Zonnetje

Op weg naar college op de Universiteit van Amsterdam loop ik door een smal steegje dat naar het Spui leidt. Naast mij loopt een potige kale man van een jaar of 40. Van achteren komt een jonge jongen met een zonnebril op keihard aanfietsen, nog net op tijd kunnen de kale man en ik wegspringen om een aanrijding te voorkomen.

„Je mag hier niet fietsen!” roept de kale man in plat Amsterdams. „Kijk ’m nou met z’n zonnebrilletje!”

Waarop de jongen, nog steeds in volle vaart fietsend, zijn hoofd draait en in even plat Amsterdams terugroept:

„De zon schijnt, paardestaart!”

Max den Blanken

Bisjkek

Met zorg pakken de dames van het hoofdpostkantoor in Bisjkek, Kirgizië, mijn boeken in. Ik heb ze op mijn reis door de voormalige Sovjet-Unie toch niet nodig. Touw erom heen, klaar om met de trein in een of twee maanden naar Nederland te reizen.

Als ik na twee maanden thuis kom, vind ik een briefje tussen de stapel met post: „Uw pakket ligt op het postkantoor.” Daar blijken mijn boeken echter onvindbaar. Een telefoontje met TNT brengt opheldering: „Uw pakket lag al drie weken op het postkantoor en is nu retour afzender. Dat is inderdaad het postkantoor in Bisjkek. Tja, zo zijn de regels.”

Bertus Bouwman

Dwangsom

Na verhuizing aangepaste fiets en rolstoel ingeleverd bij de oude gemeente. In huidige gemeente nieuwe hulpmiddelen aangevraagd. Het duurt 4 tot 6 weken, dan word ik gebeld voor een afspraak. Na 6 weken wachten, bel ik zelf. Ik weiger terug te bellen ‘als het minder druk is’ en krijg een wmo-adviseur aan de lijn. „Waarom moet ik weken wachten om zelfs maar een eerste afspraak te kunnen maken?” Antwoord: „Per 1 oktober is de Wet Dwangsom ingegaan. We krijgen een boete als we te laat reageren dus we geven nu voorrang aan alle aanvragen van na 1 oktober. U was twee dagen eerder.”

Jose Smits

Schelpdier

Op de vrouwensportschool vertelt een vrouw uit voormalig Joegoslavië – al bijna veertig jaar in Nederland – dat ze is geslaagd voor haar inburgeringsexamen. Ik vraag of ze tijdens de cursus nog iets nieuws heeft geleerd.

„Ja, oeisters”, zegt ze. Terwijl ik nadenk of dit een nuttig woord is voor inburgeraars, verbetert de trainer – een twintiger uit Noord-Holland – haar uitspraak.

„Het is oestes”, zegt hij streng, met de inmiddels zo ingeburgerde keiharde s en zonder de geheel uitgeburgerde r.

Christine van Eerd

Ik zie niks

We zitten met z’n drieën in de auto, Lucas achter het stuur, zijn broer Hubert ernaast. We zijn op weg naar Friesland om een dagje te zeilen. Nog vroeg en stil.

Lucas stopt voorzichtig bij een kruispunt, moeilijk turend uit zijn raampje en vraagt terloops aan Huub: „Kan ik?”

Waarop deze antwoordt: „Ik zie niks.”

Lucas trekt op, maar het plotseling protest van broer doet hem onmiddellijk stoppen: „Ik zie niks”, herhaalt Hubert, „Ik zie niks.” Huub zag niets, en ik ook niet, want het was reuze mistig. Gelukkig was het diep in de Achterhoek, nog vroeg en stil.

Rob Ebeling

Recht op

De afgelopen jaren samen met enkele partners, onder wie een Chinese advocaat, een praktijk opgebouwd in corporate finance-activiteiten met China. Vaak komen daarbij de Chinese inbreuken op intellectuele eigendomsrechten van westerse bedrijven ter sprake. Het bestrijden daarvan is inmiddels een hele business. Zoals wel vaker in de advocatuur geldt hier dat de een zijn dood de ander zijn brood is.

Toch verhelderend als je Chinese zakenpartner je uitlegt dat copyright in het Chinees simpelweg wordt uitgelegd als het „right to copy”.

Marc de Bruijn

Haagse bluf

Vandaag is het griepprikdag in de praktijk. Ik prik iedereen zelf, vind ik leuk. Een kort praatje en de prik. Een jaarlijks ritueel. Ik zie Giovanni en familie binnen komen. Een 6-jarig oer-Haags jongetje. Eentje die het ver gaat schoppen in de wereld, alleen al op presentatie. Een mix van Rambo en Frans Bauer.

Een prik is best eng dus moeten mamma en oma eerst. Dan is er geen ontsnappen meer aan. Vertwijfeld, maar stoer steekt hij zijn arm uit. De prik doet toch pijn en tranen wellen op. Hij stort zich huilend in de armen van mamma en brult: „Waarom doet-ie dat nou. Hij is toch mijn vriend?”

J.C.M. Vrij

Roots

Ben weer eens in Holland. Want daar sluimeren mijn roots, en af en toe moet je toch naar de tandarts. Enfin, ik heb een vriendin bezocht in Betondorp en sta op de halte van lijn 9. ’s Avonds half twaalf.

Je kan ook de bus nemen en dan lijn 12, heeft mijn vriendin gezegd.

En daar is de bus. Ik vertel de chauffeur dat ik bij het Concertgebouw moet zijn en op lijn 12 wil overstappen. Kan hij mij ook zeggen waar? De man stempelt mijn kaartje, kijkt in zijn spiegel, sluit de deur, geeft gas en een draai aan het stuur, allemaal tegelijk. En zegt: „Dat is uw probleem.”

John Scholtz

Darwinist

Het ontwikkelen van zelfstandig denken en het hebben van een eigen persoonlijke mening is een essentieel onderdeel van het huidige onderwijs.

Daarbij hoort ook het nadenken over levensbeschouwelijke thema’s.

Vol trots laat onze zoon van 14 zijn werkstuk zien. ‘Ben je Darwinist of geloof je in de schepping’, is het thema. Verbaasd over zijn genuanceerde kijk op dit vraagstuk, vraag ik hem hoe hij tot zijn standpunt is gekomen.

Meewarig kijk hij me aan en zegt: „Het is niet belangrijk wat ík vind, dit levert gewoon het hoogste cijfer op!”

Angela de Snaijer

Eetafspraak

Ik ben veel te laat voor een eetafspraak met studievrienden. Doordat ik stevig heb door gefietst, loop ik met een enigszins rood gelaat het restaurant binnen. Bijna alle tafeltjes zijn bezet. Het duurt even voor ik mijn gezelschap druk pratend aan een tafel zie zitten.

Als ik een stoel pak, gaat er een jongedame van de bediening tussen mij en de beoogde tafel staan. Ze vraagt of ze me ergens mee van dienst kan zijn.

Ik zeg: „Ik wil graag bij die mensen aan tafel gaan zitten.” Aandachtig neemt ze me op, fronst haar wenkbrauwen en zegt: „Dat zult u dan toch eerst aan hen moeten vragen.”

J. van Hoof