Mijn kleur

Mij verbaast het nogal: hoe iemands ‘kleur’ zijn mening over allerlei totaal verschillende zaken bepaalt. Het mooiste voorbeeld is het debat over de opwarming van de aarde. Je daar ernstige zorgen over maken geldt als links, beweren dat het zwaar overdreven wordt en dat het debat gedomineerd wordt door een ‘milieumaffia’, is een onvervalst rechtse mening. Nooit lees je eens een opinieartikel van iemand die een fervent voorstander van de inval van Irak was, maar ook vindt dat het wat broeikaseffect betreft vijf voor twaalf is. Net zo: vrijwel nooit hoor je iemand klagen over de hysterie van het integratiedebat, die daarna afrekent met de niet minder melodramatische toonzetting van films als The Age of Stupid. Wie partij kiest, kiest kennelijk voor een heel pakket aan meningen, over een hoop zaken die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken hebben. Wat zou het verrassend zijn een ingezonden stuk van Leon de Winter te lezen waarin hij oproept tot onmiddellijke invoering van de elektrische auto. Helaas.

Lees verder »

Wilders op z’n retour

Wat opviel aan de regiezitting van het proces tegen Wilders, afgelopen woensdag, die ik vanaf de publieke tribune bijwoonde, waren de fluwelen handschoenen waarmee de verdachte werd aangepakt. Niemand wilde gezien worden als de vijand van het vrije woord, de voorzitter van de rechtbank niet, de officieren van justitie niet. Men benadrukte met klem dat Wilders bepaald nog niet veroordeeld was, dat hij ruim de gelegenheid zou krijgen zijn zegje te doen, dat hij genoeg „deskundigen” als getuigen moest kunnen oproepen om zijn harde beweringen over de aard van de islam te kunnen staven. Toen hij de rechtszaal uitliep, werd hij voor de verzamelde televisiejournalistiek ondervraagd alsof hij een zware beproeving had ondergaan. Keer op keer herhaalde hij dat de vrijheid van meningsuiting op het spel stond – geen journalist die hem vroeg waarom hij als kampioen van de vrije meningsuiting de Koran wilde verbieden en het dragen van een hoofddoek wilde beboeten.

Lees verder »

Een groot Hollands hart

Morele moed komt in Nederland altijd achter de feiten aangesukkeld: toen eind 2008 het IJslandse bankwezen in elkaar stortte, was minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) heel even de held, omdat de meeste spaarders ogenblikkelijk schadeloos werden gesteld en de rekening met een forse rente bij het nagenoeg failliete IJsland werd gedeponeerd. Nergens heb ik toen gelezen dat men het in IJsland al moeilijk genoeg had, dat de IJslandse burger toch niet financieel verantwoordelijk gehouden kon worden voor een malafide bank, dat de Nederlandse spaarders bij Icesave misschien gewoon pech hadden gehad of wat minder rentebelust hadden moeten zijn – dat was toen niet het moment.

Lees verder »

Een fijne kerstgedachte

Wrang is het wel: de film Avatar, waar regisseur James Cameron vier jaar lang aan gewerkt heeft, wordt vooral geprezen vanwege de adembenemende special effects en niet vanwege het door hem zelf geschreven verhaal. Dat wordt her en der afgedaan als veel te voorspelbaar. Bovendien lijkt die overweldigende kunstmatigheid van de film – vrijwel alles komt uit de computer, tot en met de hoofdpersonen aan toe – de nadrukkelijke boodschap bij voorbaat onder uit te halen: Avatar wil een ode zijn aan het natuurlijke leven. Lees verder »

Sherlock Holmes in Amsterdam-Noord

Ik snap iets niet. Vorige week wijdde misdaadverslaggever Peter R. de Vries zijn uitzending aan een twaalf jaar oude dubbele moord op een echtpaar uit Amsterdam-Noord. Die moord was gruwelijk, er was wild op het bejaarde koppel Henk en Mary ingehakt, en tot op heden was er geen dader aangehouden. Maar er was een doorbraak, want er was DNA gevonden.

Van die doorbraak bracht Peter R. de Vries zijn kijkers uitgebreid op de hoogte. Hij mocht in het forensisch instituut een kijkje nemen naar het bewijsmateriaal, waaronder een reusachtig, tijdens de slachtpartij volledig kromgebogen, mes. De Vries vroeg of hij eraan mocht komen – en kreeg van de vriendelijke vrouwelijke expert te horen dat dat niet de bedoeling was.

Lees verder »

Heb ik wel zin in de toekomst?

Ook het protest kent modes. Een paar jaar geleden had je de kitsch van de open brief – je kon geen krant openslaan of je trof een epistel van een Hollandse Zola aan, die zich in de rol van eenzame waarheidszegger geroepen voelde een gezagsdrager of boegbeeld de maat te nemen. Ayaan schreef Job, Leon schreef Geert Mak, Sylvain las alle Nederlandse moslims de les. Je zou er bijna nostalgisch van worden. Nooit lees je meer een open brief. De vlammende verlichtingsretoriek is in rook opgegaan. Zola en Voltaire worden niet meer aangeroepen, Spinoza staat allang weer in de kast. De briefschrijvers zijn vertrokken of teruggezakt in onbeduidendheid.

Lees verder »

Knuffelautochtonen

Mij was het ontgaan, maar in de Volkskrant schreef Evelien Tonkens er van de week een stukje over: de mislukte poging van de gemeente Ridderkerk om ontevreden buitenstaanders, de burgers die zich wentelen in hun onvrede, te overladen met „bestuurlijke warmte”. Een jaar lang was op allerlei manieren geprobeerd hen te bereiken en tot meedoen over te halen: om „een menselijk, warm gezicht te tonen” kregen alle inwoners een digitaal bloemetje gestuurd, nieuwkomers ontvingen bij het standaard informatiepakket een cake die ze „met de buren” konden opeten. Op een antwoordkaart konden bewoners invullen wat de gemeente allemaal nog meer kon doen om mensen met elkaar in contact te brengen.

Lees verder »

Een vraag voor Geert Wilders

Afgelopen woensdag diende de PVV-Kamerleden Geert Wilders en Martin Bosma schriftelijke vragen in bij minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) over een liedje van Kinderen voor Kinderen, getiteld ‘Baklava of rijstevla’. Dat liedje, over een klein meisje dat verscheurd wordt tussen liefde voor Nederland en Marokko, is volslagen onschuldig en bovendien zestien jaar oud, maar in de ogen van Bosma en Wilders het zoveelste teken aan de wand. Dus: „Is het u opgevallen dat er in het liedje maar liefst 27 keer ‘Allah Akbar’ wordt gezongen en dat zulks geschiedt in een tv-programma gericht op onze kinderen?’’ En: „Deelt u de mening dat dit opnieuw een indicatie is dat de staatsomroep vooral de belangen dient van een kleine multiculturele elite en niet van het Nederlandse volk, die (sic) echter wel de rekening mag betalen?”

Lees verder »

Kortzichtigheid

Het zal u ontgaan zijn, maar binnen de literaire wereld woedt op dit moment een discussie over hoe de literatuur weer maatschappelijk relevant gemaakt kan worden. Doen romans en verhalen er nog toe? Literatuur wordt, vreest men, niet langer gezien als een vorm van kunst, iets wat diepte geeft aan het menselijk bestaan, maar eenvoudig als een vorm van vermaak, of veel erger, iets voor een kleine groep fijnproevers, die het met elkaar heel gezellig hebben, maar die hun kennis en inzichten op geen enkele manier meer weten over te brengen buiten hun eigen groep. In de dag- en weekbladen worden de recensies van boeken korter en schaarser. Op televisie verschijnen weliswaar regelmatig schrijvers, maar je kunt niet zeggen dat met hen beschouwelijke gesprekken worden gevoerd over hun worsteling met het bestaan; meestal blijft het bij de vraag of ze wat ze hebben geschreven echt hebben meegemaakt. Of, als ze een prijs hebben gewonnen, wat ze met het geld gaan doen.

Lees verder »

Duitsland gidsland

Je kunt het ook zo zien: de aanhoudende strijd tussen ‘volk’ en ‘elite’ die Nederland de laatste jaren in zijn greep houdt, heeft weinig met idealen en visie, maar vooral met nijd te maken. De begrippen volk en elite zijn harde stokken om een hond te slaan. Mensen die namens ‘het volk’ spreken, blijken meestal niet ergs volks en mensen die ervan beschuldigd worden tot de verderfelijke elite horen, hebben vrijwel altijd een achtergrond die nogal gewoontjes is. Waartegen gestreden wordt is geen elite van baronnen en dubbele namen, het is een elite van gewone jongens en meisjes die zich een plaatsje in het centrum van het openbaar bestuur hebben verworven en nooit meer achterom hebben gekeken. De bestuurlijke elite, die voornamelijk bestaat uit mannen die nauwelijks boeken lezen en alleen naar het theater gaan om elkaar te ontmoeten, zegt cultuur hoog in het vaandel te hebben, net als een pluriforme samenleving – en zo ontstaat de onheilige drie-eenheid van allochtonen, bestuurders en cultuurliefhebbers, een prachtig doelwit. Aan de andere kant, het volk dat met de rotzooi achterblijft, de miskenden en gekrenkten, die gedwongen worden te luisteren naar vioolspel terwijl Rome brandt.

Lees verder »