Integriteitskubus

Een cynische opmerking vooraf is wel op zijn plaats. Over klokkenluiden bij de overheid en in bedrijven kun je beter niet schrijven. Alle aandacht daarvoor heeft in de afgelopen tien jaar meer kwaad dan goed gedaan. Waarom schrijf ik er dan toch over? Uit een romantisch verlangen de wereld te verbeteren, ben ik bang. Zelfs als de wereld er slechter van wordt.

Het liefst van alles zouden overheidsinstellingen de burgers dwingen tot vertrouwen

In het programma Brandende Kwesties vroeg journalist Gideon Levy zich dezer dagen af waarom klokkenluider Ad Bos zo vasthoudend wordt vervolgd door het Openbaar Ministerie. Bos overhandigde in 2001 de schaduwboekhouding van bouwbedrijf Koop Tjuchem aan de staat en zette daarmee het onderzoek in gang naar een megafraude onder ambtenaren en bouwers. Die ambtenaren en bouwers kwamen er genadig van af. De zaak tegen Bos zelf loopt nog steeds.

Wie de praktijk van het klokkenluiden de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, weet dat deze uitkomst niet uniek is. Klokkenluider Fred Spijkers riep nog meer ellende over zich af: hij werd tegengewerkt door leger en politiek tegelijk. Hoe meer de aandacht werd gevestigd op het zware lot van deze klokkenluiders, hoe dieper zich de overtuiging vestigde onder alle andere Nederlandse werknemers dat ze het nooit zouden doen – klokkenluiden.

De ene helft van Nederland is dus niet gestopt met frauderen. „Medewerkers van bouwbedrijf Janssen de Jong Infra kochten op grote schaal ambtenaren in vooral Limburg om”, schreef Het Financieele Dagblad vorige week nog. De andere helft van Nederland is steeds vaster van plan daar niets van te zeggen. Van iedere drie ambtenaren blijft er eentje ook zwijgen als er dingen gebeuren die een groot gevaar opleveren voor volksgezondheid, milieu of veiligheid.

Dit laatste gegeven, over die ambtenaren die gevaren verzwijgen, trof ik aan in het weekblad Binnenlands Bestuur, waarin journalist Boudewijn Warbroek een dossier aanlegt over integriteit. Warbroek verzamelt fraude, omkoping, leugens en bedrog en gaat op zoek naar plannen om de problemen te bestrijden. Onlangs schreef hij over de onderzoeksgroep ‘integriteit van bestuur’ van de Vrije Universiteit, die zojuist het rapport Klokkenluiden en veiligheid heeft uitgebracht.

De onderzoekers bleken niet het meest geschokt door het feit dat een op de drie ambtenaren grote gevaren niet meldt. Schokkender vonden ze nog dat in 2007 niet minder dan 12,8 procent van de ambtenaren liet weten in de twee jaar daarvoor „een ernstige misstand” op het werk te zijn tegengekomen. „Er gaat nog wel het een en ander mis binnen onze overheid. En let wel: het gaat hier om érnstige misstanden.”

Aan de ene kant heb je misstanden en zwijgende werknemers, aan de andere kant overheidsinstellingen en -dienaren die zich afvragen waarom de burgers hen niet langer vertrouwen. Het liefst van alles zouden ze de burgers dwingen tot vertrouwen. De remedie tegen het afnemende vertrouwen ligt natuurlijk helemaal niet in het aanzetten tot vertrouwen, maar in het bieden van betrouwbaarheid.

Het lijkt op het oog geruststellend dat het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector tegenwoordig cursussen geeft in betrouwbaarheid. Afgelopen donderdag organiseerde het bureau de Dag van de Integriteit 2010, die volgens de berichten succesvol is verlopen. Er zijn boeken, er zijn integriteitsworkshops, integriteitskubussen en er is de dvd ‘Integriteit deugt’. Te lang, schrijft het bureau, zijn integriteitsdilemma’s benaderd vanuit ‘codes, regelgeving en strikte procedures’. Die aanpak bleek niet te werken, dus is er nu aandacht voor de houding van de werknemers zelf. Aandacht voor deugd. Aandacht voor deugdethiek.

Hoe heuglijk dit bevorderen van de deugdzaamheid ook is, er zit één kink in de kabel. Die kink is het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie. Zolang de grote verdachten in grote fraudezaken vrijuit gaan en de klokkenluiders tot aan de Hoge Raad worden vervolgd, zullen werknemers zich wel drie keer bedenken voordat ze ernstige misstanden aan de kaak stellen.

Zolang collega’s zwijgen over elkaars praktijken, kun je de ene helft van Nederland met behulp van cursussen nog wel wat deugdzamer maken dan hij toch al was, maar de andere helft van Nederland blijft er dan vrolijk op los frauderen.

Op de Dag van de Integriteit kwamen 175 mensen uit de publieke sector af die geïnspireerd naar huis zijn gegaan. Naar het programma over de bouwfraude hebben honderdduizenden mensen gekeken, van wie een derde heeft besloten nooit meer een mond open te doen.

Toen de fraude indertijd aan het licht kwam, verklaarden politici eensgezind dat de schuldigen zouden worden vervolgd. Dat klonk doortastend, maar nu, negen jaar later, nu Ad Bos al jarenlang in een bizarre jacht langs alle rechtbanken van Nederland wordt gedreven, moet de conclusie zijn dat je vooral goed moet bedenken wie je vervolgt.

Een klokkenluider vervolgen en zo jarenlang aanleiding geven tot bezorgde televisieprogramma’s, journalistieke dossiers en krantencolumns – dat is niet de slimste vorm van integriteitsbeleid.


Dit bericht heeft 4 reacties op “Integriteitskubus”

  1. elisabeth spaan zegt:

    Integriteitsbeleid of niet, er had allang een wet moeten komen die klokkenluiders werkelijk beschermt. Nu zijn ze nog vaak overgeleverd aan ‘de geheimhoudingsplicht’ die voor ambtenaren en voor werknemers geldt. Bovendien, ondanks die commissies om fraude aan te geven, is een wettelijke stok om te slaan snel gevonden. De ‘baas’ is vaak machtiger. En wie de macht heeft, bepaalt de ‘de gang door het recht’. Kijk maar even naar wat met WikiLeaks nu gebeurt. Maar zolang die wet er niet is, zou ik zeggen, luidt zelf niet de klok maar geef dat luiden uit handen. Zo moeilijk is het niet om geruchten te verspreiden en om gegevens te laten lekken. Maar doe je het zelf, zorg in dat geval altijd wel voor een goede rechtsbijstandverzekering, dan heb je, als het nodig is, nog kans op een goede ontslagregeling. Want vroeg of laat draait het daarop uit. hoe je het ook wendt of keert: verstoring van de arbeidsrelatie of onverenigbaarheid van ‘gevoelens’ na conflict. Fraude en corruptie mag in woorden wel bestreden worden, in de praktijk wil men het maar al te graag met de mantel der ‘liefde’ bedekken

  2. eva smits zegt:

    Normen en waarden, fatsoen moet je doen, integriteit, aardig voor de cretologiemixer maar in de realiteit blijkt, dat ons voor ons soort mensen, met 25 (bij)banen, de hier CDA realiteit altijd weer een tikje anders uitgelegd wordt.

    Bouwfraude in Brandende Kwesties.

    http://www.avro.nl/tv/programmas_a-z/branden...

    In de serie Brandende Kwesties onderzoekt journalist en programmamaker Gideon Levy macht en machtsstructuren. In de tweede aflevering gaat hij na waarom Ad Bos, ook wel bekend als de klokkenluider in de bouwfraude-affaire, nog steeds door de Staat wordt vervolgd terwijl de meeste grote bouwers nooit voor de rechter hoefden te verschijnen.

    Is hier sprake geweest van een ‘old boys network’ van bouwers, politici en magistraten dat elkaar uit de wind heeft gehouden?

    ‘Niet schikken maar vervolgen’ was het credo van ministers en Kamerleden toen de bouwfraude in 2001 naar buiten kwam. Daarvan is praktisch niets terechtgekomen. Levy gaat op pad met de vraag hoe dat zover is gekomen. Wat zegt het over de macht in Nederland? En over de moraal?

    Levy voert gesprekken met onder anderen Elco Brinkman, voorzitter van de Nederlandse bouwers, Anne Willem Kist, voormalig topman van de kartelpolitie NMa, Marijke Vos, voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie bouwfraude en oud-minister van Economische Zaken Laurens Jan Brinkhorst. Laatstgenoemde stelt: “Als anderen niet strafrechtelijk worden vervolgd, dan Ad Bos ook niet. Bos is de zondebok van de bouwfraudezaak.”

    Ontluisterend om opnieuw te zien hoe in onze maatschappij met twee maten gemeten wordt, of met nog veel meer dan twee. Elco Brinkman durft in alle rust te verklaren dat fraude gedoogd moet kunnen worden door de Nederlandse staat, omdat die in ons aller belang zou zijn. Een belang dat door de bouwsector wel eventjes voor ons bepaald wordt! Zo langzamerhand verklaar ik de Nederlandse samenleving voor gek dat we dit allemaal maar slikken! De bankwereld die vrolijk en schaamteloos door gaat met bonussen uitkeren en verkeerde praktijken beoefenen, de bouwwereld die weg komt met miljarden aan fraudegelden en het overtreden van wetten. En dan wordt er van de samenleving verwacht dat zij 18 miljard bijeenschraapt op vaak zeer schrijnende manieren om alle gaten te stoppen. Wat voor moreel gehalte verwacht u van de samenleving wanneer dit soort zaken worden toegelaten. In dat opzicht begrijp ik het zich afkeren van de politiek en overheid van een steeds groter deel van onze samenleving uitstekend.

  3. Mihai Martoiu Ticu zegt:

    == Te lang, schrijft het bureau, zijn integriteitsdilemma’s benaderd vanuit ‘codes, regelgeving en strikte procedures’. Die aanpak bleek niet te werken,==

    Precies, er zijn allerlei psychologische factoren die een rol spelen. Daardoor moet men een andere manier vinden om integriteit en het klokkenluiden te bevorderen. Misschien een vorm van ‘soft paternalism’. Men moet er echter iets aan doen, voordat we Italiaanse of Oost-Europese toestanden krijgen. Want als het hele land betrokken wordt in corruptie, is het een helse karwei om daaraan te ontsnappen.

  4. Harry de Loor zegt:

    Met veel respect heb ik de column over integriteit gelezen. Dit vat voortreffelijke de gebeurtenissen van de afgelopen 20 jaar samen. Het is onthutsend om te moeten beseffen dat veel fout gedrag niet wordt vervolgd. Kennelijk houden mensen “bovenin” elkaar de hand boven het hoofd. Ik bewonderde de journalist Levy om zijn zelfbeheersing die in zijn “Brandende kwesties” Brinkman hoorde beweren dat de bouwfraude toch eigenlijk een zegen voor land was geweest. En deze man mag nu de fractievoorzitter worden voor het CDA in de eerste kamer. Hoe cynisch kan het worden? Maar dan is het toch goed dat Marjolijn Februari de zaken goed op een heeft gezet. Helaas bleef het na 6 december erg stil….

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.