Kortzichtigheid
Het zal u ontgaan zijn, maar binnen de literaire wereld woedt op dit moment een discussie over hoe de literatuur weer maatschappelijk relevant gemaakt kan worden. Doen romans en verhalen er nog toe? Literatuur wordt, vreest men, niet langer gezien als een vorm van kunst, iets wat diepte geeft aan het menselijk bestaan, maar eenvoudig als een vorm van vermaak, of veel erger, iets voor een kleine groep fijnproevers, die het met elkaar heel gezellig hebben, maar die hun kennis en inzichten op geen enkele manier meer weten over te brengen buiten hun eigen groep. In de dag- en weekbladen worden de recensies van boeken korter en schaarser. Op televisie verschijnen weliswaar regelmatig schrijvers, maar je kunt niet zeggen dat met hen beschouwelijke gesprekken worden gevoerd over hun worsteling met het bestaan; meestal blijft het bij de vraag of ze wat ze hebben geschreven echt hebben meegemaakt. Of, als ze een prijs hebben gewonnen, wat ze met het geld gaan doen.
Nu is het overal crisis. Vrijwel alle maatschappelijke instituten, of het nu de partijpolitiek of de monarchie is, het openbaar bestuur of het bankwezen of de krantenwereld, staan onder druk. Overal klinkt de roep om hervorming. Oude systemen horten en stoten. Nieuwe systemen blijken gebakken lucht. Ik ken geen enkele organisatie waarin niet naarstig wordt gezocht naar nieuwe manieren om zich te verhouden tot zich in razend tempo voltrekkende technische innovaties en de maatschappelijke veranderingen die daar het gevolg van zijn.
Zo’n crisis in de literatuur, ik geef het meteen toe, steekt daar wat bleekjes bij af. Maar toch. „Filosofie”, schrijft de cultuurcriticus Theodore Dalrymple in zijn meest recente boek Profeten en charlatans, „zal nooit de plaats kunnen innemen van de literatuur, die het vermogen heeft om niet alleen dingen te beweren, maar om af te dalen tot in de diepste vezels van ons wezen”. Dat is niet alleen een persoonlijke aangelegenheid, een geriefelijke hobby voor in de leunstoel. De literatuur heeft de maatschappij iets te zeggen.
Neem de crisis in het leiderschap – het gevoel dat onze bestuurders het op essentiële manier laten afweten. Ik ken geen betere analyse van die actuele crisis dan De stille kracht van Louis Couperus, een boek dat bijna honderdtien jaar oud is. De meeste lezers zullen zich een zinderend verhaal herinneren over overspel in de tropen, vergrijpen waarvoor de verschillende personages genadeloos wordt gestraft door mystieke krachten die diep in de Indische grond schuilen en in het wraakzuchtige hart van de geknechte Javaan. Nederlandsch-Indië, tempo-doeloe, goena-goena en Indische typetjes – dat werk.
Maar de roman gaat in werkelijkheid over falend leiderschap, over de tragische ondergang van een rationeel en fatsoenlijk bestuurder: Van Oudijck, resident van het gewest Laboewangi. In het eerste hoofdstuk van de roman wordt het decor van het drama neergezet. Couperus beschrijft het reilen en zeilen in het residentiehuis. Die ambtswoning heeft het aanzien van een paleis. Tegenover dit symbool van het Hollands gezag, aan de andere kant van de Lange Laan, bevindt zich de woning van de secretaris en zijn vrouw, Eva Eldersma – zij is de andere hoofdpersoon van de roman. Beiden, de resident en de vrouw van de secretaris, zijn verstandig en verlicht, beiden hebben het beste met hun omgeving voor, maar delven niettemin het onderspit. Aan het einde van de roman is de familie van de resident voorgoed uiteengevallen en heeft hij zijn veelbelovende carrière bij het Binnenlands Bestuur opgegeven. Hij woont samen met een inlandse vrouw in de binnenlanden. Daar zoekt Eva hem op. Haar verheven artistieke ambities zijn weggekwijnd en ze staat op het punt om samen met haar zwaar overspannen man terug te gaan naar Nederland. Beiden zijn gebroken.
Wanneer ze vlak voor hun afscheid in een open rijtuig naar het station rijden, proberen ze onder woorden te brengen wat het is geweest dat hen kapot heeft gemaakt, wat nu precies die stille kracht is.
Wat is het bij resident Van Oudijck, de betrouwbare bestuurder, die in niets lijkt op het stereotiepe beeld van de botte Hollandse koloniaal? Tegen Eva zegt hij tijdens hun laatste gesprek: „Voor mij… waren het feiten die ik niet begreep.” Van Oudijck is een door-en-door Hollandse rationalist, die het leven „ziet zoals het moet zijn, niet zoals het is”. Hij beschikt, schrijft Couperus, over een „heersersnatuur’’, die hem, ambtenaar in dienst van het gouvernement, blind doet zijn voor de tegenstrijdigheden van de menselijke natuur. Van Oudijck denkt niet, schrijft Couperus, volgens „de tintwisseling van zijn leven, maar volgens zijn ideeën en principes”. Hij acht zichzelf rechtvaardig, omdat hij de regels naleeft. Dat verhindert hem goed te kijken naar de mensen om zich heen, hen werkelijk aan zich te binden. Hij handelt naar de theorie, niet naar de praktijk. Dat maakt hem ziende blind en die blindheid speelt hem niet alleen parten in zijn bemoeienissen met de mensen over wie hij heerst, maar ook in zijn gezinsleven.
Zijn god is de god van het gezond verstand, zijn leiderschap een leiderschap van principes. Daarom ontgaat hem iets wezenlijks. Hij kan domweg niet begrijpen dat de inlanders over wie hij heerst hem verachten, terwijl de plaatselijke inlandse regent, die zijn onderdanen veronachtzaamt voor occulte zaken en goklust, door hen juist wordt aanbeden. De bovennatuurlijke krachten die op hem en zijn gezin worden losgelaten zijn de doodsteek; hij is ze weliswaar gemakkelijk de baas, maar hij begrijpt ze niet. Dat wordt zijn ondergang. „Er was geen logica in.”
Er was geen logica in. De kortzichtigheid van de resident is schrijnend actueel. Spreek een politicus of bestuurder en al snel stuit je op hetzelfde gekwetste onbegrip over gebrek aan waardering voor hun inspanningen en mooie plannen. Ze doen alles om de burger tegemoet te komen, en toch worden ze gehoond en gehaat. Vogens Couperus is Van Oudijck tot mislukken gedoemd, omdat hij van bovenaf iets wil opleggen zonder dat hij gevoelig is voor zijn omgeving, de aard en cultuur van de mensen over wie hij heerst. Logica, regels, theorie, het werkt allemaal averechts, wanneer gevoeligheid, intuïtie, en empathie ontbreken.
De stille kracht is een literaire klassieker – wat betekent dat iedereen het boek kent en niemand het leest. Het zou verplicht moeten worden gesteld voor bestuurders en ambtenaren.

AEX: 338,65 



zaterdag 17 oktober 2009, 13:42 uur
Inderdaad.nu is het overal crisis.
Een andere schrijver die de angstige kant daarvan heeft beschreven is W Shakespeare in Troilus en Cressida.In de rede van Ulysses op het griekse slagveld bij Troje(I,3,101-118)wordt door Ulysses reeds zeer scherp aangegeven waartoe de huidige wanorde ons zou kunnen brengen.Om bang van te worden
zaterdag 17 oktober 2009, 14:00 uur
Wie zei het ook alweer? Was het Jenny Arean? Ze zei: ‘Mannen zijn emotionele debielen.’ Ik kan me daar in vinden. Zeker de mannen van de generatie van politici als Balkenende, Donner zijn het. Noem ze emotioneel gehandicapten. Daarbij komt dat mannen van die generatie niet in staat zijn zich emotioneel te ontwikkelen. Waarmee ik wil zeggen: verwacht niets van bankdirecteuren of politiek leiders die spijt betuigen. Hun spijtbetuiging is beredeneerd. Ratio. Een vreemdgaander zegt ook keer op keer sorry tegen zijn vrouw. Ik heb mijn hoop gevestigd op jongere mannen. Die zijn namelijk wel tot zelfreflectie in staat. Misschien is mijn hoop vals en is het de man gewoon niet gegeven om zich emotioneel te ontwikkelen en hebben ze andere capaciteiten. Zou dit wanbeleid op alle fronten uitgebleven zijn met een vrouw aan het roer? Ik vrees het ergste. Zolang de vrouwen aan de top niet verder komen dan het naapen van mannen aan de top, zie bijvoorbeeld Mariet Hamer, prefereer ik een jonge man.
zaterdag 17 oktober 2009, 14:01 uur
Misschien, heer Heijne, kunt u een lijstje maken van verplicht te lezen boeken voor bepaalde groepen bestuurders, ambtenaren.
Laat mij meteen een voorstel doen van een meer recent boek dan De stille Kracht: Dave Eggers “What is the What”. Wellicht literair minder hoogstaand maar daardoor inhoudelijk niet minder.
De hoofdpersoon uit deze roman, Valentino Atchack Deng is binnenkort aanwezig in Rotterdam.(zie link)
http://www.selexyz.nl/activiteiten/431/rotterdam/lijnbaan-150/
Met vriendelijke groet,
Ivon.
zondag 18 oktober 2009, 15:48 uur
Volgens mij is de huidige crisis in Nederland (lees: West-Europa) niet zozeer het gevolg van de tegenstelling tussen Rationaliteit en Emotie, maar meer het gevolg van de implosie van het “poldermodel”. De kracht van dat model was altijd de overlegcultuur; er werd niet direct van bovenaf opgelegd (en er daarna door anderen tegen gedemonstreerd), maar besluiten werden pas genomen nadat er uitgebreid over gedebatteerd werd vanuit alle hoeken. Een democratisch sterk model
Wat is nu gebleken? Diezelfde kracht van die overlegcultuur blijkt nu ook zijn zwakte; door dat eindeloos overleggen ontstaan vaak oeverloze discussies die geen oplossing bieden, simpelweg omdat de partijen het maar niet met mekaar eens kunnen worden. In zo’n geval moet er iemand zijn die de knoop doorhakt, maar dat gebeurt tegenwoordig vaak niet, omdat men qua mindset steeds geneigd is rekening te willen houden met mensen. Komt nog bij kijken dat Het Volk tegenwoordig erg verwend is geraakt (niet alleen in Nederland!). Zo wil Het Volk zo vrij mogelijk zijn, maar tegelijkertijd zo beschermd mogelijk.
Maar het ligt niet alleen aan Het Volk. De (linkse) intellectuele elite is, na de Westerse Culturele Revolutie (zo noem ik de periode eind jaren ‘60, jaren’70), sterk vervreemd geraakt van Het Volk, vooral in cultureel opzicht. Die linkse elite is sterk gaan meedoen met de vaak statische “hoge cultuur” (het feit dat er nauwelijks cultuurprodukten zijn van de Westerse Culturele Revolutie in Nederland, in tegenstelling tot hier in Suriname)en kijkt vaak neer op de veel dynamischer “populaire cultuur”. Dit heeft gemaakt dat Het Volk door de jaren heen steeds meer en meer wordt blootgesteld aan indoctrinatie van (vaak Amerikaanse) Rechtse programma’s en dito media; er zijn gewoon te weinig Linkse tegengewichten. Links beperkt zich te vaak tot saaie, “serieuze” programma’s die de gemiddelde kijker nauwelijks aanspreken. Rechts is slimmer; zij richten zich veelal tot entertainment dat vaak dom LIJKT, maar als je goed kijkt zitten er vaak verborgen Rechtse boodschappen in. Als voorbeeld noem ik series als Pacific Blue. En daarmee wordt het volk geindoctrineerd, omdat Links weigert gebruik te maken van de tegengewichten die er WEL zijn (Michael Moore, MIA, X-Men (jawel!), diverse anime uit Japan), onder het mom van “commercieel” en “niet altijd serieus”. Maar…..”populaire cultuur” is ook cultuur, misschien niet altijd intelligent, soms te commercieel, maar wel de cultuur van en voor Het Volk. Het zou goed zijn dat de Linkse elite dit in overweging neemt.
zondag 18 oktober 2009, 16:39 uur
Meneer Heijne, met instemming heb ik deze keer uw column gelezen en wil u complimenteren met uw analyse vanuit het boek de Stille Kracht. Het teveel aan logica, regels en theorie en gebrek aan gevoeligheid, intuitie en empathie bij o.a. bestuurders blijkt van alle tijd. Wanneer echter een policus blijk geeft van begrip voor de emotie van de kiezer dan wordt zo’n man onmiddelijk uitgevloekt als POPULIST. Een onmogelijk dilemma voor de politicus die het “leven ziet zoals het moet zijn”. Uw aanbeveling het boek verplicht te lezen zou ik willen doorgeven aan uw collega Mak en verschillende hoodredactionele commentatoren van het NRC.
In een eerdere column schreef u dat de Nederlander zo snel verongelijkt zou zijn. Ik ben het al 30 jaar (ik ben nu 68jaar)meestal oneens met de sociaal-democratische gedachte en handelswijze. Mag ik…? Ik stem Wilders omdat ik het o.a. een heerlijke stok vind om ze te slaan. Het geeft mij een goed gevoel. Na de geheven vingertjes van de kapitalist, dominee/pastoor, socialist, intelectueel en nu de multiculturalist met hun morele zelfgenoegzaamheid is Wilders een verademing.
Met vriendelijk groet van uit het hart van een verongelijkete, wraakzuchtige, geknechte Nederlander.
B.Krijger, Montfoort.
zondag 18 oktober 2009, 20:01 uur
Beste Bas,
Dank voor je noodkreet over de afvlakking van de receptie van de literatuur. Met plezier las ik de analyse over De stille kracht en de relevantie voor de hedendaagse situatie bij (politieke) bestuurders.
Het zou wel eens een goed idee kunnen zijn om een NRC leesclub op te richten die specifiek op het doel dat jij voor ogen hebt -nadenken over de maatschappelijke relevantie van literatuur – gericht is en literataire teksten met dat doel zal selecteren en bespreken.
Een belangrijk punt is namelijk ook, dat schrijvers zoals Virginia Woolf, Dos Passos, Hemingway, Joyce,
in het interbellum al schreven over processen in de maatschappij die decennia later door denkers als Habermas herkend zijn als ‘individualisering’, ‘fragmentatie, ‘commercialisering’ en ‘bureaucratisering’ van de hedendaagse maatschappij.
Later dook in de literatuur – en in de sociologie – het idee op dat elke werkelijheid die wij kennen geheel door taal tot stand komt, hetgeen in de literatuur heeft geleid tot ‘talige experimenten’ waar soms geen verhaallijn meer in te herkennen was.
Later werd dit weer in het gerede gebracht: nieuwere schrijvers -zoals bijv. Eduardo Mendoza in de Spaanstalige literatuur- vermengden allerlei traditionele genres zoals de schelmenroman, de satire en de detective alsmede de historische roman tot een kleurrijke verhaallijn.
Ook dit is een kunst die we maar beter eerder dan later kunnen gaan leren in onze maatschappij. Terug naar vroeger- ongeacht of onze nostalgie nu terug zou gaan naar de negentiende eeuw, de tijd van Theo Thijssen, of de tijd van de verzuiling – is onmogelijk en onwenselijk. Maar het menselijk vermogen om van de hedendaagse werkelijkheid die door de snelheid en kracht van de technologie, de macht van de neoliberale gladjakkers in de financiele wereld, de onmacht van de pluche bestuurders en, inderdaad, de door Habermas al beschreven fenomenen soms langs en over ons heen lijkt te razen – te komen tot een enigszins beheersbare, leefbare en duurzame maatschappij, kan maar beter vroeger dan later worden getraind en aangescherpt. Ik onderschrijf volledig dat literatuur ons hierbij kan helpen. In feite wordt dit overigens al gedaan door bijv. Hans Achterhuis die in zijn boek ‘Met alle geweld’ veel literaire werken, waaronder die van Coetzee, aanhaalt. Mocht de exercitie die ik voorstel niet zoveel helpen, blijft er altijd nog de troost dat deze in elk geval het maatschappelijke denkproces aanzienlijk zal veraangenamen. Castillo Gaviota.
dinsdag 20 oktober 2009, 21:32 uur
Bas Heijne schrijft: Logica, regels, theorie, het werkt allemaal averechts, wanneer gevoeligheid, intuïtie, en empathie ontbreken. Maar ik vermoed dat hij ook van mening is dat het omgekeerde geldt. Zaterdagmiddag was ik bij Bas Heijne’s lezing over de brieven van Vincent van Gogh. Uit die brieven komt de theoretische kant van Van Gogh’s schilderkunst naar voren. Vincent heeft hevig geworsteld om tot een synthese van gevoel en theorie te komen. Maar als ik Bas goed heb begrepen is dat wel gelukt. Spreekt Van Gogh daarom zo velen aan, in tegenstelling tot meer éénzijdige kunstenaars?
En, over verplichtstellen gesproken: die fundamentele tweezijdigheid in alle aspecten van ons bestaan is diepgaand én zeer breed onderzocht door de filosoof F.S.C. Northrop. Zie bijvoorbeeld zijn “The Meeting of East and West – An Inquiry concerning World Understanding” uit 1946 (!), via internet nog te verkrijgen.
Willem Beekhuizen, Ter Aar
donderdag 22 oktober 2009, 10:38 uur
Een boek verplicht stellen? Wat zou dat helpen? Eenieder leest op zijn eigen individuele wijze, en eenieder leest daarom en ander boek, ook al zit het in dezelfde kaft.
Veelal wil men toch een bevestiging van het eigen gelijk lezen. Zie het stukje van dhr Krijger(#5), die beslist geen mooie en sociale gedachten heeft gekregen, van welk boek dan ook schat ik.
De thematiek van falend bestuur kan mooi verwoord worden – door Couperus, Multatuli Jamaica Kincaid etc. – maar dat kan ook in nuchtere analyses en rapporten van wetenschappelijke aard: heeft literatuur in dezen dan aan meerwaarde?
Worden mensen door het lezen van literatuur überhaupt ‘betere’ mensen? Passen zij hun handelen en denken aan op het gelezene?
Dat lijkt mij de eerste vraag die beantwoord moet worden alvorens van een crisis te kunnen spreken: immers het woord/begrip crisis veronderstelt een omwerping van een natuurlijke staat, een status quo.
Welke status quo hebben we het dan over?
Velen vinden zich op grond van hun belezenheid te mogen rekenen onder de elite, maar wat merken wij -de omgeving- van deze belezenheid? Beter gedrag? Gedrag wat méér wordt gestuurd door ratio dan door emoties? Of is het zo dat zij beter hebben leren rationaliseren, dat de werkelijke motieven van hun handelen beter verhuld kunnen worden? Kennis werkt altijd twee kanten uit: men gebruikt het ten goede of ten kwade.
Daarom: een boek verplicht stellen, wat schiet je daarmee op? Zonder indringende uitleg en discussie over de bedoeling cq. duiding van het geschrevene vervliegen de goede bedoelingen.
En heb je dan een per se een literair boek nodig hiervoor?
En de hamvraag: moet literatuur zich daarvoor lenen of heeft het een eigen bestaansreden – gewoon goed en (het is subjectief) mooi schrijven?
En Dalrymple …. ach ja, Dalrymple ….. tja … och ..
donderdag 22 oktober 2009, 18:23 uur
Dat zou grappig zijn, als alle politici zich in één boek zouden kunnen vinden. Dan hadden we meteen geen meerpartijenstelsel meer en dus ook geen ontwrichtende coalitieregering. Coalitie is niet meer van deze tijd, vindt u ook niet?
Laten we lezen. Couperus voor de politici, Joep Dohmen’s Tegen De Onverschilligheid voor de burgers. Moeten wel alle burgers dat lezen en ernaar leven natuurlijk, anders moet je weer opvangplekken creëren bij de AH-kassa voor de Dohmerlezers die de niet-lezers eindeloos laten voorgaan.
vrijdag 23 oktober 2009, 10:21 uur
Helemaal met Heyne’s column eens. Castillio Gaviota (reactie nr. 6) geeft er een noodzakelijk verlengstuk aan en paart een mooie naam aan een geweldig goed idee. Dóen NRC!
vrijdag 23 oktober 2009, 10:24 uur
Het is natuurlijk “Heijne”. Sorry
zondag 25 oktober 2009, 18:46 uur
Dat goede literatuur een positieve en belangrijke rol speelt in het maatschappelijk verkeer zal door weinigen worden betwist, ook niet door Dalrymple die zegt dat de filosofie nooit de plaats kan innemen van de literatuur. Er mag echter geen sprake zijn van dat de een de ander uitsluit. Zij kunnen en moeten ‘naast elkaar’ hun bijdrage leveren.
De reeks: – Wetenschap(die de middelen aandraagt) – Filosofie (die ons een juist gebruik van de door de wetenschap aangeboden middelen leert) – Literatuur (waarin vergelijkingsmateriaal kan worden gevonden dat relativering en geluksbeleving kan opleveren)-, is cruciaal.
Het moet in deze volgorde voor de politiek, waar uiteindelijk de vormgeving van een begripvolle maatschappij vandaan moet komen en die dus kennis moet hebben van het door de drie disciplines aangebodene, het richtsnoer zijn.
Het lijkt mij in dit verband dat recrutering van mensen voor de politiek niet per definitie moet komen uit politieke partijen, maar eerder moet worden gezocht in kringen van de reeks.
woensdag 4 november 2009, 22:35 uur
REagerend op de eerste bijdrage van Guido Everts: als NRC het idee oppakt, word ik lid en ga ik meedoen.
Groeten, Castillo Gaviota
donderdag 5 november 2009, 5:27 uur
Het is een prachtige analyse van Couperus,het is belangrijk wat BH erin leest en toepast op onze tjd ,meer dan een eeuw na dato.
Nu is het overal crisis,roep om hervormingen,oude systemen horten en stoten,het zou moeilijk zijn zich aan te passen aan zich in razens tempo volterkkende innovaties.
Als BH bedoelt de innovaties van de laatste eeuw is dat misschien wel juist,maar als hij bedoelt die van de laatste jaren is hij precies verkeerd bezig.De kern van de huidige crisis is juist het ontbreken van belangrijke innovaties,waardoor de lange golf in de economie instortte en al dar horten en stoten begon.De oorzaak ligt in het betrekkelijk falen van wtenschap en research.
Ik weet eigenlijk niet of dat bij Couperus een rol speelde–maar tegenwoordig is het essentieel,maar het is merkwaaardige dat je er vrijwel niemand over hoort,zelfs Bas Heijne niet.
vrijdag 6 november 2009, 16:09 uur
Wat mij opvalt aan de reacties is dat iedereen het eens schijnt te zijn met de aanname dat er sprake is van een crisis en dat maatschappelijke instituten onder druk staan. Ik ben dan benieuwd wat er in de realiteit fout loopt momenteel. Natuurlijk, alles kan altijd beter, maar waar knelt het momenteel? Is het de samenleving? Is het de politiek? Is het de elite?
Ik ben geen belezen man en ik haal mijn meeste informatie over de realiteit uit het journaal, uit nova en soms uit de krant. Via deze media krijg ik niet de indruk dat er sprake is van maatschappelijke armoede. Wilders uitgezonderd natuurlijk. Wat mij wel opvalt is dat er tegenwoordig zoveel hoogleraren in de media verschijnen. De meesten van hen relativeren meestal het betreffende thema en dat doe ik vervolgens ook.
Ik heb niet het idee dat er sprake is van grote problemen. Ik heb wel het gevoel dat er een steeds grotere groep ontstaat die je elite zou kunnen noemen. Ik heb ook het idee dat jongeren tegenwoordig veel slimmer worden. Dit baseer ik op reacties van jonge mensen op tv. Zelf was ik in de pubertijd niet zo wijs en ik ben pas 33.
Misschien is het wel zo dat het algemeen slimmer worden van mensen de elite wat onder druk zet. Niemand is tegenwoordig nog heilig omdat veel mensen niet veel dommer zijn dan politici, journalisten en politieagenten, integendeel. Iedereen weet het zelf wel tegenwoordig en dat kan komen omdat iedereen toegang heeft tot de elite via media als tv, radio en internet. Iedereen weet tegenwoordig via nova of het journaal wat een politicus of hoogleraar van de zaak vindt. Nog even en je kan emailen met de premier. En de eilte? Die is tegenwoordig groter dan de middenklasse.
donderdag 12 november 2009, 14:11 uur
Erwin Lamme stelt dat er geen sprake is van grote problemen.Soms kijkt men bij zoiets naar zichzelf en naaste omgeving en zegt dan je eigenlijk is dat zo,als je werk hebt en geen huis hoeft te verkopen merk je de crisiis niet zo aan den lijve,maar
-Europa exandeert niet meer
-de techniek expandeert niet in een nieuwe richting (doorbraak innvaties ontbreken)
-Huizenbouw en wegenbouw lopen achter en er is geen expansie
-Men maakt onrendabele spoorlijnen
-banken worden met veel geld overeind geholpen–banken finncieren weinig
-er is steeds meer bezwaar tegen overdrachtsinkomens
(van jong naar oud,van gezo ndnaar ziek,van rijk naar arm etc)
-de economie expandeert niet
-de duurzaamheid loopt gevaar
-de naschokken van de crisis moeten nog komen en die zulen heftig zijn
Dit is volgens mij best een lijstje om over na te denken ook al is men pas 33 jaar en geen vuiltje aan de lucht ziet (o,ja het klimaat ?)