Treintaxi

Voor het eerst in mijn leven neem ik een treintaxi. Bij de daarvoor bestemde zuil vertel ik via een soort intercom waar ik naar toe moet en vraag hoe lang het duurt voor de taxi komt. „Tien minuutjes”, zegt een vriendelijke dame.

Ruim een half uur later sta ik nog te wachten. Ik druk nog een keer op de knop van de intercom. Opnieuw een vriendelijke vrouwenstem: „Hallo?”

Ik doe mijn beklag en vraag of er misschien iets mis is gegaan.

„Dat denk ik wel, u bent waarschijnlijk verkeerd verbonden. Ik sta zelf ook op een taxi te wachten!”

Jan-Maarten Goedhart

Hollandais

Ik parkeer mijn auto met Frans nummerbord (want ik woon in Frankrijk) in het centrum van een dorp in de Achterhoek.

Er komt een man op me af van rond de zestig, die me met zichtbare trots, maar in zeer gebrekkig Frans, zijn vertaaldiensten aanbiedt.

Telkens probeer ik hem in het Nederlands te onderbreken, door te zeggen dat ik een Nederlander ben. Als hij weer begint met „Je parle français…”, probeer ik het in het Frans, met: „Je parle hollandais…” Verdwaasd kijkt hij zijn vrouw aan en vraagt: „Weet jij wat hij bedoelt?”

Bert ter Heijne

Zwitserse bezem

Bij een zussenweek in de zon en de sneeuw hoort voor ons een bezoek aan de Zwitserse boerenbond. De ‘Landi’ verkoopt authentieke producten tegen reële prijzen.

Na de berichten van thuis schaft mijn jongste zus een stevige bezem van Eidgenössisch model aan. Zij gaat na de gezamenlijke thuisreis door naar haar gezin in het noorden. Wij zien haar in Arnhem met haar rugzak en bezem in de trein stappen, maar na Zwolle gaat het toch mis. Treinvertraging.

Moe en koud spreekt zij een conducteur aan die haar vrolijk toelacht en zegt: „Maar mevrouw, u hebt tenminste eigen vervoer bij u!”

Kari van Hoytema- Wijbrans

Trilplaat

De instructrice van de fitnessclub legt aan een vrouwelijke medesporter en mij uit hoe de nieuw aangeschafte Power Plate werkt.

Wanneer ik hem wil proberen, raadt de andere cursist mij aan om mijn horloge van tevoren voor de zekerheid af te doen, anders trilt die misschien nog van de arm.

De plaat trilt inderdaad enorm. Na enkele oefeningen bied ik haar mijn plaats aan. Ze weigert echter en krijgt een hoogrood gelaat.

Ze fluistert de instructrice en mij toe: „Ik kan niet, ik heb een spiraaltje.”

Haike Sachtler

Bezorgd

Een eindeloze rij voor het condoleren na het overlijden van een prominente plaatsgenoot.

Achter ons staat de bezorger van NRC Handelsblad met zijn moeder.

Zij zegt: „Dit kan wel eens heel lang gaan duren, moet je niet weg om de krant rond te brengen”?

De jongen antwoordt dat hij dìt nu wel even belangrijker vindt. „Ach ja”, zegt de moeder, „de hele NRC staat toch hier”.

G. van der Sluijs Veer

Koud

Vorige week was ik met een groepsreis op wintersport in St. Anton am Arlberg. Donderdag was het ijskoud, het waaide en sneeuwde.

Onderaan de piste ontstond al snel een soort wedstrijd wie het het koudste had.

Mijn sjaal was ondergesneeuwd. Een reisgenoot had een ijspegel aan zijn sik. Maar een vrouw won. Zij probeerde naar huis te bellen en kreeg de melding: „Uw beltegoed is bevroren.”

A.H. de Jonge

Crisisklopper

Om 22.00 uur zit ik alleen in het poligebouw te werken voor de crisisdienst in het psychiatrisch ziekenhuis. Ineens geklop op mijn raam. Buiten staat een onbekende jongeman te gebaren. Op zijn gezicht afgaand is hij niet gevaarlijk, maar ik kies er toch voor om door te werken. Helaas gaat hij niet weg, en na een tijd klopt hij weer. Deze keer heeft hij iets in zijn hand. Een mobieltje met op het scherm: „Ben flexpool-werker voor de nachtdienst en kom niet binnen.” Opgelucht maar toch voorzichtig bel ik de desbetreffende afdeling of ze hun verloren medewerker willen komen halen.

Rumia Wijnhoven-Bose

Zwerver

„Ja, balen”, zegt de hip geklede jongen. „Ik had wat te drinken willen halen, maar ik heb m’n portemonnee vergeten.”

„Wacht even”, zegt de zwerver die bij de uitgang van de supermarkt staat. „Hier… drie euro. Is dat genoeg?”

„Wat?! Nee joh!”, roept de jongen geschrokken. „Ik kan toch geen geld van jou aannemen?”

„Tuurlijk wel”, zegt de zwerver met een vriendelijk knikje.

„Ik krijg toch ook vaak geld van jou?”

Matijn Nijhuis

Afghanistan

De kazerne is vlakbij. ‘Onze jongens en meisjes’ worden er klaargestoomd. Een groen geschminkt groepje komt vanuit het Asser Bos de kazerne op. Hun officier schreeuwt en scheldt, daarbij hinderlijk gevolgd door een mevrouw-met-hond. Ze probeert de brullende meerdere te kalmeren met opmerkingen als: ‘Wie denkt u dat u bent?’ ‘Het zijn geen kinderen!’ ‘Wat denkt u hiermee te bereiken?’

De rode baret houdt zich Oost-Indisch doof. Totdat hij haar toebijt: „Als ze in Afghanistan niet luisteren, heb ík een probleem!” Even is het stil. Alle militairen zijn ondertussen door het kazernehek. Dan roept ze: „Jullie kómen helemaal niet meer in Afghanistan!”

Sjouke Dekker

Ledje?

Mijn fietslampen zijn al een tijd stuk en ik ben te lui er iets aan te doen. Op een avond fiets ik onverlicht door de stad, wanneer een auto achter me snelheid mindert. Hij komt naast me rijden, raampje gaat open, een hand wordt uitgestoken. „Pak aan!” zegt de bestuurder. Ik fiets door. Hij buigt zich naar me toe. „Pak aan, je hebt geen licht!” Dan zie ik wat hij in zijn handen heeft: twee ledlampjes, wit en rood. Al rijdend neem ik de lampjes aan. „Dank je”, stamel ik. Hij glimlacht. Het raampje gaat weer dicht. Verbouwereerd bind ik de lampjes aan mijn fiets. Als ik opkijk is de auto weg.

Marike Splint