Maar ondanks dit alles blijkt president SBY toch nog tijd te hebben voor zijn hobby: muziek. Afgelopen zondag bracht hij zijn derde album met zelfgeschreven popliedjes uit, uitgevoerd door verschillende artiesten. Het heeft de veelzeggende naam ‘Ik weet zeker dat ik er zal komen’. Hier is de titelsong te horen.
Al lang was duidelijk dat de president van muziek houdt. Zijn eerste album kwam uit in 2007 en schijnt een aardig succes te zijn geweest – ook op de zwarte markt. Step Vaessen van Al Jazeera maakte toen een filmpje over zijn muzikale ambities, dat hier te zien is.
Behalve een hobby is een goede stem ook goed voor het imago, in dit land waar zingen tot de nationale hobby’s behoort. Zingen is een vast onderdeel van verkiezingscampagnes. Zo is hier te zien hoe Yudhoyono kort voor de parlementsverkiezingen vorig jaar optrad op televisie. Wie weet helpt zijn derde album hem dit keer ook wel om zijn populariteit weer op te vijzelen.
Toen ik me deze week verdiepte in bedreigde dieren in Indonesië, zocht ik op internet hoe het ook alweer zit met de orang-oetans. En daarbij stuitte ik op dit filmpje. Het is al van een tijd geleden, maar toch een aanrader.
Willie Smits sprak vorig jaar bij TED, een club van creatieve, slimme of anderszins getalenteerde mensen. Smits is bosbouwkundig ingenieur en woont al decennia in Indonesië. In 1989 redde hij een orang-oetan van de vuilnisbelt. Dat veranderde zijn leven. Hij heeft een tehuis voor orang-oetans. En hij kocht een stuk land op Borneo dat hij heel zorgvuldig, op een wetenschappelijk onderbouwde manier heeft herbebost, om zo een leefomgeving voor de orang-oetans te creëren.
In 2008 bracht hij een fotoboek uit over de orang-oetans. Toen heb ik hem in Nederland nog geïnterviewd (hier te lezen voor abonnees). Bij TED legt hij uit hoe hij het herbebossen van zijn 3.000 voetbalvelden aan bos heeft aangepakt. Het belangrijkste: in samenwerking met de lokale bevolking, zodat die voelt dat het bos van haar is en het beschermt tegen buitenstaanders. Hij praat snel, dus het is een beetje opletten, maar wel de moeite waard.
Verder hier (onderaan de pagina de link naar de brief in Nature Geoscience) het dreigement van een Ierse wetenschapper dat de aardbeving in Sumatra in september nog niet de grote klapper was die geologen wereldwijd verwachten. Lees verder »
Morgenochtend in nrc.next: een verhaal over hoe ik bíjna een superzeldzame en bedreigde kleine geelkuifkaketoe had gekocht. Ik was gisteren in Oost-Jakarta op dierenmarkt Pramuka, voor een verhaal over de verdwijnende biodiversiteit in Indonesië. En daar dus, of eigenlijk in de kampong erachter, de kleine geelkuif en andere soorten van de rode lijst van de International Union for Conservation of Nature.
De markt is behoorlijk groot. Er zijn vooral veel felgekleurde tropische vogels, die de meest bijzondere geluiden maken. Het is er een kakofonie van gezang en gefladder en gekrijs. En af en toe word je verrast. Ik stond te praten met een verkoper, toen hij opeens het rieten mandje opende dat hij in zijn handen hield: twee donzige babyarendjes. Hij voedde ze zelf, met krekels.
Ze hebben er ook andere dieren. Bovenop een terrarium met veldslangen lagen in tule zakjes flinke pythons te wachten op een koper. Ernaast zaten de wél giftige cobra’s in plastic potten met gaatjes erin. De verkoper vertelde dat ze veel worden gekocht door Nigerianen, die het bloed drinken voor hun ‘mannelijkheid’.
De meeste dieren op de markt zijn niet beschermd. Maar Tri Prayudhi van natuurbeschermingsorganisatie Profauna, vertelde dat 90 procent van de dieren op zo’n markt wordt gevangen in de natuur. Soms geldt dat ook voor dieren waarvan de verkoper zegt dat ze zijn gefokt. Lees verder »
Ik was afgelopen week in Singapore, dus ik las met extra veel plezier dit lange artikel in de National Geographic. Een vrij kritisch verhaal, waarin allerlei raar beleid in Singapore de revue passeert. Zoals het staatsdatingbureau, ooit ingesteld om het geboortecijfer op te krikken. Stokslagen voor wie zijn auto overspuit. Indonesische dienstmeisjes die onmiddellijk worden gedeporteerd als ze zwanger raken. En een verbod op het niet doorspoelen van de wc.
De auteur interviewde voor het verhaal ook Lee Kuan Yew (86), die Singapore maakte tot wat het nu is. De vader van de huidige premier heeft officieel de onduidelijke titel ‘minister-mentor’, maar geen enkele Singaporees twijfelt eraan dat hij nog altijd de touwtjes in handen heeft.
In het artikel kwam Lee nauwelijks aan het woord. Maar hier is het volledige transcript van het interview te vinden. Een vrij inzichtelijk gesprek, met bijvoorbeeld interessante citaten over de onvrede bij Singaporezen over de vele buitenlanders die het land de laatste jaren heeft binnengehaald.
Zo vraagt de schrijver wat Lee zegt tegen ouders wiens kinderen niet kunnen concurreren met de nieuwkomers. “We tell them: look, they have got to work harder or they’ll become stupid.” Survival of the fittest, daar komt het op neer. Lees verder »
,,Ik hoorde mensen naar adem happen”, zei ze vandaag. In zijn veelzeggende antwoord zei hij met zoveel woorden dat dat niet nodig zou zijn, want het systeem zit zo in elkaar dat een nieuwe regering niet aan de nationale reserves kan komen of de belangrijkste bestuurders kan vervangen. Dus na één termijn zouden ze wel weer worden weggestemd, zei hij.
De boeken van Lim zeggen veel over Singapore. Zoals het korte verhaal (uit 1989) over een ambtenaar die enorm zijn best doet om zich aan alle instructies van de overheid te houden. Het leeftijdsverschil tussen zijn tweede en derde kind is precies even groot als de tijd tussen de campagnes ‘twee is genoeg’ en ‘neem er drie of meer, als je het kunt betalen’. Wanneer hij bezwijkt aan stress, blijkt de remedie om af en toe naar Maleisië te gaan om afval op de grond te gooien, te spugen, het eigen dialect te praten en alle andere dingen te doen die in Singapore niet kunnen.
,,Dat gebeurt in het echt ook!”, zegt Lim. Ze vertelt over vrienden die over de grens hun sigarettenpeuken op straat gooien. Of naar travestietenshows in Thailand gaan.
Toch is Lim niet alleen negatief over Singapore en de regering. Lees verder »
In december interviewde ik in Bangkok de Amerikaans-Birmese schrijver en historicus Thant Myint-U, net voordat hij een gesprek zou hebben met Maxime Verhagen (hier te lezen voor abonnees). Een interessante man met verfrissende ideeën. Al jaren verzet hij zich tegen de sancties die de westerse wereld tegen het land heft, met als argument dat de generaals de enige zijn die van isolatie profiteren.
Zijn belangrijkste boek The River of Lost Footsteps is een zeer goed geschreven geschiedenis van Birma, waar de geschiedenis van zijn eigen familie doorheen speelt. Hij is de kleinzoon van U Thant, die in de jaren zestig secretaris-generaal van de Verenigde Naties was en een rol speelde in de eerste regering van een zelfstandig Birma.
In zijn boek zet Myint-U een paar misverstanden recht. Zo schrijft hij dat de wereld ten onrechte denkt dat Birma een veelbelovend en relatief welvarend land was toen het onafhankelijk werd. Dus niet. Toen de Britten in 1948 definitief vertrokken werd het land al verscheurd door burgeroorlog, wat eigenlijk tot nu het geval is. Lees verder »
Deze week een interessant verhaal in het blad Foreign Policy over de vraag of de massaslachting door de Rode Khmer moet worden berecht als genocide of niet. Het lijkt er nu op dat dat toch gaat gebeuren voor vier verdachten die het Rode Khmer-tribunaal – hopelijk – nog gaat berechten.
In het artikel oordelen enkele deskundigen hard over de genocide-aanklacht, die zich toespitst op de grote aantallen Cham moslims en Vietnamezen die onder de Rode Khmer omkwamen. Schrijver Philip Short, auteur van een uiterst boeiende biografie van Pol Pot, ziet het als een actie van de Amerikaanse regering om zich van de omstandigheden die leidden tot de opkomst van de Rode Khmer te distantiëren. Zoals hij zelf beschrijft in zijn boek, creëerde de oorlog in Vietnam het klimaat waarin de Rode Khmer aan de macht kon komen.
De advocaat voor Ieng Sary, minister van Buitenlandse Zaken van de Rode Khmer, denkt dat het te maken heeft met het chronische geldgebrek van het tribunaal. “It seems like this new charge is a way to show the importance of the tribunal and to help get funding.”
Verder publiceerde de Jakarta Post dit en dit verhaal over Indonesische gevangenissen, waar alles te koop is. Lees verder »
Het was een teleurstelling dat het nationaal voetbalelftal woensdag verloor van Oman. Daardoor doet Indonesië voor het eerst sinds 1992 niet mee met Aziëcup, volgend jaar in Qatar.
Maar de wedstrijd heeft wel een nieuwe Bekende Indonesier opgeleverd. De 20-jarige toeschouwer Hendri Mulyadi, alias Eji, rende in de laatste minuten het veld op, onderschepte de bal, dribbelde op zijn blote voeten naar het doel, en… miste. Om daarna te worden afgevoerd door zo’n tien beveiligers.
Zoals zaterdag al aangekondigd: nog even een stukje over mijn ontmoeting met collega-journalist Edwin Fernandez in Mindanao, vorig jaar september. Voor mij persoonlijk de grootste toevalligheid van 2009.
De trip naar Cotabato City en omgeving was om twee redenen spannend. Ten eerste is het er gevaarlijk: er woedt al decennialang een burgeroorlog, die sinds augustus 2008 weer een opleving doormaakte. Soms worden er buitenlanders ontvoerd. Maar voor mij was het ook de plek waar mijn oudoom Jan ooit had gewoond, toen hij missionaris was in de Filippijnen.
Oom Jan, die in 2000 overleed, had 32 jaar in de Filippijnen doorgebracht. Hij was novicenmeester in Cotabato City en werkte lang in het kleinere plaatsje Kalamansig, ten zuiden van Cotabato. Hij hield ontzettend van de Filippijnen, en als hij in Nederland was, hoorden we graag zijn verhalen. Hij was een soort ontwikkelingswerker avant la lettre. Hij was de eerste die ik interviewde, als tweedeklasser op de middelbare school.
Voordat ik afreisde naar Mindanao had ik Edwin al een paar keer gebeld. Hij was mij aangeraden door collega’s die al eerder in het gebied hadden gewerkt. Toen we elkaar ontmoetten, vertelde ik hem over mijn oudoom en was hij gelijk geïnteresseerd. Zijn radiostation bleek eigendom van de orde der Oblaten, waar mijn oom bij had gehoord. Toevallig. Maar hij kende hem niet.
Tot ik me bedacht dat ik me had vergist in de achternaam van mijn oom. Ik kwam erop terug, vertelde dat hij Jan Kuilboer heette. Toen ik dat zei was Edwin sprakeloos. En toen zei hij: ,,Jouw oom is degene die mij naar de universiteit heeft gestuurd”. Lees verder »
Ten eerste: aan alle lezers een gelukkig 2010 gewenst!
Mijn goede voornemen is om dit weblog regelmatiger te updaten en om jullie beter op de hoogte te houden van interessante artikelen en rapporten die over dit deel van de wereld verschijnen. Vandaar nu een stukje over dit recente rapport van de voortreffelijke International Crisis Group, over de massamoord in de Zuid-Filippijnen.
Net zoals de rest van de wereld schrok ik enorm toen ik in november hoorde over de moord op 57 mannen en vrouwen in Maguindanao, een provincie op het zuid-Filippijnse eiland Mindanao. Zij werden gedood door het privéleger van de lokale warlord en de facto gouverneur Andal Ampatuan Sr. Een groot deel was vrouw. En ruim twintig waren journalist, waarmee het de grootste slachting van journalisten op één moment in de geschiedenis is.
In september was ik zelf in dit gebied, om te schrijven over de al decennia durende burgeroorlog tussen afscheidingsbeweging MILF en het leger. Lees verder »