Fiscaal voordeel van emigratie verdwijnt
Fiscale voordelen van emigratie moeten op stel en sprong verdwijnen. Dat wil staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën). Vandaag heeft de Hoge Raad een belastingconstructie van emigranten goedgekeurd, Enkele uren later kondigde de staatssecretaris al een reparatiewet aan. Dat spoedwetje moet in recordtempo door de Tweede en Eerste Kamer.
Het fiscale voordeel van (tijdelijk) emigreren schuilt in de fiscale behandeling van pensioenrechten en lijfrenten. Pensioenlasten leveren een aftrekpost op in ruil voor latere belastingheffing over de uitkering. Maar na emigratie is die belastingheffing een zaak van het nieuwe woonland. Dat is in belastingverdragen zo afgesproken. Landen als Frankrijk heffen evenwel geen belasting over de (afkoop van) pensioenrechten. De betrokkene profiteert dus eerst van een aftrekpost en ontloopt daarna de belastingheffing. De Belastingdienst probeert met een bijzonder soort aanslagen de belastinginkomsten te redden. Dat kan juridisch niet, zo constateerde de Hoge Raad. Het spoedwetje moet dat wel mogelijk maken.



Abonneer je 
zondag 21 juni 2009, 22:48 uur
De snelheid, waarmee de staatssecretaris van Financien reageert op de arresten van de Hoge Raad van 19 juni jl., is indrukwekkend en verdient zonder meer waardering. De inhoud van de reactie roept echter enkele vragen op.
De wetgever heeft enkele jaren geleden een regeling ingevoerd die de mogelijkheid biedt een belastingplichtige die Nederland metterwoon verlaat en naar het buitenland emigreert, een zogenaamde conserverende aanslag op te leggen. Wetstechnisch schept de wet een heffingsmoment, onmiddellijk voorafgaand aan de grensoverschrijding, waarbij de Belastingdienst onder voorwaarden uitstel van betaling voor deze conserverende aanslag verleent.
De Hoge Raad merkt in zijn arresten op dat deze wettelijke regeling in beginsel meebrengt dat een emigrant terzake van zijn pensioen of lijfrente geen beroep kan doen op de door Nederland met het land van emigratie afgesloten belastingverdrag.
De Hoge Raad acht deze wettelijke regeling om die reden in strijd met de goede trouw die bij de uitlegging en toepassing van een verdrag in acht moet worden genomen.
Op zichzelf is dit oordeel van de Hoge Raad in lijn met eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie EG inzake Hughes de Lasteyrie du Saillant inzake een enigszins vergelijkbare Franse emigratieheffing. Het Hof ziet die emigratieheffing als een ongeoorloofde beperking van de in het EG-verdrag gegarandeerde vrijheden. De overwegingen van de Hoge Raad lijken een reparatiemogelijkheid te bieden. De wetgever zal daarbij wel binnen de in het EG-verdrag gegarandeerde vrijheden moeten blijven.
De reactie roept daarnaast de boeiende vraag op, of terugwerkende kracht van de reparatiemaatregel geoorloofd is. Daarbij heeft de emigrant nog een tweede reddingsboei: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM heeft vorig jaar in de zaak Burden beslist dat de verplichting om belasting te betalen binnen de reikwijdte van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) valt. Op zichzelf verbiedt dit protocol niet de toepassing van terugwerkende kracht bij nieuwe wettelijke maatregelen. De wetgever heeft dus een zgn. `margin of appreciation`, die wel zijn grenzen heeft. De te treffen maatregel, die een inbreuk op het eigendomsrecht van de burger meebrengt, zal gezien de jurisprudentie een `fair balance` moeten inhouden tussen de vereisten van het algemeen belang en de bescherming van de eigendom of de rechten van de individuele burger. Het EHRM heeft daarbij geen oog voor budgettaire argumenten.
Het ziet er naar uit dat sprake is van een complex probleem. Haastige spoed is zelden goed. Of geldt dit adagium niet voor de wetgever?
Kees van Hooft, Fiscathema
maandag 22 juni 2009, 00:34 uur
De Hoge Raad heeft geen belasting-constructie van emingranten goedgekeurd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat Nederland zich niet eenzijdig kan onttrekken aan een verdrag. Dat klinkt al heel anders.
De Jager kan dan wel proberen om een reparatiewet met spoed door de Tweede en Eerste kamer te jagen maar ik denk niet dat de Eerste Kamer zich daar voor laat lenen. De problematiek speelt namelijk al jaren. Daarom kan ik me ook niet voorstellen dat de Eerste Kamer instemt met wetgeving met terugwerkende kracht. Het advies aan de Hoge Raad ligt er al meer dan een jaar.
Maar belangrijker: Hoe zou de tekst van de reparatiewet moeten luiden? Zou dit dan weer wel passen binnen de verdragen? Ik ben benieuwd.
Ik denk dat er maar een conclusie gerechtvaardigd is; de fiscale wetgeving zal op het gebied van pensioenen en lijfrente binnen de EG beter op elkaar afgestemd moeten worden. Reparatiewetgeving is niet meer dan een lapmiddel, daar prikt de Hoge Raad uiteindelijk ook weer zo doorheen.
Jan van Erp
dinsdag 7 juli 2009, 11:56 uur
Het in de jaren vijftig met Duitsland gesloten belastingverdrag legt -bij wonen in Duitsland- de heffing op overheidspensioenen, c.q.een ABP pensioen, bij de Nederlandse staat. De overige pensioenen, ook al is er in het verleden van overheidsbemoeienis sprake geweest (gezondheidsinstellingen, woningbouwcorporaties e.d.) worden in Duitsland belast. De Duitse fiscus vindt evenwel, dat in het geval van het ABP vanaf de verzelfstandiging jaren geleden sprake is van een particulier pensioenfonds en vindt aldus dat de heffing op het ABP pensioen haar toekomt.
De Hoge Raad heeft in deze zaak, naar aanleiding van een verzoek van een ABP gepensioneerde voor toepassing van het Duitse belastingheffing, in 2008 nogmaals bevestigd dat Nederland in het geval van een ABP pensioen tot belastingheffing gerechtigd is.
Deze casus geeft aan dat de politiek verantwoordelijken – in dit geval van Duitsland en Nederland – hun afspraken moeten actualiseren, zeker binnen de EEG waarbinnen de mobiliteit per definitie hoog is.
Henk Pleij
vrijdag 17 juli 2009, 17:03 uur
Was het snel door het parlement jagen van fiscale wetsvoorstellen een Olympische sport, dan hadden we met de staatssecretaris van Financiën een grote troef in handen voor én de Olympische Spelen van 2012 én de lobby voor de Spelen van 2028. Binnen enkele dagen na het indienen ervan is het wetsvoorstel aangenomen. Wel is er wat gemor geweest over de procedure en is er wat gesputterd over de vraag of de Hoge Raad in zijn arresten over de gevolgen voor pensioenen net zo duidelijk is als die voor lijfrenten, maar dat heeft het wetsvoorstel niet opgehouden. Ook de parlementariërs durfden kennelijk niet het risico aan een enorm financieel lek op hun geweten te krijgen in deze tijden van crisis. Het is mooi dat dit ‘officieel’ geworden lek nu is gedicht.
Redactie NTFR