Richten moslimonderzoekers zich teveel op radicalisme?
Onderzoek naar moslims richt zich vooral op problemen met integratie. Ten onrechte blijven andere onderwerpen buiten schot.
Dat vindt prof. dr. Thijl Sunier, de nieuwe hoogleraar ‘Islam in Europa’ (VU). Op de opiniepagina schreef hij dat de focus op radicalisering de integratie van velen miskent. Ook laakte hij de afhankelijkheid van de overheid. De politieke visie zou zorgen voor een wetenschappelijke blikvernauwing.
Jean Tillie, bijzonder hoogleraar Electorale Politiek (UvA), voelt zich aangesproken. En reageert als volgt:
“Wie onderzoek doet naar moslimradicalisme doet óók onderzoek naar moslims die niet radicaal zijn. Onze vaststelling in 2006 dat 2% van de Amsterdamse moslims gevoelig was voor radicalisering, betekent ook dat wij vaststelden dat 98% van de Amsterdamse moslims niet gevoelig is voor radicalisering en dus, in het jargon van Sunier, ‘gewone’ moslims zijn.”
Het zou Sunier sieren, zo schrijft Tillie, als hij de presentatie van zijn eigen onderzoeksagenda niet afhankelijk maakt van de studies van andere islamonderzoekers.
Wat vindt u? Is al die aandacht voor radicalisme onwetenschappelijk? Schept dat een verkeerd beeld van moslims? Of is er niets aan de hand en ontsluit radicalismeonderzoek vooral ook de gevallen die niet aan die definitie voldoen?



vrijdag 27 november 2009, 13:28 uur
Beide heren hebben ongelijk. De integratie van moslims in Nederland zou centraal moeten staan. Belangrijkste probleem, dat altijd over het hoofd wordt gezien, is de behoefte aan segregatie bij vooral Marokkanen in Nederland. De Turken komen uit een land dat sinds Atatürk het vizier op het westen heeft gericht. Marokkanen klampen zich vast aan de vermeende superioriteit van de islam. Ze zijn geneigd alles af te meten aan wat hallal en haram is. Zij discrimineren vrouwen zonder hoofddoek en homo’s. Alleenstaande mannen en vrouwen zijn minderwaardige wezens. Iedereen moet trouwen en kinderen krijgen en islamitisch opvoeden uiteraard. Alle kinderen krijgen bovendien een Arabische naam, nooit een Nederlandse. Opvallend is het geringe aantal gemengde huwelijken bij Marokkanen. De superioriteit die bij Marokkanen voortvloeit uit hun minderwaardigheidscomplex (armoede en ongeschooldheid, tweederangsburgers tegenover de dominante elite in Marokko), heeft ertoe geleid dat Nederlanders geminacht worden. Die minachting is weer een bron van criminaliteit bij Marokkaanse jongens. Hoe anders kun je verklaren dat Marokkaanse pubers bejaarde, Nederlandse vrouwen van hun handtas beroven. Geen greintje medeleven. Zelfs wanhopige junks hebben dat nooit gedaan.
De radicalisering moet in de gaten gehouden worden, maar is een marginaal probleem. En het zal wel dat er zeer geïntegreerde en geëmancipeerde Marokkanen en Turken zijn, maar waarschijnlijk zijn vooral traditionele Marokkanen in de minderheid. De segregatie heeft ook invloed op het onderwijs. Brengen de ouders hun kinderen wel respect bij voor het onderwijzend personeel? Dat is belangrijk voor de schoolcarrière en gaat spijbelen en erger tegen. Integratie is belangrijker dan een boom opzetten over de islam in Europa.
vrijdag 27 november 2009, 16:09 uur
Correctie:
In mijn laatste alinea staat een foutje. Traditioneel denkende Marokkanen zijn niet in de minderheid, maar in de meerderheid. (Dat is juist het probleem.)
zaterdag 28 november 2009, 00:10 uur
Een onderzoek naar de religieuze beleving van de islamitische Nederlander/… impliceert vanzelfsprekend ook het aspect radicalisme. Overigens is bekend (o.m. via uitspraken door moslims in NMO-programma’s) dat veel moslims onze samenleving afkeuren en ‘vernederlandsing’ van hun kinderen proberen te voorkomen door schoolkeuze etc. Zelfs is een groeiend aantal moslimkinderen tijdelijk naar Egypte verhuisd om aldaar het juiste moslimonderwijs te volgen. Zij verblijven daar met hun moeder of beide ouders gedurende hun opleiding en genieten een dubbele Nederlandse kinderbijslag (voor uitwonende leerlingen).
Terrorisme als gevolg van radicalisering is afschuwelijk, maar je kinderen in een ander land laten onderrichten omdat je de samenleving die jou en je gezin alles geeft dat nodig is om een goed, vrij en zinvol bestaan te kunnen opbouwen als vijandig ervaart, is minstens zo afschuwelijk. Het is parasiteren met uiterst kwalijke bedoelingen. Wat voor mensen worden er op deze manier gevormd? Mensen die democratisch Nederland absoluut geen goed zullen doen. Integendeel!
Er wordt op grote schaal misbruik gemaakt van de ‘toegeeflijkheid uit angst’ van onze overheid. Moslim mannen met een onbekend aantal vrouwen en kinderen, hier en in Marokko. Gevolg is enorme fraude op het gebied van o.a. gezondheidszorg.
Alle pogingen overheidstekorten te reduceren via vrijheids-/privacybedreigende constructies als kilometerheffing zouden niet nodig zijn als men misstanden als hierboven genoemd zou DURVEN aanpakken.
De manier waarop men Polen en andere niet-islamitische nieuwkomers bejegent wijkt wel heel sterk af van de houding tegenover moslims. Wethouder Karakus merkte ooit op n.a.v. de manier waarop woningen werden bewoond: ‘we zullen ze in hun nieren treffen’. Ondenkbaar dat zoiets gezegd zou worden als het om moslims gaat.
Een en ander is het levende bewijs dat er grote angst heerst voor mogelijke reacties van de zijde van moslims.
Trouwens de manier waarop via imams het volk geindoctrineerd wordt op de PvdA te stemmen, de partij die Machiavelli het ijverigst navolgt met o.a. ‘verdeel en heers’, is evenzo een gevaar voor onze democratie. De PvdA maakt er echter dankbaar gebruik van en wist zo o.m. te voorkomen dat Leefbaar Rotterdam net niet de grootste partij werd in Rotterdam.
ANGST weerhoudt bestuurders van effectieve maatregelen om de nieuwe burgers op te voeden tot volwaardige democratische burgers. Men accepteert allerlei misstanden, oneerlijkheden, vijandigheden. Dit is op zich een bewijs dat radicalisme als afschrikwekkende mogelijkheid de houding jegens moslims overheerst.
Het is absoluut noodzakelijk de moslimbevolking zo zorgvuldig mogelijk te monitoren op hun religieuze beleving, diensten in moskeeen bij te wonen (die natuurlijk al lang in het Nederlands gehouden hadden moeten worden).
Het is in Nederland onvergeeflijk fout de PVV aan te hangen, terwijl ontwikkelingen in de moslimgemeenschap, de foute imams, de foute schooltjes, de foute bestuurders/ambtenaren ongestoord hun anti-democratische werk mogen blijven doen.
zaterdag 28 november 2009, 21:40 uur
Mijn indruk is dat wetenschappers, wat de islam betreft, steeds weer opnieuw proberen het wiel uit te vinden. Ook al levert het leuke interessante leerstoelen op en een aardig salaris, het is nergens voor nodig.
De islam is al veertienhonderd jaar bestudeerd en alle invloeden van die religie(overigens van elke religie) op de samenlevingen in de wereld zijn allang bekend.
We weten allemaal dat culturen meestal zijn afgeleid van godsdiensten, dien ten gevolge zit het dus ingebakken in de menselijke ziel dat, hoewel niet praktiserende gelovig, mensen toch zullen opkomen voor hun culturele en religieuse achtergrond. Kijk b.v. maar hoeveel mensen met een christelijke achtergrond, zich toch druk maken over de vermeende bedreiging door de islam van de joods-christelijke samenleving terwijl de meesten van deze mensen waarschijlijk nooit in een kerk komen.
Een gegeven dat “slechts” twee procent van de Amsterdamse moslims gevoelig is voor radicalisme wil dan ook helemaal niet zeggen dat de overige achtennegentig procent passief zal blijven wanneer radicale elementen een beroep op de massa gaan doen om hun achtergrond te verdedigen. Een voorbeeld daarvan zijn de Bosnische moslims, de Bosnische Serviers en Kroaten die decenia lang in een redelijke harmonie hebben samengewoond en toch elkaar op de duur in de haren zijn gevlogen.
Mijn idee is dat er in elke samenleving waarin verschillende religies en/of culturen vertegenwoordig zijn, vroeg of laat spanningen zullen ontstaan.
Daar hoef je dan ook geen leerstoelen voor op te richten maar gewoon even terug kijken naar de wereldgeschiedenis en de praktijk van alle dag.
Het is volgens mij dan ook een van de grootste fouten van de afgelopen decenia van de Europese politici geweest dat zij de nadelen van de massa immigratie hebben veronachtzaamd en geen beleid in deze hebben gevoerd.
zondag 29 november 2009, 17:07 uur
@ Jaco Smit
ik ben het roerend met u eens wat betreft al die aandacht voor de islam op universiteiten, weggegooid geld, wat wordt er toch mee bereikt ? !
Het probleem met moslims is dat de islam en een godsdienst is en een maatschappelijke doctrine en ook de sterke uitspraak belijd dat het de allerbeste godsdienst is. Enerzijds moeten Turken en Marokkanen ervaren dat hun herkomstland niet in staat is hun een sociaal en economisch aanvaardbaar bestaan te bieden terwijl anderzijds deze groepen menen de beste godsdienst te hebben met het beste opperwezen en een geweldige profeet. Spagaat.
maandag 30 november 2009, 17:24 uur
Moslims zijn niet automatisch migranten
Collega Tillie verwijt mij dat ik de onafhankelijkheid van opdrachtonderzoekers in twijfel trek en dat ik mijn eigen onderzoeksagenda afzet tegen mensen die radicalisme onder moslims bestuderen. Dat is een niet geringe beschuldiging die vraagt om een krachtig weerwoord. Het is jammer dat Tillie mijn ingezonden stuk in de NRC kennelijk niet goed heeft gelezen. Nergens heb ik beweerd dat onderzoekers niet kunnen schrijven wat zij willen, zoals Tillie lijkt te suggereren. Dat is helemaal niet aan de orde. Laat ik nog een keer duidelijk uiteenzetten wat ik bedoel. Wellicht dat Tillie het dan wel met mij eens kan zijn. Het gaat mij om drie dingen. Ten eerste stel ik dat de islam in Europa als onderzoeksveld steeds meer is toegespitst op integratievraagstukken en vragen van veiligheid. Dat zijn vragen die worden aangereikt vanuit beleidsprioriteiten van de overheid. Daar gaat ook steeds meer onderzoeksgeld heen. Het gaat mij er niet om of dat vanuit beleidsoogpunt bezien al of niet terecht is. Ik ben van mening dat de vraag wat relevante onderzoeksthema’s zijn, niet alleen mag worden ingegeven door beleidsprioriteiten van de overheid, maar zeker ook door een wetenschappelijk debat over deze zaken. Maar dat laatste gebeurt veel te weinig. Fundamentele vragen worden veel te weinig gesteld als het om integratie gaat. In de afgelopen decennia is integratieonderzoek een industrie geworden met zijn eigen aannames en stokpaardjes. Het wordt hoog tijd daaruit los te komen. Het gekke is dat dit bij meerdere gelegenheden door de huidige en de voormalige directeur van het IMES, het onderzoeksinstituut waar Tillie adjunct directeur van is, naar voren is gebracht. De huidige directeur Rath heeft zelfs ooit een proefschrift gewijd aan de integratieindustrie. Iemand die opdrachtonderzoek doet is natuurlijk in de meeste gevallen een integere onderzoeker, maar dat wil niet zeggen dat de onderzoeksvragen vaak te beperkt zijn en dat bepaalde dingen helemaal niet onderzocht worden omdat opdrachtgevers daar kennelijk niet in geïnteresseerd zijn. Dat brengt me op mijn tweede punt.
Ik stel dat er een merkwaardige paradox bestaat ten aanzien van het onderzoek naar de islam in Europa. Terwijl aan de ene kant in het publieke debat de islam voor de meest uiteenlopende verschijnselen en gebeurtenissen als verklaring wordt aangevoerd, wordt er nu juist over de ontwikkelingen van geloofspraktijken en de vormen waarin de islam zich in Europa manifesteert veel te weinig onderzoek gedaan. Laat ik het anders formuleren, er gaat te weinig onderzoeksgeld naar onderzoek over de islam in al haar verscheidenheid en diversiteit. Wat is dan onderzoek naar de islam en waarom zou daar geld aan moeten worden besteed? Tillie zelf geeft is zijn repliek een aardig voorbeeld. Het onderzoek naar “opkomst en het stemgedrag van moslims”, “de mate waarin democratische normen en waarden worden onderschreven”, “de mate waarin politieke integratie faalt en radicalisme en extremisme op de loer liggen”. In deze vragen (die ik overigens op zichzelf heel belangwekkend vind) zitten twee vooronderstellingen verpakt. Ten eerste worden moslims impliciet gelijk gesteld met migranten. Steeds minder moslims zijn echter migranten en moslim en migrant zijn ongelijksoortige categorieën. In het publieke debat worden die ook steeds maar door elkaar gebruikt. Ook daar moeten we hoognodig vanaf. Ten tweede bestaat er kennelijk zoiets als stemgedrag van moslims. Dat is nu precies waar ik grote vraagtekens bij wil plaatsen omdat het een koppeling legt tussen religieuze normen en stemgedrag. Dat heeft niets te maken met onderzoek naar de islam. Die islam wordt als bekend verondersteld. Je kunt niet bij dit soort politicologische onderzoek moslims ongestraft op een hoop gooien.
Ten derde verwijt Tillie mij dat ik mij afzet tegen bestaand onderzoek. Dat vind ik een merkwaardig argument. Ik begeef mij in het publieke debat en stel vast dat er veel onderzoeksthema’s over de islam blijven liggen. Dat is niet alleen jammer omdat we als onderzoekers iets te doen moeten hebben, maar omdat het belangwekkende ontwikkelingen zijn in een wereld die steeds globaler wordt. Het integratieonderzoek gaat naar mijn mening teveel over de vraag of moslims wel in ‘onze’ nationale samenleving passen. Ik bepleit dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar hoe de islam zich ontwikkelt en doe een aantal voorstellen daartoe. In mijn inaugurale rede heb ik die voorstellen verder uitgewerkt. Dat is niet alleen van belang voor de studie naar de islam, maar uiteindelijk ook voor de vraagstukken waar de overheid zich voor gesteld ziet.
maandag 30 november 2009, 19:32 uur
Islamonderzoeker is wel overheidsdienaar
Jean Tillie, bijzonder hoogleraar Electorale Politiek (UvA), voelt zich aangesproken. En reageert als volgt:“Wie onderzoek doet naar moslimradicalisme doet óók onderzoek naar moslims die niet radicaal zijn.“
Bijvoorbeeld naar moslims die in Rotterdam in de negentiger jaren van de vorige eeuw altijd maar wat mompelden: “[….] hij (Albayrak) had toch niks in te brengen, zei hij dan, ze (moslims) zoeken het zelf uit, ze zijn zo eigenwijs.”
Het citaat is afkomstig van een moslima wonende in een Vogelaarwijk in wording, in Rotterdam . ‘In die buurt woonden veel Turkse mensen, heel gezellig, maar ook veel sociale controle. We hadden een buurman van wie alle dochters hoofddoeken droegen. Die man zei dag in dag uit tegen mijn vader hoe zondig het was dat hij zijn dochters zo vrij liet, en dat het op een dag mis zou gaan met ons. Mijn vader mompelde dan altijd maar wat, hij had toch niks in te brengen, zei hij dan, ze zoeken het zelf uit, ze zijn zo eigenwijs. Ik zat op het atheneum. Honderd meter verderop bevond zich de huishoudschool, waar je alleen maar Turkse en Marokkaanse meisjes zag.’ Aldus ‘islamonderzoeker’ in opleiding en in 2009 overheidsdienaar Nebahat Albayrak. Ze studeerde rechten, werd juriste en Tweede Kamerlid voor de PVDA en is onze huidige staatssecretaris van Justitie.
dinsdag 1 december 2009, 06:17 uur
[...] turn, Thijl Sunier has responded to Tillie’s criticism on the NRC Expert Debates pages. Sunier who states Tillie did not read [...]