Het menselijk tekort
Max Kohnstamm, een van de laatste der mohikanen die ruim een halve eeuw geleden ‘Europa’ op stapel hebben gezet, heeft er goed aan gedaan in de krant van 11 april de Amerikaanse denker Reinhold Niebuhr (1892-1971) in de herinnering te roepen. Hij citeert uit een „vergeten hoofdstuk” van The children of light and the children of darkness (1945).
Zelf ben ik in kennis met Niebuhr gekomen door zijn boek Moral man and immoral society (1932), dat ik al in mijn jonge jaren las zonder overigens de diepe betekenis ervan op dat ogenblik nog volledig te doorgronden. Later pas, na enkele decennia als spectateur engagé (Raymond Aron) het verkeer tussen naties te hebben gevolgd, viel het muntje in het slot.
Een van de stellingen die Niebuhr in dit boek verdedigt, is dat de individuele mens nog wel door morele motieven kan worden gedreven, maar zo niet de samenleving waartoe hij behoort. Vandaar: moral man and immoral (ik zou liever zeggen amoral) society. Ik citeer de desbetreffende passage uit dit boek:
„Mensen kunnen als enkeling nog wel moreel zijn, in die zin dat zij, bij het bepalen van hun gedrag, in staat zijn rekening te houden met andere belangen dan de hunne; ja, bij gelegenheid aan belangen van anderen de voorrang te geven boven de eigen voordelen.
„Zij zijn van nature begiftigd met een zekere mate van sympathie en begrip voor hun soortgenoten. Hun vermogen tot redelijk denken moedigt hen aan tot een gevoel van rechtvaardigheid, dat door een intellectuele discipline verfijnd kan worden en gezuiverd van egoïstische trekken, totdat zij in staat zijn zich met een zekere mate van objectiviteit een maatschappelijke situatie voor te stellen waarin hun eigen belangen betrokken zijn.
„Maar al die resultaten zijn moeilijker, zo niet onmogelijk, te bereiken voor samenlevingen en sociale groepen. In iedere groep is er minder reden om impulsen te beheersen en te remmen, minder vermogen tot zelfoverstijging, minder bekwaamheid tot het begrijpen van anderen en daardoor meer ongebreideld egoïsme dan individuen, die samen de groep vormen, tonen in hun betrekkingen tot elkaar.”
De vraag rijst nu: hoe komt dit? Ik geloof niet dat Niebuhr haar beantwoordt. Daarom doe ik een poging en kom ik met een eigen stelling: dat komt doordat, mét het ontstaan van de groep (voetbalclub, vereniging, ten slotte: staat), het altruïsme waarmee het individu zich aan (het ontstaan en voortbestaan van ) de groep heeft gegeven en geeft, is verbruikt, is opgeraakt. Vandaar dat de groep zelf niet meer tot wezenlijk altruïsme (of zelfoverstijging, zoals Niebuhr het noemt) in staat is.
Dat geldt voor elke groep, dus ook in theorie voor het verenigde Europa, waaraan Kohnstamm c.s. al hun krachten hebben gegeven. Kohnstamm haalt Niebuhr aan, waar deze pleit voor een overkoepelende organisatie in plaats van de internationale anarchie waarin we ons bevinden.
Op grond van Niebuhrs scepsis ten opzichte van het vermogen van de staat zichzelf te overstijgen, vrees ik dat hij ook zou twijfelen aan de bereidheid – of zelfs het vermogen – van de staat zich te onderwerpen aan zo’n overkoepelende organisatie, universeel of regionaal (lees: Europees). Tot dusver hebben de feiten zo’n scepsis niet gelogenstraft.
In hoeverre bestaat er een verband tussen deze scepsis en Niebuhrs overtuiging dat zonde en schuld onontkoombaar zijn in de geschiedenis van de mens? Ik ken Niebuhrs werken niet voldoende om daar een antwoord op te kunnen geven, maar als iemand die van een lezer te horen kreeg dat hij een „geseculariseerd zondebegrip” aanhangt – een mening die ik niet onmiddellijk ver van mij werp – bepaal ik me ertoe te zeggen dat je niet hoeft te geloven om te kunnen constateren dat de mens niet een volmaakt wezen is, integendeel: vol van zwakheden. We spreken ook wel van het menselijk tekort.
Een geseculariseerd zondebegrip is dus geen contradictio in terminis. De Poolse filosoof Leszek Kolakowski, zelf begonnen als in Moskou getraind marxist, heeft het ook. In een essay uit 1972 betoogt hij dat het zondebegrip een wezenlijk element is van onze christelijke cultuur, van welker geestelijke erfenis zich niemand geheel kan vrijmaken, ook de niet-gelovige niet. Immers, „volkomen niet-christen te zijn zou betekenen dat men zich buiten die cultuur stelt”.
En dat dreigt nu te gebeuren. In een interview met de Volkskrant zegt de schrijver Nicolaas Matsier, die zelf niet-gelovig is, „overtuigd te zijn van de waarde van het christendom als de culturele factor nummer één in onze beschaving en in ons denken. Ik vind het intens treurig dat de christelijke cultuur naar de maan is. We gooien de culturele continuïteit weg.”
Wat komt ervoor in de plaats? Het redelijk alternatief? De mens heeft in de moderne tijd genoeg getoond ontvankelijk te zijn voor onredelijke alternatieven, zoals nationalisme en fascisme, om daar alle heil van te verwachten. Zelfs bewegingen die beweerden dat hun politieke en economische eisen wetenschappelijk gefundeerd waren, zoals het marxisme / communisme, zijn op catastrofes uitgelopen.
De menselijke onvolmaaktheid, het menselijk tekort, is, zegt Kolakowski, „intrinsiek (wezenlijk, fundamenteel), niet contingent (afhankelijk van omstandigheden)”. Het is dus niet verbeterbaar, op z’n hoogst beheersbaar. Het leven is vallen en opstaan of, heroïscher, luctor et emergo, het devies van Balkenendes geboorteland.
Wilt u reageren? Mail de auteur via dezerdagen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie via nrc.nl/heldring



donderdag 23 april 2009, 23:12 uur
Interessant om de stellingen van Niebuhr, Kalowski en Matsier zo aan elkaar te relateren. Niet tegenstaande het feit dat we de beperkingen van menselijk handelen zullen erkennen, ongeacht onze achtergrond, overtuiging of cultuur gaan deze stellingen mank vanuit een darwinistisch perspectief. Gegeven de uitgangspunten dat:
i) de natuur (dus ook: groepen van dieren) amoreel zijn;
ii) moraliteit een menselijk construct is (bijvoorbeeld: bepaald gedrag van apen kan als altruistisch worden bestempeld, terwijl het maar zeer de vraag is of de apen dat intrinsiek zijn, danwel de capaciteit hebben tot zelfreflectie om dat van zichzelf te erkennen);
vraag ik mij af of we het wel of niet moreel zijn van menselijk handelen los kunnen zien van de sociale (menselijke) context. Kalowski’s bewering is hiermee een cirkel redenering geworden. De paradox dat elementen van een groep een bepaald attribuut bezitten, maar de som van de elementen als groep niet (Niebuhr), is een bekend verschijnsel in ‘emergence theorie’ van complexe biologische systemen (alhoewel vaak vice versa: het systeem bezit kenmerken die elk afzonderlijk element niet bevat). En in reactie op Matsier’s stelling dat wij als mensheid schatplichtig zijn aan het Christendom, vraag ik mij af of we uberhaupt niet dezelfde evolutie en ontwikkeling hadden gemaakt, ongeacht het religieus/cultureel construct wat hiervan de oorzaak (gevolg?!) is.
Moraliteit is niet intrinsiek. Stel: een groep mensen kampt met voedsel schaarste. We zijn geneigd om hun gedrag als moreel te bestempelen als ze het weinige eten dat voorhanden was eerlijk zouden delen; immoreel als de sterkste man dat allemaal voor zichzelf zou houden. Voor een groep dieren zouden we er al meer moeite mee hebben om exact hetzelfde gedrag te classificeren. En wat moeten we ervan maken als we zien dat dieren dan voedsel met elkaar delen?
vrijdag 24 april 2009, 3:24 uur
Een schitterende analyse.
Het is echter belangrijk daarom Europa ook terdege te beschouwen als een groep. (Er zijn in ieder geval verregaande pogingen om dit ‘groepsgevoel’ te kweken.)
Ik beschouw Europa -als groep in wording- echter ook niet in staat te zijn om tot gesteld altruïsme of zelfoverstijging te komen.
Wellicht is dit de kern van het gevoel wat op de achtergrond bij alle tegenstanders van ‘Europa’ leeft.
vrijdag 24 april 2009, 11:48 uur
Heldring had liever gehad dat Niebuhr in de titel van zijn boek het woord ‘amoral’ in plaats van ‘immoral’ had gebruikt. Hij legt niet uit waarom. Daar moet ik dus naar raden. Soit. Zelf vind ik ‘immoral’ zeer op zijn plaats. ‘Amoreel’ kleeft hetzelfde bezwaar aan als het woord ‘objectief’. Het gaat om begrippen die het bestaan van een Archimedisch punt veronderstellen van waaruit bepaalde zaken neutraal kunnen worden vastgesteld. Maar over zo’n verheven uitgangspositie beschikken wij mensen helaas niet, dat geldt zelfs voor columnisten. Niebuhr spreekt dan ook van ‘een zekere mate van objectiviteit’. Dat lijkt mij het hoogst haalbare. Zo is ook ‘een zekere mate van moraliteit’ het hoogst haalbare, hetgeen zelfs staten als Nederland of statenassociaties als de EU wel degelijk kunnen bereiken, denk bijvoorbeeld aan hun pogingen tot ontwikkelingshulp aan minder fortuinlijke staten en gebieden.
Heldring rept met Kolakowski van niet-gelovigen, die, ik parafraseer, zich door tot volkomen niet-christen-zijn te geraken, buiten onze cultuur zouden stellen. Dit laatste gaat mij te ver. Veel van wat christenen als christelijk beschouwen blijkt bij nadere beschouwing pre-christelijk van aard. Je kunt je bijvoorbeeld het offer van Christus (tamelijk ultieme gift) moeilijk voorstellen zonder de voorbeelden van prehistorische en antieke offerverschijnselen, waar dan ook. Het betreft kennelijk een universeel menselijke, zij het wat primitief-magische wijze van voelen en denken die in zulk handelen uitmondt, althans kan uitmonden.
Terzijde: ik pleit ervoor liever te spreken van ‘godsdienstvrije’ dan van het intrinsiek negatieve begrip ‘niet-gelovige’. Voor een godsdienstvrije kan ook bijvoorbeeld het drinken van de gifbeker door Socrates een betekenisvol handelen zijn. Zo iemand draagt daarmee een oudere, diepere, bredere en veelomvattender cultuur, van welke hij zich deel weet uit te maken, dan van slechts de christelijke traditie, die nog maar zo’n 2000 jaar oud is.
vrijdag 24 april 2009, 13:35 uur
Dank voor uw interessante analyse. Ik zou u willen wijzen op een boek van Arthur Koestler:
Koestler A. (1989). The ghost in the machine. Arkana Books, London (First published by Hutchinson & Co in 1967).
Koestler (1989:243) speaks of regression and progression or identification and integration. Identification with tribe, caste, nation, church or party -with a social holon- is regression to an infantile form of self-transcendence. It is crowd mentality: “it entails the readiness not only to kill but also to die in its name. …the self-assertive behavior of the group is based on the self-transcending behavior of its members… the egotism of the group feeds on the altruism of its members” (ibid.:251). War is not the result of aggressive self-assertion, but of self-transcending identification (Koestler 1989:253). Holocausts are derived from primitive identification instead of mature social integration. In an ideal society the self-assertive and self-transcending tendencies “would be harmoniously combined in its citizens – they would be saintly and efficient, yogis and commissars at the same time” (ibid.:241).
[A holon is simultaneously an independent unit and part of a larger system].
Een mooi voorbeeld van ‘crowd mentality’ zijn voetbal hooligans. De groep gedraagt zich zeer assertief, maar is feitelijk gebaseerd op een infantiele vorm van zelfoverstijging van zijn leden. Mijns inziens komt dit omdat het groepsbewustzijn (het collectieve bewustzijn van de groep) wel coherent is, maar ook van lage kwaliteit. Alle neuzen staan dezelfde kant op, maar het groepsgedrag is negatief gericht. Een voorbeeld van ‘mature social integration’ zou Obama’s verkiezingscampagne kunnen zijn. Een grote groep vrijwilligers vertoont positief gericht, altruistisch gedrag. Het collectieve bewustzijn van die groep is coherent (waardoor efficient en effectief wordt samengewerkt voor een gezamenlijk doel) en positief gericht. Een coherent collectief bewustzijn van hoge kwaliteit vereist een balans van zelf-assertieve en zelf-overstijgende tendenzen. Groepen bestaan altijd uit individuen en alleen wanneer voldoende individuen moreel hoog ontwikkeld zijn, kunnen groepen coherent en positief gedrag ten toon spreiden.
Het menselijk tekort is m.i. wel verbeterbaar, maar de grote geinstitutionaliseerde religies en het humanisme, en het meer recente New Age gedoe, hebben tot op heden nog niet veel zoden aan de dijk gezet. Bepaalde technieken voor bewustzijnsontwikkeling (bijvoorbeeld de Transcendente Meditatie techniek) kunnen menselijk gedrag wel significant verbeteren, als men bereid is dagelijks wat tijd te investeren in de beoefening hiervan. Wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in onafhankelijke peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften, naar de individuele en collectieve effecten van de regelmatige beoefening van de TM techniek laat zien dat mensen zich individueel, maar ook als groep, altruistischer gaan gedragen. Dus de combinatie van ‘moral man and moral society’ is wel mogelijk als voldoende mensen tijd zouden willen besteden aan efficiente en (wetenschappelijk bewezen) effectieve technieken voor bewustzijnsontwikkeling.
Voor wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van de TM techniek verwijs ik naar de volgende website:
http://www.truthabouttm.org/truth/Home/index.cfm
Ook in mijn proefschrift vindt u meer materiaal over Koestler (p.165) en dit onderwerp:
Van Eijk T. (1998). Farming Systems Research and Spirituality. An analysis of the foundations of professionalism in developing sustainable farming systems. Ph D thesis, Wageningen Agricultural University, The Netherlands. http://library.wur.nl/wda/dissertations/dis2546.pdf
P.S.
Ik beoefen zelf de TM techniek sinds 1972, maar ik ben het niet altijd noodzakelijkerwijs eens met de uitlatingen en terminologie zoals gebruikt door de TM organisatie. Wat belangrijk is voor mij zijn mijn eigen persoonlijke ervaringen en vooral het vele wetenschappelijke onderzoek dat naar de TM techniek is gedaan de afgelopen 40 jaar.
Met vriendelijke groet,
Toon van Eijk
vrijdag 24 april 2009, 19:39 uur
Maar wacht eens, het zijn toch niet die anonieme massa’s maar individuen, die de geschiedenis maken?
Tomáš Garrigue Masaryk, zelf een belangrijke actor in het politieke proces in Europa vanaf het fin de siecle tot de jaren dertig van de vorige eeuw, zag het zo – ik bloemlees uit Talks with T.G. Masaryk door Karel Čapek, vertaald in het Engels door Dora Round:
“I do not believe in equality, absolute equality, that is. There is no equality in the stars or in man. There always have been and always will be individuals who by their own gifts and combination of circumstances not of their own making can and do achieve more than others; there will always be a hierarchy among people. But hierarchy means order, organisation, discipline, knowledge, and obedience, not the exploitation of man by man.
( ) The longer I live, the more I realise the role played by the individual in the evolution of humanity, but I repeat: more talent and more of what is known as luck do not justify the exploitation of the less gifted and less fortunate.”
“But always and in everything, in scholarship and in politics, my motivating force, my vis motrix, has been ethical in nature, and ethics I base on feelings, live, sympathy, and humanity.
( ) Politics has an element of poetry to it, inasmuch, as it has creative power. I believe we can consciously fashion, mold our own lives and those of our dear ones to a considerate extent; I believe a life can and must be created; I believe life itself is a play just as a Shakespeare play is a play.”
“I have often pondered such fateful moments in life. I have never looked upon Providence as something aristocratic, something that gives me more than others. Many people – all people, perhaps – enjoy a modicum of good fortune. The role of Providence in the development of states and nations is something else again, thought states and nations are made up of individuals, and individuals are the expression and medium of the whole. It is a difficult problem, a hard nut to crack, and I do not claim to explain it. Yes, it is a real philosophical conundrum.”
Masaryk sprak deze woorden in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw, vóór Hitler, als man in de zeventig die zijn grote wapenfeiten al had beleefd.
Duidelijk is dat hij op basis van zijn eigen leven gelooft dat individuen en niet groepen, massa’s e.d., een cruciale rol spelen in de geschiedenis. Zo beschouwd, zo het niet zo belangrijk zijn of massa’s wel of niet een moraal kennen: als hun leiders ethisch handelende individuen zijn, zou er in Masaryks model niets aan de hand zijn.
Het probleem is misschien dat amorele massa’s hun eigen leiders lijken voort te brengen: hun volksmenners die als het ware de massa in zich dragen.
zaterdag 25 april 2009, 9:50 uur
Over het menselijk tekort gesproken. Ben Knapen vermeldt in zijn recentie van het boek “De klimaatoorlogen”van Harald Welzer diens opvatting dat voor het collectief “moraal” geen enkele handelingsrelevantie heeft en dat we als individu sociopathisch zijn: we verdienen in het westen gemiddels zeventig keer mee dan de rest, gebruiken vijftien keer zoveel energie en laten negentien keer zoveel milieuschade achter. De ellende van anderen, van de eigen kleinkinderen laat de sociopaat koud. Tot zover Welzer.
Dit doet denken aan de uitspraak van de Deen Kaj Munk (luthers predikant/dichter/martelaar): Wij kunnen niet leven zonder anderen pijn te doen, zonder hen te beconcureren, zonder hen te doen lijden onder onze druk. Dat wij onder alle omstandigheden op onze zelfhandhaving uit zijn die per definitie ten koste gaat van de ander, dat is het kwaad zelve. En hij memoreert zijn tijdgenoot Nordahl Grieg die ergens zegt: aan de absolute liefde gemeten is leven iets onfatsoenlijks.
Boven enig zondebesef behoeven wij ons derhalve niet verheven te achten hoewel de uitvluchten voor het oprapen liggen.
Het christelijk geloof laat het niet bij deze diagnose maar verkondigt dat God’s genade zoals in Jezus Christus geopenbaard ons van nature zondige mensen tot bevrijde mensen wil maken in de verwachting een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.
Daarmee is het christelijk geloof primair een verlossingsgeloof of liever het geloof in de Verlosser en niet in eerste instantie een zedenleer.
zaterdag 25 april 2009, 15:47 uur
Het is mij vreemd om te spreken van het menselijk tekort in het Darwinjaar. De diersoort mens is, in het evolutionaire proces, een vorm van leven geworden zoals wij die thans kennen. Period ! Niks tekort, maar we moeten serieus weten wat we zijn en wat we kunnen en moeten.En dat is nog eens urgent ook !!
En laten we in elk geval nu eindelijk dat christendom buiten een serieuze analyse laten ! Toen God ter afsluiting van de zogenaamde schepping, de mensen schiep, met die ingebouwde neiging om alles maar op te vreten, zeide Hij dat het goed was. Promt bracht Hij de mensen in verleiding en daar gaat de zondeval van start. Niets tegen te doen, zelfs niet het gruwelijk lijden van Zijn zoon, diens sterven en opstaan. Natuurlijk niet; Hij had zelf de weeffout moten herstellen, want, het voor ons nog verborgen betrokken genenpaar in het DNA, was Hem van eeuwigheid tot eeuwigheid bekend.
Een mooi trekje, van Heldring, dat hij al dat moeilijke gedoe van Darwin buiten beschouwing laat, terwijl hij daarvan toch snel de essentie en de relevantie zou inzien; het is met een paar zinnen te vertellen:
De hersenen van elk dier zijn er om zijn leven in stand te houden en het leven door te geven. Het bijzondere van de diersoort mens is de aanmerkelijke uitstulping van de hersenen in de gedaante van de hersenschors ( cortex ). Die cortex hebben we in 7000 jaren zo leren benutten ( met name door het hanteren van taal en andere symbolen ) dat ons denkvermogen zeer groot is en sommigen maken daar ook in de volle breedte gebruik van…Daarmee kunnen wij, hoe doorslaggevend die basisfunctie van de hersenen ook blijft, ook onszelf beschouwen zoals we zijn en zouden moeten zijn en wat we zouden willen.
Welnu, we kunnen lang niet alles willen: de dood en bepaalde natuurrampen zijn niet te ontgaan; maar wat we willen moeten we niet allemaal doen en wat we beslist moeten doen moeten we niet veronachtzamen!
En daar zit nu precies de kern; wij als mensdom moeten onze hersens gebruiken, ook voor die zaken waarin wij niet vanzelf dat doen wat in ons belang is. En die zaken beginnen zich , zo langzamerhand toch wel erg op te dringen, nu we met zo velen zijn en elkaar dus een beetje in toom moeten houden!!
Je kunt en moet een hele boel dingen overlaten aan “het vrije spel der krachten “, maar niet aan de markt, als daar niet heel duidelijk grenzen bij worden gesteld en gehandhaafd. Althans als je zo tewerk gaat, en daar dus alle heil van verwacht, dan moet je niet wanhopig vragen naar de verantwoordelijke voor hetgeen ons niet bevalt en benauwd en al helemaal niet onze eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden doodslaan met ons menselijk tekort.
Als we vinden dat we, met zo velen, niet meer kunnen hebben dat iedereen maar de meest verwoestende wapens heeft, zich verrijkt terwijl miljarden mensen ver “achter ” blijven,of het milieu verpesten, dan moeten we serieus werk maken van een aanpak, door de urgentie daarvan centraal te stellen, en wel in het kader van onze menselijke verantwoordelijkheden en niet rusten vooraleer ieder inziet dat zoiets van ons gevergd moet worden.Elke redenering waarvan de bottum-line is, zoiets als het menselijk tekort, is onverantwoord en je moet er dus geen christelijke cultuur bij halen, want daar komt die redenering vandaan !. Welke christelijke cultuur overigens? Die van de kruistochten, die van het Europa van de 20-e eeuw, met z’n gruwelijke oorlogen en andere schandes, of die van de USA onder Bush?
De diersoort mens heeft allerlei zaken ontwikkeld, ook wel dezulke die in dit verband bruikbaar zijn en zouden moeten worden ingezet voor een urgent doel. Waarom laten we toe dat de geweldige mogelijkheden van communicatie ons aansporen tot alsmaar meer consumptie en verstrooing en daardoor ons afschermen van zaken die urgent zijn: wij willen steeds meer snoep en de macht om te eisen dat we ons beraden hebben we uit handen gegeven. Waarom die treurige vertoning van onbenul over de JSF, en niet een discussie over wat we aan het doen zijn met het willen hebben en verbeteren van ons vernietigingspotentieel; is het niet beter om ons te beraden op waar we zijn terecht gekomen en met Kant te overwegen : wat kunnen we weten, wat mogen we hopen en wat moeten we doen ! Jan Mol
maandag 27 april 2009, 16:12 uur
Nog een interessante en i.v.m. het thema van Heldrings colum relevante uitspraak die ik toevallig van Niebuhr vond:
“Moraliteit zonder realisme is naïviteit of erger, en realisme zonder moraliteit is cynisme of erger.”
Wie geïnteresseerd is in de Obama-Niebuhrconnectie leze bijvoorbeeld: http://www.thestar.com/News/USElection/article/443383.
zondag 3 mei 2009, 23:05 uur
In de column van 26 maart j.l., “Zijn Plato en Cicero nog actueel?” geeft u – min of meer – hetzelfde probleem weer.
Om op de vraag of we Plato nog nodig hebben maar meteen met de deur in huis te vallen, we zullen Plato altijd nodig hebben tot in alle eeuwigheid, immers hij is de woorddrager van de historische Socrates.
En over Socrates wil ik het – met uw welnemen – hebben. Immers Plato heeft zijn oude leermeester nooit begrepen – daar was hij trouwens veel te jong voor – dat is een boude stelling die ik – wellicht, bij tijd van leven – nog zal bewijzen, maar dat is hier nauwelijks relevant.
Relevant is, dat er in het verleden – mijns inziens – iets belangrijks over het hoofd is gezien. In een scriptie, tijdens mijn studie te Leuven, heb ik al eerder gewezen op een amendering van Aristoteles – in zijn Ethica Nicomachea (1144 b 15 – 1144 b 20) – waar hij Socrates bekritiseert op het punt van de kardinale deugden.
De vier kardinale deugden – moed, maat,verstandigheid en
rechtvaardigheid – zijn van Socrates en hij beschouwde dat als de h o o g s te k e n n i s die voor de mens bereikbaar is.
Aristoteles bekritiseerde deze opvatting door uiteindelijk te stellen dat de hoogste opgave voor de mens gelegen is, in het nadenken over God.
We hebben nadien – helaas – via het judaïsme, christendom en de islam een aristotelische wereld opgebouwd van “law and order”, met alle ellende van dien. We hadden veel beter een socratische wereld kunnen opbouwen gebaseerd op “zelfdiscipline”, immers de eerste drie deugden staan ten dienste van de vierde, de rechtvaardigheid. En een
rechtvaardige maatschappij is nog steeds niet tot stand gekomen.
Aristoteles heeft dezelfde aanklacht (godslastering) moeten ondergaan als Socrates, maar in plaats zich te verdedigen, vluchtte hij uit Athene en pleegde hij een jaar later – er zijn schriftelijke bewijzen – zelfmoord. Door te vluchten heeft hij het ontbreken van moed in zijn eigen karakter laten zien. Bovendien toonde hij daarmee aan, dat hij
de stelling van Socrates nooit heeft begrepen.
In de Laches van Plato wordt de deugd moed besproken. Laches (een generaal) beschrijft een moedig mens als: “Iemand die bereid is op zijn post te blijven en de vijand af te slaan en niet vlucht”.
Socrates antwoordde, dat het niet alleen over de strijd tegenover pijn en angst gaat, “maar ook over de kranige strijd tegen begeerten en genoegens”.
Ackrill zegt over Aristoteles: ”Een andere belangrijke stelling over morele kwaliteiten, een stelling die hij van Socrates heeft overgenomen, is dat ze samen voorkomen – als je er een hebt, heb je ze allemaal.” Deze eenheid van voortreffelijkheid is – bij mijn weten althans – nooit tegengesproken, maar ik laat me graag corrigeren.
Bij Aristoteles is voortreffelijkheid (aretê) geen aangeboren eigenschap, maar de vervulling van de natuurlijke taak (ergon) en de realisering van de specifieke vermogens (dunamis) van de mens. Hij onderscheidt de voortreffelijkheid van karakter (aretê êthikê) en de
voortreffelijkheid van het intellect (aretê dianoêtikê). Wie aretê bezit is goed. Het onderscheiden tussen de dianoethische en de ethische deugden door Aristoteles, leidt tot een onderscheid tussen filosoof (Aristoteles) en phronimos (Socrates).
De phronimos is de mens, die onder leiding van het verstand, het evenwicht van de diverse psychische eigenschappen heeft bereikt.
Guthrie noemt hem degene waar “we must take our standards from”, iemand die we volledig kunnen vertrouwen als het gaat om “goed en kwaad”. In de opvattingen van Aristoteles was “moed” een karakter-deugd, die aangeboren is.
Dit onderscheid heeft er – mijns inziens – toe geleid, dat de mens zich met zóveel natuurlijk welbehagen aan zichzelf presenteert. Narcisme ligt op de loer, als we het zedelijke bewustzijn (bewustzijn hier als aanwezigheid van het zelf aan zichzelf) in verschillende categorieën indelen. Onderscheiden leidt dán tot scheiden, waardoor het bewustzijn zichzelf niet meer onder ogen kan komen, zonder
gevoelens van grote schaamte. De citaten in uw column over Plato spreken boekdelen en wat hebben we eigenlijk aan reizen naar de maan, als we onze medemensen als vliegen laten creperen? Dat is narcisme in optima forma, over de rug van de ander, welteverstaan.
In een recent artikel in Trouw van 21 maart j.l. wordt door Harvey C.Mansfield – verbonden aan Harvard University – ingegaan op een van de socratische deugden, “moed”. Mansfield eindigt zijn verhaal met, “Een laatste punt: in dit tijdperk van seksuele bevrijding heeft elke vrouw
- behalve als ze arm of hoogbejaard is – moed nodig om haar
deugdzaamheid te verdedigen.” In het origineel staat, “not protected by”, dat is iets heel anders
dan het vertaalde “behalve” en het woord “deugdzaamheid” is “virtue”, in de Oxford Dictionary vertaald als: “moral excellence, uprightness”.
De connotatie met “seksuele bevrijding” maakt deze opmerking
schandalig. Iedere man die in gedachten de deugdzaamheid van een vrouw wil schenden, is een schurk die zijn verstand niet gebruikt! Het is slechts weinigen opgevallen, maar Socrates` protest tegen het seksuele gedrag in de Griekse samenleving en zijn verzet tegen de denigrerende positie van vrouwen, werd hem niet in dank afgenomen, hij werd geschopt en geslagen in de ommegangen van Athene. Aristoteles daarentegen is – als vader van de logica – in de kuil gevallen, die hij voor Socrates heeft gegraven, zijn zelfmoord is het beste bewijs daarvan. Hoe kan Mansfield zich nu beroepen op Aristoteles?
Het lijkt een beetje vreemd dat ik dit artikel in Trouw aanhaal, maar het geeft aan hoe verdwaasd de geschiedenis te werk gaat. Er wordt nauwelijks meer goed gelezen, laat staan dat men de originele bronnen heeft geraadpleegd. Sinds Aristoteles is de hele wereld ervan overtuigd geraakt, dat “moed” een aangeboren karaktereigenschap is.
Lees bijvoorbeeld de misantroop Schopenhauer in zijn “Über die Freiheit des Willens”, die over het aangeboren zijn van het karakter van de mens, geen misverstanden laat bestaan. (Dit boekje is overigens een goede inleiding tot “Die Welt als Wille und Vorstellung”, zijn hoofdwerk dat bestaat in drie versies of zoals Schopenhauer zelf toelicht een: “Dritte, verbesserte und beträchtlich vermehrte Auflage”, hij heeft geen half werk geleverd, maar dit terzijde)
Wij worden niet geboren met een bij voorbaat vaststaand karakter, niets is minder waar. Zelfs de moderne genetica – inclusief onze neurobioloog Swaab – gaat van het standpunt uit dat ons karakter aangeboren is, omdat men gewoon niet kritisch genoeg is. En ja,toegeven aan de lustgevoelens, die Socrates in de Laches terecht onder de categorie “moed” plaatst, is natuurlijk de weg van de minste weerstand, als we opgevoed worden met de belangen van Kerk en Staat in
het vaandel.
Want daar ligt een groot probleem. Aan de ene kant willen de
machthebbers hun macht, die ze al sinds het begin der tijden in handen hebben, nooit vrijwillig afgeven en dus is er de religie die dient als opium v a n het volk, zoals Marx terecht vaststelde. Niet v o o r het volk zoals u weet. Het volk vlucht zelf in het roesmiddel, omdat het zijn “selbst verschuldeten Unmündigkeit”, zoals Kant terecht in 1784 opmerkt, uit luiheid en lafheid niet wil afwerpen.
Aan de andere kant is er natuurlijk het gelijk van Darwin en die ontwikkeling – de evolutie – kan geen enkele machthebber tegenhouden, ook al zou men dat willen. Dat alle religies die er in het Westen toe doen – willens en wetens – leentjebuur hebben gespeeld bij Plato en Aristoteles ontgaat iedereen!
Over Marx zal ik verder maar niets zeggen, hij heeft een aantal belangrijke missers gemaakt! Dat op zich heeft al genoeg mensenlevens gekost, nietwaar?
En zo kan het verkeren dat u de tijdgeest goed aanvoelt en spreekt van “Het ondenkbare denken” in uw column van 19 maart j.l..
Terecht wijst u op van Creveld die ons wil doen geloven dat “oorlog” een natuurlijk gegeven is, waar de mens zich nooit aan kan onttrekken. Cui bono?
Die morbide stelling is niet meer en niet minder, een
“naturalistische drogreden” uit de logica !
Ook die onnadenkendheid wil men ons doen geloven. En ook dat is dus niet waar, maar binnenkort slaan we elkaar weer wereldwijd de koppen in omdat we te lui en te laf zijn, om ons verstand te gebruiken. Waarom gunnen we elkaar niet het licht in de ogen?
Precies dat is nu de kern van de kardinale deugden. Ze zijn de hoogste vorm van k e n n i s die voor de mens is weggelegd. Juist daar ligt het gevaar voor de macht, alle deugden zijn dus n i e t aangeboren, maar kunnen gewoon aangeleerd worden.
Het zal niet gemakkelijk zijn, maar Hesiodus merkt terecht op dat “de goden het zweet voor de deugd hebben gelegd, maar eenmaal in het bezit, raakt men er niet gemakkelijk vanaf”.
Socrates is als “non-conformist met een eigen geweten” een gevaar voor de stabiliteit van elke samenleving, denkt men. Maar ook dat is natuurlijk grote onzin. Wilt u leven in een maatschappij die zich over de rug van de Derde Wereld wentelt in luxe? Kunt u dan nog rustig slapen? Nee toch!
Zolang we echter volharden in onnadenkendheid heeft Kant groot gelijk als hij stelt.: “Ein Mensch kann zwar für seine Person und auch alsdann nur auf einige Zeit in dem, was ihm zu wissen obliegt, die Aufklärung aufschieben; aber auf sie verzicht zu thun, es sei für seine Person, mehr aber noch für die Nachkommenschaft , heißt die heiligen Rechte der Menschheit verletzen und mit Füßen treten.” (origineel taalgebruik uit 30 september 1784)
We zullen dus, willen we ooit rustig kunnen slapen, de demonen uit het verleden moeten verjagen en een socratische samenleving moeten w i l l e n opbouwen. De aristotelische maatschappij van nu, leidt ons als lemmingen naar de afgrond, dat zal de mensheid niet overleven. Dat is dus
mijn antwoord aan Kolakowski. Er is wel degelijk een redelijk alternatief, als we maar willen!
Zei Goethe niet: “Alles Gescheite ist schon gedacht worden; man muß nur versuchen, es noch einmal zu denken”.
Met vriendelijke groet,
L.J. Arets
woensdag 10 februari 2010, 16:44 uur
[...] Column van Heldring [...]