Fiscale waardering Icesave-tegoeden
De rekeninghouders van Icesave moeten hun tegoed bij de bank straks verantwoorden in hun aangifte inkomstenbelasting over 2008. Daar moet het bedrag worden opgenomen in box3. Opgave aan de fiscus is verplicht ook al kan de bank zelf het tegoed niet terugbetalen en hebben de rekeninghouders (nog) geen garantieuitkering van De Nederlandsche Bank ontvangen. De verplichting geldt ook voor de mensen die buiten de garantieregeling vallen en niet het volle ingelegde bedrag terugkrijgen.
Dat blijkt uit een uitspraak die de rechtbank in Haarlem kort voor kerstmis heeft gedaan en die vanmorgen openbaar is gemaakt. De rechtbank oordeelde overigens in een andere zaak. Zij gaat voor de waardering van een banktegoed in box 3 van de inkomstenbelasting uit van de waarde per 1 januari 2009. Bij het bepalen van die waarde van het saldo moet men uitgaan uit van alles wat op de jaarwisseling “gebleken is over de toestand van het tegoed”. Daarbij tellen besluiten of ontwikkelingen ná 1 januari 2009 niet mee. Maar het kan wel zijn dat pas in de loop van het jaar meer duidelijk wordt over de situatie tijdens de jaarwisseling. Bijvoorbeeld door onthullingen die worden gedaan over afspraken die er nu al bestaan maar die pas over enkele maanden de openbaarheid halen. Zulke zaken kan de inspecteur zelfs meetellen als die zaken tijdens het indienen van de aangifte nog niet duidelijk waren, aldus de Haarlemse rechtbank.
Illustratie: FiscaBeeld



Abonneer je 
dinsdag 20 januari 2009, 13:31 uur
Ondanks deze uitspraak van de rechtbank zal ik dit bedrag niet meenemen in mijn aangiften; ik ben een 100.000 + spaarder en het grootste deel van het geld was voor zakelijke doeleinden gereserveerd (oa belastingverplichtingen). Dit verlies is reeds afgeschreven op mijn bedrijfsresultaat voor 2008. Ik ben niet van plan om belasting te betalen over geld, dat van mij gestolen is. De Nederlandse staat heeft nergens concreet een toezegging gedaan, dat ik het geld ooit zal terug ontvangen van haar. Als het bijtijds terugkomt zal ik dan mijn resultaat weer corrigeren en belasting betalen. Zolang dat niet gebeurt en de fiscus is het niet eens hiermee, zal ik procederen. Het zijn gewoon boeven met een licentie van de witte boorden. Van de Nederlandse staat zou toch mogen worden verwacht, dat ze haar burgers beschermt. Het tegendeel blijkt waar; men beschermt waarschijnlijk alleen de positie van de witte boorden en dan doel ik op de ABN-Fortis affaire. Ook mijn reserveringen voor ziekte en pensioen zijn volledig gestolen onder toezicht van de Nederlandse Bank, waarvan de directeur met grote glimlach vertelt dat ze het reeds lang wisten. De Rabobank directeur is een van de partijen die zijn eigen inkomen probeert veilig te stellen ten koste van het collectief belang en waarschijnlijk ook een doorstart van Icesave tegen heeft gehouden bang voor eerlijke concurrentie.
maandag 26 januari 2009, 23:02 uur
Bij de aangifte moet je de waarde van de vordering in het economisch verkeer opgeven. Ik zou zelf hebben gedacht dat je daarvoor zou moeten kijken naar het bedrag dat je op 31 december zou kunnen krijgen wanneer je de vordering te koop aanbiedt. Ook als kans niet groot is dat er veel terugkomt, zal die waarde toch zeker groter dan 0 zijn. Maar ik denk niet dat je iemand zou vinden die bereid is om de vordering in ruil voor 50% van het bedrag van de vordering over te nemen (maar ik heb natuurlijk geen inzicht in de boeken).
Maar uit de uitspraak blijkt dat je ook de kennis die pas later beschikbaar komt moet gebruiken bij het bepalen van de waarde van de vordering op 31 december. Dus als later dit jaar blijkt dat 10% uit de boedel terugkomt, moet 10% van het bedrag van de vordering worden opgegeven. Dus in het gunstige geval dat uit de boedel 99,9% kan worden betaald, moet 99,9% van de vordering worden opgegeven.
Aantekening Aertjan Grotenhuis:
Voor het goede begrip: de rechter spreek over later naar voren komende kennis van wat men op 1 januari weliswaar niet wist, maar wat op 1 januari al wel duidelijk was over de situatie. Dat betekent dat de waarde per 1 januari niet wordt beïnvloed door marktontwikkelingen die zich vanaf 2 januari hebben voorgedaan. Een 10-procents boedeluitkering leidt dus niet automatisch tot een waardering van de vordering per 1 januari op 10 procent. Een andere zaak is nog wie moet aantonen dat de waarde lager is dan de nominale waarde. Het is de rechter die daarbij de accenten kan leggen, maar de spaarder die de eerste zet moet doen.
Hiervoor ga ik uit van (een interpretatie van) een uitspraak van de rechtbank. Dat is nog niet het laatste woord; dat wordt door de Hoge Raad gesproken. Zo’n uitspraak is in de Icesavezaak niet voor 2012 te verwachten. Icesave spaarders zouden er goed aan doen (collectief) te pleiten voor een (objectieve) vaststelling van het afwaarderingspercentage van hun vordering. Aannemende dat de belastingdienst daar niet om staat te trappelen, zouden de betrokkenen zich tot de politiek kunnen wenden.