Archief voor: februari 2010


Ollanders

Mijn dochter en haar vriend zijn op de terugreis van de wintersport in Zwitserland. Bijna aan de grens willen ze nog even tanken en hun laatste francs opmaken. Na het tanken staan ze bij de kassa voor het afrekenen even te overleggen, bij een kauwgumrekje. Wat kunnen ze nog kopen, waar hebben ze nog genoeg francs voor.

Voor de meneer en mevrouw die achter hen staan duurt dit blijkbaar toch te lang, want de man zegt: „Ollanders, zeker te duur voor jullie.”

Mijn dochter en schoonzoon kijken om, zien de meneer en mevrouw staan, kijken elkaar aan, zeggen niets maar denken allebei hetzelfde: Hé, die kennen we toch? Hebben we vaker gezien! Prins Philip en prinses Mathilde van België!

Francine van Enckevort

Bouwvakflirt

Als ik op een zonnige dag met onze hond – een Rhodesian ridgeback – richting bos loop, kom ik langs een paar bouwvakkers die ontspannen met een kop koffie op de stoep genieten van de eerste zonnestralen. In het voorbijgaan voel ik dat hun ogen mij goedkeurend volgen.

Toch leuk, ik ben vijftig en dacht dat die aandacht voorbij zou zijn. Ik wens de heren dan ook stralend een goedemorgen en grijns tevreden totdat ik, als ik eenmaal gepasseerd ben, de één met een stem vol bewondering tegen de ander hoor zeggen: „Jezus, wat een mooie hond.”

Caroline Hartogh Heys

Tandwissel

Onze tandarts is een gepassioneerd sportliefhebber en het is algemeen bekend dat je je afspraak beter kunt afzeggen als ‘zijn’ PSV de dag ervoor heeft verloren. Ik lig nog maar amper in de behandelstoel of hij begint te klagen dat hij de hele nacht geen oog dicht heeft gedaan. De schrik slaat me om het hart, PSV heeft toch niet gespeeld? En terwijl hij bezig is, doet hij uit de doeken welk ongekend drama zich in Vancouver voltrok. Mijn „oe” en „aa” lijken hem aan te sporen bij de behandeling. Als ik een pijnlijke grimas trek, zegt hij: „Denk er maar eens aan wat Gerard Kemkers nu doormaakt, dat doet pas pijn.”

Emmanuel Naaijkens

Gefusilleerd

We herdachten zondag bij de gedenksteen op de Prins Hendrikkade in Zaandam dat hier 65 jaar geleden onze over/groot/vader S. J. P. Bakker werd gefusilleerd, omdat hij illegaal Trouw en Vrij Nederland drukte in Amsterdam. Ik wilde een familiefoto, dus vroeg een oudere man die langsliep. Ik legde uit en wees op de steen. „Daar is hij niet gefusilleerd”, zei de man, „maar daar.” Hij was erbij geweest! Hij werd als achtjarige gedwongen om te kijken hoe in totaal tien Nederlanders aan de kade vermoord werden. We dankten hem hartelijk voor zijn geëmotioneerde verhaal. Hij nam de foto en liep verder, in de regen.

Frank Bakker

De binnenbus

Al sinds enkele jaren bezoek ik een oude vriend in een bejaardencomplex. Hij is slecht ter been, maar moet toch wat beweging hebben. Zo moppert hij elke dag door het gebouw. De meisjes van de receptie blijven vriendelijk zwaaien naar hem. Op één van zijn wandelingetjes vertelt hij dat hij zoveel aanmaningen krijgt, terwijl hij keurig alles op tijd betaalt. Koortsachtig zoek ik naar een oorzaak, want het is onbegrijpelijk. Als we bij de hoofdingang aankomen, is hij aan het eind van zijn verhaal. „Kijk, in deze binnenbus doe ik mijn post als het buiten te koud is.” Het is een oranje afvalbak.

C.G.J. van Laar-Duin

Gabinetto

Zaterdagmorgen, half negen. Ik sta met mijn dochter van vier boven aan de trap, klaar om naar beneden te gaan. Daar haar moeder Italiaanse is wordt zij tweetalig opgevoed en verstaat dus beide talen.

Vanuit de woonkamer beneden deelt mijn vrouw ons in het Nederlands mee dat het kabinet die nacht om vier uur gevallen is.

Mijn dochter is even stil, kijkt mij dan aan en zegt een beetje verbouwereerd dat ze van mama niet meer naar de wc mag.

Niet begrijpend vraag ik haar waarom ze dat denkt. „Omdat die vannacht om is gedonderd!”

Bram de Bot

Stemmen

Manlief gaat met zijn moeder uit 1917 op pad voor het laten maken van een identiteitskaart. Die heeft ze nodig voor het stemmen op 3 maart, zegt ze.

Eerder op de dag heeft ze al met veel hulp haar 93-jarige, broze lijf in een tandartsstoel gehesen.

Op het gemeentehuis van Velsen wordt ze verzocht haar vingers één voor één op een apparaatje te leggen dat er foto’s van maakt. Haar zoon ziet het tafereel met afgrijzen aan en merkt op dat zoiets zelfs in het jappenkamp niet nodig was.

De ambtenaar in kwestie met enige trots: „Ja, dat had je toen nog niet.”

Ally Smid

Pool

Dieter is een Pool die voor mij huizen opknapt. Hij heeft de goede communistische tijd nog meegemaakt.

Qua werk is hij het best in slopen, schuren, aanklooien en opruimen. Wij zijn al drie weken in een huis bezig. Hij moet het huis inmiddels wel aardig van binnen kennen.

Vandaag hem voor het eerst ramen laten vervangen. Die ramen moeten wel eerst kapot worden gemept. Dieter loopt de galerij op en zonder dat hij het door heeft begint hij de ramen van de buren in te slaan.

wim ter keurs

IJskoud

Een paar dagen na een heftige echtelijke ruzie, waarin mij verweten werd niet gevoelig genoeg te zijn, probeer ik mijn vrouw mobiel te bellen. Ik hoor haar telefoon afgaan. Zij heeft hem niet meegenomen. Hij ligt op tafel en het schermpje geeft aan dat ‘Ice’ belt.

Ontdaan vraag ik haar later waarom zij mij in haar contactpersonen zo heeft opgeslagen en of dat niet een beetje overdreven is.

„Ja”, zegt zij, „ik snap het ook niet, maar hij geeft dat aan sinds jouw nummer staat bij te waarschuwen contacten In Case of Emergency”.

peter van vliet

Beleefdheid

De intercity van Enschede naar Den Haag is overvol. In Amersfoort persen gestrande reizigers uit het noorden zich in de volle trein. In de hoek direct achter de ingang van mijn compartiment zit een gehandicapte man in een rolstoel. Twee dames mopperen luidkeels over de volle trein en schuiven langzaam in zijn richting. Moeizaam gaat de gehandicapte man met zijn handen richting handrem om zijn stoel zo te verschuiven dat de dames meer ruimte krijgen. „Nee, meneer”, zegt de ene, „blijft u maar rustig zitten hoor. Wij blijven wel staan.”

Marjon Herregodts