*

Maarten Huygen » Natuurmonumenten en staatsbosbeheer zijn niet altijd de beste beheerders :: nrc.nl

Natuurmonumenten en staatsbosbeheer zijn niet altijd de beste beheerders

Op woensdag, de eerste echte lentedag, dacht ik aan een wandeling door een parkachtig bos met een concert van merels, vinken en groenlingen tussen bomen met knoppen in de startpositie. Er mag best een nestkastje hangen. Er mogen ook een paar bloemen en bloeiende struiken staan of een perenboom. Dat alles door mensen geplant.

Dat is niet volgens de huidige orthodoxie van natuurbeheerders. Deze week schetste Staatsbosbeheer zijn visioen van een roedel wolven die op een afgesloten terrein een half verhongerd heckrund verscheuren (zie staatsbosbeheer.nl). De superboswachters bepleiten grootschalige natuur die zoals in het gebied van de Oostvaardersplassen „100 procent op eigen benen staat” met bisons, herten en zwijnen die over hun eigen, met bulldozers aangelegde banen en viaducten snellen door dit kleinschalige land. Bezoekende buitenlandse delegaties zijn nu al geëpateerd.

Mensen horen niet thuis in de nieuwe oernatuur. Die mogen bij de Oostvaardersplassen op een parkeerplaats verrekijken naar de schepping van de rijksbiologen. Als behalve de zeearend de tijgermug zich vestigt in het voormenselijke moeras en in het naburige Almere de knokkelkoorts verspreidt, vangt de volgende trend aan. Coulissen? Middeleeuwse akkertjes? Germaans regenwoud? Het is allemaal natuur. Tien jaar geleden waren de rijksbeheerders nog bezig om alle uitheemse plantensoorten uit te roeien maar die drift is inmiddels weer bekoeld.

De natuurkennis is niet met die grillen geholpen. Ik las een onderzoek van de Radboud Universiteit, waaruit bleek dat kinderen vervreemd raken van de natuur omdat die ver ligt. Voor hen is natuur iets met Greenpeace.

Gelukkig zijn particuliere grondbeheerders minder aan mode onderhevig. Gart Zweers (68), emeritus hoogleraar biologie uit Leiden, harkt nog zelf de paden aan van het voor iedereen opengestelde kleine Drentse landgoed ‘De Heezeberg’ dat zijn vrouw heeft geërfd. Hij snoeit, zaagt, kapt en kan bij elk heuveltje, bij elke boom een verhaal vertellen. In welk hol de boommarter zit, hoe de zwarte specht in horizontale baan tussen de bomen vliegt, waar de notenkraker op bezoek kwam en de houtsnip die hij zag. Hij wijst de narcissen aan, de bosklaver, krent, sleedoorn en een onwilde prunus die komende weken hun kleurserenade gaan geven. Op een stuk aangeharkt pad zijn de afdrukken van handjes met korte vingers te zien. De sporen van een das. Echt.

Zweers is voorzitter van Drents Particulier Grondbezit, een vereniging van particuliere grondeigenaren in de provincie. Met argusogen volgt de vereniging de verkoop van het militaire terrein van Havelte. Meestal komen particuliere eigenaren daar niet aan te pas en worden militaire terreinen in handen gespeeld van de officiële natuurbeheerders, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of de provinciale landschapsstichting. Dat is tegen de afspraak met de minister die heeft beloofd dat de particulieren voortaan een gelijke kans krijgen. Die kunnen ook worden verplicht om hun terrein voor het publiek open te stellen.

De landelijke Federatie van het Particulier Grondbezit heeft advies gevraagd aan advocaat Marc van der Woude, tevens hoogleraar mededingingsrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Deze ziet wel aanknopingspunten om bij Brussel in beroep te gaan tegen de bevoordeling van de officiële natuurbeheerorganisaties. Die krijgen de terreinen om niet doorgeleverd en er komt nog subsidie bij voor inrichting en beheer. De Federatie is niet van plan om juridisch het onderste uit de kan te halen en dat lijkt mij verstandig. Voor je het weet, bedienen rijke beleggers zich van de beste juristen en lobbyisten om terreinen om te vormen tot pretparken.

Niet alle particuliere terreinbeheerders zijn zo gewetensvol als Zweers. Toch zijn er veel schitterende voorbeelden van particulieren die voor het publiek opengestelde landgoederen uitstekend beheren. Neem landgoed De Treek bij Amersfoort of stichting Nationaal park ‘De Hoge Veluwe’. Ik wil niet zeggen dat Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten het altijd slecht doen, maar ze denken grootschalig en veel hectares zijn nauwelijks bereikbaar. Ze hebben een heilig geloof in grote grazers die dure arbeidskrachten sparen maar veel moois aanvreten. De twaalf provinciale landschapsstichtingen, zoals Drents landschap, landschap Noord-Holland of Limburgs landschap staan dichterbij mens en omgeving en beheren vaker cultureel, door mensen gemaakt erfgoed.

Voor Zweers en zijn vrouw is ‘De Heezeberg’ erfgoed. Die laten het onderhoud niet over aan oerkoeien. Door verhuur van twee groene houten huizen kan hij de kosten bestrijden. De overgrootvader van Tineke Zweers-Van Giffen, de hervormde dominee Jan van Giffen, begon met het landgoed in het Drentse plaatsje Diever. Diens zoon, de vooraanstaande archeoloog Albert breidde het uit. Vlak bij het landgoed zijn resten van grafheuvels uit de Tjongercultuur van 10.000 jaar voor Christus en van de Trechterbekercultuur gevonden.

De vader van Zweers-Van Giffen was een theeplanter, die nog had gewerkt op Gambung, de onderneming die door Hella Haasse is beschreven in De heren van de thee. De oorlog bracht het gezin door in een jappenkamp. Veel kans om planten mee te nemen uit Indonesië had hij niet, want in 1958 moest hij halsoverkop vertrekken. De systematiek van de professionele planter is nog wel te herkennen aan regimenten strak in het gelid staande bomen op sommige plekken in het bos. „Als ze konden buigen voor ons, zouden ze het doen”, zeiden de kinderen altijd.

Het landgoed is opgenomen in de omgeving. Echte civil society, want zonder steun van de postcodeloterij en met een minimale subsidie. Zweers-Van Giffen geeft keramiekcursussen in het huisje. Zweers laat schoolklassen lindes planten en grondboringen doen in een naburige, zogenoemd pingorerelict, een ronde, vlakke inzinken, waar aardlagen in de ijstijd door een zware ijslens op elkaar werden gedrukt. Op één meter diepte kunnen al verscheidene keileemlagen worden ontdekt. Als onder deze schoolkinderen een peiling wordt gehouden, zijn ze niet onwetend.


Dit bericht heeft 4 reacties op “Natuurmonumenten en staatsbosbeheer zijn niet altijd de beste beheerders”

  1. Herbert Blankesteijn zegt:

    Bij het zien van de kop van het stuk over Natuurmonumenten kreeg ik direct een waas voor ogen.

    Reden: landgoed Bekendelle nabij Winterswijk. Daar is bij de storm van januari 2007 een menigte woudreuzen omgegaan in een drassig gebied. Het resultaat was een majestueus, mangrove-achtig landschap waar wij verschillende keren met open mond doorheen zijn gewandeld. Bijgaande foto doet aan al die pracht nog niet eens recht.

    Afgelopen februari gingen we weer eens, en ditmaal heb ik er vloekend rondgelopen. Ze hebben het grootste deel van de omgevallen bomen verzaagd. Niet alleen zijn die imposante lijken weg, wat zonde is en slecht voor de natuur, ook ziet het er nu afschuwelijk uit, met overal stronken en bij elkaar gesmeten hopen takken. Godverdomme, dacht ik, ze kunnen weer eens niet met hun poten van de natuurlijke gang van zaken afblijven. Ik hoef daar de eerste honderdvijftig jaar
    niet meer te komen. Ze, dat is voor zover ik kan nagaan Natuurmonumenten, dat overigens op een vraag van onze kant via de website niet heeft gereageerd.

    Ik raad je aan zelf eens te gaan kijken om je een oordeel te vormen, al zul je helaas niet meer kunnen zien hoe mooi het was. Eventueel ben ik bereid je de plek die ik bedoel aan te wijzen. Mocht je dat doen dan ben je van harte welkom in Silvolde, waar ik een eigen bos van 2,4 ha beheer. Niet dat het kan wedijveren met Bekendelle zoals het was, maar ik ben er wel trots op.

    O ja, als je gaat kijken doe dat dan nog in het voorjaar want in de zomer zijn de muggen er zeer agressief.

  2. F. de Cock Buning zegt:

    Ik ben heel blij met uw artikel over het (wan)beleid van Staats Bosbeheer en Natuurmonumenten. Zelf hebben wij zo’n zes jaar geleden het natuurbeleid van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland mogen meemaken. Het ging om de renovatie van het duingebied Berkheide tussen Wassenaar en Katwijk.
    Nou, wij zijn daar beslist niet enthusiast over. Er zou daar iets groots gebeuren, de duinen zouden in hun oorspronkelijke(?) staat worden teruggebracht, de rietorchis en de parnassia zouden weer een kans krijgen.

    Wat wij, en met ons vele anderen, tot onze ontzetting zagen gebeuren was een enorme kaalslag. Weg alle plekjes die wij van jarenlange wandelingen zo goed kenden. De bosjes waar de blauwborsten broedden, het watertje waar de rietzangers broedden en alle andere plaatsen waar wij wisten welke vogels wij er konden verwachten. Weg alle plekken waar wij in de herfst vele soorten duinpaddestoelen wisten te vinden. Omgeploegd de plek waar jaarlijks tientallen(!) peperbussen groeiden.

    Het resultaat van deze geldverslindende actie was een kale zandvlakte waar nu wat runderen grazen. Weg zijn de verharde paden waar vroeger vele ouders met hun kinderwagens konden wandelen. Weg is de rondwandeling vanuit vanuit Katwijk en Wassenaar. Er is nog maar een schelpenpad over van Wassenaar naar Katwijk. Ja, er is wel een zandpad aangelegd door de zandvlakte. Wij hebben nog wel eens hierover gelopen maar er waren geen vogels noch paddestoelen te zien. Toen verscheen er een bordje bij de toegangshekken dat de wandeling over het zandgebied, in verband met de runderen, voor eigen risico zou zijn. Dit was voor ons het definitieve einde van de wandelingen over dit gebied. Wij lopen nog wel eens langs de grens van dit voor ons verloren terrein en denken dan met weemoed terug aan de oude situatie.

    Vriendelijke groeten,
    Familie de Cock Buning

  3. J.W.Tjeenk Willink zegt:

    Geachte redactie,
    zonder veel moeite zijn er nog 10-tallen soortgelijke verhalen te schrijven. Waar het omgaat is het feit dat Nederland een ambtenarenland wordt waar de zelfde grijze sokken elkaar de bal toe spelen eindeloos vergaderen studeren van ons belastinggeld om tenslotte ook nog een keer ieder particulier initiatief zonder moeite met zinnen als “kan niet volgens het bestemmingsplan” of “mag niet van het waterschap” om zeep te helpen. De enkeling met principes en moed die bezwaar maakt, wordt vrijwel zeker door provinciale ambtenaren afgemaakt.
    Toch weet ik zeker dat veel mensen van een provincie of gemeente evenzeer van de natuur houden als ik en aardige mensen zijn, maar samen vormen ze een bijna gehate macht die bovendien bestand blijkt tegen politici van welke regering dan ook. Er zijn selfs al somber gezegdes zoals “politici komen en gaan maar RijksWaterStaat blijft eeuwig bestaan.

  4. AH Schimmelpenninck zegt:

    Maarten Huygen gaf een goed beeld van het beheer van natuurgebieden en landgoederen. Grote terreinbeheerders als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer beheren hun terreinen vaak heel anders dan particuliere eigenaren die kleinschaliger en meer vanuit traditie werken. Beide hebben hun waarde en dat ziet de minister van LNV ook in. Daarom heeft het vorige kabinet al besloten om particulieren een belangrijke rol te laten spelen bij het realiseren van het natuurbeleid. Zo’n 40% van de nieuw aan te leggen natuur zou door particulieren gerealiseerd moeten worden. Om dit mogelijk te maken is er een regeling gekomen die voorziet in een redelijke vergoeding aan particulieren die bereid zijn hun landbouwgrond om te zetten in een natuurgebied. Om er zeker van te zijn dat de natuurbestemming tot in lengte van jaren in stand blijft gaat dit gepaard met de vestiging van een kwalitatieve verplichting.
    Ook heeft het vorige kabinet gesteld dat de aankoop van bestaande natuurterreinen door de grote terreinbeheerders niet langer gesubsidieerd behoeft te worden.
    Helaas toont de praktijk aan dat er nog lang geen sprake is van gelijke kansen voor de particulier die zijn landgoed uit wil breiden of een nieuw landgoed wil beginnen. Onlangs nog zijn omvangrijke voormalige defensieterreinen om niet doorgeleverd aan de grote beheerders. Verkoop aan gekwalificeerde particulieren had de overheid veel geld kunnen opleveren dat men elders weer had kunnen gebruiken voor het natuurbeleid. Particulieren kregen niet eens de kans want alles bleek al beklonken mede door ambtenaren die kennelijk weinig boodschap hadden aan het nieuwe beleid.

    De Federatie Particulier Grondbezit pleit daarom al jaren voor een gelijk speelveld voor alle beheerders van natuurterreinen. Om te beginnen moet er sprake zijn van een transparante procedure bij de verkoop van overheidsgronden met een natuurbestemming. De overheidsbijdrage zou voor iedere beheerder gelijk moeten zijn. Overheidsbijdragen moeten gericht zijn op het ontwikkelen en beheren van natuur en niet op het subsidiëren van territoriumuitbreiding. Vele particulieren zijn zeker bereid hun steentje bij te dragen maar dan moet er wel sprake zijn van gelijke kansen en gelijke behandeling.

    A.H. Schimmelpenninck, bestuurslid Federatie Particulier Grondbezit

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.