijn voor bepaalde zoekopdrachten en haalt vervolgens antwoorden op vragen op.

(Via New York Times; foto van jared)