Sms’jes uit Rawagede
Het is toch gelukt: een deel van de Kamerleden die Indonesië bezochten, heeft zondag gesproken met nabestaanden uit het dorp Rawagede. Op initiatief van Harry van Bommel (SP) en Joël Voordewind (Christenunie) zijn twee weduwen en overlevende Saih naar het Marriot hotel in Jakarta gekomen. Terwijl het gesprek bezig was, liep Harm Evert Waalkens van de PvdA ook langs, en die is toen ook maar aangeschoven, ook al was hij eigenlijk tegen een ontmoeting.
Het was een lange reis voor de tachtigplussers, maar ze vonden het wel leuk. Voor Saih was het al de vierde keer dat hij voor deze zaak naar Jakarta kwam. Niet erg: elke keer worden ze lekker mee uit eten genomen door Batara Hutagalung van het comité Nederlandse Ereschulden in Jakarta.
Het moeilijke van zo’n gesprek blijft dat je de nabestaanden zo weinig te bieden hebt. Dat geldt al helemaal voor Kamerleden, die door de nabestaanden toch worden gezien als ‘de Nederlandse staat’. Weduwen Wanti en Wisah gingen naar het gesprek toe met het idee dat ze de parlementariërs konden vragen om geld voor een huis. Een van de twee woont bij haar broer in. Maar de Kamerleden wilden alleen praten over ‘verzoening’: de uitkomst van het gesprek is dat er misschien een paar Nederlandse veteranen naar Rawagede komen voor een herdenking.
Maar het geldt ook voor mij, dat mensen die je spreekt meer verwachten dan je als journalist te bieden hebt. Sinds ik in Rawagede ben geweest, krijgt ik sms’jes van een familielid van een weduwe die ik toen heb gesproken, met vragen over hoe het nou zit met de kompensasi. Eerst antwoordde ik maar dat ik daar niet over ga, en dat ze dat het beste kunnen vragen aan de voorzitter van de Rawagede-stichting. Maar zo’n formeel antwoord werkt natuurlijk voor geen meter. Nu sms ik maar terug dat er voorlopig geen kompensasi komt omdat de Nederlandse overheid dat niet wil geven. Kan het alleen nog maar meevallen, mocht er ooit nog geld die kant op gaan – uit welke hoek dan ook.
Vanuit Nederland reageert men soms een beetje zuinig op dit soort verhalen. Zo van: zie je wel, het gaat ze alleen maar om het geld. Maar ja, als je op je tachtigste een matras deelt met je kleinkind, als je maar één keer per maand een klein stukje kip kunt eten, of als je weet dat je bankroet bent als je een keer naar het ziekenhuis moet, dan is geld gewoon belangrijk.
Wat overigens niet betekent dat ze verzoening níét belangrijk vinden. Saih zei een paar keer dat Nederlandse veteranen niet bang moeten zijn om naar zijn dorp te komen. Alles is vergeven, ze zijn meer dan welkom.



Abonneer je
vrijdag 24 oktober 2008, 0:03 uur
In het eerste verslag dat in de krant stond dat iemand uit Rawagede had gezegd dat de soldaten kleurling waren en de Officieren blank. Kan er met zekerheid uitgevonden worden welke kleur de soldaten hadden. Het staat buiten kijf dat ten allen tijde het Nederlandse gezag verantwoordelijk was van wat er gebeurde, maar wie die soldaten waren is belangrijk want gekleurd dan was het KNIL waren zij blank dan waren het hoogwaarschijnlijk dienstplichtigen, heel misschien vrijwilligers,maar van dienstplichtigen is het niet voor te stellen dat zij hierbij betrokken waren.Toen in 1948 mijn trein werd aangevallen en in het ravijn stortte, dat gebeurde in dat gebied,bij Poerwakarta, heeft een compagnie papuas,zoals mij werd verteld,in het dichtsbijzijnde dorp “huisgehouden”.Maar Molukkers van het KST, lijken op Papuas, ik heb nooit gehoord van Papua soldaten.
vrijdag 24 oktober 2008, 10:11 uur
Kompensasi.
Reeds de eerste bloedige politionele economische actie van Nederland had internationaal aandacht getrokken. Echter niet zo ‘relevant’ voor het christelijk Nederlandse volk en de internationale rechtsorde? Toen en nu! De twee periode van ‘Nederlandse economische acties’ waren vaak gevaarlijker voor de Indonesiërs en ook voor de andere direct betrokkenen: christen en moslim Indische Nederlanders (Totoks en Indo’s, ik moet de Molukkers niet vergeten) en boeddhistische Chinezen, dan de wrede shinto/boeddhistische Japanse bezettingsjaren. Het risico het leven te laten als gevolg van geweld explosies was groot. Hoeveel christen en moslim Indische Nederlanders en boeddhistische Chinezen er in de laatste bevrijdingsoorlog zijn omgekomen als gevolg van direct geweld, is niet bekend. Wel bekend is dat er rond mijn geboortejaar nog ongeveer 250.000 Indo’s (Euroaziaten) geregistreerd waren.
‘Sinds ik in Rawagede ben geweest, krijgt ik sms’jes van een familielid van een weduwe die ik toen heb gesproken, met vragen over hoe het nou zit met de kompensasi’ vernemen we van Elske Schouten in NRC.
Zou het antwoord niet kunnen zijn: materiële zaken (o.a achterstallige salarissen, oorlogsschade etc.), werden conform de regelingen getroffen, tijdens de Ronde Tafel Conferentie, met de soevereiniteitsoverdracht in 1949 aan Indonesië overgedragen. Alle rechten en plichten van Nederlands-Indië als zelfstandig rechtspersoon ( ingesloten oorlogsschade, ontstaan tijdens de jaren van de laatste bevrijdingsoorlog) waren aldus overgegaan op de nieuwe republiek Indonesië.
Opmerkelijk is de internationale aandacht in die jaren. In 1947 riep De Veiligheidsraad al op tot een staakt het vuren. De nieuw gevormde republiek Indonesië en Nederland werden gedwongen – bijgestaan door een VN-commissie – aan de onderhandelingstafel te gaan zitten.
Het lijkt me dat de zogenaamde politionele economische acties en in het verlengde daarvan: ‘kompensasi’ voor alle betrokkenen, in het licht zouden kunnen worden gehouden van het kader van de internationale rechtsorde. Meer specifieker: ‘misdrijven tegen de vrede’ en ‘misdrijven tegen de menselijkheid.’Sinds de Militaire Tribunalen (Geallieerde Militaire Tribunalen) van Tokio en Nürnberg wordt met een missie tegen de vrede, een agressieoorlog bedoeld.
Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagens voorganger Ben Bot (Totok) heeft een aantal jaren terug namens de regering al intense spijt betuigd over de gewelddadige en pijnlijke wijze waarop de wegen van Nederland en Indonesië zich door het Nederlandse optreden hebben gescheiden. En ‘verzoening’: sussend, de vrede herstellen heeft voor christenen en hun politiek, nadat het in Leviticus 16 opdook (zich verschonen) toch geen enkele (actuele) betekenis meer!
woensdag 29 oktober 2008, 9:17 uur
1) …….gekleurd dan was het KNIL……..
KNIL: alle schakeringen ‘van blank tot bruin.’
‘In elk geval was het bij die tienduizenden KNIL-lers, waaronder de Indische Nederlanders (Totoks en Indo’s MECR), Ambonezen, Molukkers, Nederlandse KNIL-lers en zgn. Inlandse strijdmakkers niet bekend, denk ik.’
Bron: Moesson. Drs. G.C. Frederiks. Dubbele of meervoudige moraal rond Indische nabetalingen
woensdag 29 oktober 2008, 9:32 uur
1) – 3) sorry, ik ben zwart vergeten!
In Beelden van de Japanse bezetting van Indonesië. Persoonlijke getuigenissen en publieke beeldvorming in Indonesië, Japan en Nederland. Redactie: Remco Raben Waanders-NIOD 1999 kunnen we ook lezen dat Surinamers KNill-lers waren
woensdag 29 oktober 2008, 17:52 uur
matras delen,
sorry, ik moet even wat recht zetten. in de kampong is het doodnormaal, dat kinderen bij de ouders of grootouders slapen. in de ogen van de mensen uit de kampong is het absoluut uit den boze, dat je je baby in een eigen kamer te slapen legt. de baby moet juist de warmte van het moederlijf voelen en zich daardoor geborgen voelen. het is ook uiterst vreemd dat je je ouders opbergt in aparte huizen voor oude mensen. het gaat hun bevattingsvermogen natuurlijk absoluut te boven, dat wij onze ouders vermoorden (euthanasie). maar ik logeer graag en vaak bij mijn vrienden in de kampong: schone lucht, lekker eten en absolute gastvrijheid.
om even terug te komen op rawagede: ik ben blij dat er een paar politici de moed hadden om toch een ontmoeting te arrangeren. tenenkrommend de opmerkingen van die baal van de vvd. dezelfde soort politici gaven opdracht voor onze oorlogsmisdaden op java, celebes, enzovoort. ze zullen het nooit leren, zelfs niet als je hen aan hun haren erbij sleept.
donderdag 30 oktober 2008, 9:52 uur
Dienstplichtigen.
Het einde van het christelijke koloniale Nederlandse bestuur, dat eeuwenlang gekenmerkt werd door economische motieven en een complexe, rommelige en tegenstrijdige constructie, zou wel moeten eindigen in een bloedige gewelddadige krachtmeting tussen kolonialisme en nationalisme. Feit blijft dat niet alleen in vroeger eeuwen, maar ook in de twintigste eeuw bewoners en (land)arbeiders door het hardvochtige christelijke Nederlandse militaire regime niet alleen slecht werden behandeld echter ook stelselmatig werden kapotgemaakt.
De massamoord, ingesloten in de zogenaamde politionele acties met onderliggende economische motieven, in het dorp Rawagede op West-Java, werd en dat is opmerkelijk, uitgevoerd door zeer jonge dienstplichtige infanteristen van de Koninklijke Landmacht, alweer zestig jaar geleden. Dat was wel zeer speciaal, want veel andere excessen of oorlogsmisdaden waren het werk van KNIIL-beroepsmilitairen die gehard waren door hun ervaringen met het boeddhistisch-shintoleger van Japan en de concentratiekampen (velen werden direct, met dubieuze gezondheidsverklaringen, weer ingezet!) en de Birmaspoorlijn. De divisies van dienstplichtigen werden tentara soesoe, ‘het zachte leger’, genoemd. Ze stonden, net als in Afghanistan en andere oorlogsgebieden waar Nederland al dan niet onwettig en ondoelmatig actief is, zogenaamd vriendelijk tegenover de bevolking: the Dutch threat.
De Excessennota is in feite een overzicht van bijna 600 zaken van geweldmisdrijven en plunderingen, die door Nederlandse militairen zijn bedreven en die destijds door krijgsraden zijn berecht. Ze variëren van het in brand steken van verdachten en verkrachtingen van vrouwen en kinderen, tot zware mishandelingen en diefstallen.
Het is alweer 20 jaar geleden dat de historicus dr. Lou de Jongis in deel 12 van zijn geschiedschrijving met zijn keuhard eindoordeel over de christelijke Nederlandse regering naar buiten kwam: “Van háár ging de opdracht uit om de Republiek Indonesië te bedwingen, dat wil in Nederlands perspectief zeggen een gewapende opstand neer te slaan, en zij wist na enige tijd dat dit bedwingen gepaard ging met excessen en zij heeft, toen zij dat wist, onvoldoende ingegrepen.”
Lex Meeuwesen geeft een trefzeker inkijkje in een cultuur, heden terug te vinden bij meer dan een miljoen Indische Nederlanders: hun roots.
donderdag 30 oktober 2008, 11:15 uur
Hee die meneer Lex,
Oh nou dan valt het wel mee, en gaat u vast op uw tachtigste ook een matras delen met uw kleinkind, slechts één keer per maand een klein stukje kip eten, en dan de wetenschap hebben dat u bankroet zult zijn als u een keer naar het ziekenhuis moet.
Ik kom u wel zo af en toe opzoeken om mijn rijkdom te verzilveren met hedonisme en romantiek, lavend aan uw schone lucht, lekker eten en uw ab-so-lu-te gastvrijheid.
Jottem,
Rogier.
donderdag 30 oktober 2008, 12:24 uur
Mijnheer Roos,
Ik ben een tweede generatie Indische Nederlander. Mijn vader zwoegde 2,5 jaar in Birma, mijn moeder (thans 81) ooit opgesloten in een vrouwenkamp op West-Java. Ben dus, geheel volgens jullie wensen, hollandser dan de Hollanders, kasar en niet haloes.
Want hoe zeer u het wellicht zoudt willen, het ‘trefzekere inkijkje’ in de zogenaamde Indische cultuur van heer Lex M. is volstrekt niet op mij, en velen van ons, van toepassing. Heb geen flauw idee wie solidariteit en uniformiteit ooit heeft toegedicht aan de Nederlands-Indische gemeenschap, met alle cultuurcliche’s in het kielzoch.
Daarnaast, zoals u ongetwijfeld zult weten bevinden zich in mijn bevolkingsgroep buitengewoon veel veteranen. Het zijn veelal diezelfde veteranen die de vermoorde onschuld spelen. Zij bevinden zich nota bene in mijn bloedlijn. Het werd en wordt mij ten zeerste verweten dat ik ‘execessen’ in familiekring bespreekbaar tracht(te) te maken, en voor Lou de Jong had men destijd een pasklare oplossing..
Natuurlijk, ik zie veel (verborgen) hartzeer onder de oudjes en als ik de fotoalbums van mijn grootouders en andere planters bekijk, dan besef ik het verlies. Wat rest is het onvermogen om de geschiedenis, en vooral zichzelf te kunnen ontstijgen.
Nogmaals, het eerste slachtoffer in een gewapend conflict is het gezond verstand. Maar misschien heb ik makkelijk praten want ik was er toen helemaal niet bij. Het was immers hún oorlog, en maak het bovenal niét de mijne.
Maar wij zijn met ons allen nog stééds voorbij aan het gaan aan het lot van de nabestaanden aldaar. Want ik ga zo naar moeders en houd haar hand in haar levensavond in palliatieve zorg. Ze slijt haar levensavond overigens niet op een gedeeld matras in een kampong zonder morfine, maar dat geheel terzijde.
donderdag 30 oktober 2008, 13:50 uur
Geachte Rogier K.
Nabestaanden aldaar. Wertheim sprak in zijn oratie Amsterdam 1948, over 8 a 9 miljoen inheemsen met een Europese (Nederlandse) voorouder. Vader, grootvader. Onze gemeenschappelijke (Indische) geschiedenis is voor ons, een herwaardering aangaande culturele uitingen. Het gaat om dichtbij, maar ook om afstand, om contrast, om perspectieven. ‘Wij zoeken in het verleden niet alleen het gelijksoortige, dat aan onze eigen verhoudingen beantwoordt, maar evengoed de tegenstelling, het geheel vreemde. Juist uit die spanning van het begrip tussen ver uiteenstaande polen wordt het historisch verstaan geboren.’ (Huizinga) Juist ‘[..] het is ook uiterst vreemd dat je je ouders opbergt in aparte huizen voor oude mensen.[..]’ zo raak getroffen en ondenkbaar in de Indische cultuur, was voor mij zo herkenbaar.
Ik heb aan den lijve mogen ondervinden hoe het leven van Nederlandse christenen en haar mede gekleurde Indische Nederlandse christenen en moslims een zogenaamd christelijk gezicht kreeg rond 1951(mijn geboortejaar: Modjokerto, Oost-Java) op locatie Java en Indonesië. De christelijke leer (o.a. naastenliefde) zou de afgelopen (koloniale) eeuwen van grote invloed geweest moeten zijn op zorgdragen voor ouderen en jongeren en niet op zogenaamde etniciteit. De wijze waarop christenpolitici, in ons geval (u hebt inmiddels begrepen dat ik een Indo ben: zie o.a. reacties van mij onder de relevante rubrieken) uit de KVP, ARP en CHU (het huidige CDA), retorisch eigenschappen toeschreven aan de ander van de ‘eigen groep’, vertoont sterke overeenkomst met mechanismen die bij de constructie van ‘ethnic othering’ een rol spelen. Ik beperk me tot 1953, het jaar van mijn vlucht uit (de resten van) ‘een bloedbad’ naar Nederland. Het kabinet Drees III bestaande uit de voorlopers van het CDA: KVP, ARP en CHU en uit de Partij van de Arbeid droeg in 1953 regeringsmacht. Vanuit zijn christelijke wortels kunnen we uit Kamerstukken de uitlatingen van minister Van Thiel van Maatschappelijk Werk (KVP, huidige CDA) weergeven: “De regering heeft de overtuiging, dat de belangen van het overgrote deel van de in Indonesië (het grootste moslimland ter wereld, MECR) geboren en getogen personen van Nederlandse nationaliteit het beste zijn gediend met een voortgezet verblijf in Indonesië. [ .] De ervaring heeft echter geleerd, dat de overkomst naar Nederland voor de Indische Nederlander, zowel voor ouderen als jongeren (impliciet benoemt christen Van Thiel mij – gedoopt door een missionaris – dus ook!), vaak een ontworteling betekent, die onherstelbaar is.” Deze ontmoedigingspolitiek eindigde pas einde 1956, omdat Indische Nederlanders steeds meer in gevaar kwamen in Indonesië.
Wij, inclusief de meer dan 10.000 Indo-moslims (vijftiger jaren) en wat later de ongeveer 50.000 Javaanse soennieten (zeventiger jaren) via Suriname, hebben op korte termijn het perspectief genomen om op basis van onze cultuur ten volle deel te nemen aan de Nederlandse economie, onderwijs en samenleving. Eveneens op basis van onze culuur in de VS, Canada en Australië etc. Eind november ga ik met mijn 86 jarige Indische moeder ( buitenkamp tijdens de ‘boeddhistische-shinto’ jaren. 1922 Djokjakarta) naar Australië, haar kleinkinderen bezoeken!
vrijdag 31 oktober 2008, 4:06 uur
Evenzeer geachte heer Roos,
Dank voor uw toelichting. De door u geciteerde onherstelbare ontworteling neem ik nog maar een keer ter nadere overpeinzing, en wens u en uw moeder bovenal een behouden reis. Het zal ongetwijfeld een bijzondere gebeurtenis worden waar ik u en uw moeder in alle oprechtheid gaarne voor wil complimenteren.
Desalniettemin, het ontgaat mij in uw betoog de relatie te ontdekken met dat waar het hier even om gaat: de inhoud van het artikel van Elske Schouten. In het bijzonder het lot van de overlevenden van de slachtpartij in Rawagede.
vrijdag 31 oktober 2008, 4:44 uur
Oh neemt u mij niet kwalijk. U nam reeds een standpunt hierboven in 2. met de Ronde Tafel Conferentie en de soevereiniteitsoverdracht in 1949 aan Indonesië en Ben Bot’s intense spijtbetuigingen. R.Lubbers riep ooit ‘de kous is af’, weet u vast nog wel. Ben tenslotte benieuwd wat de door u aangehaalde internationale rechtsorde voor indruk achterlaat bij de nabestaanden van slachtpartijen.
vrijdag 31 oktober 2008, 9:58 uur
Geachte Rogier van K.
Het definitieve vertrek uit Indonesië was voor Nederlands goede naam, internationaal gezien, niet opperbest. Twee zaken speelden en werden ook gerealiseerd of zogenaamd opgelost. In de vorm van een reeks moties van de Veiligheidsraad werd de Christelijke Nederlandse overheid tot de orde geroepen door de internationale gemeenschap inclusief de Verenigde Staten. Ten tweede ‘vrijheidslievende’ Verenigde Staten dreigde met stopzetting van de Marshallhulp.
De periode 1945-1950 in de Nederlandse/Indonesische geschiedenis beschreven lijkt me voorbij te gaan aan het volgende.
Nederland was bijna bankroet. De toekomstige president Soekarno had op 17 augustus 1945 in zijn Proklamasi de republiek Indonesië uitgeroepen. De onderhandelingen tussen Indonesië en Nederland waren op niets uitgelopen. Mede tengevolge van de Nederlandse politionele acties, – voor de 70 miljoen Indonesiërs was het een bevrijdingsoorlog – was er geen geld beschikbaar voor compensatie van oorlogsschade en verlies van o.a.. huizen en andere bezittingen [mijn vader en mijn grootouders] van de 150.000 Nederlanders afkomstig uit de circa 1.000 interneringskampen en voor de 200.000 Indo-Europeanen buiten de kampen. [mijn (groot)moeder en tantes en ooms, neven en nichten. De C in mijn naam is van oom Chris, nooit teruggekeerd uit Birma!) Schrijnend blijft dat veel van het Indische vermogen ten goede kwam aan de opbouw van de boeddhistische -shinto Japanse economie. En dat door de politionele acties van de Nederlandse regering, waarbij in de boven beschreven periode meer dan 100.000 Nederlandse militairen werden ingezet, de schuld van het zogenaamde Nederlands-Indië met 2 miljard gulden was toegenomen. In 1950, na de politionele acties, bleek de totale schuld 6,5 miljard gulden te zijn. Mede daardoor zou er geen adequate vergoeding gegeven kunnen worden voor oorlogsschade en verlies van bezit voor welke groepering nabestaanden of direct betrokkenen dan ook: in Indonesië en in Nederland. (backpay) Zie ook mijn bericht 2.
Actueel.
Internationaal: De Sikhs (militairen in Britse krijgsdienst) o.a. door de Britten ingezet in Soerabaja (1945), zijn enkele jaren terug door de Britse regering uitbetaald en gecompenseerd.(hun achterstallig salaris en andere vormen van compensatie)
De parlementariërs Van der Staaij (SGP) lijkt in zijn Dagboek (Reformatorisch Dagblad 200801013) onze interesse te delen: ‘De lange vliegreis bood mooi de mogelijkheid om te spitten in de meegenomen boeken en artikelen. Het is altijd goed om wat te weten over de geschiedenis van een land dat je bezoekt.’ Zou dit laatste, exemplarisch zijn voor Kamerleden? Een werkbezoek van de Kamercommissie buitenlandse zaken, aan voormalig grondbezit, op deze wijze onprofessionele voor te bereiden?.
Het archetypisch vooroordeel. Ten slotte ‘Ontworteling.’ Ook de Hoge Commisaris mr. A. Th. Lamping achtte voor de Indonesië georiënteerde Nederlanders het Indonesische staatsburgerschap de meest natuurlijke oplossing. Een vooroordeel dat b etrekking heeft op een zogenaamd ras, lijkt me.
Het historisch ontstaan en bestaan van vooroordelen en economische belangen, wijdverbreid in de Nederlanden en de Indische archipel, zijn mede oorzaken: voor de ‘excessen’ toen en de huidige niet-activiteiten van de Nederlandse overheid, met betrekking tot alle direct betrokkenen en het geringe aantal overgebleven nabestaanden.
Zouden we Mies Bouwman – onder de ouderen van ons welbekend – niet kunnen inschakelen: Help ons dorp?
vrijdag 31 oktober 2008, 19:59 uur
Evenzeer geachte M.E.C. Roos,
Het inschakelen van Mies ‘dag-lieve-mensen’ Bouwman vind ik een spitse vondst! Het lijkt mij dat uiteindelijk alleen lieve mensen gevoelig zijn voor de noden van de nabestaanden van de slachtpartij in Rawegede, en hen daarin willen verlichten.
Wederom dank voor de opsomming van feiten in uw beschouwing van onze geschiedenis en onze (voor)ouders in de gehekelde periode 1945-1950. Historische context krijgt bij u een plek, ik lees het met interesse. De dossierkennis van de Staatkundig Gereformeerde Van der Staaij en zijn wijze en tijdstip van aandacht vind ik overigens de minste zorg. Ik gun de man zijn ritme.
Echter, als ik al deze door u aangehaalde historische wetenswaardigheden terug zou sms-en naar het eerder genoemde familielid van de weduwe in het voormalige Rawegede, dan zou mij het schaamrood naar mijn kaken stijgen. Zuiverheid ten spijt. Zou daarbij enigermate krampachtig Mies ‘dag-lieve-mensen’ Bouwman naar voren kunnen schuiven, mocht zij dat willen. Bovendien kunnen wij Indo’s de aalmoezen van Stichting Het Gebaar daarbij noemen als minimale referentie voor ‘kompensasi’.
Ben ook hier weer benieuwd wat al onze overwegingen op het NRC artikel voor indruk achter zou laten bij de overlevenden van de slachtpartij in Rawegede. Maar alles lijkt door hen te zijn vergeven, en Nederlandse veteranen zijn meer dan welkom. Daarmee lijken zij thans de enige echte lieve mensen. Je zou die oudjes daarom meer gunnen dan een gedeeld matras met een kleinkind op hun tachtigste, méér dan één keer per maand een klein stukje kip, of de beklemmende wetenschap dat je bankroet bent als je een keer naar het ziekenhuis moet.
Geld is gewoon belangrijk.
zaterdag 29 november 2008, 17:13 uur
Ter aanvulling op 8.
Moeders is onlangs overleden op 81 jarige leeftijd. Wij hebben begeleid naar haar laatste rustplaats. Je zou de oudjes uit de kampong ook een hospice gunnen met palliatieve zorg en medicatie. Het stroperige gezeur en andere verhandelingen over politieke correctheid maakt me vervelend. Zelfs een aalmoes is thans veel gevraagd. Da’s toch het minste wat je kunt bieden nadat je toendertijd het dorp liet afslachten. Zij kunnen hun benodigde Rupiahs natuurlijk ook bij hun ultra-corrupte leiders ontfutselen. Dan krijg je vervolgens die discussie discussie
Arme oudjes.