Ruimere vergoeding bij proceskosten
Bij fiscale procedures geldt een ruimere vergoeding van proceskosten dan werd gedacht. De wet kent iemand die een rechtszaak van de fiscus wint, een (bescheiden) vergoeding toe voor de kosten van professionele rechtsbijstand, meestal van een accountant of belastingadviseur. Voor gratis rechtsbijstand, ook al is het van een professionele adviseur, krijgt men geen vergoeding. De rechtbank in Breda kent zo’n vergoeding wel toe aan mensen die gratis bijstand kregen van een verzekering of hun vakbond. Zo’n kostenvergoeding loopt op van enkele honderden tot veel meer dan duizend euro.
De vergoeding is aan de orde als u (deels) gelijk krijgt in een fiscale rechtszaak. Die kan ook gaan over onroerende zaakbelasting of een parkeerheffing. Een van de voorwaarden is dat u professionele rechtsbijstand heeft gekregen en dat u de kosten daarvan heeft betaald. Aan die laatste voorwaarde is ook voldaan als u via een verzekering ‘gratis’ rechtsbijstand krijgt.
Ook dan heeft u ‘via een particuliere voorziening’ de kosten uiteindelijk zelf gedragen, zo vindt de rechtbank in Breda. In het berechte geval kreeg de betrokkene een vergoeding van 322 euro terwijl het niet eens tot een rechtszaak was gekomen. De belastingambtenaar had namelijk meteen al eieren voor zijn geld gekozen toen de DAS-rechtsbijstandverzekering van de betrokkene zich met de belastingaanslag bemoeide.
Het interessante is dat de ontvangen vergoeding veel hoger uitvalt dan de voor de rechtsbijstand betaalde premie. Hetzelfde geldt voor de contributie van bijvoorbeeld een vakbond die ook gratis rechtsbijstand geeft. Het recht op vergoeding bestaat vanaf het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank. Nog niet bij het insturen van een bezwaarschrift aan de inspecteur.
Los daarvan heeft minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) heeft de proceskostenvergoeding voor mensen die een procedure met de overheid (deels) hebben gewonnen, met ongeveer 35% verhoogd. Maar dat is vooral een inhaalslag omdat die kostenvergoeding sinds 1994 nooit was geïndexeerd.



Abonneer je 
maandag 26 oktober 2009, 13:06 uur
En nog zijn de vergoedingen te laag.
In het bovengeschetste geval handelde de inspecteur blijkbaar tegen beter weten in. Dit op zich zou al strafbaar moeten zijn.
In dat kader is >deze uitspraak< van 17 april 2009 bijzonder interessant.
Jan van Erp
Aantekening Aertjan Grotenhuis: Uit de samenvatting van deze uitspraak:
Van een bijzondere omstandigheid, die de Inspecteur noopte aanslagen op te leggen alvorens hij voldoende bewijsmateriaal had verzameld om de aanslagen te kunnen onderbouwen is het Hof niet gebleken. De door belanghebbende geuite vermoedens, die neerkomen op machtsmisbruik door de Inspecteur zijn door de Inspecteur onvoldoende weerlegd, een hierop gericht onderzoek heeft de Inspecteur achterwege gelaten. Het Hof veroordeelt vervolgens de Inspecteur tot een integrale vergoeding van kosten en schade.
woensdag 28 oktober 2009, 00:56 uur
Cruciaal in het door mij aangehaalde vonnis is de zinsnede:
‘Het Hof oordeelt dat de Inspecteur bij het opleggen van de aanslagen wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de aanslagen geen stand zouden houden.’
Jan van Erp