Alternatieve genezers krijgen langer btw-vrijstelling van medici
De alternatieve genezers houden een half jaar langer de btw-vrijstelling voor medici. Dat is een nieuwste ontwikkeling in het al drie jaar durende politieke touwtrekken om de medische vrijstelling van 19% btw. Direct na zijn aantreden wilde staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) de btw-vrijstelling beperken tot de erkende (para)medici die de reguliere behandelwijze toepassen. De Tweede Kamer vond dat te ver gaan omdat sommige niet-reguliere behandelwijzen de Kamer best wel aanspreken. Vanaf dat moment is er een gesteggel tussen de staatssecretaris en minister Ab Klink van Volksgezondheid. Die moet een helder omschreven onderscheid maken tussen geneeswijzen die de minister als vanuit het oogpunt van de volksgezondheid kan erkennen. Dat gebeurt in de Wet BIG. Dat lukt de minister maar niet. Daarom handhaaft staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) de vrijstelling tot 1 juli 2010.
De minister vindt alles wat alternatief is, kwakzalverij waar hij niets mee te maken wil hebben. Maar de Tweede kamer dwingt hem tot een ruimere opstelling. Hij moest op zoek naar legitieme, maar niet wetenschappelijk erkende geneeswijzen. Na enige tijd werd duidelijk dat het werk van de goed opgeleide chiropractor, osteopaat en acupuncturist kans maakt op zo’n erkenning van regeringswege. Er dook een alternatief op: het erkennen van complementaire methoden zolang die maar door een arts worden toegepast. Diens opleiding zou hem al voldoende van kwakzalvers onderscheiden. Maar dat levert fiscaal-juridische inpassingsproblemen op. Het kabinet schuift het onderwerp dus voor de zoveelste keer sinds 2007 als een hete aardappel heen en weer tussen de ministeries van Volksgezondheid en Financiën.
Ondertussen betalen anderen daarvoor de prijs. Iemand moet namelijk de 65 miljoen euro opbrengen die jaarlijks gemoeid is met het uitstel van de btw-correctie. Eerst werd de rekening neergelegd bij de wijndrinkers via de wijnaccijns, toen bij de sigarettenrokers via de tabaksaccijns. Hoe zit het nu met de prijs voor de onmacht van het kabinet om de al in de wet geregelde btw-herziening te effectueren? Dat heeft de staatssecretaris er niet bij gezegd.
Wie moet naar uw mening opdraaien voor de rekening van dit ‘onoplosbare’ probleem?



Abonneer je 
donderdag 11 februari 2010, 09:39 uur
Het is niet alleen de Tweede Kamer die een ruimere opstelling eist. Ook het Hof van Justitie EG vindt dat. Het Hof is van mening dat de vrijstelling moet gelden voor, kort gezegd, kwalitatief aanvaardbare medische zorg. Die is of kan breder zijn dan de nationale regelgeving zoals vastgelegd in de Wet BIG. Het volstaat daarom niet om de vrijstelling enkel aan een BIG-registratie te koppelen.
Het ‘gat’ is het eenvoudigst en het meest rechtvaardig te dichten door de controle op de naleving van met name BTW te intensiveren. De schattingen over de jaarlijkse carousselfraude lopen in de tientallen miljarden euros in de EU. Ongetwijfeld heeft een deel daarvan betrekking op Nederland. Het moet toch mogelijk zijn om een deel daarvan te achterhalen.
mr. M. Kouffeld
donderdag 11 februari 2010, 12:39 uur
In de btw geldt de hoofdregel dat de levering van goederen en het verrichten van diensten zijn belast. Een vrijstelling is dus een uitzondering en dient daarom nauwkeurig te worden omschreven. In de Europese btw-richtlijn (waarmee de btw-wetgeving in alle EU- lidstaten in lijn dient te zijn) is, naast een aantal vrijstellingen die de lidstaten desgewenst mogen toepassen, een aantal vrijstellingen opgenomen die de lidstaten verplicht zijn toe te passen. Een daarvan betreft “de medische verzorging in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat” (artikel 132, lid 1, letter c van de btw-richtlijn). Zolang bepaalde verrichtingen niet voldoen aan de (wettelijke) omschrijving van medische en paramedische beroepen, mogen die verrichtingen niet worden vrijgesteld van de btw. Dit is geen kwestie van Nederlandse fiscale politiek, maar van toepassing van de Europese btw-regels. De omschrijving van “medische en paramedische beroepen” valt niet onder de verantwoordelijkheden van de minister van Financiën, maar onder die van de minister van Volksgezondheid. Staatssecretaris De Jager is dus afhankelijk van wat uiteindelijk door zijn ambtgenoot van Volksgezondheid zal worden aangemerkt als behorend tot de uitoefening van medische en paramedische beroepen. Alleen daardoor dient de omvang van deze btw-vrijstelling te worden bepaald.
Een zorgvuldige discussie over de wettelijke omschrijving van het begrip medische en paramedische beroepen is terecht, maar dient niet telkens te worden verlengd om kool en geit te sparen. Zo blijven we doormodderen. Een ten onrechte te ruime toepassing van deze vrijstelling is in strijd met de Europese regelgeving. En als de overheid niet bereid is de lagere belastinginkomsten, als gevolg van een ten onrechte te ruime btw-vrijstelling, te accepteren, dan leidt dit tot een niet te rechtvaardigen verschuiving van belastingdruk.
Han Kogels
hoogleraar Europees belastingrecht
donderdag 11 februari 2010, 13:35 uur
Waarom moet deze sector btw betalen? Complementaire geneeswijzen doen heel veel goed voor chronische patienten maar ook in het kader van preventie. Consulten van complementaire therapeuten worden maar gedeeltelijk vergoed door de zorgverzekeraars. dat is een goede zaak: hierdoor wordt de therapie trouw vergroot en neem de patient ook verantwoordelijkheid voor zijn eigen herstel. Voer dit ook maar eens in voor de BIG behandelaar als er bespaard moet worden.
Arjan Korevaar
donderdag 11 februari 2010, 16:53 uur
Kwakzalverij is geen kwalitatief aanvaardbare medische zorg.
Het gat kan gewoon uit de algemene middelen gedicht worden.
Guido Brandt Corstius
donderdag 11 februari 2010, 22:56 uur
Complementaire zorg als kwakzalverij te benoemen lijkt mij geen bijdrage aan de discussie. Dat zou hetzelfde zijn als de allopathie tot kleptopathie om te dopen. Waar het om gaat is mensen die zorg te bieden waar ze voor kiezen. Tegen aanvaardbare kosten. En tegen aanvaardbare bijwerkingen. naar een complementair middel als Padma 28 is veel klinisch onderzoek verricht en uit een meta-analyse blijkt dat het inderdaad werkt bij claudicatio intermittens en nauwelijks bijwerkingen heeft. Dat kan niet van alle allopatische middelen worden gezegd. denk maar aan nsaid’s, ritalin, betaserc bij meniere enz. zelfs tamiflu staat nu onder verdenking. Over 200 jaar zal de huidige medische wetenschap als primitief worden afgedaan dus kunnen we nu beter niet doen of we alles weten. De kosten van de overbodige vaccins voor de Mexicaanse griep hadden jarenlang de btw kunnen opleveren
Arjan Korevaar
donderdag 11 februari 2010, 23:22 uur
Naar aanleiding van de slotzin van dit blog het volgende:
• In het Belastingplan 2008 stond het voorstel beperking btw-vrijstelling alternatieve medische diensten, opbrengst: € 41 mln.
• Bij amendement Vendrik is dit voorstel uit het Belastingplan gehaald en gedekt uit het geheel van maatregelen in het belastingplan 2008.
• In het Belastingplan 2009 is het voorstel opnieuw opgenomen; opbrengst wederom € 41 mln. Dit voorstel is later teruggenomen naar aanleiding van een Algemeen overleg in de Tweede Kamer. Er ontstond daardoor een derving van € 41 mln.
• In het Belastingplan 2010 is dekking opgenomen voor de herijkingsmaatregel Btw-vrijstelling alternatieve medische diensten. De totale dekking bedraagt € 65 mln bestaande uit de bovenstaande € 41 mln + € 24 mln voor een uitbreiding van de Btw-vrijstelling voor alternatieve medische diensten.
• Huidige stand van zaken is dat de vrijstelling voor de uitbreiding met een half jaar is uitgesteld. Dit betekent een vrijval van € 24 mln. op jaarbasis.
Woordvoering ministerie van Financiën
vrijdag 12 februari 2010, 09:41 uur
De woordvoerder van het ministerie van Financiën berekent uitvoerig wat de BTW op alternatieve medische zorg zal opleveren. Dan berekent hij dus ook hoeveel behoefte er aan die zorg is.
In het arrest van het Europese hof staat beschreven dat homeopathie als geneesmethode vrij is van BTW. In het arrest wordt deze geneesmethode toegepast door een fysiotherapeut. Er staat: als de geneesmethode dezelfde kwaliteit heeft als wanneer een arts deze methode zou toepassen: dan is de behandeling vrij van BTW.
M. Plouvier
vrijdag 12 februari 2010, 10:31 uur
Voor CAM-artsen blijft de vrijstelling gewoon gehandhaafd. In de tweede nota van wijziging betreffende belastingplan 2010 (29 oktober 2009) meldt Staatssecretaris de Jager: “Inmiddels is het kabinet tot een finaal oordeel gekomen. De resultaten worden uitgebreid toegelicht in een brief van de Minister van VWS die voorafgaand aan het wetgevingsoverleg van de Tweede Kamer over het Belastingplan 2010, mede namens mij aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden.
Samengevat worden in het aanvullende kader gezondheidskundige zorgverleners opgenomen die aan de hand van objectiveerbare criteria voldoen aan een door de overheid bepaald voldoende kwaliteitsniveau. Deze criteria hebben betrekking op opleidings- en beroepskwalificaties en zullen in een ministeriële regeling van VWS verankerd worden. Indien beroepen voldoen aan de gestelde criteria zullen zij worden opgenomen in een bijlage van de ministeriële regeling.
Het uitgangspunt voor de opleidingskwalificaties is dat er – om voldoende kwaliteit te garanderen – minimaal sprake moet zijn van een initiële opleiding met een HBO-bachelorniveau. Voor zover het gaat om een opleiding, niet zijnde een BIG-opleiding, dient de opleiding bovendien te zijn geaccrediteerd door het Nederlands-Vlaams Accreditatie-Orgaan (NVAO). Het betreffende opleidingscurriculum moet daarbij borgen dat betrokkene voldoende medische kennis heeft verworven; in staat is veilige zorg te leveren; kan voldoen aan vereisten van deugdelijke zelfstandige praktijkvoering; en zich bewust is van de grenzen aan zijn eigen deskundigheid. Ten aanzien van de beroepsuitoefening wordt vereist dat de beroepsbeoefenaar is geregistreerd in een register van de representatieve beroepsgroep; de beroepsbeoefenaar is daarmee tevens onderworpen aan een voor die beroepsgroep relevant systeem van periodieke registratie, alsmede aan klacht- en tuchtrecht.
Dit voorjaar heb ik, mede namens de Minister van VWS, aangegeven dat ik mij nog wilde beraden over de mogelijkheden van een afbakening van het aanvullende kader.
Inmiddels is duidelijk dat met de hiervoor genoemde algemene criteria ten aanzien van opleidings- en beroepskwalificaties waarbij als uitgangspunt geldt dat slechts zorg die van voldoende kwaliteitsniveau is, voor de BTW-vrijstelling in aanmerking kan komen, een voldoende strak afgebakend kader mogelijk is gebleken”.
In bedoelde brief van Minister Klink en Staatsseceetaris de Jager (ook van 29 oktober 2009) staat het in de conlusies als volgt verwoordt: “Toetsing van de verschillende groepen van beroepsbeoefenaren aan het bovenstaande kader leidt tot de voorlopige conclusie dat de huidige btw-vrijstelling voor de CAM-artsen, alsmede voor de osteopaten (mits sprake is van een NVAO-geaccrediteerde vooropleiding dan wel een NVAO-geaccrediteerde initiële opleiding) en de chiropractoren (mits er een verklaring is van de Nuffic in bovengenoemde zin) gehandhaafd zou kunnen blijven. Hetzelfde geldt voor beroepsbeoefenaren die een BIG-beroep op antroposofische basis uitoefenen, zoals fysiotherapeuten en diëtisten. In hoeverre ook andere beroepen onder de reikwijdte van de btw-vrijstelling kunnen worden gebracht is afhankelijk van het feit of zij aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen. Uiteraard is het zo dat, voor zover een beroep(sorganisatie) op dit moment niet aan de geformuleerde normen kan voldoen, dit in de toekomst mogelijk wel het geval zal kunnen zijn.
Een volledig beeld van het totaal aantal beroepsbeoefenaren dat aan de genoemde normen zal kunnen gaan voldoen is dan ook in dit stadium nog niet te geven. De volgende indicatieve cijfers zijn bedoeld om een inschatting te geven en die ook in het juiste perspectief te kunnen plaatsen:
- Er zijn circa 400.000 BIG-geregistreerden
- Er zijn circa 1200 CAM-artsen.
Van de overige beroepsorganisaties die gegevens hebben aangeleverd zijn er:
- Circa 250 overige BIG-opgeleide alternatief werkende beroepsbeoefenaren,
- Circa 3000 personen die een postinitiële opleiding tot alternatieve beroepsbeoefenaar hebben afgerond waartoe zij op grond van hetzij een BIG-opleiding hetzij een andere initiële opleiding zijn toegelaten,
- Circa 3500 personen die een initiële opleiding tot alternatieve beroepsbeoefenaar hebben gevolgd”.
Kortom, niet iets voor de CAM-artsen om zich druk over te maken. Het aangekondigde uitstel dat in de staatscourant is gepubliceerd is bedoeld voor de groepen therapeuten die niet aan de door Klink en De Jager gestelde criteria voldoen. Wordt er wat anders mee bedoeld, dan denk ik dat ze een groot probleem met de Tweede Kamer hebben.
Wim Verest, lid stuurgroep CAM-artsenverenigingen
vrijdag 12 februari 2010, 10:57 uur
@ Aertjan,
overigens hebben niet de medici langer Btw-vrijstelling verleend, maar dat heeft de staatssecretaris gedaan (zie de kop van je artikel).
Wim Verest
donderdag 27 mei 2010, 18:27 uur
Opvallend in deze discussie is dat buiten beschouwing blijft dat vele traditioneel opgeleide psychologen (en wellicht ook andere hulpverleners) NIET in het BIG-register zijn opgenomen terwijl zij nota bene na hun basisopleiding een postdoctorale registratie in de gekozen richting hebben behaald. Het gaat om psychologen met de specialisatie Kinder & Jeugd (broodnodig om alle kinderen en jongeren met problemen tijdig te ondersteunen) en psychologen Arbeid en Gezondheid, die vooral stress- en functioneringsklachten behandelen en daarbij veel meer kennis hebben van arbeid en re-integratie dan de gemiddelde gezondheidszorgpsycholoog en gericht zijn op samenwerking met bedrijfsarts en leidinggevende. De GZ-psycholoog is wel opgenomen in het BIG-register en daarmee lijkt deze deskundig voor alle terreinen, inclusief kinder- en jeugd en inclusief arbeid en gezondheid. Aan dit laatste terrein is echter in de postdoctorale opleiding wellicht een dagdeel besteed (niet verplicht in het curriculum opgenomen), daarvoor wellicht geheel niets. Gevolg van het niet opnemen van gespecialiseerde psychologen in het BIG-register is dat veel verzekeraars ten onrechte ervan uitgaan dat de postdoctoraal opgeleid en geregistreerden niet deskundig zouden zijn of in ieder geval minder dan GZ-psychologen. Dat is onjuist, maar het leidt er wel toe dat verzekeraars de vergoedingen vaak voorbehouden aan BIG-geregistreerden. Soms wordt aan regulier opgeleide gespecialiseerde psychologen voorgehouden dat zij zich als “alternatief” dienen te registreren.
Mijns inziens moeten alternatieve behandelingen niet gefaciliteerd worden door BTW-vrijstelling, maar dient dit wel met de reguliere psychologische behandelingen van regulier opgeleide en regulier werkende psychologen te gebeuren.
M. den Ouden