Online identiteit en eerlijke signalen
Privacy bestaat
eigenlijk niet meer in onze gedigitaliseerde wereld. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is uitgehold door een combinatie van grote opslag- en zoekmogelijkheden, nieuwsgierige overheden en bedrijven en de grote openheid waarmee internetgebruikers gegevens over zichzelf openbaar maken. Sarah Perez van het weblog ReadWriteWeb schreef gisteren een interessant bericht over de volgende stap. Op het sociale web (dat sterk in opmars is, zie bijvoorbeeld de werkconferentie Overheid 2.0 op 4 december as., Change.gov van Obama en de rol die sociale media speelden bij de berichtgeving over de aanslagen in Mumbai) moet je wat van jezelf blootgeven als je mee wilt tellen. Als je niet deelt en samenwerkt word je niet serieus genomen. Maar hoe doe je dat precies? Wie ben je als je twittert, weblogt, documenten en foto’s uitwisselt? “Web 2.0 helped create a world where your identity is revealed in bits and pieces as you share snippets of your life online – a photo here, a Stumble there, a tweet, a Digg, etc.”, schrijft Perez. Grote sociale netwerksites willen volgens Perez liever dat mensen met één identiteit, het liefst hun eigen, inloggen en vervolgens publiceren en communiceren. Als deze tendens doorzet betekent dat het definitieve einde van online anonimiteit, voorspelt Perez. Dat heeft invloed op ons gedrag. Mensen gaan zich anders gedragen als ze weten dat ze constant in de gaten gehouden worden en alles wat ze doen opgeslagen wordt. Perez: “Our personal brand image will become our public identity and therefore our identity.”
Als bijna iedereen vrijwel alles wat hij of zij doet in de openbaarheid doet, hoe weet je dan wat echt is? Heb je te maken met een authentiek persoon of met iemand die heel hard zijn best doet een bepaald beeld van zichzelf neer te zetten? Bij vluchtige online ontmoetingen is dat niet zo gemakkelijk te bepalen. Of wel? Hoogleraar Sandy Pentland, directeur van het Digital Life Consortium, is ervan overtuigd dat iedereen ‘eerlijke signalen’ uitzendt die te meten zijn. In zijn boek Honest Signals: How They Shape our World (MIT Press) legt Pentland uit dat de biologische signalen die iedereen uitzendt en ontvangt een belangrijke rol spelen bij beslissingen. Pentland heeft signalen en gedragingen in organisaties en sociale netwerken geanalyseerd en laat in zijn boek zien hoe deze vorm van netwerk intelligentie in de praktijk werkt. (Via Complexity and Social Networks Blog)
(Foto van Shamanic Shift)

AEX: 316,22 


Abonneer je
woensdag 3 december 2008, 10:57 uur
Als iemand een groot aantal traceerbare signalen uitzendt via het net, dan zal dat effect hebben op diens beoordeling door de samenleving. De verwachting is dat analysesystemen van teksten voortdurend verfijnd zullen worden. De antwoorden zullen dus een vrij hoge graad van voorspelbaarheid kunnen bereiken. Voor de persoon in kwestie kan dat positieve effecten hebben als men op zoek is naar bepaalde kwaliteiten. Maar ook negatieve, als dat betekent om afgewezen te worden bij een sollicitatie. Bijvoorbeeld op een enkele uitlating die uit zijn verband is gerukt. Van studenten en gepensioneerden is bekend dat zij gemakkelijker uitgesproken meningen verkondigen, dan de actieven in de maatschappij. Voor de gepensioneerden heeft dat weinig consequenties; voor studenten zou dat desastreus kunnen zijn bij sollicitaties.
Maar er zijn ook gevolgen voor de samenleving, omdat het oordeel dat geveld wordt ook weer repercussies voor diezelfde samenleving heeft. Als die bijvoorbeeld behoudend is, dan zal dat mogelijk als effect hebben, dat personen met een uitgesproken of afwijkende mening minder kans maken op een invloedrijke positie. Nu is dat overigens altijd al het geval geweest. Het zal echter evidenter worden, omdat het met het net veel beter zichtbaar wordt. De vraag is dan – is dat goed voor die samenleving (men krijgt wat men hebben wil), of wordt een samenleving daardoor voor ‘eeuwig’ tot zichzelf veroordeeld?