Archief voor: augustus 2009


Scoren

Zaterdagochtend. Mijn zoon van zes speelt zijn eerste voetbalwedstrijd.  Zijn team verliest met 10-1. Toch komt hij glunderend het veld af. 
Achter ons loopt de topscorer van de tegenpartij. De jongen tegen zijn vader: „Ik was de beste van mijn team hè, pap?”
De vader met lichte dreiging in zijn stem: „Het gaat erom dat je de beste wilt zijn van iederéén!”
De topscorer: „Maar, ik heb toch de meeste doelpunten gemaakt?”
Vader: „Niet de eerste goal, en die is het belangrijkste, die maakt de wedstrijd.”
Daar heeft de 7-jarige niet van terug.
Judith Pennarts

Spijt

Ik sta bij de apotheek en voor mij staan twee dames op leeftijd met elkaar te praten terwijl ze wachten.
„Jouw Bert loopt ook niet best meer en hij was vroeger zo fit!” zegt de een.
„Ja, hij is erg veranderd sinds zijn hartstilstand, ook in zijn hoofd”, antwoordt de ander. „Bert neemt het me kwalijk dat ik hem heb gereanimeerd en inmiddels heb ik daar zelf ook spijt van.”
Marc de Wit

Frysk bloed

Jaarlijks ga ik naar het zomerfeest in mijn geboortedorp. Bij het ringsteken met Friese paarden in de hoofdstraat loop ik mijn neef tegen het lijf. Ik herken hem amper met zijn Amerikaanse pet op. „Tegen de zon!” zegt hij en tikt tegen de klep. Na de prijsuitreiking wordt ons volkslied gespeeld. Iedereen zingt mee. Mijn neef is verdwenen. Raar dat hij is vertrokken zonder iets te zeggen. Als ik verder loop, staat hij ineens weer voor mijn neus. „Waar was je?” „Ik ben even een winkel ingegaan, want in deze zon zet ik mijn pet niet af.”
Duidelijk! Een oprechte Fries neemt de pet af als zijn volkslied wordt gespeeld.
Fokje Logtenberg-de Boer

Zwanger

De eerste teamvergadering. De directeur opent met huishoudelijke mededelingen. De laatste is dat er naast de twee reeds zwangere collega’s, nog twee collega’s zwanger zijn. Hier en daar wordt gezucht. Leuk voor de collega’s, maar een aanslag op de formatie.

Daarna deelt de directeur zelfgemaakte presentjes uit. Sleutelhangers van een legoblokje, in het kader van de komende verbouwing.
Een collega: „Voor de volgende keer is het beter als je condooms uitdeelt!”

Anne Toussaint

Soa

Ik stap met twee jonge vrouwen in de lift in een van de gebouwen van de publieke omroep. Op weg omhoog kan ik vervolgens uitgebreid luisteren naar hun gesprek.

Een van de vrouwen vertelt onomwonden dat ze in de zenuwen zit omdat ze een soa-onderzoek heeft laten doen. Tot in de details legt ze uit hoe zo’n onderzoek in zijn werk gaat.
Aan het slot van haar verhaal gekomen, zegt ze: „Het is zo fijn dat dat allemaal anoniem gebeurt.”


Betsy Wolvis

Weeralarm

Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw werkte ik op het KNMI. Toen bestond het weeralarm nog niet. Maar op een doordeweekse dag in de winter ging wel een keer een waarschuwing uit: het volk kon beter binnen blijven want het zou gevaarlijk koud worden.

De gang van de wetenschappelijke afdeling was bijna leeg die dag. Niet omdat we niet naar buiten durfden of ons werk niet konden bereiken, iedereen was gaan schaatsen. Ze hoopten op uitgestorven plassen.

Saar Muller

Toezicht

‘Gratis stallen’, staat er op een spandoek bij de ingang van een nieuwe fietsenstalling bij Utrecht Centraal. Een welkome mededeling.

Er is bovendien altijd plaats, wat lang niet vanzelfsprekend is tussen alle bouwputten rond het station.
De gratis stalling belooft ‘geen bewaking, wel toezicht’. Een subtiel verschil, waarvan de betekenis mij pas duidelijk werd toen ik onlangs een platte band had.
Ik vroeg de dienstdoende toezichthouder of ik even een fietspomp kon lenen. Dat bleek niet te kunnen: „Sorry meneer, die is gestolen.”

David Baneke

Bloot

Na 27 jaar verloskunde ben ik zo langzamerhand aan mijn tweede generatie toe.

Bij een cliënte thuis wil ik m’n handen wassen, maar als ik de badkamer in wil lopen staat haar echtgenoot zich poedelnaakt te scheren aan de wastafel.  Geschrokken gooi ik de deur weer dicht, me excuserend. Even later steekt hij zijn ingezeepte hoofd om de hoek van deur en roept vrolijk: geeft niks hoor. U hebt me ten slotte gehaald, dus u was toch al de eerste vrouw die me bloot heeft gezien.

Simone Valk

Hongaars

In Utrecht in een van de werfkelders neus ik tussen de tweedehandskleding. Ogenschijnlijk zijn er geen bezoekers, maar zo te horen zijn er Hongaren aanwezig.

Kennelijk is er tussen een stel onenigheid ontstaan. Ik hoor de vrouw op rustige toon tegen de man zeggen: „En als je nou niet ophoudt,  trap ik je zo hard in je kruis, dat je drie dagen niet kunt lopen.” Ik barst in lachen uit.
Er komen twee rode hoofden tevoorschijn. Met de opmerking: „kis világ”, kleine wereld, loop ik de trap op naar boven.

Ildikó Székely

Waar ben je?

Dochter van vijftien, dromerig type, redelijk slim, maar niet wereldwijs gaat met de trein een dagje naar Amsterdam. Boven alle verwachtingen houdt zij zich aan onze afspraak: ze belt tijdens de terugtocht om te zeggen hoe laat ze denkt thuis te komen.

„Ik zit in de stoptrein”, zegt ze.
„Nee, ik weet niet precies hoe laat ik aankom.”
„Waar ben je nu dan”, vraag ik.
„Oh, ik zal even kijken, de trein stopt hier.”
Het is even stil.
„Rookzone.”

Charlotte Boonstra