*

Geld » Europa wil eigen belastingen :: nrc.nl

Europa wil eigen belastingen

europaWie voor zichzelf belasting heft, is soeverein. Wie het van bijdragen moet hebben, is afhankelijk. Daarom willen gemeenten graag eigen belasting heffen en daarom is het zo vreemd dat Nederland zijn recht om de FIFA/KNVB te belasten zo maar prijsgeeft. Daarom ook, wil de Europese Unie eigen belastingen invoeren en niet langer volledig afhankelijk zijn van de bijdragen van de landen. De Europese Commissaris Janusz Lewandowski, probeert de geesten alvast rijp te maken voor Europese belastingen. In een interview kondigt hij vandaag plannen aan die hij in september aan de Europese regeringsleiders wil voorleggen.

Begrotingscommissaris Lewandowski, hoort aan alle kanten dat Europese landen hun bijdrage willen verlagen. Veel zuidelijke landen zitten in geldnood en veel noordelijke landen moeten bijspringen. De Europese schatkist kan daar wel eens de dupe van worden. Brussel wil de Europese vliegbelasting die toch al in de pen zit en de bankenheffing waar ook al veel over is gesproken, inrichten als Europese heffingen. Tot nu toe huldigen veel landen, waaronder Nederland, het principe dat de opbrengsten van dergelijke Europawijde belastingen in de nationale schatkisten moeten vloeien.

videocolumn prof. Han Kogels
YouTube Preview Image


Dit bericht heeft 15 reacties op “Europa wil eigen belastingen”

  1. A.L.van dale zegt:

    Ik vind dat een terechte vraag van de EU.Het zou weer stap verder zijn naar een echte Europese internationale Europese zelfstandigheid.Het zou dan wel redelijk zijn als bij invoering van een EU-belasting de nationale belastingen lager worden.Anders vrees ik dat zo`n Europese belasting voor geen enkel land geaccepteerd zou worden. Deze maatregel betekent in wezen ook een klein stukje inlevering van nationale zelfstandigheid aan de EU. Dat zal niet gemakkelijk aanvaard worden bij de huidige angst van de meeste landen van identiteitsverlies.

  2. Han Kogels zegt:

    In verhouding tot de overheidsbegrotingen van de individuele lidstaten van de EU (die uitkomen op gemiddeld 45% van hun bruto nationaal inkomen), is de begroting van de EU zelf bescheiden (iets meer dan 1% van het bruto nationaal inkomen van alle lidstaten tezamen). De EU-uitgaven worden gedekt door de zogenaamde “eigen middelen” van de EU. Het bedrag aan totale eigen middelen van de EU is gemaximeerd op 1,24% van het BNI van alle lidstaten samen.

    De eigen middelen van de EU zijn afkomstig van douanerechten, landbouwrechten (inclusief heffingen en bijdragen inzake suiker), een percentage van de geharmoniseerde grondslag van de BTW en een percentage van het bruto nationaal inkomen (BNI). De Douanerechten en de Landbouwrechten (in feite ook invoerrechten op vanuit buiten de EU ingevoerde producten) zijn de enige echte Europese belastingen die op basis van een uniforme grondslag en naar een uniform tarief ten behoeve van de EU worden geheven. Zij worden in de lidstaat van invoer geheven en onder aftrek van 25% (als vergoeding voor de inningskosten) doorbetaald aan de EU. Het deel van de EU-middelen dat uit de BTW voortkomt bestaat uit een afdracht van 0,3% van de volgens de Europese BTW-richtlijn geharmoniseerde BTW-grondslag in de lidstaten (dus geen percentage van de BTW-opbrengst). Voor een aantal lidstaten geldt een lager percentage; zo is Nederland verplicht 0,1% van haar BTW-grondslag af te dragen aan de EU. De vierde middelenbron betreft de afdracht van een percentage van het BNI. Deze afdracht per lidstaat hangt af van twee zaken: (1) de hoeveel geld die de EU in totaal nodig heeft; omdat de begroting van de Europese Unie geen tekort mag hebben, wordt het verschil tussen totale uitgaven en het totaal van de bovengenoemde inkomsten aangevuld met deze inkomensbron, en (2) het aandeel van het BNI van een lidstaat in het totale BNI van alle lidstaten samen. De bijdrage van Nederland aan de eigen middelen van de EU is ruwweg € 6 miljard (€ 2 miljard Douanerechten en Landbouwrechten plus € 1 miljard uit BTW plus € 3 miljard op basis van BNI).

    Bij de invoerrechten (Douanerechten en Landbouwrechten) hebben de individuele lidstaten hun belastingsoevereiniteit al lang geleden afgestaan aan de EU. Dit waren echter niet de grote belastingbronnen voor de lidstaten, en de bereidheid om vanuit handelspolitieke en landbouwpolitieke overwegingen hiervan Europese heffingen te maken was groot. Het plan van Eurocommissaris Lewandowski komt erop neer de eigen belastingsoevereiniteit van de EU uit te breiden met bijvoorbeeld een vliegbelasting of een bankenheffing (de opbrengst uit de handel in of het veilen van CO2-emissierechten is geen belasting). Een dergelijk plan eist unanieme instemming van de Raad van Ministers van de EU en dat zal niet eenvoudig worden. Op de achtergrond speelt immers ook in Europa het beginsel “no taxation without representation”. Het is de vraag in hoeverre de burgers van de lidstaten, gezien het vertrouwen in het Europees Parlement en het gebrekkige democratische gehalte van de Europese besluitvorming, de vormgeving van Europese belastingen en de opbrengst ervan in handen zullen willen leggen van “Brussel”.

    Han Kogels
    hoogleraar Europees belastingrecht

  3. ER de Gier zegt:

    Wat een politiek geneuzel. Er is toch geen verschil tussen een ‘rekening’ die wordt verekend met het inkomen of een ‘rekening’ achteraf wordt betaald?

    Het zal me niet verbazen dat wanneer puntje bij paaltje komt de lastenverlichting niet opweegt tegen de misgelopen inkomsten. Dus wordt de bijdrage per saldo hoger.

  4. Bert zegt:

    Professor Kogels zet de lezer op het verkeerde been door de EU-begroting “bescheiden” te noemen. Dat lijkt inderdaad zo als je het relateert aan het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) van alle lidstaten samen, en daar ligt de fout. Dat BNI, dat moet je helemaal niet gebruiken.

    Veel beter is het om de vraag te beantwoorden: waar is de EU voor? Wat willen we dat de EU doet? En dan de hamvraag: hoeveel mag dat redelijkerwijs kosten? Een vergelijking van het feitelijke EU budget met dat bedrag (“wat de EU redelijkerwijs mag kosten”), is een stuk interessanter.

    Door een enorm bedrag als het BNI voor alle EU-lidstaten samen in de overweging te betrekken, verankert ieder bedrag zich als “redelijk” in de geest van de toehoorder.
    Dat is net zo misleidend als de veel gedebiteerde stelling dat het aantal “Europese” ambteraren lager ligt dan het ambtenarenbestand van een stad als Amsterdam. Interessante vergelijking, maar volstrekt onzinnig om iets te zeggen over de efficiëntie van de EU, of de mate waarin de EU beschikt over te veel, te weinig of precies genoeg ambtenaren.

  5. Han Kogels zegt:

    @ 4. (Bert)

    Ik durf een percentage van ruim 1% in verhouding tot 45% best bescheiden te noemen. In uw reactie heeft u het echter over iets heel anders, namelijk (1) de hoogte van de kosten van de EU in verhouding tot wat de EU, zoals u zegt, “redelijkerwijs mag kosten”, en (2) de koppeling van de maxmum afdracht door de lidstaten aan de EU aan het BNI van de lidstaten.

    Ter toelichting daarop het volgende.
    Wat betreft het eerste punt: de Europese Commissie stelt de EU-begroting op, die vervolgens door de Raad van Ministers van de EU en het Europees Parlement wordt behandeld en vastgesteld. Het Europees Parlement (gekozen door de burgers van Europa) kan het begrotingsvoorstel verwerpen.
    Wat betreft het tweede punt: koppeling van de afdracht door een lidstaat aan het BNI van die lidstaat betekent in feite een afdracht naar rato van het bruto nationaal inkomen als maatstaf van de draagkracht van die lidstaat.

    Han Kogels
    hoogleraar Europees belastingrecht

  6. Eric van Enst zegt:

    Misschien kunnen de EU parlementsleden eerst iets doen aan het feit dat zij zelf over hun inkomen geen belastingheffing hoeven te betalen. Of aan het feit dat zij alcohol, sigaretten en dergelijke accijnsvrij kunnen aanschaffen.
    Daarna graag ook actie ten aanzien van de controleerbaarheid van de eigen uitgaven invoeren: Dus journalisten toelaten in de parlementsgebouwen die af en toe zaken kunnen checken.

    Wanneer men daar in slaagt, kunnen we misschien verder kijken naar een belastingheffing op Europees niveau.

  7. Carel van Eeden zegt:

    Mocht dit idee ooit ingevoerd dreigen te worden, houd er dan eerst maar een referendum over. Dan zal spoedig blijken dat de gewone burger al lang schoon genoeg heeft van het Europa voor de rijken.
    Landen als Zweden of Zwitserland, de eerste lid van de EU, maar zónder Euro;d e laatste buiten de EU doen het economisch véél beter dan de aan de Euro-gebondenen.
    Vooral het huzarenstukje om Griekenland met bijgedrukt geld te redden in plaats van deze oplichters uit de Euro te zetten,heeft veel vertrouwen in de Euro weggenomen en ook Nederland geschaad.
    De Europese Bank doet maar raak, niet gehinderd door de kiezer en is in feite een bijwagen van de FED. De Dollar zal de Euro meesleuren in de neergang van de te verwachten komende hyperinflatie.
    In Rusland wordt de hele (enorme) onroerend goedmarkt gefinancierd met US $.
    Men begint nu US $ te wantrouwen en vlucht in de Euro, goud enz. De Euro zal dit nooit aankunnen en zo ook weer te duur worden.
    De Dollar is nog steeds de wereld reserve-valuta. Ooit “even goed als,zelfs beter dan goud”(NIXON). Die tijd is voorgoed voorbij!
    Met het heffen van Europese Belasting zal de afkeer van de EU alleen maar toenemen.

  8. Bruno Braakhuis zegt:

    Uitgangspunt is dat de burger hetzelfde blijft betalen. Door de invoering van diverse Europese belastingen kunnen de bijdragen van EU-landen aan Brussel omlaag. Netto betalen we hetzelfde, maar Europese belastingen zorgen wel voor een betere Europese begroting. Nu is die begroting het resultaat van Brusselse koehandel in achterkamertjes. Door de Europese begroting niet langer afhankelijk te maken van nationale bijdragen, wordt de politieke besluitvorming beter en transparanter. Die belastingen zijn essentieel als je de financiële markten en het milieu weer gezond wil maken. Toch wordt de invoering ervan in Nederland steeds tegengehouden, omdat rechtse partijen bang zijn voor oneerlijke concurrentie van andere landen. Als je dat wilt voorkomen, moet je het Europees gaan invoeren.

    Bruno Braakhuis
    Tweede Kamerlid voor GroenLinks

  9. Frank Alserda zegt:

    Wat ik mij nou afvraag is hoe Duitsland dit in 2006 heeft gedaan. Of is de FIFA pas met deze belachelijke regels gekomen nadat het ontdekt heeft een ontwikkelingsland (Zuid-Afrika) geheel naar zijn hand te kunnen zetten en moet nu elk volgend organiserend land er aan geloven?

  10. A.L.van Dale zegt:

    Een Europese belasting zal het gevolg hebben dan een deel van de belasting die elk land nationaal heft van zijn inwoners overgenomen wordt door de Europese belastingdienst.De grote vraag is dan welke belastingen moeten dat dan zijn.Het zal een probleem worden om daar enige uniformiteit in te verkrijgen gezien de grote verschillen in de nationale economien in de 27 Europese staten.Dat zal veel discussie geven in en tussen die landen onderling over welke belastingen Europees mogen worden.In alle gevallen betekent het voor elke staat een stuk verlies van autonomie ten bate van een vorm van een zeg “een Europese Natie”. We zullen dan een beetje gaan lijken op het Amerikaanse federale systeem. Dat zal een moeilijk proces worden!

  11. Harry van Bommel zegt:

    Verscheidene lidstaten, zoals Duitsland, hebben zich al eerder tegen deze plannen gekeerd. Het kabinet is er blijkbaar niet in geslaagd om met hen de Europese Commissie ervan te overtuigen deze onzinnige voorstellen meteen door de papierversnipperaar te halen. Kennelijk denkt de Commissie nog steeds dat haar plannen kans maken. Het kabinet moet flink aan de bak om zijn boodschap duidelijker over te brengen.
    De Europese Commissie weigert de broekriem aan te halen en geeft dit jaar zelfs meer uit, terwijl in alle lidstaten flink wordt bezuinigd. In plaats van op creatieve wijze haar inkomsten veilig te stellen zou de Commissie eens werk moeten maken de grote verspilling in de EU aan te pakken. Het bewijst hiermee weer eens een arrogant bolwerk te zijn die ver staat van de burgers in de EU.

    Harry van Bommel
    Tweede Kamerlid voor de SP

  12. Arthur Haerkens zegt:

    @ 2. Han Kogels

    Oplossing van het democratisch tekort wordt inderdaad nog steeds omzeild. De Europese Centrale Bank en de EURO is er niettemin al van gekomen. Zonder harde, niet onderhandelbare straf-automatismen, stevig politiek gedreven.

    Het wantrouwen tegen, en de verontwaardiging over, “Brussel” is op straat dan ook wel begrijpelijk. De vraag blijft daarom of EU lidstaten er verstandig aan doen op deze manier verdere integratie van hun in feite onwillige en te zeer divergerende EU-economien na te streven.

    Zonder verandering van de spelregels wordt de processie van Echternach onnodig lang voortgezet. Hiermee wordt onnodig veel energie en dus ook geld verbruikt. Of toename van eigen middelen de EU en/ of de EURO in dit opzicht zou verbeteren blijft vooralsnog onduidelijk. Het lijkt er intussen op dat nog te veel ‘lidstaten’ zich in een relatieve luxepositie wanen waarin drastische stappen nog kunnen worden afgehouden.

    De ervaringen van 1e en 2e wereldoorlog brachten ons tot Volkenbond, EGKS en EEG. De financiele crisis brengt ‘ons’ vermoedelijk een iets strakkere ordening van het bankwezen. Zou het tweede deel van een W-vormige recessie ons urgentiegevoel nu wel eens voldoende aanwakkeren zodat we eerst proberen de economische unie af te maken? Heeft de EU tot dat moment niet iets weg van een voetbalclub op het B of C lijstje van de KNVB. Met de EU lidstaten in de rol van hulpvaardige Nederlandse gemeenten.

    Arthur Haerkens
    Fiscaal Jurist

  13. Gerard Meussen zegt:

    Ik vraag mij af of deze aversie tegen een EU-belasting nu wel zo terecht is. Lewandowski stelt voor een EU-belasting te heffen op financiële transacties en/of vliegreizen. Voordeel van een dergelijke belasting zou allereerst zijn dat deze op een uniforme wijze en op basis van hetzelfde tarief, binnen de hele Europese Unie wordt toegepast. Nu heffen sommige lidstaten bijvoorbeeld wel een vliegbelasting, andere niet. Dat leidt tot onderlinge oneigenlijke concurrentie tussen luchthavens, zeker in grensstreken. Bovendien is vliegen bij uitstek een uitdrukkingsvorm van de vrijheid van reizen en verblijf in de Europese Unie.
    Maar een EU-belasting heeft mijns inziens nog een ander voordeel. Op dit moment heeft de gemiddelde burger in de Europese Unie geen flauw benul hoe de ‘Brusselse’ activiteiten worden gefinancierd en tot welk bedrag daaraan op basis van welke criteria, door welke lidstaat wordt bijgedragen.
    Het heffen van een EU-belasting kan tot gevolg hebben dat de Europese burger meer begrip en inzicht krijgt in het reilen en zeilen van de Europese Unie. Daar zit overigens ook een schaduwkant aan: een hoge belasting op Europees niveau kan de weerstand van burgers tegen de Europese Unie doen toenemen.
    Tegen een EU-belasting zou het aloude beginsel kunnen worden ingebracht: ‘no taxation without representation’. Belastingheffing geschiedt door middel van een wet op basis van parlementaire besluitvorming in een democratische context. Daarvan is geen sprake, gezien de beperkte bevoegdheden die het Europese Parlement op het niveau van de Europese Unie nog steeds heeft. Maar linksom of rechtsom, of via een EU-belasting of via afdrachten door lidstaten, moeten de activiteiten van de Europese Unie nu eenmaal toch worden gefinancierd.
    Bovendien gaat het hier qua tarief om twee relatief bescheiden belastingen. En daarbovenop ook nog belastingen die het bestaande bouwwerk van inkomsten-, loon-, vennootschaps-, dividend- en omzetbelasting van de lidstaten niet aantast. Een praktisch probleem blijft of ‘Brussel’ deze belastingen nu feitelijk heft, of dat de lidstaten dat doen, om de opbrengst vervolgens af te dragen aan de Europese Unie.

    Prof. mr G.T.K. Meussen, hoogleraar belastingrecht Radboud Universiteit Nijmegen en tevens verbonden aan BDO Belastingadviseurs te Tilburg

  14. Han Kogels zegt:

    @4 Gerard Meussen

    Aversie tegen nieuwe Europese belastingen (ik heb geen gegevens over de mate waarin sprake is van zo’n aversie) is misschien niet terecht, maar wel begrijpelijk. Ook collega Meussen noemt het democratisch tekort van de Europese besluitvorming. Dat het bij de bij de voorgestelde nieuwe Europese belastingen om “kleine” belastingen gaat, zal de Europese burger niet over de streep halen. Iedereen weet dat nieuwe belastingen klein beginnen, maar de neiging hebben te groeien naarmate het uitgavenniveau van de heffende overheid toeneemt (de OZB is daar een treffend voorbeeld van). De maatschappelijke acceptatie van belastingen (we noemen dat graag “het draagvlak”) wordt in niet geringe mate bepaald door de transparantie van het handelen van de overheid, zowel qua uitgaven als qua heffing. Meussen’s veronderstelling dat die transparantie toeneemt door de invoering van nieuwe Europese belastingen lijkt mij, gezien het eerder genoemde democratisch tekort, twijfelachtig.
    Het door hem genoemde praktische probleem wie er heft, lijkt mij niet echt groot; op dat gebied hebben we immers ervaring met de douanerechten (die door de lidstaten worden geheven en, onder inhouding van een vergoeding voor de heffingskosten, aan de EU worden doorbetaald).
    Veel groter is het probleem bij de lidstaten zelf die niet staan te springen om hun eigen belastingsoevereiniteit te laten uithollen door “Brussel”. Het idee van de Eurocommissaris lijkt intussen al op deze klip te zijn gestrand.

    Han Kogels
    hoogleraar Europees belastingrecht

  15. Jan Kees de Jager zegt:

    Zoals in de Nederlandse bijdrage aan de EU-begrotingsevaluatie is aangegeven, heeft het de voorkeur om de EU-begroting te financieren uit slechts één finanancieringsbron, namelijk het BNI-middel (bruto nationaal inkomen).
    Een Europese belasting op luchtvaart of financiële transacties is derhalve geen optie voor
    Nederland. Een Europese belasting op financiële transacties mist zijn doel. Kapitaal is zeer mobiel en zal gemakkelijk zijn weg vinden buiten de EU, waardoor uitwijkgedrag nog steeds zal bestaan.
    Voor wat betreft een Europese belasting op luchtvaart heb ik tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel van de afschaffing van de vliegbelasting aangegeven dat initiatieven om de maatschappelijke kosten meer in de prijs van vliegtickets tot uitdrukking te brengen in Europees of mondiaal verband ontwikkeld moeten worden. Echter, de afschaffing van de vliegbelasting is mede ingegeven door de grote onvoorziene terugval in omzetten in deze branche. Gezien de huidige economische situatie ligt het niet voor de hand een dergelijke belasting in te voeren, ook niet op EU-niveau.
    Overigens merk ik op dat de luchtvaartsector vanaf 2012 betrokken zal worden in het CO2-emissiehandelssysteem, waardoor een deel van de maatschappelijke kosten in de prijs van een vliegticket tot uitdrukking zal komen.

    J.C. de Jager,
    minister van Financiën
    (passages uit antwoorden op
    Kamervragen van GroenLinks
    )

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.