<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>J.L. Heldring</title>
	<atom:link href="http://weblogs.nrc.nl/heldring/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 15 Dec 2010 23:00:00 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>Keuzes en prioriteiten</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/16/keuzes-en-prioriteiten/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/16/keuzes-en-prioriteiten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/16/keuzes-en-prioriteiten/</guid>
		<description><![CDATA[‘De band met Amerika verwaarlozen is uitermate onverstandig.” Aldus besluit Frits Bolkestein in de krant van 10 december zijn vernietigende kritiek („waardeloos”) op Aan het buitenland gehecht, het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waarvan de hoofdauteur, dr. Ben Knapen, intussen staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (BZ) is geworden. Tussen Nederland en Amerika [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>‘De band met Amerika verwaarlozen is uitermate onverstandig.” Aldus besluit Frits Bolkestein in de krant van 10 december zijn vernietigende kritiek („waardeloos”) op <em>Aan het buitenland gehecht</em>, het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waarvan de hoofdauteur, dr. Ben Knapen, intussen staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (BZ) is geworden.</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Tussen Nederland en Amerika ligt een oceaan, tussen Nederland en de rest van Europa helemaal niets</p>
<p><span id="more-267"></span>
  </p></blockquote>
<p>Eerlijk gezegd, ben ik in dat rapport nergens een pleidooi voor verwaarlozing van de band met Amerika tegengekomen. Wat het rapport wél vindt, is dat de NAVO, hoewel nog steeds „cruciale verzekeringspolis”, „niet langer de centrale pijler van het Nederlands buitenlandbeleid mag zijn”.</p>
<p>In de eerste plaats is de Koude Oorlog, die veertig jaar lang de ratio was voor de prioriteit die Nederland in feite aan zijn Atlantische boven zijn Europese banden gaf, voorbij. In de tweede plaats is het duidelijk dat Amerika zelf geen prioriteit meer aan zijn banden met Europa geeft. Wat dat betreft: geen verschil tussen Bush jr. en Obama.</p>
<p> Intussen is immers Amerika’s aandacht verschoven naar andere tonelen. In plaats van de Sovjetdreiging is de snelle opkomst van China als economische, politieke en ook steeds meer militaire macht het centrum van Amerika’s preoccupaties geworden, voor zover zijn zorgen om Irak, Afghanistan en het Midden-Oosten dat toelaten. Allemaal niet-Europese gebieden. Europa is voor Amerika een zorg van de tweede rang geworden.</p>
<p>Ook Nederland, geografisch onlosmakelijk aan Europa verbonden, moet met de gevolgen van deze bijna tektonische verschuivingen rekening houden. Tussen Nederland en Amerika ligt nu eenmaal een oceaan, tussen Nederland en de rest van Europa helemaal niets, zoals elke toerist weet.</p>
<p>Dat betekent dat Nederland teruggeworpen is op eigen continent – of dit nu prettig is of niet. Er zijn er die dat niet prettig vinden, niet zozeer omdat zij zo pro-Amerikaans zijn als wel omdat, volgens hen, Huizinga’s woord uit 1935 nog geldt dat „in onze werkelijkheid onze kracht en de reden van ons bestaan” ligt. „Wij horen aan de Atlantische kant. Ons zwaartepunt ligt op en over zee.”</p>
<p>Deze patronen werken nog lang na – ook als ze geen realiteit meer zijn. Intussen is Nederland zijn koloniën kwijt en is zijn koopvaardijvloot een fractie van wat ze eens was, en aan de reden van bestaan van onze marine wordt ook getwijfeld. Nederlands toekomst ligt in Europa – hoe dat er ook ten slotte uit gaat zien.</p>
<p>Het is hier dat Bolkesteins twijfel meer grond heeft. Maar ook de WRR is niet onverdeeld optimistisch. Weliswaar is Europa nu „de voor de hand liggende arena voor kleinere lidstaten om invloed uit te oefenen”, maar „dat is lastig genoeg, omdat Europa verdeeld is”. Daar slaat de WRR de spijker op de kop. Trouwens, zou de keus voor het woord ‘arena’ helemaal toevallig zijn? Dat betekent immers strijdperk.</p>
<p>Als Europa verdeeld is, zoals de WRR zelf constateert, dan is het zaak voor Nederland zijn doelen te bereiken via banden met speciale landen. Wie komen daarvoor in aanmerking? Het rapport doet een buiging naar de Benelux, maar „gezien de uiteenlopende politieke culturen in met name Nederland en België moet men er geen wonderen van verwachten”.</p>
<p> Wie dan wél? Duitsland vergt een gevarieerdere en intensievere aandacht dan thans het geval is”, maar „het ontbreekt hier aan beleidsvisie”. Het staat er niet met zoveel woorden, maar hier wordt bepleit dat aan onze bilaterale banden met Duitsland voorrang wordt gegeven boven die met andere landen. Frankrijk en Engeland worden zelfs niet genoemd. En blijkbaar is het verschil in politieke cultuur met Duitsland geen bezwaar.</p>
<p>Ook daar is een geopolitieke ratio voor te vinden. Duitsland is niet alleen Nederlands grootste buurland, waarvan het economisch grotendeels afhankelijk is, maar het is ook het grootste en economisch sterkste land van de Europese Unie. Daarbij komt dat beide landen het zakelijk meestal eens met elkaar zijn. Invloed proberen uit te oefenen via Duitsland lijkt dus plausibel.</p>
<p>Het is de vraag of Buitenlandse Zaken, waar Knapen nu de tweede man is geworden, daar al aan toe is. Voor de diplomaten gelden Londen en Parijs als aantrekkelijker posten dan Berlijn, en is Washington nog steeds het neusje van de zalm. Maar deze voorkeuren beantwoorden niet meer aan de machtsverschuivingen die zich in de wereld, en in Europa zelf, hebben voltrokken.</p>
<p>Als een wetenschappelijk orgaan als de WRR, dat aandringt op het „maken van keuzes en het aanbrengen van prioriteiten”, al moeite heeft om hier zijn prioriteitskeuze ronduit kenbaar te maken, wat kunnen we dan verwachten van een politiek orgaan als BZ? Maar, zoals ik vorige week al betoogde, prioriteiten hoeven niet van de daken geschreeuwd te worden om toch duidelijk te zijn – als je ze maar <em>hebt</em>.</p>
<p> En dat is nu juist het punt. De neiging bestaat, constateert het rapport, „om overal aan mee te doen”. Zo wordt het beleid een „lappendeken, een schier onafzienbare opstapeling van relatief kleine activiteiten”. Afschrikwekkend voorbeeld is de mensenrechtennota van 2007, die „vele tientallen prioriteiten” opsomt, waaruit dan weer gekozen moet worden. Zo doen we „van alles een beetje”. Dat is natuurlijk geen beleid. Kortom, <em>in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister</em>.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/16/keuzes-en-prioriteiten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regeren is kiezen</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/09/regeren-is-kiezen/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/09/regeren-is-kiezen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/09/regeren-is-kiezen/</guid>
		<description><![CDATA[‘Regeren is kiezen.’ De uitspraak van Pierre Mendès-France, die medio jaren 50 de starre structuur van de Franse samenleving wilde doorbreken – zo moesten de Fransen melk leren drinken – had kunnen dienen als motto voor het rapport Aan het buitenland gehecht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), dat vorige week aan minister [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>‘Regeren is kiezen.’ De uitspraak van Pierre Mendès-France, die medio jaren 50 de starre structuur van de Franse samenleving wilde doorbreken – zo moesten de Fransen melk leren drinken – had kunnen dienen als motto voor het rapport <em>Aan het buitenland gehecht</em> van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), dat vorige week aan minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen is aangeboden.</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Minister Rosenthal moet vooralsnog het voordeel van de twijfel worden gegund wanneer hij zich niet uitspreekt</p>
<p><span id="more-266"></span>
  </p></blockquote>
<p>Het commentaar in de krant van 1 december gaf een goede samenvatting van dit rapport onder de kop ‘Tussen denken en doen’. Laten we met het denken beginnen. In de nadagen van minister Luns (1952-1971) vroeg een Amerikaan die onderzoek kwam doen naar de Nederlandse buitenlandse politiek, aan een ambtenaar wat de conceptie achter die politiek was. Antwoord: „Hé, nu heb ik al zoveel jaren met dit bijltje gehakt, maar ik heb mezelf die vraag nooit gesteld.”</p>
<p> Met andere woorden: aan denken werd op BZ niet veel tijd besteed. Wel kwam er na Luns een soort planbureau, maar dat is er nooit in geslaagd blijvend gezag bij de beleidsambtenaren te verwerven. Dezen vertrouwden liever op routine en ervaring. Diezelfde Amerikaan was verbaasd van een andere ambtenaar te horen te krijgen: „Nederland heeft geen buitenlandse politiek. We hebben de NAVO.”</p>
<p> Laten we hopen dat dit antwoord een dosis zelfspot bevatte, maar een kern van waarheid zat er niettemin in. Deze   ‘Atlantische reflex’ bleef ook na het einde van de Koude Oorlog dominant. Toen in 1990, een paar maanden na de ‘val van de Muur’, een ambassadeur zijn collega’s en zijn minister suggereerde dat nu de tijd was gekomen de NAVO „om te vormen”, kreeg hij van niemand steun. Dit viel buiten de grenzen van het voor hen denkbare – zelfs als gedachtenoefening.</p>
<p>Nog in 2003 bleek de Atlantische reflex, hoewel hij na het einde van de Koude Oorlog zijn ratio had verloren, dominant bij de besluitvorming inzake het beleid ten aanzien van de tweede oorlog tegen Irak. Natuurlijk sloot die reflex niet uit dat er zo nu en dan meningsverschillen met Amerika waren, bijvoorbeeld ten tijde van Luns over Nieuw-Guinea, en minister Bot (2003-2007) heeft zelfs eens in de Kamer gezegd dat hij zich door zijn Amerikaanse collega „bekocht” had gevoeld. Niettemin bleef het beleid in de eerste plaats Atlantisch. Er was geen andere keus.</p>
<p> Het rapport van de WRR, waarvan de ondertitel luidt <em>Over verandering en strategie van Nederlands buitenlandbeleid</em>, wil nu dat er, uitgaande van de machtsverschuivingen die zich sinds 1990 hebben voltrokken – in de wereld en in Europa zelf –, wél keuzes gemaakt  en prioriteiten aangebracht worden. De NAVO kan niet meer het „dominante ankerpunt” zijn (wél nog een „cruciale verzekeringspolis”), Europa is nu de „dominante arena” voor het Nederlandse buitenlandbeleid geworden.</p>
<p>Dat is wel even schrikken voor onze diplomaten. Het rapport kunnen ze ook niet in een la stoppen, omdat hun nieuwe staatssecretaris, Ben Knapen, tevens (zij het in een vroegere functie) hoofdauteur is van het rapport. Gelukkig voor hen schijnt nu hun nieuwe minister, Uri Rosenthal, ook niet te voelen voor kiezen. Wat hem betreft, blijft het bij én-én: zowel NAVO als Europa. Als dat maar niet hinken op twee gedachten of erger: vallen tussen twee stoelen, wordt!</p>
<p>Voor deze weigering prioriteiten te stellen is de minister al dadelijk flink gekapitteld door twee oud-bewindslieden: oud-minister Brinkhorst (D66) en oud-staatssecretaris Timmermans (PvdA). Intellectueel gesproken hebben zij gelijk, maar de vraag is of er, politiek gesproken, niet ook iets voor het standpunt van de minister te zeggen valt. Om dat nader te instrueren weer even een duik in de naoorlogse geschiedenis.</p>
<p>Sinds Nederland in de jaren 50 het beginsel van de Europese eenwording heeft aanvaard en lid is geworden van de Europese instituties, hebben de opeenvolgende ministers bij hoog en laag bezworen dat er geen tegenstelling – en zelfs geen orde van prioriteiten – bestond tussen Nederlands Europese en Atlantische banden. De een lag in het verlengde van de  ander.</p>
<p>In de praktijk evenwel had, als puntje bij paaltje kwam, de NAVO  bijna altijd prioriteit, zowel bij Stikker (1948-1952) als bij Luns, Van der Stoel (1973-1977 en 1981/2) en de meesten van hun opvolgers. Bij Beyen (1952-1956) en Van Mierlo (1994-1998) lag dat misschien iets anders. Die voorkeur hoefde niet uitgesproken te worden, ja kon zelfs ontkend worden – in het buitenland gold Nederland als een Atlantisch land. Atlantischer dan bijvoorbeeld zijn Beneluxgenoten.</p>
<p>Hieruit blijkt dat een prioriteit niet hoeft te worden uitgesproken om toch onmiskenbaar te bestaan. Vaak is het zelfs verstandiger die prioriteit niet uit te spreken, want daarmee maak je je maar onnodig vijanden (hetzij in eigen parlement, hetzij in het buitenland). Daarom moet minister Rosenthal vooralsnog het voordeel van de twijfel gegund worden, wanneer hij zich niet uitspreekt.</p>
<p>En de van wetenschapper die staatssecretaris is geworden, Knapen? <em>Un jacobin ministre n’ést pas un ministre jacobin</em> ofwel: een revolutionair die minister wordt, is niet noodzakelijkerwijs een revolutionaire minister, en zo ook een wetenschapper die bewindsman wordt. </p>
<p>Bovendien heeft Knapen zich ontpopt als CDA’er. Als zodanig zal hij ongetwijfeld het psalmwoord kennen: „Heer, stel een wacht voor mijn mond, waak over de deuren van mijn lippen.”</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/09/regeren-is-kiezen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geen spelletjes</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/02/geen-spelletjes/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/02/geen-spelletjes/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/02/geen-spelletjes/</guid>
		<description><![CDATA[Een gewild onderwerp voor krijgsspelen die in de jaren zeventig op militaire academies en denktanks gehouden werden was: wat gebeurt er wanneer Tito sterft en Joegoslavië uiteenvalt? Zal de Sovjet-Unie ingrijpen om het verlies van 1948, toen Tito met Stalin brak, proberen goed te maken? En wat staat de NAVO dan te doen (want Joegoslavië [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Een gewild onderwerp voor krijgsspelen die in de jaren zeventig op militaire academies en denktanks gehouden werden was: wat gebeurt er wanneer Tito sterft en Joegoslavië uiteenvalt? Zal de Sovjet-Unie ingrijpen om het verlies van 1948, toen Tito met Stalin brak, proberen goed te maken? En wat staat de NAVO dan te doen (want Joegoslavië was geen bondgenoot)?</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Met dit kernwapen achter zich weet Noord-Korea de buitenwereld te dwingen telkens hulp te geven</p>
<p><span id="more-265"></span>
  </p></blockquote>
<p> De werkelijkheid blijkt altijd anders dan de verbeelding. Tito stierf  inderdaad in 1980, maar Joegoslavië viel pas in 1991 uiteen, en toen stond de Sovjet-Unie zelf op het punt het te begeven. Haar satellieten in Oost- en Midden-Europa was zij al kwijt. Het hele strategische toneel was dus veranderd. En ook het tempo waarin een en ander zich afspeelde, was anders dan voorzien kon worden.</p>
<p>Waren die krijgsspelen dus nutteloos geweest? Niet helemaal. Zij hadden leidende politici, ambtenaren en militairen althans bewust gemaakt van een mogelijke crisis en hen er min of meer op voorbereid. Hetzelfde was het geval met de Sovjet-Unie zelf: al jaren vóór haar implosie werd er nagedacht over <em>how to manage the demise of the Soviet Union?</em> Hoe te voorkomen dat haar onvermijdelijke neergang uit de hand loopt?</p>
<p>Het zou me verbazen als dergelijke spelen sindsdien niet gehouden zouden zijn, maar nu met het thema: hoe te handelen wanneer het regime in Noord-Korea implodeert of, integendeel, in een laatste wanhoopspoging zichzelf te redden, naar de wapens grijpt? Ook Noord-Korea ligt op een strategisch gevoelig punt: daar waar de Chinese en Amerikaanse machtssferen elkaar raken.</p>
<p>Nu heeft Noord-Korea vorige week naar de wapens gegrepen. Gedurende ruim een uur heeft het plotseling een Zuid-Koreaans eiland beschoten. Vier doden zijn er gevallen en talloze huizen vernield. Zoiets gebeurt niet per ongeluk. Het moet een moedwillige, lang voorbereide daad zijn geweest – wat van de torpedering van een Zuid-Koreaans korvet, eerder dit jaar, niet met volle zekerheid gezegd kan worden.</p>
<p>Volgens Zbigniew Brzezinski, veiligheidsadviseur – de Kissinger dus – van de ongelukkige president Carter (1977-1981), was die beschieting een teken dat het Noord-Koreaans regime het „punt van krankzinnigheid” heeft bereikt. Dat is nog de vraag. De stelling kan ook verdedigd worden dat het, integendeel, op meesterlijke wijze gebruikt heeft gemaakt van de impasse waarin anderen zich bevinden.</p>
<p>Amerika, dat als bondgenoot van Zuid-Korea er ook troepen gestationeerd heeft, zal zeker willen vermijden in een derde landoorlog in Azië verzeild te raken – na Irak en Afghanistan. Zuid-Korea zelf heeft de beschieting wel beantwoord, maar zwakjes. Zijn minister van Defensie, die een havik was, is naar huis gestuurd.</p>
<p>Die reactie zou zeker anders zijn geweest als Noord-Korea niet over kernwapens had beschikt. Onder de bescherming van die wapens meende het regime dus vrij straffeloos te kunnen demonstreren dat er nog rekening met Noord-Korea moest worden gehouden. Het is zeker niet toevallig dat het kort tevoren Amerikaanse deskundigen had toegelaten tot een nieuwe (en door de inlichtingendiensten nog niet ontdekte) uraniumverrijkingsinstallatie.</p>
<p>Met dit nucleaire vermogen achter zich weet Noord-Korea de buitenwereld ook te dwingen telkens opnieuw hulp te geven om het te redden uit de hopeloze economische situatie – grenzend aan hongersnood – waarin het zijn eigen bevolking heeft gebracht. Zelfs president Bush, die Noord-Korea had beschuldigd te behoren tot de „as van het kwaad”, ging na de eerste atoomtest met het gehate regime aan tafel zitten.</p>
<p> Nu roept iedereen dat China Noord-Korea tot de orde moet roepen. Het is inderdaad het enige land dat dit zou kunnen doen, maar het kijkt wel uit. Implosie van het regime zou wellicht tot gevolg hebben dat miljoenen Noord-Koreanen zouden uitwijken naar het welvarender China. Het zou ook kunnen leiden tot een verenigd Korea, Amerika’s bondgenoot, dat China’s grenzen zou bereiken. Dit wil het vóór alles vermijden, en daarom – en niet uit communistische solidariteit – steunt het Noord-Korea, al vindt het Kim Jong-il nog zo’n luis in de pels.</p>
<p>En waarom zou China Amerika uit de brand helpen? Het voelt zich voortdurend gekapitteld om zijn monetaire beleid en moet ook telkens horen dat het op het gebied van de mensenrechten niet beantwoordt aan de maatstaven van het Westen, dat tegelijkertijd wél graag van China’s rijkdom wil profiteren. Waarom zou het dus het Westen, in de eerste plaats Amerika, extra ter wille zijn? Zolang het conflict beperkt blijft, heeft China geen bezwaar.</p>
<p> Kortom, Noord-Korea heeft uitstekend de zwakke plekken in zijn omgeving aangevoeld en daarnaar gehandeld. Dat mag men chantage noemen, maar waar ligt de grens tussen pressie en chantage? Als er, zoals Brzezinski wil, sprake is van krankzinnigheid, dan kunnen we met Shakespeare zeggen: „Though this be madness, yet there is system in it”.</p>
<p>Wat wél verbaast is dat een regime dat zich zo van de buitenwereld geïsoleerd heeft, in staat is tot zo’n evaluatie van de krachten en zwakheden in die buitenwereld. Blijkbaar is dit mogelijk zonder denktanks, dikke rapporten, ja vrijwel zonder internationale contacten. Dit geeft te denken. Intussen zal de wereld zich op meer verrassingen uit die hoek moeten voorbereiden. En of ze altijd in de hand gehouden zullen kunnen worden, is nog de vraag.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/12/02/geen-spelletjes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onbedoelde gevolgen</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/25/onbedoelde-gevolgen/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/25/onbedoelde-gevolgen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/24/onbedoelde-gevolgen/</guid>
		<description><![CDATA[In een artikel over conservatisme in Nederland in het laatste nummer van Ons Erfdeel schrijft de Amsterdamse historicus prof. Piet de Rooy dat ik aandacht blijf vragen voor „de soms perverse effecten van idealisme”. Ik protesteer niet. Integendeel, in een reportage in Vrij Nederland van 20 november over de vroeger rode wijk Knutteldorp in Deventer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>In een artikel over conservatisme in Nederland in het laatste nummer van <em>Ons Erfdeel</em> schrijft de Amsterdamse historicus prof. Piet de Rooy dat ik aandacht blijf vragen voor „de soms perverse effecten van idealisme”. Ik protesteer niet. Integendeel, in een reportage in <em>Vrij Nederland</em> van 20 november over de vroeger rode wijk Knutteldorp in Deventer – ‘Moskou aan de IJssel’ – vind ik bevestiging van deze observatie.</p>
<blockquote class="streamer">
<p>‘Ontdaan van de retoriek en de apocalyptische toon  heeft het conservatisme een sterk punt’</p>
<p><span id="more-264"></span>
  </p></blockquote>
<p> „Ooit streden arbeiders uit de wijk Knutteldorp in Deventer voor een rechtvaardige wereld; nu hosselen ze voor een BMW of mooie keuken”, aldus vat het weekblad zelf de inhoud van het artikel samen. De naoorlogse verzorgingsstaat werd er als bevoogdend, ja betuttelend ervaren. De PVV scoorde goed bij de laatste verkiezingen. Dankbaarheid is geen politieke categorie.</p>
<p>Is de verzorgingsstaat – product overigens van niet alleen het sociaal-democratische, maar ook christen-democratische gedachtengoed – daarmee veroordeeld? Welnee, hier werkt alleen maar de wet van de onbedoelde, onvoorziene, ja vaak onvoorzienbare gevolgen, waaraan alle streven hier op aarde onderworpen is – ook dat van politieke partijen dus.</p>
<p> Daarom zijn stembusnederlagen een nuttig correctief op dat streven, een correctief dat evenwel veelal te laat komt. Dat de PvdA bij de laatste verkiezingen de eerste plaats aan de VVD heeft moeten afstaan, is natuurlijk een nederlaag voor haar, evenals de komst van een rechts kabinet (hoe wankel dan ook). Zo stond het niet in het boekje van het socialisme. Tijd voor bezinning dus.</p>
<p>Als een teken van bezinning kan het artikel van de filosofe Jola Jackson in het laatste nummer van <em>Socialisme &amp; Democratie</em> beschouwd worden. Daarin vraagt zij om meer aandacht voor het conservatisme, een verschijnsel dat in vooruitstrevende kring – en niet alleen daar overigens – nauwelijks serieus genomen  wordt.</p>
<p>„Ontdaan van de retoriek en de apocalyptische toon van sommige conservatieve denkers, heeft het conservatisme een sterk punt”, zegt zij. Nu, wat die pathetiek betreft, valt het in Nederland nogal mee, dunkt me. Wijlen J.A.A. van Doorn, de belangrijkste conservatieve denker, muntte uit door nuchterheid.</p>
<p>Maar afgezien van die kanttekening, wat is volgens haar dat sterke punt van het conservatisme? Het is meer dan één punt. In de eerste plaats „de overtuiging dat de neiging tot het kwaad inherent is aan de mens”. Inderdaad, na Auschwitz hebben we weinig socialisten meer horen zingen: „De mens is goed&#8230;”</p>
<p> Ander sterk punt: „Het conservatisme ziet het conflict als een natuurlijk aspect van de menselijke conditie. De rede is niet in staat het kwaad te bedwingen”, want „de mens is slechts in beperkte mate een rationeel wezen”. Wat het kwaad nog enigszins kan beheersen, zijn „traditionele morele systemen, religie, de continuïteit van gemeenschappen”. Daarom moeten we voorzichtig zijn met afbreken van die verbanden.</p>
<p> Niet dat die verbanden op zichzelf sacrosanct zijn, maar radicale veranderingen maken de mensen maar aan het schrikken. „De ervaringen met beleidsmaatregelen die zijn mislukt doordat zij vastliepen op de taaie en weerbarstige menselijke natuur, zou de PvdA ertoe moeten bewegen de conservatieve visie op de mens serieus te nemen.” Zou Job Cohen dit tegenspreken?</p>
<p> „In sociale systemen is autoriteit nodig”, is een andere les die Jackson de PvdA voorhoudt. Hier richt haar kritiek zich vooral op „de verwoede pogingen (van de PvdA) het onderwijs te hervormen”. Daarmee heeft die partij „veel bijgedragen tot het verval en verlies van autoriteit van het beroep van leraar”. Is dat overigens niet al begonnen met de Mammoetwet, die het werk was van de katholiek Cals?</p>
<p>Nog een les die van het conservatisme geleerd kan worden: „Wetenschappelijke argumenten alleen volstaan niet.” „Langdurige tradities, ervaringskennis, morele intuïtie” moesten buigen voor de „superioriteit van de wetenschappelijke argumenten”. „Voor minder goed opgeleide burgers betekende dit dat hun oordeel er niet meer toe deed.” De taal van de doctorandussen is niet meer die van „de mensen in de wijk” – hoe vaak ook, na elke nederlaag, beloofd wordt daarnaar te gaan luisteren.</p>
<p>Welke les kan daar in het algemeen uit getrokken worden? Dat de – vaak door henzelf in gang gezette – maatschappelijke ontwikkeling de reden van ontstaan (en misschien van bestaan) van sommige partijen heeft ondergraven. <em>Sommige</em> partijen, want het CDA nadert ook het uur van zijn waarheid.</p>
<p>In 1978 schreef de verleden jaar overleden filosoof Leszek Kolakowski al dat het gedachtengoed van de verschillende partijen „geen tegenstrijdigheden oplevert. In dat geval behoort het tot de mogelijkheden een conservatief-liberaal socialist te zijn, of – wat op hetzelfde neerkomt – vormen deze drie woorden geen levensvatbare en elkaar uitsluitende opties meer” (vertaling T. Minkiewicz).</p>
<p> Maar dan treedt een andere wet in werking, die wil dat, naarmate de verschillen, objectief gezien, kleiner worden, zij zich des te hardnekkiger handhaven, omdat zij zaken als traditie, cultuur, identiteit raken, waaraan mensen, vaak tegen alle rede in, gehecht zijn.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/25/onbedoelde-gevolgen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De houdbaarheid van de democratie</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/18/de-houdbaarheid-van-de-democratie/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/18/de-houdbaarheid-van-de-democratie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 17 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/17/de-houdbaarheid-van-de-democratie/</guid>
		<description><![CDATA[Twee weken geleden verscheen een artikel waarin ik mij afvroeg of enkele premisses waarvan de democratie uitgaat – meer informatie leidt tot betere besluiten, mensen verlangen een maximum aan vrijheid, democratie leidt tot vrede – wel juist zijn. Sinds die dag kwamen mij drie referaten onder ogen die ogenschijnlijk over hetzelfde thema gingen. Is dit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Twee weken geleden verscheen een artikel waarin ik mij afvroeg of enkele premisses waarvan de democratie uitgaat – meer informatie leidt tot betere besluiten, mensen verlangen een maximum aan vrijheid, democratie leidt tot vrede – wel juist zijn. Sinds die dag kwamen mij drie referaten onder ogen die ogenschijnlijk over hetzelfde thema gingen. Is dit toeval?</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Machtsverschuivingen plegen ook politieke stelsels en staatsvormen niet onberoerd te laten</p>
<p><span id="more-263"></span>
  </p></blockquote>
<p> Nee, natuurlijk is dit geen toeval. Sinds er, binnen nog geen tien jaar, twee partijen, uit het niets opgekomen, massale aanhang wisten te verwerven met hun kritiek op het politieke stelsel, is dit thema actueel. Ook ik had me er al eerder mee beziggehouden, zoals in mijn column van 10 juni, waarin ik me afvroeg of de democratie niet zou imploderen, net als met het communisme en, in zekere zin, in 2008 met het kapitalisme was gebeurd.</p>
<p>Kapitalisme en democratie – het zijn twee nauw met elkaar verbonden verschijnselen. Het is geen toeval dat in die delen van de wereld waarin democratie heerst, het kapitalisme als maatschappijvorm is aanvaard, zo het er niet de stoot toe heeft gegeven. Zelfs de van oorsprong antikapitalistische sociaal-democratie heeft zich erbij neergelegd.</p>
<p>Maar die twee-eenheid, die in Amerika haar hoogtepunt had gevonden, lijkt het einde van haar hegemonie te naderen. Het communistische China is bezig, een kapitalistische praktijk volgend, „de wereld op te kopen” (<em>The Economist</em>, 11 november) en op de G20 in Seoel stond president Obama vrijwel geïsoleerd. Hij werd zelfs door zijn bondgenoot Merkel afgevallen.</p>
<p>Machtsverschuivingen plegen ook politieke stelsels en staatsvormen niet onberoerd te laten. Het is dus geen wonder dat ook twijfel aan de houdbaarheid van de democratie opkomt. De drie referaten die ik onder ogen kreeg, houden zich ermee bezig, ieder op eigen manier.</p>
<p> De eerste is een column waarmee het novembernummer van de <em>Internationale Spectator</em> opent: ‘Democratische malaise’. Die is van de hand van prof. Kees van Kersbergen, verbonden aan de universiteit van Aarhus (Denemarken), die de „toenemende politieke onvrede of zelfs desillusie met de politiek” in de democratische landen aanstipt. Maar wanneer het om de oorzaken gaat, komt het niet verder dan: „Er is dringend behoefte aan dieper zelfonderzoek”, waar niemand bezwaar tegen kan hebben.</p>
<p>Klaas de Vries, jarenlang Tweede Kamerlid voor de PvdA en minister van Sociale en Binnenlandse Zaken in het kabinet-Kok II, stuurde mij zijn rede toe die hij gehouden had bij de aanvaarding van zijn bijzonder hoogleraarschap in Nijmegen: <em>Ontwerp en onderhoud van de Hortus Democraticus</em>. Een interessante rede, maar zij houdt zich meer bezig met het functioneren van bestaande instellingen in de Nederlandse democratie dan met de historische en filosofische wortels van de democratie als zodanig. Dit was dan ook in overeenstemming met zijn leeropdracht: Praktijk en cultuur van het Nederlandse parlement.</p>
<p>De titel van het derde referaat, dat mij door vriendenhand werd gestuurd, belooft wat dat betreft meer: <em>De permanente crisis van de democratie</em>. Het is de afscheidsrede van Jacques Thomassen als hoogleraar politicologie aan de Universiteit Twente (september). En inderdaad: het is een grondige analyse van het fenomeen democratie.</p>
<p> Zijn conclusie is: „Laten we niet al te gemakkelijk over een crisis van de democratie spreken.” Een verstandige raad, maar hoe klopt die met de ‘permanente crisis’ waarvan de titel spreekt? Dat de „democratie reddeloos zou zijn”, lijkt hem „voorlopig een onzinnige stelling”. Wie verdedigt die stelling? En houdt Thomassen met dat ‘voorlopig’ niet zelf een slag om de arm?</p>
<p> „Alle vergelijkingen met de ondergang van de Weimarrepubliek of angstvisioenen over een opstand der horden missen dan ook iedere rationele grondslag. het einde van de democratie ligt al evenmin aan de horizon als het einde van de geschiedenis.” Na het applaus dat deze slotwoorden verdienen, kunnen we rustig doormodderen of gaan slapen.</p>
<p>Maar laten we de vergelijking met de Weimarrepubliek even opvatten. Zoals alle historische vergelijkingen gaat zij mank (een vergelijking is dan ook geen gelijkstelling), maar dat wil niet zeggen dat we er niet van kunnen leren.</p>
<p> De republiek van Weimar heet naar de  grondwet die in Duitsland in 1919, na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de val van het keizerrijk, in Weimar werd aangenomen. Die republiek duurde tot 1933, toen Hitler aan de macht kwam. Zij was dus een democratisch intermezzo tussen een autoritair en een dictatoriaal bewind. </p>
<p>Die Duitse democratie leed onder de hypotheek van een verloren oorlog en een als smaad ondervonden vredesverdrag (Versailles), gevolgd door een inflatie die de burgerklasse ruïneerde. De korte periode van welstand die zij daarna beleefde, eindigde met de economische wereldcrisis van 1929.</p>
<p> Zo’n combinatie van rampen is op het ogenblik  niet in zicht, maar is een economische crisis, al dan niet gepaard aan inflatie, ondenkbaar? Zo neen, is het dan ondenkbaar dat de democratie haar niet overal zou overleven? In dat geval zou het om meer gaan dan reparatie van slecht functionerende onderdelen.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/18/de-houdbaarheid-van-de-democratie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geen ander substituut</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/11/geen-ander-substituut/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/11/geen-ander-substituut/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/11/geen-ander-substituut/</guid>
		<description><![CDATA[Van iemand die ruim vier jaar in Amerika heeft gewoond, wiens jongste dochter daar geboren is en wiens oudste zoon daar al vele jaren werkt en Amerikaanse kinderen en kleinkinderen heeft – van zo iemand zou je verwachten dat hij met bijzondere belangstelling de tussentijdse verkiezingen heeft gevolgd die president Obama zo’n forse nederlaag hebben [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Van iemand die ruim vier jaar in Amerika heeft gewoond, wiens jongste dochter daar geboren is en wiens oudste zoon daar al vele jaren werkt en Amerikaanse kinderen en kleinkinderen heeft – van zo iemand zou je verwachten dat hij met bijzondere belangstelling de tussentijdse verkiezingen heeft gevolgd die president Obama zo’n forse nederlaag hebben bezorgd.</p>
<p>Die belangstelling zou nog groter moeten zijn als degene over wie we het hebben, gedurende de hele periode van de Koude Oorlog eerder tot de atlantici dan tot de Europeanen heeft behoord. En toch betrap ik, degene die  aan deze beschrijving beantwoordt, mijzelf erop dat dit bij mij niet het geval is. Ik volg de Amerikaanse politiek slechts op een afstand.</p>
<p><span id="more-262"></span></p>
<p>Wie van analyseren zijn werk maakt, moet ook bereid zijn tot zelfanalyse, en daarom vraag ik me af: hoe komt dit? Welnu, mijn atlanticisme vloeide niet voort uit ideologische motieven en evenmin uit dankbaarheid jegens onze bevrijders van 1944/45, maar uit de overweging dat, zolang de Sovjet-Unie als een bedreiging werd gezien, alleen in het bondgenootschap met Amerika de veiligheid te vinden was die Europa niet kon bieden.</p>
<p>Die situatie duurde tot ongeveer 1989. Met de val van de Muur verdween de Russische dreiging (althans in de ogen van de West-Europeanen, de Oost-Europeanen denken daar anders over) en verdween zelfs de Sovjet-Unie. De omstandigheden die in 1949 geleid hadden tot het ontstaan van de NAVO, waren radicaal veranderd. Ergo had de Atlantische prioriteit haar reden van ontstaan verloren.</p>
<p>De politiek-strategische machtsverschuivingen die zich sindsdien in de wereld hebben voltrokken, hebben ook gevolgen gehad voor de houding van Amerika jegens Europa. Dat staat niet langer in het centrum van Washingtons belangstelling. President Obama voelt zich niet nauwer met Europa verbonden dan president Bush jr. In die zin maakt de uitslag van de verkiezingen van 2 november voor Europa weinig uit.</p>
<p>Voor Nederland betekenen deze veranderingen dat het niet langer kan hopen in zijn Atlantische banden een tegenwicht te vinden tegen ongewenste Europese ontwikkelingen (een hoop die trouwens meestal meer illusoir dan op feiten gebaseerd was). Met andere woorden: Nederland is teruggeworpen op Europa, waarvan het, in elk geval geografisch, onlosmakelijk deel uitmaakt.</p>
<p>Maar biedt Europa dezelfde zekerheid die Amerika ons een halve eeuw leek te bieden? Het strompelt van crisis naar crisis. Nauwelijks is, na tien jaar van onderhandelingen, het verdrag van Lissabon gesloten, dat een basis voor verdere vooruitgang leek te zijn, of Duitsland, Europa’s sterkste mogendheid, eist herziening van dit verdrag. Het wil een definitief reddingsmechanisme voor eurolanden in nood. Daarvoor is verdragswijziging nodig. Voor deze Duitse wens zijn de andere eurolanden gezwicht, hoezeer zij ook opzagen tegen het vooruitzicht van een nieuwe ronde van uitputtende onderhandelingen.</p>
<p>Natuurlijk werd er, zij het niet openlijk, gemopperd over een nieuw Duits dictaat, maar Angela Merkels vrees dat, zonder verdragswijziging, de Duitse kiezers op den duur niet langer bereid zouden zijn met miljarden de Europese zondaars uit hun zelfgegraven putten te helpen – vandaag Griekenland, morgen Portugal, Ierland, Spanje en Italië? – is maar al te reëel. Die onwil is geen Duitse specialiteit.</p>
<p>Bovendien vreest Merkel evenzeer een uitspraak van het Constitutioneel Hof dat verdere afdracht van soevereiniteit zonder verdragswijziging in strijd met de Duitse grondwet zou zijn. Allemaal legitieme overwegingen. Of moeten wij Duitsland verwijten dat het een democratie en een rechtsstaat is? Moet Europa voorrang hebben boven die waarden, die de overwinnaars van 1945 Duitsland opgelegd hebben? <em>Fiat Europa, et pereat iustitia</em>? Of heeft de Duitse leerling zijn les te goed geleerd?</p>
<p>Nu hebben de lidstaten president Van Rompuy de opdracht gegeven uit te zoeken of de instelling van een permanent mechanisme om destabiliserende ontwikkelingen op te vangen mogelijk is zonder het in die zin gewijzigde verdrag – het gaat slechts om een paar regels – opnieuw te onderwerpen aan de in elk land verschillende ratificatieprocedures. Op die manier zou het risico voorkomen worden dat de voorgestelde wijziging in een of meer landen verworpen zou worden.</p>
<p>De angst dat dit zou gebeuren, is ook legitiem. Per slot van rekening hebben in 2005 Frankrijk en Nederland met hun ‘neen’ tegen de Europese ‘grondwet’ ervoor gezorgd dat die er niet kwam. Jaren van stagnatie volgden. Maar de angst is, hoezeer ook legitiem, eigenlijk ingegeven door wantrouwen jegens de eigen burger. Juridische spitsvondigheid moet maken dat zijn stem niet gehoord hoeft te worden.</p>
<p>Dat wantrouwen is niet helemaal ongegrond, gezien de groeiende stemming tegen ‘Europa’. Maar dat is een apart probleem. Hier gaat het erom dat een Europa dat zijn eigen burgers – al dan niet terecht – wantrouwt en dat de rechtsstaat als een hinderlijk obstakel op de weg naar eenheid beschouwt, een gebrekkig substituut is voor een Atlantische alliantie die na de Koude Oorlog nog geen nieuwe reden van bestaan heeft gevonden.</p>
<p>Maar een ander substituut is er niet. Tenzij de voorkeur gegeven wordt aan een neutraliteit à la Zwitserland, dat noch lid is van de NAVO noch van de Europese Unie. Zo’n keus is wél meer in overeenstemming met een lange Nederlandse traditie van neutraliteit dan met de politiek van engagement, die de laatste zeventig jaar met meer of minder geestdrift gevoerd is.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/11/geen-ander-substituut/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ook democratie is mensenwerk</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/04/ook-democratie-is-mensenwerk/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/04/ook-democratie-is-mensenwerk/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 03 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/04/ook-democratie-is-mensenwerk/</guid>
		<description><![CDATA[Tabus sind jetzt tabu stond er boven een artikel in de Frankfurter Allgemeine van 12 oktober over hoe de „politieke cultuur van Nederland in twintig jaar totaal veranderde”. Het is van een zekere Andreas Ross (meestal schrijft Dirk Schümer over ons land, maar dan wel uit Venetië) en is een goed overzicht (alleen heeft hij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>T<em>abus sind jetzt tabu</em> stond er boven een artikel in de <em>Frankfurter Allgemeine</em> van 12 oktober over hoe de „politieke cultuur van Nederland in twintig jaar totaal veranderde”. Het is van een zekere Andreas Ross (meestal schrijft Dirk Schümer over ons land, maar dan wel uit Venetië) en is een goed overzicht (alleen heeft hij het een paar keer over ‘Leefbar Nederland’ – u weet wel: die club waarvan Pim Fortuyn korte tijd de leider was).</p>
<p> Maar zijn taboes tegenwoordig echt taboe? Er is één onderwerp dat nog grotendeels taboe is: de democratie – waarschijnlijk omdat we niet weten wat een goed alternatief zou zijn. Alle -ismes hebben gefaald. Zo blijft ons weinig over dan door te modderen met de democratie, al is ook zij feilbaar. Maar moeten wij haar daarom voor sacrosanct verklaren?</p>
<p><span id="more-261"></span></p>
<p>We mogen toch wel haar premisses aan een kritiek onderwerpen zonder dadelijk voor fascist uitgemaakt te worden? Aan een systematische kritiek ontbreekt het tot dusver, het blijft bij incidentele opmerkingen. Zo schreef de historicus Henri Beunders in <em>Trouw</em> van 16 oktober „dat het onzin is te menen dat meer informatie” – en dat is toch een van die premisses? – „altijd tot betere besluiten leidt. Meer informatie kan ook verwarrend werken.”</p>
<p> En volgens een necrologie van de onlangs overleden Franse politieke denker Claude Lefort in deze krant (6 oktober) meende deze dat het totalitarisme zijn wortels heeft in de democratie, o.a. „omdat haar inherente verdeeldheid de lokroep van een sterke macht aantrekkelijk kan maken”. Trouwens, verwardheid als gevolg van overdaad aan informatie en meningen – zelfs in één krant – kan ook tot de reactie leiden: ‘ze’ – dus niet wijzelf – zoeken het maar uit.</p>
<p> Een andere premisse is de wil tot vrijheid, die inherent zou zijn aan de mens. Die wil bestaat inderdaad. Maar altijd en overal? De voedseldeskundige en Nobelprijswinnaar Boyd-Orr zei eens: „Als de mensen de keus hebben tussen vrijheid en een boterham, kiezen zij de boterham.” En de filosoof Isaiah Berlin achtte het mogelijk „dat het ideaal van in vrijheid te leven zoals men wil – en het waardenpluralisme dat ermee verbonden is – slechts de late vrucht is van een ondergaande kapitalistische beschaving” – een thans zeer actuele opmerking.</p>
<p> Ook de politicoloog Carl J. Friedrich was sceptisch: „Mensen verlangen een minimum aan vrijheid, eerder dan een maximum. Alle mensen houden ervan enkele vrije keuzes te doen, maar niet vele, laat staan alle. Velen lijken er de voorkeur aan te geven dat de meeste beslissingen voor hen genomen worden, en bijna allen geven er de voorkeur aan dat enkele beslissingen voor hen genomen worden”.</p>
<p>Recent onderzoek aan de University of Michigan heeft uitgemaakt dat, als slecht geïnformeerde mensen geconfronteerd worden met feiten, ze zelden van mening veranderen. Ja, ze klampen zich vaak nog sterker aan hun dwalingen vast. Ongelijk te erkennen schijnt voor velen bedreigend te zijn. immers, we baseren onze meningen vaak op een geloof (niet noodzakelijk religieus), en als we dat opgeven dreigt alles ineen te storten.</p>
<p> Mochten we van mening zijn dat een betere opvoeding de uitkomst biedt, dan helpt een ander onderzoek ons uit die droom, Het kan zijn dat goed opgeleiden het voor 90 procent bij het rechte eind hebben, maar dat hun zelfvertrouwen het hun vrijwel onmogelijk maakt de 10 procent te corrigeren waarin ze ongelijk hebben. (Ik ontleen deze Amerikaanse gegevens aan een artikel in de <em>Boston Globe</em> van 11 juli jl.)</p>
<p> Plaatsvervangend is de verwarring waarin de sociaal-democratie, een van de pijlers der democratie, zich alom bevindt. Waarom? Omdat zij haar doel bereikt heeft. Dat doel was de verheffing van de arbeiders, en daarin is zij zo goed geslaagd dat er bijna geen arbeiders meer zijn. Hun nageslacht keert zich grotendeels af van, zo niet tegen, de sociaal-democratie – wat de democratie niet noodzakelijkerwijs ten goede komt.</p>
<p> Maar zijn democratieën dan tenminste vreedzamer dan andere staatsvormen? Vredelievender misschien wel, maar sinds oorlogen niet langer door vrij kleine huurlegers, maar door massale volkslegers uitgevochten worden – te beginnen met de <em>levée en masse</em> van de aanvankelijk democratische Franse Revolutie van 1789 – zijn ze ook totaler geworden, nog vóór de opkomst van Napoleon, die zelf een product van die revolutie was.</p>
<p> Terwijl de revolutionaire oorlogen woedden, schreef Immanuel Kant zijn <em>Zum ewigen Frieden</em> (1795), en in 1790 had Frankrijk plechtig bezworen dat het nooit een veroveringsoorlog zou voeren. De vredesgedachte zat dus wel in de lucht, maar kort daarna veroverden de Franse legers grote delen van Europa, waaronder Nederland. In zijn <em>The First Total War</em> beschrijft David A. Bell deze paradoxale erfenis van de Verlichting.</p>
<p>Kernachtig vat de politieke denker Bertrand de Jouvenel deze paradox (= <em>schijnbare</em> tegenstelling) samen: „Sinds oorlogen geacht worden monsterlijk te zijn, worden zij op monsterlijke wijze gevoerd.”</p>
<p>Kortom, democratie is geen paradijs op aarde. Zij is mensenwerk en als zodanig onvolmaakt. Letterlijk betekent zij: regering door het volk, maar wat als het volk zich tegen de democratie keert, zoals in de vorige eeuw in sommige landen is gebeurd en weer gebeuren kan? Het wachten is op een tweede Tocqueville. Wat de eerste in 1835/40 over de democratie schreef is nog altijd geldig, maar, in het licht van wat er  sindsdien gebeurd is – te beginnen met Napoleon III (1852-1870), die wel een protofascist genoemd is – aan hernieuwing toe.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/11/04/ook-democratie-is-mensenwerk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het beloofde land</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/28/het-beloofde-land/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/28/het-beloofde-land/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/28/het-beloofde-land/</guid>
		<description><![CDATA[Wie de negentig is gepasseerd, is een overlevende uit een vervlogen tijdperk, sterker: vervlogen tijdperken. Hij heeft de karaktervormende jeugdjaren in het vooroorlogse Nederland doorgemaakt, misschien er nog gestudeerd. Dan: de voor een Nederlander toen zeldzame ervaring van oorlog en bezetting. Daarna: wederopbouw en soms uitzending als militair naar Indonesië. Wat vervolgens kwam, heeft hij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Wie de negentig is gepasseerd, is een overlevende uit een vervlogen tijdperk, sterker: vervlogen tijdperken. Hij heeft de karaktervormende jeugdjaren in het vooroorlogse Nederland doorgemaakt, misschien er nog gestudeerd. Dan: de voor een Nederlander toen zeldzame ervaring van oorlog en bezetting. Daarna: wederopbouw en soms uitzending als militair naar Indonesië. Wat vervolgens kwam, heeft hij met jongeren gedeeld.</p>
<p>Zo’n overlevende was Max Kohnstamm, die op 20 oktober, 96 jaar oud, overleed. Maar in hem kristalliseerde zich deze bijna-eeuw geschiedenis zich als ’t ware. Opgegroeid in een professoraal gezin; in het lustrumjaar 1937 rector van het Amsterdamsch Studenten Corps (ASC); daarna – wat uitzonderlijk was – een reis naar Amerika om daar Roosevelts <em>New Deal</em> te leren kennen en – wat nog uitzonderlijker was – de zuidelijke staten, waar Jim Crow nog regeerde, te bezoeken.</p>
<p><span id="more-260"></span></p>
<p>In 1939, het jaar dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, terug in Nederland, dat spoedig bezet werd. Voor Kohnstamm betekende dat eerst het concentratiekamp Amersfoort en toen de gijzelaarskampen Haaren en St. Michielsgestel, waar hij de elite van het naoorlogse Nederland ontmoette. Hij behoorde daar tot de jongsten.</p>
<p>Na de oorlog:  secretaris van Wilhelmina, daarna chef van het bureau Duitsland onder de machtigste ambtenaar die Nederland ooit gekend heeft, Max Hirschfeld. In 1949 schreef hij een nota over Duitsland, waarin hij – de Koude Oorlog was net begonnen – de opneming van dat land in een West-Europese gemeenschap bepleitte. Maar intussen had Nederland kort tevoren Duits grondgebied geannexeerd&#8230;</p>
<p>Het volgend jaar opende zich het perspectief van een verenigd Europa. Kohnstamm werd de rechterhand van Jean Monnet, de oervader van dit project, en verdween naar Luxemburg. Weliswaar had hij in Amersfoort zijn godsgeloof verloren, maar hij bleef ethisch sterk bevlogen. Zijn Europese idealisme had ongetwijfeld ook een sterk ethische component.</p>
<p>Maar om hem onder de eurozemelaars te rangschikken zou onbillijk zijn. Monnet had de oorlogsjaren, evenals de vorige, in Amerika doorgebracht en was niet alleen pro-Amerikaans, maar een realist. Ook Kohnstamm was, op grond van zijn vooroorlogse ervaringen, de overtuiging toegedaan dat het Europese project niet zonder Amerika kon.</p>
<p>Washington zelf was toen, in de jaren vijftig, zeer geporteerd voor de eenheid van Europa. Kohnstamm  was kind aan huis zowel op het State Department als op het Bundeskanzleramt in Bonn, dat in ‘Europa’ in de eerste plaats een mogelijkheid zag tot rehabilitatie van Duitslands geschonden prestige. Het waren de hoogtijjaren van de Europese eenheidsgedachte.</p>
<p>In de necrologie die op 22 oktober in de krant stond, was te lezen dat „het uitdrukkelijk niet de bedoeling (was) van Kohnstamm en diens politieke roerganger Jean Monnet om een nieuwe grootmacht te scheppen”. Als dat waar is, dan hebben zij door de oprichting van het door hem geleide Actiecomité voor een Verenigde Staten van Europa, een machtige pressiegroep, bij velen toch een verkeerde indruk gewekt.</p>
<p>Met de komst van Nixon en Kissinger in Washington in 1969 zou er een realistische wind uit Washington waaien. Bij de oliecrisis van 1973 waarschuwde Nixon Europa zelfs voor „<em>ganging up</em>” tegen Amerika. Het bleek dat de Europese en Atlantische belangen minder in elkaars verlengde lagen dan wel was gedacht.</p>
<p> Iemand die dat inzag en prioriteit aan de Atlantische pijler gaf, was oud-staatssecretaris Ernst van der Beugel, vriend en oud-studiegenoot van Kohnstamm. Hij was als secretaris van de Bilderberggroep, waarschijnlijk, met Kohnstamm de Nederlander met de meeste internationale contacten. De derde was Kohnstamms voorganger als rector van het ASC, minister van Buitenlandse Zaken en secretaris-generaal van de NAVO, Joseph Luns, die eveneens minder ethisch bevlogen was en Europa meer als gegeven dan als ideaal beschouwde.</p>
<p>Maar met al zijn bevlogenheid verloor Kohnstamm de realiteit van de machtsverhoudingen niet uit het oog. Toen de voorzitter van de PvdA in de jaren zeventig, na een vriendschappelijk bezoek aan de DDR, had gezegd dat de ‘Muur’ historisch gerechtvaardigd was, zegde hij zijn lidmaatschap van die partij op.</p>
<p>Tot op hoge leeftijd bleef hij de éminence grise van Europa. Met kop en schouders bleef hij uitsteken boven de meeste ‘Europeanen’ in Nederland, die trouwens steeds schaarser werden. Ook Kohnstamm heeft, als Mozes, het beloofde land wel mogen zien, maar niet betreden. Of dit het nageslacht gegund zal zijn, staat nog te bezien. Of is dat land een chimère?</p>
<p>Echter: <em>hope springs eternal</em> volgens Alexander Pope. Ook bij Kohnstamm flakkerde de hoop op toen Obama twee jaar geleden tot president werd gekozen. Was hij er zich van bewust dat Obama zelf, in Hawaï geboren en grotendeels in Indonesië opgevoed, geen enkele attache met Europa heeft en het als president een lage plaats op zijn lijst van prioriteiten zou geven, omdat het nog steeds niet met één stem sprak?</p>
<p>Een van de laatste keren dat hij in de publiciteit trad, was toen hij met Geert Mak in een artikel in deze krant waarschuwde tegen het ‘wij-zijdenken’. Hier had de ethische bevlogenheid de overhand gekregen. Een ‘wij’ is immers ondenkbaar zonder een ‘zij’. Zo ontleent Geert Mak een groot deel van zijn identiteit aan zijn tegenstand tegen die andere Geert.</p>
<p>Maar ook in dit facet van zijn bijzondere persoonlijkheid, zoals in alle andere, bleef Kohnstamm een typisch, maar eminent product van de Nederlandse beschaving, die met Huizinga, met wie hij wel wat gemeen had, een andere figuur van internationale statuur had opgeleverd.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/28/het-beloofde-land/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De boekenman</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/21/de-boekenman/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/21/de-boekenman/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/21/de-boekenman/</guid>
		<description><![CDATA[Sinds ik, een jaar of tien geleden, de helft van mijn boeken van de hand heb gedaan omdat we kleiner gingen wonen, koop ik vrijwel geen boek meer. Er is gewoon geen plaats voor. Maar soms bezwijk ik voor de verleiding, bijv. wanneer iemand wiens oordeel ik op prijs stel, mij een boek aanbeveelt of [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Sinds ik, een jaar of tien geleden, de helft van mijn boeken van de hand heb gedaan omdat we kleiner gingen wonen, koop ik vrijwel geen boek meer. Er is gewoon geen plaats voor. Maar soms bezwijk ik voor de verleiding, bijv. wanneer iemand wiens oordeel ik op prijs stel, mij een boek aanbeveelt of wanneer ik een erg lovende recensie lees.</p>
<p> Het laatste gebeurde onlangs, toen in de <em>Times Literary Supplement</em> het laatste boek van een zekere William Marx zo’n recensie kreeg. Ik wist niets van deze man  met een Engelse voor- en een Duitse achternaam, maar een Fransman bleek te zijn, althans in het Frans publiceerde. Het geprezen boek heette <em>Vie du lettré</em> (Edition de minuit, Parijs)</p>
<p><span id="more-259"></span></p>
<p> Eerst: wat is een <em>lettré</em>? Dat is in beginsel iedereen die kan lezen en schrijven. Maar het is kennelijk meer dan dat. Een belezene? Een erudiet? Dat zegt nog weinig over het gebied waarop hij belezen of erudiet is. Hier is het duidelijk te doen om iemand die de schone letteren, incluis de filosofie, goed kent.</p>
<p> Het boek – boekje eerder – is verdeeld in 24 hoofdstukken, waarin de houding van de <em>lettré</em> ten opzichte van verschillende onderwerpen beschreven wordt. Het begint passend met de geboorte en eindigt met de dood, met daartussenin het lichaam, het geslacht, de seksualiteit, het eten, de economie, de politiek, de oorlog enzovoort.</p>
<p> Het boekje getuigt inderdaad van een verbazende belezenheid. Een vertoon van eruditie? Dat wil ik niet beweren. Per slot van rekening zegt Heraclitus, hier aangehaald, dat de <em>lettré</em> er een eer in moet stellen het woord van een ander door te geven, dus als doorgeefluik te dienen. Maar een overdaad aan aaneengeprate citaten is het wel.</p>
<p> Veel citaten zijn aan de klassieken ontleend. Zo zijn er twaalf verwijzingen naar Cicero en elf naar Aristoteles en Plato, tegen zes naar Montaigne, drie naar Descartes en slechts één naar Valéry (over wie Marx een boek geschreven heeft) en één naar Goethe. Ook Confucius krijgt er nog negen. Trouwens, ook onbekendere Chinezen en zelfs Japanners komen goed aan hun trekken – de meeste citaten keurig verantwoord, veelal ook in originele tekst.</p>
<p> Heeft het boekje bij mij beantwoord aan de door de <em>TLS</em> gewekte verwachtingen? Nou, nee. Het is ook niet een boekje dat je aan één stuk leest. Eerder neem je zo nu en dan een hoofdstuk tot je. Soms met vrucht, zo wanneer hij, in het hoofdstuk over de politiek, zegt dat de ‘autarkie’ van de <em>lettré</em> vol van gevaren is: hij wil zelfstandig zijn, maar tegelijk is hij burger.</p>
<p> Intussen blijf ik zoeken naar een goede vertaling van <em>lettré</em>. De enige <em>lettré</em> die ik goed gekend heb, Gerard van Huet – ik noemde hem hier terloops op 2 september – had er een woord voor: de woordenman, die hij gelijkstelde met de prozaïst. Maar is een <em>lettré</em> noodzakelijkerwijs ook een schrijver? Er zijn <em>lettrés</em> die nooit iets van zich hebben laten horen. Mijn voorkeur gaat uit naar de boekenman (of -vrouw, maar Marx heeft het niet over <em>lettrées</em> (dat woord staat niet eens in mijn <em>Littré</em> – geen woordspeling! –, die het zelfs over <em>homme de lettres</em> heeft). </p>
<p> Het gaf mij gelegenheid weer eens te bladeren in de bundels essays die Van Huet heeft nagelaten: <em>Lezen en laten lezen</em> (1951 en 1953) en <em>Met en tegen de tijd</em> (1958). Het zijn keuzes uit artikelen die hij eerst in <em>De Groene Amsterdammer</em> en later, toen het weekblad hem de Sovjet-Unie te veel goedpraatte, in de <em>Nieuwe Rotterdamse Courant</em> geschreven had.</p>
<p> Van Huet was eerst klassieke talen gaan studeren, daarna overgeswitcht (zo staat het in de Van Dale!) naar rechten. Hij was redacteur buitenland van de <em>NRC</em>, deed dat werk consciëntieus, maar zonder eigenlijke belangstelling. Die ging uit naar boeken. Hij werkte bij voorkeur ’s nachts (de krant had toen nog nachtdienst). Het is daar dat ik hem goed leerde kennen, want ik rouleerde ook in de nachtdienst. In de stilte van de nacht werd je in je conversatie niet gestoord.</p>
<p> Van zijn belezenheid getuigt hij in zijn essays, waarin hij de lezer laat delen in de sensatie die het herlezen van oude boeken wekt. Talloze schrijvers – velen uit de negentiende eeuw – komen aan de beurt. Ik doe een greep: Fontane, Gide, Taine, Rimbaud, Waugh, de dagboeken van Hebbel („een verrassing”), Balzac, Hölderlin, maar ook mij zelfs bij naam onbekenden, zoals Gerhard Nebel, Eyvind Johnson, James Hogg, Norman Douglas, Percy Lubbock.</p>
<p> Van Huet is niet altijd lovend. Ik herinner mij een – niet in de bundels opgenomen – kritiek van Vercors’ <em>Le silence de la mer</em>, dat vlak na de oorlog veel opgang maakte: over een Duitse officier – een ‘goede’ – die bij een Frans gezin ingekwartierd was. Van Huet noemde het kitsch en had een tweede artikel nodig om dit oordeel nog eens extra uit te leggen aan een geschokte lezeres.</p>
<p>Van Huet overleed in 1975, 64 jaar oud, aan de gevolgen van een stom ongeluk. Hij was enige jaren tevoren opgehouden met schrijven.</p>
<p>Laat mij eindigen met een citaat uit het laatste hoofdstuk van Marx’ boekje. Het is van de essayist Roland Barthes, in 1980 overleden (ook aan de gevolgen van een stom ongeluk): „Le savoir, comme la jouissance, meurt avec chaque corps.” (Met ieder lichaam sterft het weten, evenals het genieten).</p>
<p> Ik neem aan dat de bundels van Gerhard van Huet nog wel ergens antiquarisch te krijgen zijn. Ze zijn tijdloos.</p>
<p>PS. In mijn artikel van 14 oktober heb ik ten onrechte geschreven dat B. Udink de eerste minister voor Ontwikkelingssamenwerking was. Dat is niet juist. Th. Bot was hem tweemaal voorafgegaan. Mijn stelling dat ontwikkelingshulp niet uitsluitend een ‘linkse hobby’ is, blijft echter staan. Want Bot zat op die post namens de KVP.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/21/de-boekenman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bescheidenheid het parool</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/14/bescheidenheid-het-parool/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/14/bescheidenheid-het-parool/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 13 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>J.L. Heldring</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/14/bescheidenheid-het-parool/</guid>
		<description><![CDATA[‘Politiek is Nederland een dwerg, maar economisch een reus”. Aldus werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes in Trouw van 2 oktober. Het is een motto dat het kabinet-Rutte kan meenemen op zijn hachelijke tocht door de komende jaren. Maar er zijn een paar kanttekeningen te maken bij deze uitspraak. Dwergen heb je in formaten. Er zijn landen wier [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>‘Politiek is Nederland een dwerg, maar economisch een reus”. Aldus werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes in <em>Trouw</em> van 2 oktober. Het is een motto dat het kabinet-Rutte kan meenemen op zijn hachelijke tocht door de komende jaren. Maar er zijn een paar kanttekeningen te maken bij deze uitspraak.</p>
<p>Dwergen heb je in formaten. Er zijn landen wier politieke betekenis nog kleiner is dan die van Nederland. De grootste van de kleinen? Misschien, maar wie dit van zichzelf beweert, maakt zich niet populair bij de andere kleinen, wier steun hij wel eens zou kunnen gebruiken. Bovendien: de laatste tien jaar heeft Nederland moeite gehad met het uitleggen van fenomenen die het traditionele beeld dat anderen van Nederland hadden, danig tegenspraken: Pim Fortuyn en de moord op hem, gevolgd door de moord op Theo van Gogh, en nu een kabinet dat afhankelijk is van een onberekenbare figuur als Wilders. Ons prestige lijdt daaronder.</p>
<p><span id="more-258"></span></p>
<p> En is Nederland werkelijk een economische reus? Vijf dagen later schreef de Amerikaanse econoom Melvyn Krauss in deze krant dat „de invloed van het land in de internationale financiële wereld snel aan het wegebben is”. Niettemin blijft zijn economische betekenis, mede dankzij zijn ligging, groter dan van menig geografisch groter land.</p>
<p>Toch hebben de Nederlanders zelden politieke munt uit die economische betekenis kunnen – of willen – slaan. Beide gebieden bleven strikt gescheiden. Aan de befaamde diplomaat E.N. van Kleffens (1894-1983) wordt het woord toegeschreven: „<em>Je ne parle pas fromage</em>.” Nu hebben we heel wat meer te verkopen dan kaas.</p>
<p> Nederland is, met al zijn maritieme traditie, onverbrekelijk aan het continent Europa verbonden. Maar in de ogen van het opkomende Azië is Europa in ‘terminale neergang’, aldus <em>The Economist</em> van 9 oktober in een stuk over de Aziatisch-Europese bijeenkomst die vorige week in Brussel plaatsvond. Europa’s praatjes en preken wekken slechts ergernis.</p>
<p> Welnu, van dat Europa dat niet beantwoordt aan eigen pretenties, is Nederland een klein en onverbrekelijk onderdeel. Het deelt dus in de reputatie die Europa elders geniet. En: als Nederland in het kwijnende Europa al niet tot de grootsten behoort, welke rang neemt het in op de wereldschaal?</p>
<p>Bescheidenheid zij dus het parool voor het nieuwe kabinet – ook op het gebied van de mensenrechten, waarvan minister Verhagen een speerpunt van beleid maakte. Maar zelfs hij heeft de spagaat niet kunnen oplossen van een land dat China om zijn mensenrechtenbeleid kapittelt en tegelijkertijd wil verdienen aan de onbegrensde mogelijkheden die dit land biedt.</p>
<p>Ruttes keus voor het koppel dat Nederlands belangen en inzichten buitengaats moet verdedigen is op z’n minst origineel. Uri Rosenthal heeft weliswaar zijn sporen niet in het buitenland verdiend, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Hij is intelligent en ziet er niet naar uit iemand te zijn die zich knollen voor citroenen laat verkopen. Eerder realist dan idealist. Zo iemand kunnen we gebruiken.</p>
<p>Ook de eerste naoorlogse liberale minister van Buitenlandse Zaken (zijn voorgangers waren doorgaans beroepsdiplomaat geweest), de bierbrouwer Stikker, had weinig buitenlandse ervaring, en toch heeft hij in de beslissende jaren 1948-1952, waarin Nederland tot het Noord-Atlantisch pact toetrad, de Indonesische kwestie afwikkelde en behoorde tot de grondleggers van Europa, het er niet slecht van afgebracht – beter in elk geval dan de volgende liberaal op die stoel, de beroepsdiplomaat Van der Klaauw, het in de jaren 1977-1981 zou doen.</p>
<p> Even verrassend is de keuze voor Ben Knapen als staatssecretaris. Uit hoofde van zijn vroegere beroep – correspondent in Amerika, Duitsland en Oost-Azië – waarin hij niet al te missionair is opgetreden, kan hij bogen op buitenlandse ervaring. Vooral zijn kennis van Duitsland kan te stade komen, want dat is, zolang Europa geen politieke eenheid is, voor ons het belangrijkste land – economisch en politiek.</p>
<p>En Amerika dan? In het begin van dit jaar is veel gesproken van de ‘Atlantische reflex’, die de Nederlandse stellingname in de oorlog tegen Irak zou hebben beïnvloed. Wat daar waar van moge zijn, in elk geval is de tijd voor die reflex voorbij, omdat de Koude Oorlog voorbij is – al twintig jaar. Een bondgenootschap verliest aan betekenis naarmate het moeilijker valt de vijand te identificeren.</p>
<p> Verrassend is ook dat er geen aparte minister voor Ontwikkelingssamenwerking komt. Terecht, want ontwikkelingssamenwerking is een van de wijzen waarop een buitenlands beleid zich manifesteert en hoort dus onder de minister van Buitenlandse Zaken te ressorteren. Denk overigens niet dat ontwikkelingssamenwerking een uitsluitend linkse hobby is. De eerste minister daarvoor was de christelijk-historische Udink (1967-1971), allerminst een linkse figuur, maar wel een goede minister.</p>
<p>De rest van Ruttes ploeg lijkt, op het eerste gezicht, ook uit bekwame mannen en vrouwen te bestaan. Zo te zien, verdient het het predikaat <em>no nonsense</em> meer dan de kabinetten die Lubbers voorgezeten heeft, al waren dat ook geen dromers. Maar dat is nog geen waarborg voor succes. Wilders, die Rutte al gedwongen heeft ook zijn sociaal-economische voornemens sterk te verwateren, blijft een blok aan zijn been. De abrupte afzegging van het bezoek van de Indonesische president is geen goed voorteken.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/10/14/bescheidenheid-het-parool/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

