Scholingsuitgaven aftrekbaar
Studiekosten of scholingsuitgaven zijn aftrekbaar voor een leertraject dat iemand volgt om vakmatige kennis te verwerven. Het kan ook gaan om het op peil houden van kennis. Er moet evenwel een band bestaan met het verdienen van inkomen. Maar moet men er na de studie in inkomen op vooruit gaan? Volgens de Hoge Raad is dat niet het geval. Met moet met de studie wel zijn inkomen kunnen verdienen maar dat mag lager zijn dan voorheen.
De wet eist niet dat studiekosten alleen aftrekbaar waren bij een voorzienbare inkomensverbetering, al haalt de fiscus die voorwaarde wel uit een dubbelzinnige toelichting bij de wet. Daar heeft de Hoge Raad geen boodschap aan, alleen de wettekst telt. De belastinginspecteurs mogen daarom een voorzienbare inkomensverbetering niet als eis stellen voor de scholingsaftrek. Bovendien bepaalt de Hoge Raad dat een studie die begint als een niet-aftrekbare hobby, gaandeweg kan uitgroeien tot een wel degelijk aftrekbare (om)scholing. Het omgekleerde geldt overigens ook. Als men serieus begint aan een studie die uitloopt op een hobby, dan zijn de kosten niet langer aftrekbaar.



Abonneer je 
donderdag 7 mei 2009, 15:06 uur
De uitkomst van de procedure is voor de praktijk van wezenlijke betekenis. Met de positieve benadering van de Hoge Raad is het duidelijk dat de kosten voor het volgen van opleidingen in een geheel andere beroepsrichting ook aftrekbaar zijn als met de beoogde functie een lager inkomen zou worden gegenereerd. Het blijft daarbij wel van belang dat het volgen van een opleiding of studie ook redelijkerwijs productief kan worden gemaakt. Die beoordeling moet niet louter plaatsvinden bij de aanvang van de studie, maar moet telkenjare naar de omstandigheden worden beoordeeld. Dat betekent bijvoorbeeld dat een opleiding die puur uit persoonlijke interesse is gestart, maar later wordt gebruikt voor het verwerven van (een mogelijk dus wel laag) inkomen, vanaf dat moment kan kwalificeren voor aftrek.
zaterdag 9 mei 2009, 14:45 uur
Om een baan in een andere branche te vinden, zal men veelal financieel een stap terug moeten doen. Opleidingen om de overstap naar een andere branche te kunnen maken, zouden – door de eis van inkomensverbetering en in strijd met de bedoeling van de wetgever – fiscaal niet gestimuleerd kunnen worden. Ook overigens zou de eis van inkomensverbetering tot merkwaardige situaties kunnen leiden. Zo zou een opleiding voor hbo-verpleegkundige voor een advocaat niet aftrekbaar zijn omdat hij als verpleegkundige minder gaat verdienen dan als advocaat, maar voor een buschauffeur weer wel omdat hij als verpleegkundige juist erop vooruit gaat. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof eveneens op het punt dat de beoordeling of sprake is van aftrekbare scholingsuitgaven aan het begin van de studie moet geschieden. De Hoge Raad meent dat zulks elk jaar opnieuw moet worden beoordeeld. Het standpunt van de Hoge Raad lijkt logisch en past ook het best bij het kasstelsel dat geldt voor de persoonsgebonden aftrek waar de studiekosten onderdeel van uitmaken.
J.A.W. Vrolijks in NTFR