
“Is het voor jou nou geen stap terug, werken voor een inferieur medium als televisie?” Met deze vraag opende vorig jaar een journalist van deze krant zijn interview met mij. Ik maakte op dat moment een nogal uitputtend promotietourtje Zomergasten en van alle provocerend bedoelde vragen stak deze het meest. De reden is simpel: ik voelde me betrapt want ik dacht vroeger ook zo, toen ik nog alleen televisie consumeerde en niet ook maakte: een minderwaardig medium voor gemakzuchtige mensen.
Ach ja, zo erg was het ook niet, maar ik besefte wel in wat voor schizofrene onderwijscultuur ik ben opgegroeid. Want hoe zou ik als tv-consument beter hebben kunnen weten over televisie? Terwijl onze cultuur primair visueel is, (tel het aantal woorden op een verkiezingsaffiche), heb ik op de middelbare school nauwelijks beelden leren doorzien. Jarenlang hebben ze me geholpen om de macht van woorden te begrijpen en te gebruiken: spreekbeurten, samenvattingen, tekstverklaringen, opstellen…
Automatisch vraag ik me bij iedere nieuwe zin die ik lees af of deze logisch volgt op de vorige, en als dat niet zo is, krijg ik van mijn brein een signaaltje. Zo ben ik afgesteld bij woorden, maar bij beelden…
Totdat ik dus zes afleveringen lang een Zomergastenprestentator mocht nadoen, en bijna elke dag wel iets ontdekte of doorzag waarvan ik dacht: Nou, dat had ik best willen weten, als tv-consument. Ik merkte dat ik anders televisie ging kijken, zoals iemand na een cursus regie of scenario schrijven voor altijd anders in de bioscoop zit. Ik ging me opeens vragen stellen als: waarom zoomen ze niet uit (oftewel komt er dan soms iets in beeld dat het close-up zou ondergraven?) Is het live (hebben ze kunnen knippen?) en zo nee, met hoeveel camera’s is dit gedraaid (oftewel, hebben ze ongemerkt kunnen knippen of niet?).
Lees verder »