Nieuwe successiewet cadeautje voor ondernemers
De successierechten zijn niet alleen zeer impopulair maar ook niet te rechtvaardigen. Dat vindt de Raad van State. Dat geldt voor het verleden maar ook nadat staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) de wet heeft aangepast. Het gaat namelijk niet om een echte modernisering van de wet. Die stamt in de kern nog uit 1859. Het lukt de overheid maar niet de heffing echt aan deze tijd aan te passen. Ook De Jager moet erkennen dat zijn aanvankelijk groots aangekondigde ambitieuze plannen voor een echte modernisering voorlopig zijn gestrand.
Niettemin vermindert de staatssecretaris de pijn van de heffing aanzienlijk. Bovendien wordt de belasting een stuk eenvoudiger. De tarieven gaan fors omlaag. Jaarlijks hoeven nog maar 500 mensen successierechten te betalen vanwege het overlijden van hun partner. Het toptarief daalt van 68% naar 40%. Ondernemers worden niet langer gedwongen lang met een bedrijf door te gaan om hun kinderen te laten profiteren van vrijstellingen in het successierecht. Ze kunnen nu op elke leeftijd aanspraak maken op een vrijstelling. Die is bovendien verhoogd van 75% naar 90%. Wat de Raad van State betreft, is dat simpelweg een cadeautje aan ondernemers. Met het oplossen van continuïteitsproblemen in het bedrijf heeft het niets meer te maken, zo stelt de Raad.
De staatssecretaris financiert de tariefsverlagingen en andere faciliteiten met de aanpak van trusts en andere doelvermogens die bedoeld zijn om de fiscus te misleiden. Om mensen de pas af te snijden die nog snel hun vermogensconstrcutie willen aanpassen aan de nieuwe wet, werken sommige bepalingen terug tot vandaag, 20 april 2009.
Overigens heeft het hoofdartikel in deze krant van 28 oktober 2008 er op gewezen dat als de constructiebestrijding onvoldoende geld oplevert om alle cadeautjes die in deze wet zitten te financieren, andere groepen belastingbetalers het gelag moeten betalen. Mede om die reden heeft de PvdA eerder aangekondigd in de tarieven van de wet een nieuw element in te voegen. De sociaal-democraten willen niet alleen dat het tarief oploopt naarmate de verwantschap met de overledene minder is én dat het tarief oploopt naarmate de erfenis hoger is, maar ook dat het tarief oploopt naarmate de erfgenaam zelf rijker is.
De staatssecretaris heeft de wetswijzigingen van de successiewet toegelicht in een video-interview voor het CDA.



Abonneer je 
dinsdag 21 april 2009, 10:42 uur
In de Oudheid bestond er al een regeling tot herverdeling, namelijk bij de Israelieten, die tot doel had om materiele gelijkwaardigheid onder de burgers te bevorderen: In het “vijftigste jaar” moest de grootgrondbezitter om niet afstaan aan boeren die door misfortuin hun land kwijt waren geraakt en knechten werden.
Ook mocht niemand de os van zijn buurman begeren, zoals bekend uit de Tien Geboden, want die had hij nodig om te ploegen en opbrengst van zijn land te krijgen.
Het CDA behoort te lezen “mag” en evenzo de socialistische PvdA, terwijl een vijftigste jaar of herverdeling van de produktiemiddelen danwel cooperatieve of collectieve opzet geleidelijk, uitgesmeerd, te bereiken valt middels belastingen en scholing, welk laatste deuren opent.
Kennelijk is het onderwijs te lande onvoldoende om dit bij te brengen.
Multinationals trachten alle ossen in eigen stal te krijgen.
Kapitalisten wensen zich maximale vrijheid en bekommeren zich niet om de afname daarvan bij anderen. Zogezegd zijn ze uit op het eerst vullen van eigen zakken en geven daarna misschien iets weg uit hun overvloed. Op het originele Pinksterfeest werden de eerste produkten van de nieuwe oogst daarentegen verdeeld, precies het omgekeerde dus.
De Handelingen der Apostelen vermelden dat de eerste christenen veel afstonden aan wie minder hadden en op bedrog kwam straf, zoals Ananias en Safira merkten (de Messias deed niet aan strafuitdeling).
Verlaging van de successierechten zoals voorgesteld door de zich als rechtse denkers manifesterende ministers is in strijd met het bovenstaande en verwerpelijk omdat de mens van nature een sociaal wezen is, die behoefte heeft aan samenwerking, meer dan aan het boven anderen staan met geld en macht. Het kabinet leidt ons op verkeerde weg en wij moeten art 1 der Verklaring van de rechten van de mens: “ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten” aanvullen met verduidelijkende woorden. Immers impliceert het ook materiele componenten. Als voorbeeld kan dienen dat ieder recht heeft op een eigen plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen tegen zijn wil daar munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over de bouwvakker die een reele prestatie levert maar over huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken en door erfenissen overmatig rijk geworden lieden die uit zichzelf het niet kunnen opbrengen om dat artikel op elk terrein in practijk te brengen.
Wat ondernemers betreft is art 3 der NL Grondwet van belang: Dit tekent gelijkwaardigheid der burgers voor overheidsfunkties en daarvan afgeleid moet het ook gelden in het bedrijfsleven. Dan dien je erop toe te zien dat niet door de factor geld er grondige verstoring komt, dat niet de erfgenaam begunstigd wordt en zijn wil op kan leggen aan een kring groter dan passend mag heten.
Jitso Keizer
dinsdag 21 april 2009, 23:10 uur
De nieuwe wet schenk- en erfbelasting is op het eerste gezicht een welkome aanpassing van een veel bekritiseerd, maar binnen het fiscale stelsel niet onaanvaardbare belasting. Bij het ontwerp van de wet moest echter de vertrouwde afweging worden gemaakt tussen kosten en baten, tussen tariefsverlaging en bronnen voor de financiering daarvan. Opbrengsten moeten deze keer gegenereerd worden met de bestrijding van ‘afgezonderd particulier vermogen’, ofwel vermogen in bijvoorbeeld een trust. Vooropgesteld zij dat de wetgever de vrijheid heeft voor dit soort situaties een passend antwoord te bedenken, en dat belastingontduiking niet moet worden toegestaan. Thans doemen echter twee aanzienlijke problemen op. Het eerste probleem is dat de financiering van de tariefsverlaging nagenoeg volledig afhankelijk is gemaakt van de slagingskans van de aanpak van truststructuren, en dat sterk betwijfeld kan worden op daarmee wel de aanzienlijke opbrengst gegenereerd kan worden vanwege de onduidelijke omvang van de aldaar ondergebrachte vermogen. Tweede probleem is dat de gekozen oplossingrichting van fictieve transparantie van de trust uitgaat van het feit dat Nederland een geïsoleerde fiscale gemeenschap is. Zolang alle betrokkenen, en alle vermogens zich van begin tot einde uitsluitend in Nederland bevinden zou het systeem wellicht nog kunnen werken. Zulks is echter een volstrekte illusie. Juist een Trust kent internationale kanten, en juist zodra die spelen werkt het transparantiesysteem niet meer. Veelal is een in het buitenland ontstane Trust aldaar reeds belast (geweest), en levert transparantie ten aanzien van de naar Nederland geëmigreerde insteller onaanvaardbare dubbele heffing op. Ook in het verleden vanuit Nederland met schenkingsrecht belaste vermogens die in een Trust zijn ingebracht worden potentieel dubbel belast. Tenslotte is het onaanvaardbaar te noemen dat een Nederlandse erfgenaam die slechts 1.000 erft op basis van het testament, belast zou worden over 100.000 die in een Trust zit, en (op den duur) toekomt aan een volstrekt derde. De erfgenaam wordt dan belast over vermogen dat hij of zij nimmer zal krijgen.
Hoewel ik mij realiseer dat het absolute aantal benadeelden vermoedelijk betrekkelijk klein zal zijn, en de hele nieuwe wet als ‘package deal’ aan de politici voorgelegd zal worden, ben ik van mening dat in ieder geval het onderdeel ‘afgezonderde particuliere vermogens’ de toets der kritiek absoluut niet kan doorstaan. Het is nu echt een keer tijd dat politici, hoe lastig het soms ook is belangenbehartiger te zijn voor rijkere belastingplichtigen, grenzen stellen aan wat aanvaardbaar is. De voorgestelde aanpak is principieel onjuist, want strijdig met het basale civiele recht en fiscale basisprincipes. Wanneer dit toegestaan zou worden, is geen enkel principe meer veilig. Dat heeft niets te maken met politieke kleur, met morariliteit of met rijk of arm, maar met het zoeken naar een oplossing die het minst bezwarend is voor de belastingbetaler. Die betere oplossingen zijn voorhanden, je moet er alleen even je best voor doen.
Prof. dr. Ruben M. Freudenthal
donderdag 23 april 2009, 21:04 uur
VNO-NCW is blij met het voorstel van staatssecretaris De Jager dat overigens door het bedrijfsleven zelf op de agenda is gezet. Het voortbestaan van een bedrijf mag toch niet in gevaar komen bij een bedrijfsoverdracht?
In elk geval gaat ook de belastingheffing op erven en schenken flink omlaag en de vrijstellingen gaan omhoog. De Jager heeft hiervoor inmiddels een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het is een afgewogen pakket, meent de werkgeversorganisatie.
Zodra de wetswijziging is ingevoerd zal bedrijfsoverdracht fiscaal eenvoudiger zijn. Voortaan is dan 90 procent van de waarde van het bedrijf (nu 75 procent) vrijgesteld van belastingheffing. Bovendien geldt deze vrijstelling ook voor onroerend goed dat door de directeur-grootaandeelhouder ter beschikking wordt gesteld aan zijn vennootschap.
Het was mooi geweest als ook de goodwill buiten de belastingheffing was gelaten, zoals VNO-NCW heeft bepleit. Maar de verhoging van het deel van de waarde van een onderneming die nu buiten de heffing blijft (90 procent) lost dit probleem in elk geval deels op.
Vereniging VNO-NCW
vrijdag 24 april 2009, 12:43 uur
De komende vijf jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen. Voor een groot deel door middel van bedrijfsoverdracht aan familie of derden (70.000). Jaarlijks worden circa 15.000 bedrijven ‘overgedragen’. Naar verwachting zal de komende 10 jaar het aantal bedrijfsoverdrachten toenemen door de vergrijzing; 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan 50 jaar.
Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat de markt voor advisering bij bedrijfsoverdracht, lacunes vertoont. 90 procent van kleine ondernemers (tot 10 personeelsleden) ondervindt problemen bij het overdragen/beëindigen van hun bedrijf. Waar grote bedrijven de mogelijkheid hebben om meerdere adviseurs in te schakelen in zowel voorbereiding, onderhandeling als financiële afwikkeling, schakelen kleine ondernemers vooral adviseurs in die alleen in de voorbereiding actief zijn. Dat blijkt uit het onderzoek Adviseurs aan het woord, dat de Hogeschool Utrecht in opdracht van de Kamer van Koophandel heeft gedaan. Kijk op http://www.kvk.nl/adviseursonderzoek voor het downloaden van het rapport.
Kamer van Koophandel Nederland