Psychopolitiek
Mensen gehoorzamen aan de wetten van de psychologie. Staten worden geleid door mensen. Zij gehoorzamen dus ook aan de wetten der psychologie. Daarom is het politieke niet logisch, maar psychologisch. Vandaar de discipline der psychopolitiek, zoals uiteengezet door Jean-Michel Oughourlian in het boekje Psychopolitique, dit jaar uitgekomen bij uitgeverij de Guibert, Parijs.
Wie is Oughourlian (die ik voortaan O. zal noemen)? Te oordelen naar zijn naam een Fransman van Armeense oorsprong. Hij is een neuropsychiater, die in Californië heeft gedoceerd, en leerling van René Girard, van wie ik, eerlijk gezegd, nooit gehoord had, maar die als lid van de Académie Française niet de eerste de beste moet zijn. Girard noemt, in een woord vooraf, O’s boekje „een soort van Vorst (van Machiavelli) voor de 21ste eeuw”.
Hier moet ik ter verduidelijking een nadere verklaring inlassen: O. spreekt over le politique, wat verschillend is van la politique. Het laatste is de politiek zoals we die dagelijks meemaken. Het eerste is eerder de politiek als domein of sfeer, vergelijkbaar met das Politische, zoals Carl Schmitt dat al in 1927 definieerde in zijn bekende Der Begriff des Politischen. Ik zal ’t het politieke noemen.
O. leunt sterk tegen dit geschrift van Schmitt, waarvan de eerste zin luidt: „De eigenlijke politieke onderscheiding is die tussen vriend en vijand.” Voordat domineesland – al dan niet gelovig – gaat steigeren: die begrippen zijn niet normatief bedoeld. Politieke vijanden kunnen op het persoonlijke vlak de beste vrienden zijn en blijven. Zowel het Latijn als het Grieks heeft trouwens voor die twee betekenissen van vijand twee verschillende woorden. (Schmitts boekje verscheen zeven jaar voordat hij zijn, overigens versmade, diensten aan Hitler aanbood – een daad die een onpartijdige beoordeling van zijn werk heeft bemoeilijkt.)
Je politieke vijand moet je dus niet haten, zegt O. Je moet hem altijd in ere houden, en wanneer je hem verslagen hebt, moet je hem altijd een uitweg laten. O.’s grote voorbeeld is generaal Douglas MacArthur, die in 1945 de keizer van het verslagen Japan eerbied betoonde – en daarmee eerbied aan het verslagen volk. Vergelijk dat met „de grove politieke fout van Bush jr., die in 2003 het hele administratieve, politieke en politiële apparaat van Irak vernietigde”. Amerika zit tot vandaag met die gebakken peren.
In het religieuze (ook hier maakt O. onderscheid tussen le religieux en la religion) ziet O. een „psychologisch mechanisme om de vrede binnen de gemeenschap te handhaven” (zo ook Job Cohen als Amsterdamse burgemeester, zulks tot ontsteltenis van vele minder wijze partijgenoten). Maar „wanneer de religie zich meester maakt van het politieke, dan wordt het erg gevaarlijk”. De grote Satan tegen de as van het kwaad.
Trouwens, hij moet ook niets hebben van vermenging van politiek en moraal. De uiterste consequentie van de onderscheiding tussen goed en kwaad in de politiek is onverdraagzaamheid, terrorisme, ja genocide. Moralisten en ethici zijn de zachtzinnigste mensen ter wereld, maar hun ideeën kunnen, naar de politiek overgebracht, gevolgen hebben die wij op z’n minst niet bedoeld hebben.
Om te beginnen, stuit de onderscheiding tussen (politieke) vriend en vijand hun al tegen de zedelijke borst, maar toch zullen zij, als zij willen dat hun ideeën enige invloed op de politiek krijgen, zich met de politiek, dus met de macht, moeten bemoeien (want in de politiek gaat het om de macht).
Maar „nu is de macht, op zichzelf beschouwd, een kwaad – onverschillig wie haar uitoefent (mijn cursivering), want zij is niet iets wat zich weet te beperken: zij is gulzig en juist daardoor onverzadigbaar; zij is ongelukkig en moet wel anderen ongelukkig maken”, aldus Jacob Burckhardt, de Zwitserse Huizinga, die O. overigens niet noemt.
Ook de vorig jaar overleden Leszek Kolakowski wordt niet genoemd. Deze door de leerschool van het marxisme gegane filosoof pleit voor de erkenning van het kwade en het zondebegrip. Ja, hij meent dat wie denkt dat het kwade iets toevalligs en verbeterbaars is – met andere woorden: het religieuze met het ethische vermengt – „de wezenlijke waarden van onze cultuur bedreigt”. Ook in de christelijke wereld is „een sterke verleiding bemerkbaar toe te geven aan de optimistische traditie van de Verlichting, die rekende op de uiteindelijke verzoening van alle dingen in een algemene harmonie”.
Terug naar de (politieke) vijand: na de val van de Sovjet-Unie ontbeert het politieke volgens O., een duidelijk omschreven ‘vijand’. Terrorisme, klimaatverandering, milieuvervuiling, grondstoffenuitputting zijn te vaag, te abstract of lijken te ver weg om mobiliserend te werken. Zelfs het ideaal van een Europese eenheid, evenmin door O. genoemd, heeft aan wervingskracht verloren.
Ook het religieuze heeft volgens O. gefaald. Vroeger diende de zondebok, die niet werd geofferd maar de woestijn in werd gestuurd, om de gemeenschap periodiek te zuiveren en aldus de interne orde en vrede te bewaren. Maar zondebokken zijn er niet meer. Trouwens Jezus voorzag op de Olijfberg al dat volken tegen elkaar zouden opstaan en er aardbevingen en hongersnoden zouden zijn. „Dat is het begin van de weeën” (Marcus 13:8).
Is er nog hoop? Hier lijkt O. minder zeker. Als politieke voorbeelden noemt hij de Dalai Lama, Gandhi, Martin Luther King en Mandela. De drie laatsten hebben inderdaad niet gefaald en zijn de vijand verzoenend tegemoet getreden. Zij hebben „een duidelijke vijand aangegeven. Daarmee hebben zij beantwoord aan de definitie die Carl Schmitt aan de essentie van de politiek heeft gegeven.” Dezen in één adem te noemen, zal niet naar ieders smaak zijn. Maar ook smaak en politiek moeten niet met elkaar vermengd worden.
Met dank aan de lezer die mij op dit boekje attent maakte.



donderdag 26 augustus 2010, 15:46 uur
Verstandig gebod: Je politieke vijand niet haten en hem altijd in ere houden.
Nog belangrijker: Je moet hem altijd een uitweg laten.
De beperkende toevoeging: ‘wanneer je hem verslagen hebt’ geldt dan toch – mogen we aannemen – uitsluitend in oorlogssituaties?
Zolang er nog geen sprake is van fysiek geweld, zou ik iedereen aanraden zijn politieke – en overige – vijanden altijd hoe dan ook een uitweg te laten.
Wat de relatie tussen godsdienst en politiek betreft, kennen veel mensen helaas het nuttige onderscheid niet tussen ‘secularisme’ en ‘radicaal secularisme’. In het eerste geval kiest de staat niet bij voorbaat voor een bepaalde godsdienst of ideologie. In het tweede geval stelt de staat zich ronduit vijandig op tegenover elke godsdienst of ideologie buiten hemzelf.
De problematiek die Cohen opriep met zijn eenzijdige ‘compenserende neutraliteit’ tegenover de Islam was te voorzien: waarom de ene godsdienst of ideologie wel en de andere niet? Kijkend naar de lange strook landen tussen Casablanca en Bali zou ik juist anderen dan zich opdringerig manifesterende moslims enige ‘compenserende neutraliteit’ gunnen. Typisch een wereldwijde onderhandelingspositie dus van ‘gelijk oversteken’ op het gebied van tolerantie en alles komt goed.
donderdag 26 augustus 2010, 23:38 uur
“mensen gehoorzamen aan de wetten van de psychologie ” .Zo begint Heldering zijn column, en dan natuurlijk ook aan al die andere wetten zoals bv.in de neurofysiologie , genetica, sociologie , neuropsychiatrie etcetera?Tegen deze verabsolutering van de wetenschappen die hun eigen algemene en bijzondere beperkingen toch kennen maak ik bezwaar.Is dit ook de mening van Heldering zelf dan zou mij dit teleurstellen of alleen maar van die schrijver?Hier wordt de menselijke absolute onderworpenheid gesteld en de mogelijkheid van redelijke keuze en wilsvrijheid genegeerd. Deze verabsolutering en bovendien de zogen. scientistiese ideologie is tegenwoordig in de mode.Het is daarentegen hoogst noodzakelijk de wetenschap juist te relativeren.Zie daarover Maarten t Hart in zijn zeer juiste en heldere kritiek op waarheidspretensies ,in de wetenschappelijke bijlage van 21 aug.En als de mens zo onderworpen is en de mogelijkheid van een -ook niet absolute – vrijheid ontkend wordt dan is dat hoogst tegenstrijdig en geef ik niets meer om de mening van die wetenschapper – immers ook mens- die dit beweert. Hij redeneert immers zijn eigen redelijkheid weg. Natuurlijk spelen die gestelde invloeden een belangrijke rol in de causale wereld waardoor wetenschap mogelijk is maar laten we onderscheiden tussen theorie en werkelijkheid.
vrijdag 27 augustus 2010, 0:00 uur
De mens doet wat hij doet omdat hij niet anders kan. Waarom is dat zo? Omdat de mens geen vrije wil heeft. Toegegeven: het is lastig om dat konsept te definiëren, net zo lastig als “liefde” of “houden van”. Laat ik een poging wagen. Onder vrije wil versta ik het vermogen van de individu om permanent en onder alle omstandigheden geheel zelfstandig en zonder invloed van buitenaf de juiste keuze te maken uit de alternatieven die op dat moment zich aandienen (en dat is een stroom van gebeurtenissen die zich 24 uur per etmaal aandient, uitgezonderd wellicht tijdens de slaap). Als de lezer deze definitie goed op zich laat inwerken kan hij alleen maar konkluderen dat het volgen van die vrije wil onuitvoerbaar is wegens tijdgebrek. Het enig mogelijke alternatief voor de individu is om in vaste sjablonen te denken en handelen, anders komt hij niet tot enige fysieke produktie, eveneens wegens tijdgebrek: exit vrije wil. Deze redenering is dan ook van toepassing op de politici en hun handelen: zij kunnen slechts hun doelstelling formuleren, en de noodzakelijke middelen daaraan ondergeschikt maken. In het normale, dagelijkse spraakgebruik heeft “vriend” een positieve lading, en “vijand” een negatieve. In het politiek handelen is het niet handig om je te laten lijden door zulke emoties omdat emoties te vaak hun eigen weg gaan en afleiden van het doel. Alleen de ratio leidt naar het doel, alleen is het zo verduiveld lastig om echt rationeel te redeneren en te handelen, de mens is en blijft nu eenmaal een zeer beperkt wezen. hans migchels.
vrijdag 27 augustus 2010, 11:54 uur
De column “Psychopolitiek” zet aan het denken. In mijn geval is dat aan een generaal uit de Mossad. Die heeft een keer tegen mij gezegd: Met je vijand mag je alles doen – tot het gemeenste en meest immorele aan toe BEHALVE èèn zaak: Je mag hem nooit vertrouwen.
Dat is grof, heel grof. Het is echter wel heel waar. Deze verstandige benadering had Mandela wel maar FW de Klerk en zijn kompanen niet.
Vervolgens is macht een middel in de handen van de staat. Zoals met alle medicijnen is te veel of te weinig zeer onverstandig. Als middel is macht niet goed of slecht. Het gaat om het gebruik. Staatsmacht kan alleen het praktisch mogelijke. Aan macht is een grens. Het kan niet anders. Het toepassen van ideeën, of ideologieën of een religie door de staat is een vorm van macht aanwenden.
Beiden politiek links en rechts doen aan macht. Het kan niet anders. Over Ghandi en Martin Luther King wil ik niets zeggen want ik kende ze niet behalve dan door het geschreven woord. Met Mandela zit dat anders. Ik heb het gebeuren direct en van heel nabij meegemaakt. Hij trad zijn opponenten NIET verzoenend tegemoet maar wel realistisch. Laat ik het zo zeggen: Mandela speelde uiterst behendig op vooral het psychopolitieke niveau. Hij wist welke macht hij kon gebruiken en dat heeft hij met succes gedaan. Zijn vijanden (opponenten)deden dat niet. FW de Klerk en zijn mede onderhandelaars zijn verzoenend tegemoet getreden maar niet bepaald politiek erg handig. F.W. en de zijnen gingen namelijk de opponenten waarmee ze om de tafel zaten vertrouwen. Het resultaat geeft te denken: Zuid-Afrika is thans meer ras-gedreven dan tijdens de apartheid. De goede man heeft de echte problemen nooit onderkent of aangesproken maar wel de macht in handen gekregen.
Mijn Mossad vriend zat er niet zo ver naast.
Marinus J. Wijnbeek
m.wijnbeek5@upcmail.nl
maandag 30 augustus 2010, 4:08 uur
Ik heb een site ontdekt waar Carl Schmitt’s idee over “das Politische” in mijn ogen goed uitgelegd wordt. Er staan overigens veel meer van die korte filosofische uiteenzettingen op de site. Het politieke, wordt daarin uitgelegd, kan bij het vinden van een goed-kwaad tegenstelling putten uit zowel b.v. economische, culturele, of andere bronnen en deze tegenstelling wordt eenmaal gevonden voor het politieke onafhankelijk van deze bron d.w.z. het vindt een eigen dynamiek. Tenminste dat is wat ik ervan begrijp. Wie het daarmee niet eens is: Graag reageren. Hier de link:
http://de.sevenload.com/sendungen/Philosophische-Podcasts/folgen/hyvU1b1-Carl-Schmitt-und-der-Begriff-des-Politischen
donderdag 2 september 2010, 11:18 uur
Een regering die denkt politiek te kunnen scoren door een ander land binnen te vallen en daarvoor de nodige redenen verzint, neemt het ook denk ik niet zo nauw met de ‘resterende werkelijkheid’. ‘We’ hadden anders mogen verwachten van Paul Bremer, voormalig VS ambassadeur in Nederland.
vrijdag 3 september 2010, 18:29 uur
“Mensen gehoorzamen aan de wetten van de psychologie. Staten worden geleid door mensen. Zij gehoorzamen dus ook aan de wetten der psychologie. Daarom is het politieke niet logisch, maar psychologisch. Vandaar de discipline der psychopolitiek”
Tjsa, ik voelde al nattigheid bij deze stelling, en reactie nr. 2 verwoordt mijn intuitieve argwaan uitstekend. Ik onderschrijf het bezwaar tegen de verabsolutering van wetenschappen die hun eigen algemene en bijzondere beperkingen toch ZOUDEN MOETEN kennen, maar dat vaak niet doen.
Isaac Asimovs levenswerk is gebaseerd op een romantisering van dit idee van de absoluutheid van de psychologie: Hij noemde het psychohistorie (in zijn Foundation serie), wat een mengvorm van psychologie en wiskunde was, die de toekomst zou kunnen voorspellen, én sturen, natuurlijk. Als ik zeg: de ultieme maakbare samenleving, dan zullen velen dit beter begrijpen. Hierin zit gelijk de valkuil. In ieder geval voor wat betreft het beleid van staten ten aanzien van oorlog, sta ik meer aan de kant van Lewis Richardson die bij monde van John “Empire of the Sun” Brunner, in “Stand on Zanzibar” poneert dat bijvoorbeeld, oorlog, een stochastische verdeling volgt, het is noch een volkomen willekeurig, noch een volledig regelmatig verschijnsel.
http://en.wikipedia.org/wiki/Stand_on_Zanzibar
http://en.wikipedia.org/wiki/Lewis_Fry_Richardson#Mathematical_analysis_of_war
Wikipedia is best goed als je niet naar hele erge controversiële zaken zoekt.
zaterdag 4 september 2010, 9:55 uur
nrc.nl/heldring
Geachte Heer Heldring.
Het volgende in uw column Psychopolitiek van donderdag 26 augustus 2010 in NRC
noopt me tot enige aanvulling: ‘O.’s grote voorbeeld is generaal Douglas MacArthur, die in 1945 de keizer van het verslagen Japan eerbied betoonde – en daarmee eerbied aan het verslagen volk.’
Supreme Commander of the Allied Power (SCAP) generaal Douglas MacAthrur verkreeg in augustus 1945 van president Truman de bevoegdheid en de macht om de goederen die door Japanse strijdkrachten en bedrijven in o.a. Nederlands Indië waren geroofd en naar Japan waren afgevoerd op te sporen en de teruggave van deze goederen te regelen. Tot ergernis van MacArthurs superieuren in Washington hield de door Oughourlian genoemde generaal er een eigen agenda op na. MacArthur legde o.a. het door de Far Eastern Commission (FEC) geformuleerde beleid naast zich neer. Uiteindelijk werd hij ontslagen wegens insubordinatie.
Medewerkers van de Civil Property Custodion (CPC, Beheerder van Burgerlijke Eigendommen) waren van mening dat met name MacArthur de belangen van de geallieerde oorlogsgetroffenen (inclusief het Nederlandse volk: ongeveer 300.000 Indische Nederlanders) blokkeerde. De dagelijkse praktijk was dat ultrarechtse Japanse groeperingen door omkoping en door verduistering van goederen het ‘geheime’ proces van opsporing en teruggave van geroofde (Nederlandse) goederen bijna onmogelijk maakten. Geholpen door het onbetrouwbare Amerikaanse militaire personeel dat onder bewind stond van O’s grote voorbeeld generaal Douglas MacArthur.
Met als sluitstuk. MacArhur volgde de aanbevelingen op om in 1946 de (nog) niet te identificeren Nederlandse geroofde goederen van teruggave aan het Nederlandse volk uit te sluiten.
Alweer lang geleden overleden lotgenoten, zoals mijn vader en mijn ooms en tantes uit Nederlands Indië die elkaar eerbied kunnen betonen of elkaar en ons verhalen kunnen vertellen, aanvoelen en opvangen zijn er helaas niet meer. Vanuit het ‘Indisch-Nederlands’ perspectief is de door O beschreven keizer niet zomaar een ‘goddelijke monarch’ (Ian Burumi in NRC) om eerbied te betonen.
Met eerbiedige groet.
Martin E. C. Roos.
zaterdag 4 september 2010, 12:47 uur
Citaat: “Hier wordt de menselijke absolute onderworpenheid gesteld en de mogelijkheid van redelijke keuze en wilsvrijheid genegeerd”.
@Nard van der Vijver: Tja, maar die wetenschappelijke benadering betwist nou juist de universaliteit van een dergelijk onderscheid. Het ligt voor de hand dat een concept als wilsvrijheid uitsluitend binnen een beperkt domein (van zelfbeleving) de schijn van consistentie kan hebben. Daarbuiten is er evenmin sprake van wilsvrijheid als van geen wilsvrijheid.
Door te kijken naar de mogelijke uitkomsten van toestandverandering is eenvoudig inzichtelijk te maken dat zelfbeleving paradoxaal is: als ik vind dat ik de laatste jaren mezelf beter ben gaan observeren, kan dat evengoed komen doordat de kwaliteit ervan juist is afgenomen (en vice versa). Bij iedere verandering ontbreekt het draagvlak om deze betrouwbaar te kwantificeren. Externe referenties lossen de essentie van het probleem niet op.
Als ik naar mijzelf kijk als een organisme op een louter bio-mechanisch en quantum-mechanisch abstractieniveau, is er voor wilsvrijheid geen enkele zinvolle plaats. Vreemd genoeg wordt een dergelijke zienswijze door veel mensen uitsluitend als reducerend ervaren. Het omgekeerde zou dan emergentie zijn: interacties in een samenstel van componenten bestaan niet in een wereld waarin die componenten uitsluitend op zichzelf worden bestudeerd. Maar dan moeten we ons realiseren dat er geen beginwereld (zonder emergentie) bestaat en dus alle begrippen – inclusief wilsvrijheid – uitsluitend tot een beperkt geldingsdomein behoren. Daarbij gaat het bij wilsvrijheid dan ook nog eens om een domein dat gebaseerd is op een (zelf)waarnemingsparadox.
dinsdag 7 september 2010, 14:40 uur
Een behartigenswaardig stuk, omdat het huidige politieke embroglio van een antwoord voorziet. Karl Schmidt, wellicht ook Hannah Arendt – die zich bij de Zionistische bewegingen onaanvaardbaar maakte – hebben dat politieke als een typisch menselijk bedrijf onderkend, waaraan niemand ontkomen kan. De politiek, zoals ook de politieke journalisten die bedrijven ontbeert aan de begrip voor de vraag hoe men de samenleving voor de toekomst organiseren kan. Dan heeft men geen a priori twistpunten, maar kunnen die op grond van verschillen in belangen of inzichten aan belang winnen.
Aan de ene kant van het spectrum ziet men politiek, economie, maar ook religie als het resultaat van berekend handelende mensen, niet enkel dus de homo economicus, maar al wie door positie of keuze dan wel beide aan touwtjes trekken kan, zal aan de verleiding van de calculus van het maximale gewin niet ontsnappen. Was de Synode van Dordrecht in 1618 hier geen resultante van? DIchter bij ons kan men de pedofilieschandalen in de RKK zien als het resultaat van een berekening van het minste kwaad.
Toch denken we niet dat de mens niet over de vrijheid zou beschikken af te zien van pure berekening van het maximale kwaad, het minimale verlies en dito inspanning. Het politieke handelen wordt dan opnieuw, zoals Chantal Mouffe onderstreept, een kwestie van discussie over keuzes, waarbij men de macht o, die keuzes door te drukken deels ontleent aan het krediet dat men heeft bij de kiezers.
René GFirard schreef uitgebreid over mimitésme, de zondebok en vooral over de verdichte waarheid, en de aanstekelijke leugen van de romantische kijk op de dingen.